![]() |
| Blooming Toverhazelaar in our frontyard! |
‘Winter is the time for comfort, for good food and warmth, for the touch of a friendly hand and for a talk beside the fire: it is the time for home.’
Een open keuken is steeds vaker het sociaal middelpunt in het huis, echter niet bij ons thuis. Wij hebben een kleine keuken zoals het bijna honderd jaar geleden betaamde. Nog steeds op de originele plek in huis waar altijd een granieten vloer had gezeten. Deze vloer hebben wij zelf ooit verwijderd, het zand eronder was bijna een meter weg gezakt. Het was een hangende zware vloer geworden met vervaarlijke scheuren, en koud… ijskoud. We hebben er toen vloerverwarming aan laten brengen met hergebruikte jaren ’30 vloertegeltjes eroverheen. Veel comfortabeler in huis. Geen koude trek meer over de houten vloer van de ene granieten vloer in de hal naar de andere koude granieten vloer in de keuken. In het hospice waar ik werk is de woonkeuken in het hart van de woning gelegen, wat zorgt voor meer interactie met familie en bewoners. Gezelligheid. Verbinding. Een huiselijke keuken met glazen schuifdeuren naar de grote tuin. Huiselijkheid is essentieel voor het welzijn van onze zes bewoners. In een kleinschalige zorginstelling zoals ons hospice is een grote huiselijke keuken eigenlijk onmisbaar. We hebben er een grote ovalen eettafel staan, maar ook een andere keukentafel waar meestal een puzzel op ligt maar waar ook wel eens families gezamenlijk eten. Veel keukenkasten waar ons servies achter opgeborgen ligt. We hebben ook kasten vol pannen, want familie of soms een bewoner mag zelf koken. We hebben twee kookvrijwilligers per week die verse soep maken waarvan de geur lekker door het huis trekt. Op elk moment van de dag is onze keuken dé plek om bewoners zich thuis te laten voelen. Ik geniet er altijd van als bewoners of familie bij ons aan tafel koffie komen drinken, of ’s middags een kop thee. Vaak liggen er lekkere dingen op tafel die we als (afscheids-)cadeautjes gekregen hebben zoals koek, taart en regelmatig chocolade bonbons. Ook bakt de nachtverpleegkundige nog wel eens een cake. Er is een goede bakker in Breda die ons brood schenkt en vaak een taart erbij doet. Sinds november hebben we een fitte net-zestiger kinderloze dame in huis wonen. Zij komt altijd gezellig met ons avondeten. Er kwam toevallig nog zo’n aardige kinderloze dame bij en zij vonden elkaar, werden zelfs voorzichtig vriendinnen. Zij zagen elkaar meerdere keren per dag aan onze keukentafel. Wanneer ik handdoeken aan het vouwen was of beddengoed aan het strijken werd ik er altijd gezellig bijgeroepen. ‘Anja, kom je even gezellig bij ons zitten?’ Ze hebben inmiddels een derde vriendelijke, relatief jonge bewoonster uit hun clubje verloren en uiteindelijk is ook één van hun twee gegaan… Er kwam wéér een beginzestiger vrouw bij ons wonen. Zij klikt nu ook zo goed met de bewoonster die altijd aan tafel bij ons eet. Zo hebben zij echt een andere dynamiek meegebracht in huis. Vrouwenvriendschap. Vaak eten bewoners in hun bed of aan hun eigen tafel op hun kamer. Ik vind deze nieuwe trend zelf heel fijn, samen eten. Mooie tafelgesprekken. Herkenning onderling. Er mag gelachen worden. We hadden een bewoner, hij overleed deze winter na tien maanden verblijf bij ons, hij maakte altijd zijn ontbijtje en lunch zelf. Zo schuifelde hij altijd wat rond in de woonkeuken. We hadden eerder ook een heer (voormalig arts) die veel in de war was. Ik zette hem dan gezellig bij mij in de keuken met een warme chocomel waar hij dol op was. Ik kon een oogje op hem houden, onderwijl de schone vaat opruimen en gezellig met hem kletsen. Dan pakte hij vaak mijn hand en gaf er een kus op. Sinds een paar weken is er een zoon van een nieuwe bewoonster die meerdere keren per week in onze keuken voor zijn moeder kookt. Zij eten daarna samen in haar kamer. Zo blijkt onze woonkeuken steeds een plek voor ontmoeting, samenzijn met familie of een praatje met ons te zijn.
Op deze bijna lenteachtige zaterdag met helder weer en zó warm dat een muts, shawl of handschoenen niet meer nodig zijn, scharrelen wij lekker in Amsterdam rond. Mijn lief en ik zijn er om een ring van mij op te halen bij onze vertrouwde juwelier. Ik had de ring in december achtergelaten omdat de vier pootjes die de blauwe saffier edelsteen vasthouden, versleten waren. Op de heenweg naar dat leuke winkeltje halen we natuurlijk eerst mergpijpjes voor thuis en een romig slagroomijsje bij Van der Linde banketbakkerij, dat kan niet missen bij zo’n lekker winterzonnetje! Bij de juwelier vragen we aan Jeanne (spreek uit Sjaan) of zij een leuk lunchplekje voor ons weet. We zagen onderweg alleen maar toeristische restaurants. We kregen twee kaartjes mee voor een gratis drankje en de verwijzing naar de lobby van Hotel V, vlakbij op het Nesplein. Vlak achter de Dam gelegen, midden in de alleroudste straatjes van Amsterdam. Een echt leuk hip plekje waar Amsterdammers komen. Het interieur bestaat er uit de weelderige luxe van donker Art Deco dat we herkennen uit Havana, inclusief bruine fluwelen zware gordijnen, een mega kroonluchter, en veel goud en hoekige vormen. Deze lunch is een cadeau van onze meiden voor onze trouwdag. Daarna kopen we ieder sloffen bij een schoenenwinkel en pakken vervolgens de bus terug naar onze geparkeerd auto. Voor het diner zijn we uitgenodigd bij vrienden uit onze studententijd waar het altijd weer als vanouds vertrouwd voelt. Veel gelachen met z’n zessen maar ook goede serieuze gesprekken gevoerd. Generatiegenoten, zelfde levensfase met ongeveer dezelfde uitdagingen. Herkenning en ondersteuning. Op hetzelfde niveau sparren over oplossingen. We werden in de watten gelegd en hebben ongelofelijk gesmuld van een chef-waardig viergangendiner. Coquilles, varkenswangen, procureur (een deel uit de nek van een everzwijn) en heerlijk klaargemaakte groenten stonden op het menu. Hemelse pavlova als dessert. Deze gezellige winteravond versterkte onze vriendschapsband weer, een band van ruim dertig jaar inmiddels.
