![]() |
| Mount Tsukuba | Japan, where our new home will be |
‘Ondanks de oude draak
Woed maar, wereld, ik sta hier
Niets dat mij stoort’
- Johann Franck
In de eetkamer van het hospice zitten we met zes vrouwen aan de eettafel. Er zijn frietjes besteld met allemaal lekkere bijgerechten, want het is de laatste avond van één van de bewoners. We hebben de tafel gedekt, een karaf met water op tafel gezet maar er zijn ook bewoners die hun fles wijn zelf meenemen naar het diner. Eén bewoonster neemt het doosje aardbeien mee, dat ze die middag van haar bezoek ontvangen heeft. Normaliter vieren we een laatste avond niet op deze manier natuurlijk. Meestal is iemand de laatste avond voor het afscheid al in slaap gebracht, gesedeerd, veel te moe, te zwak of te ziek en meestal weten we helemaal niet eens dat het de laatste avond is. Deze keer is het anders, want deze bewoonster gaat na zes maanden terug naar huis. Een enkele keer komt dat voor. Ja, het komt voor dat bewoners een hospice weer verlaten en terug naar huis gaan. Al is dit niet de eerste verwachting natuurlijk. Onze zorg in het hospice is er in de eerste plaats voor de laatste levensfase, waarbij ook ongeveer vijfennegentig procent van de bewoners in het hospice komt te overlijden. Patiënten gaan naar een hospice in de laatste weken van hun leven omdat ze - om wat voor reden dan ook - niet thuis of in het ziekenhuis kunnen of willen verblijven. Deze bewoonster is tegen alle verwachtingen in best opgeknapt - en haar ziekte amper achteruit gegaan - door de goede zorg en er is besloten door onder andere de huisarts dat ze met de nodige thuishulp en lieve vrienden en buren om haar heen tóch weer thuis kan wonen. Ookal denken wij dat ze zich vergissen in hoeveel ze nu zelf moet gaan doen in haar eigen huis. Bijvoorbeeld de voordeur open doen wanneer er iemand voor de deur staat, zelf tafel dekken én de vaat opruimen na het ontbijt, lunch of avondeten, maar ook de was of zelf de gordijnen sluiten in de avond wanneer het donker wordt. Hier in ons bijna-thuis huis stond alles altijd klaar voor haar, altijd een grote stapel schone handdoeken in de kast, haar kamer werd schoon gemaakt, de medicijnen toegediend en altijd iemand in de buurt voor een praatje. Het zal eenzamer zijn en ze zal ongemerkt veel meer energie verbruiken thuis. Toch ‘vierden’ we haar afscheid. Ze had haar afscheid zelfs vervroegd, want haar buurvrouw in de hospice kamer naast haar was vorige week plots overleden en dat was zo’n groot gemis voor haar. Zij waren dikke maatjes geworden, deelden dezelfde angsten, leden hetzelfde energieverlies en bespraken alles tijdens hun gezamenlijke ontbijtjes, lunches, avondeten en tijdens bezoekjes bij elkaar op de kamer. Voor haar was alle dynamiek, heel begrijpelijk, in het huis veranderd. Ze wilde geen dag langer blijven nu ze toch vernomen had dat ze terug naar huis moest. Ze heeft geen kinderen en geen partner en zag ons, verplegend personeel, als haar nieuwe familie. Ze leerde onze namen uit haar hoofd, was geïnteresseerd in ons privéleven, maakte schilderijen die in onze gangen in huis hangen, en ze was altijd blij om mij te zien. Ik heb pannenkoeken en wentelteefjes voor haar gebakken. Zij kwam eens met opgeraapte dennenappels uit de tuin voor in onze openhaard bij mij thuis. Ze geeft me haar telefoonnummer en haar postadres. We hadden het er eerder over gehad dat we beiden brievenschrijvers zijn, en zo blij zijn als er een enveloppe in de brievenbus ligt. Hoe leuk zou het zijn als wij ons contact zo voort zouden zetten? Ik beloofde haar een Japanse ansichtkaart in de bus. Mijn eerste brief is inmiddels al bezorgd.
Twee kilo was ik verloren tijdens die week in Japan…. Ik had elke dag veel gewandeld door de wijken van Tsukuba en Tokio, door de winkelcentra, thrift stores, parken en supermarkten. Ik at niet zoveel daar. Het Japanse ontbijt in ons hotel stond me niet aan met een bentobox vol vakjes met rauwe vis, een kop miso soep ernaast. Vers fruit heb ik daar bij het buffet niet gezien. Wél een keer als toetje in een restaurant, twee mooi doorgesneden aardbeitjes. Ik heb blauwe bessen in een klein bakje in een luxe internationale supermarkt gevonden. Ook heb ik daar een ananas zien liggen. Al het fruit en groente dat in Japan te vinden is, is geïmporteerd. Het is heel erg prijzig. Ik heb dat nog eens nagevraagd aan de Japanse gids van onze fietstour door Tokio. Hij bevestigde dat fruit een luxe is en erg duur. Geen fruit dus voor ons tijdens die week dat wij er waren. Wanneer we daar terugkeren gaan we dat anders doen. We kopen dan ook die drie veel te dure aardappelen in een luxe verpakking, of die paar blauwe besjes in een bakje. Ik zou daar graag op ons balkon zelf wat aardappel-, aardbei- en tomatenplanten gaan verbouwen. Voor mij geen rauwe vis voor avondeten of zelfs ontbijt. Op een dag liep ik daar tegen een McDonalds aan, ik was in m’n uppie. Ik wees alles aan op de plaatjes, want de digitale kiosk was uiteraard in het Japans. Ik nam een hap uit mijn basic hamburger en ik proefde niet de originele hamburger. Het smaakte naar teriyaki en er was sojasaus gebruikt, toch was het oké voor mij. Zo had ik ook een ervaring in de Starbucks in een groot hip en nieuw winkelcentrum. Ik bestelde een tosti, op de foto zag het er heerlijk Europees uit. Ik nam een hap en het bleek zoet wit brood te zijn, en de kaas was geen echte kaas. Best een teleurstelling, maar het was altijd nog beter dan een portie rijst met rauwe vis. Mijn plan is om daar een broodbakmachine te kopen, een pastamachine mee te nemen en ik wil daar ook zelf zuurdesembrood gaan bakken. Ik twijfel zelfs om melkkefir korrels stiekem in mijn koffer mee te nemen om zelf yoghurt te maken.
