dinsdag 28 juli 2026

Me during a visit at the Royal Palace | Amsterdam
NATUURLIJK RITME
Wie de randen van de dag mist, mist iets wezenlijks
- Susan Smit

Laten we eerlijk zijn, in Japan zijn er weinig mensen op de hoogte van mijn bestaan. Het is dus aan mij om te laten zien wie ik ben en om het initiatief te nemen. Dat betekent in het begin veel zaaien door zelf voor te stellen iets te gaan doen, en geduld te hebben met het oogsten. Ik ken dit proces inmiddels. Altijd een lach op mijn gezicht en nieuwsgierig zijn naar de ander. Het opbouwen van een nieuwe sociale omgeving kost tijd en energie. Zeker in een land waarin ik de taal en de cultuur nog niet eigen ben. Ik heb inmiddels bijna zeventig dagen op een rij korte Japanse lesjes gevolgd op Duo Lingo. Dat is echt de basis van de basis. Toch is het hebben van fijne sociale contacten voor veel mensen, en voor mij ook!, van vitaal belang om zich ergens thuis te kunnen voelen. Om me verbonden te weten met mijn nieuwe omgeving. Ik heb al twee Delfstblauwe huisjes bij mijn spulletjes klaar liggen om mee te nemen voor de buurtjes aan iedere kant van ons appartement. Kennismaken. Emigreren voor drie jaar is best een grote stap. Niet alleen gooien wij ons hele (gezins)leven op z’n kop, emigreren betekent ook structureel ‘anders’ zijn. Anders zijn dan onze nieuwe landgenoten, Japanners. Ik zal het als een groot avontuur ervaren. Naast de eerste voorzichtige stapjes naar een leven in Japan ben ik ook begonnen met de eerste stapjes met afscheid nemen van mijn vriendinnen hier. De dagen glijden namelijk snel voorbij. Bijna augustus. De meeste van mijn dagen beginnen en eindigen ongemerkt. Ik word wakker van vogelgekwetter in de vroege morgen en val (te) vaak achter de TV in slaap. Terwijl ik slaap of doorga met wat ik aan het doen ben, voltrekt zich buiten de dageraad en de avondschemering. Dat laatste steeds vroeger. Het begin en einde van de dag. De dagen en überhaupt de tijd gaan deze zomer zó snel voor mij. Nu ik me eindelijk beter ga voelen qua energie en heling in mijn mond staan er afspraken ingepland in mijn papieren agenda. Afspraken voor een weerzien én om tegelijk afscheid te nemen. Ik vind het best veel sociale afspraken eigenlijk en dat is natuurlijk heel fijn. Een compliment dat mijn vriendinnen naar mijn huis komen voor een lunch, of middagthee, of een avondmaaltijd of zelfs een logeerpartijtje. Ook mijn twee oude tante’s komen ieder een middag langs, begeleid door mijn nichten. Ik zoek binnenkort mijn zus op in Friesland en mijn zwager in Noord-Holland voor een logeerpartijtje. De ochtendstond en het invallen van de nacht lijken op afscheid nemen en verwelkomen, steeds opnieuw. Ik was afgelopen week op een uitzonderlijk warm en liefdevol afscheid van een negentigjarige mevrouw die ik twee jaar geleden heb leren kennen. Via de stichting om eenzame ouderen mee uit te nemen en later in het hospice. Zij was een voorbeeld voor mij hoe ze met tegenslagen omging, met haar ziekte en met haar familie. Op een uitvaart sta ik altijd stil bij de grote lijnen van het leven die er écht toe doen. Het ging over meebewegen met het leven. Over het vertrouwen dat je iets nieuws ten deel zal vallen. Leven is beweging. Alles verdwijnt, verschijnt en verdwijnt weer. Die beweging herkende ik terug in het levensverhaal van deze mooie vrouw. Hoe haar zus, haar beiden dochters, bonusdochter en kleinkinderen haar leven beschreven en hoe ze haar typeerden. Twee keer een echtgenoot verloren, waarvan de eerste vlak na de geboorte van haar jongste dochter. Veerkracht toonde ze. Ik genoot van haar vele foto’s met mooie kapsels en mode uit de jaren ’60, ’70 en ’80. Ook van foto’s genomen in het hospice en tijdens het uitje met de wensambulance. Ik zou het vermogen willen hebben om de omgeving in me op te nemen. Ik wil m’n oren spitsen, voelen wat er in m’n lichaam en geest gebeurt en letten op wat er elke minuut verandert. Bewust, anders is het ongemerkt voorbij gegaan. Ik sta daar bij stil door deze bijzondere uitvaart en ook door de fase waarin ik nu bén. Een tussenfase tussen twee levens. Afscheid nemen van familie (waaronder twee dochters!) en vrienden hier én een splinternieuwe start met mijn lief die ergens heel ver weg op me wacht.


Ik kijk door het glas-in-loodraam van de balkonkamer naar de Dam. Langs de bekende balustrade van het koninklijke balkon kijk ik naar de verzameling mensen die de Pride Walk in Amsterdam gaan starten deze zaterdag. Ik kijk er met middelste dochter naar vanaf het paleis, op de plek waarop onze koning en voormalige koninginnen ook altijd naar de mensenmassa hebben gekeken. Best bijzonder. Het is sowieso indrukwekkend om zelf in het compleet aangeklede paleis rond te wandelen bijvoorbeeld door de burgerzaal waar de officiële staatsbanketten gegeven worden. Onlangs nog ter ere van de Japanse keizer en zijn vrouw. We zien het staatsieportret met de koninklijke familie en de keizer en zijn vrouw in dezelfde kamer als waar de foto voor de schouw genomen is. We zien de logeerkamer van de keizer in het paleis. Oorspronkelijk nog ingericht door onze eerste koning, de Franse Lodewijk Napoleon. Alleen wordt voor elke logée het bed verwisseld door een nieuw modern bed met fris beddengoed. Het gebouw werd pas een paleis in 1808. Napoleon koos het stadhuis van Amsterdam als zijn paleis. Het stadhuis is gebouwd rond 1650. Toen was de Dam een drukke, bedrijvige markt- en havenplek. Het plein zag er heel anders uit, een Waag midden op het plein en het Damrak waar schepen direct aanlegden. Een open binnenhaven vol met scheepsmasten. Op de kades en de Dam was het een drukte van jewelste met sjouwende sjouwers, karren en paarden Het stadhuis werd ooit geopend voor alle burgers van de stad Amsterdam en hun bezoekers. Er werkten zo’n vierhonderd ambtenaren. Ik probeer écht m’n fantasie te gebruiken om me dit allemaal voor te stellen. Er zijn twee redenen waarom ik hier vandaag ben. De eerste reden is dat jongste dochter een trainingsdag heeft op de Prins Hendrikkade voor haar bijbaan in de zorg. Halen en brengen. Ook is er een tentoonstelling met Japanse giften van de keizers tot vierhonderd jaar terug. Kamerschermen bijvoorbeeld en een zeventiende eeuws lakkabinet met heel veel laatjes. Ik wilde niet met mijn autootje het centrum in, maar omdat ik mijn medicijnen vergeten was en we omkeerden kwam dochterlief te laat. Als goedmakertje mocht zij tot aan de deur rijden. Na haar training ontmoetten wij elkaar weer op de Dam, met z'n drietjes gegeten in de Rosse buurt. Eind van de dag mochten de meiden niet met hun beker vol limonade zonder deksel in de bus en dus haalden we jongste met mijn autootje op bij de Kiss&Ride achter het Centraal station waar ze met twee koude limonadebekers stond te wachten. Ik heb heel veel geleerd vandaag in onze hoofdstad. Het was een cadeau om onverwacht een dag door te brengen in de mooie stad die zo’n belangrijke rol speelt in mijn leven.