![]() |
| At the beach with old friends! |
“It always amazes me to look at the little, wrinkled brown seeds and think of the rainbows in 'em," said Captain Jim. "When I ponder on them seeds I don't find it nowise hard to believe that we've got souls that'll live in other worlds. You couldn't hardly believe there was life in them tiny things, some no bigger than grains of dust, let alone colour and scent, if you hadn't seen the miracle, could you?”
Zaadjes zijn zo sterk, zo krachtig en zó vol energie. Ik had een paar maanden terug zakjes zaadjes gekocht van onder andere passiebloem, en een kleine plastic zaaibak. Mijn passiebloem was namelijk na een paar jaar prachtig gebloeid te hebben, gestorven. Waarschijnlijk door het niet kunnen overwinteren. Zijn pot hing aan de regenpijp aan de voorkant van ons huis. Vanaf vroeg in de ochtend in het volle zonlicht. Toch niet warm genoeg om te overwinteren. Ik wilde het from scratch opnieuw proberen. Vanmorgen las ik nog eens na hoe dat zaaien van passiebloem nu feitelijk stapsgewijs moet. Beetje laat dat wel, ik had de zaden twee maanden geleden al in de kweekkas gestopt en de aarde vochtig gehouden. De eerste stap was eigenlijk dat de zaden een nacht moesten weken… Och! Wat hebben de zaailingen hard moeten vechten om uit die harde schil te komen. De minikas had op een vaste plaats moeten staan in het volle licht en een constante temperatuur boven de twintig graden. Och, och! Ik verplaatste het kasje steeds in de huiskamer naar de zon en het was daar overdag maximaal achttien graden de afgelopen maanden. In de nacht amper maar vijftien graden, of minder. En tóch zijn er nu zes ontkiemd! Een mirakel! Ik ben zo trots op deze zes robuuste zaailingen. Inmiddels staat het minikasje zonder deksel buiten in de zon en ze doen het goed. Ze krijgen steeds meer blaadjes. Het wonder van de natuur. Wonderlijk was het ook toen ik onze jongste trots alle gevulde terracotta potten liet zien met bramenstruiken zonder doorns die tegen het metalen hoofdsteun van haar oude bed aangroeien, grote pot met twee vlierbessenstruiken (waarvan één uit mijn moeder’s tuin) die langs een bamboestok groeien, grote pot met twee tomatenstruiken gesteund door het voeteneind van haar oude bed en nog kleine plantjes zoals courgette, aubergine, paprika en een grote aardewerk pot met een blue berries struik. ‘Huh is dat niet dezelfde als die andere pot?’ vroeg ze me. Ik maakte foto’s van het blad van een boompje dat we al járen in de tuin hebben staan. Ooit de grote donkergroene pot in de achtertuin achtergelaten met een olijfboompje erin. Een boompje ik van mijn vriendinnen kreeg in Madrid tijdens het feest op mijn veertigste verjaardag. Het boompje hing destijds vol felicitaties. Toen we terugkwamen van ons expat-avontuur in Mexico in 2015 had de huurder het olijfboompje vervangen voor dit boompje. Ik heb me er nooit in verdiept wat voor boompje het eigenlijk was. De planten-herken app vertelde ons dat het ook om een Amerikaanse bosbes gaat. Juist onze dochter wees mij erop! Nu gaat de grote pot zo snel mogelijk de kas in, naast zijn kleine broertje, zodat de vogels dit jaar niet de bessen kunnen pikken. Zoals de vogels ook alle nog-niet-eens-rijpe kersen elk jaar opvreten. We vinden alleen achtergelaten kaalgevreten kersenpitten in de tuin. Gelukkig laten ze de kilo’s pruimen wel altijd hangen, zo ook de vijgen. Waarschijnlijk zijn die te zwaar voor ze. Met de perenboom hebben wij elk jaar een uitdaging. De boom zit boordevol witte bloesem, heel hoopvol. Er ontstaan ook schattige kleine peertjes en ineens liggen ze allemaal op de grond. Om de boomstam heen. Een raadsel. Junival schijnt dat te heten las ik recent. Dit is een natuurlijke uitdunning. Junirui dus. Op deze manier krijgen de resterende peren de kans om uit te groeien tot mooie, grote vruchten. Het mysterie is alleen dat ik die dikke peren nooit zie. Wellicht heeft zonlicht ermee te maken? De drie fruitbomen zijn leibomen die naast elkaar tegen een warme muur aan staan. Ze voelen zich daar goed, en de takken groeien uitbundig, geleid door mij, over elkaar heen. Teveel groen blad misschien waardoor de peertjes geen energie om te groeien uit de zon kunnen halen? Het blijft een mirakel voor mij.
Door de groene begroeiing in de zandkleurige duinen tuffen we over het glooiende fietspad. De zon schijnt op onze helmpjes en blote armen. We rijden richting zee. Ik zit achterop bij een oude vriend van ons, die we nog kennen uit Madrid. Zo’n zeventien jaar vriendschap dus. Samen op het scootertje van zijn zoon. Mijn jurk wappert aan de achterkant door de wind. Aan het strand klemmen we de helmen onder de zitting van de scooter. Een paar minuten later komt mijn lief aanfietsen met mijn vriendin. Hoe leuk dat dit zo kan! Zonder auto en parkeerstress naar het strand. Zij wonen in Wassenaar niet ver van de strandopgang. Eerst hadden we uitgebreid geluncht onder de parasol in hun grote achtertuin. We hebben altijd genoeg te bespreken. Ook telkens weer veel lachen en plezier. Een wandeling over het strand op blote voeten. Borrelen op het terras van een strandtent. Het heeft zo lang geduurd voordat het lenteseizoen dit jaar goed op gang kwam. Zeker al een half jaar grijze luchten, veel regen en storm achter de rug. Voor mij voelde dit als een van de eerste échte zonnige, warme lentedagen. Een lange zomerjurk aan, blote benen, zonnebril en zeewind door mijn haren. Een cadeau.










