| With care repairing the cracks with gold... |
‘Beoordeel me niet op mijn succes, maar op het aantal keren dat ik ben gevallen en weer ben opgestaan.’
Ik kom uit het Tokiose metrostation, gelegen naast een grote tempel, naar buiten en zie mijn Nederlandse maatje waarmee ik deze ochtend naar een workshop ga niet bij de uitgang staan. Ik zag wél ongelooflijk veel Westerse toeristen. In Tsukuba zie ik nooit toeristen. Later blijkt dat mijn maatje uit een heel andere uitgang is gekomen dan ik. We zien elkaar voor de deur van onze les vandaag. We hebben een les in Kintsugi wat ‘gouden verbinding’ betekent in het Nederlands. Het is de Japanse kunst van het repareren van gebroken keramiek met goudkleurige lak. De Kintsugi filosofie is een eeuwenoude Japanse traditie die in de vijftiende eeuw ontstond. De barsten worden niet verborgen, maar juist geaccentueerd. De breuklijnen worden onderdeel van het ontwerp, waardoor het voorwerp een unieke schoonheid krijgt. Kintsugi wordt met name geassocieerd met aardewerken voorwerpen uit de Japanse theeceremonie. Vóór het ontstaan van Kintsugi was het gebruikelijk om gebroken kostbare keramiek te repareren met metalen nietjes. Hiervoor werden kleine gaten geboord aan weerszijden van de breuk. Kintsugi werd ontwikkeld op last van een shogun, een Japanse opperbevelhebber. Chinese ambachtslieden hadden zijn gebroken Chinese theekom, een cadeau uit China, met metalen nietjes gerepareerd. Hij was niet tevreden met het resultaat. Hij droeg daarom Japanse ambachtslieden op om een fraaier alternatief te bedenken. Zij stelden gouden lijm voor, een op dat moment zeer populaire Japanse lak. Kintsugi werd uiteindelijk zo gewaardeerd door verzamelaars, dat sommigen naar verluidt kostbare stukken opzettelijk braken om deze nieuwe methode toe te laten passen. Dat werd eigenlijk bij mij ook gedaan: naast de twee barsten in mijn schaaltje uit Daigo maakt juf Mai-kui er met een nijptang een breuk in. Ze twijfelde wel even want ze vond het schaaltje erg mooi. Ik ook. Ik lijm de twee gebroken stukken aan elkaar met twee secondelijm en daarna begint mijn kunstzinnige bijdrage. Met een soort bruine lak maak ik de breuk en barsten mooier door een strak lijntje, of zoals in mijn geval met een paar bloemetjes erbij. Ik schrijf zelfs de datum op de onderkant van het schaaltje. Tijdens het drogen vertelt juf Mai-kui dat wabi sabi in belangrijke mate bijgedragen heeft aan de waardering van Kintsugi. Deze van oorsprong boeddhistische filosofie benadrukt de schoonheid van imperfectie en vergankelijkheid. Sporen van gebruik dragen bij aan de waarde van een object of mens. Breuken, littekens en imperfecties maken het leven juist waardevoller en mooier. Op zo’n breekmoment lijkt alles gebroken. Maar wat als die breuken niet het einde betekenen, maar juist het begin van iets waardevols? De breuken en barsten in ons maken ons niet minder waard. Integendeel, ze maken ons uniek en authentiek. Elke kras vertelt een verhaal van overleven, groei en veerkracht. Wel erg van toepassing op mijn litteken in mijn hals en op mijn tong. In plaats van onze wonden te verbergen, nodigt Kintsugi ons uit om ze te eren. Om ze met goud te vullen en te laten zien ‘Kijk, ik heb dit doorstaan. Dit is wie ik ben geworden.’ Het moment waarop je goud toevoegt aan je breuklijnen is het keerpunt. Wat eerst een lelijke barst leek, wordt nu een gouden ader die jouw kracht laat zien. Het omarmen van imperfectie. Je bent niet kapot. Je bent opnieuw gevormd. Mooier. Wijzer. Sterker. Poeh! Het leven is rommelig, met barsten en scheuren. Kintsugi herinnert mij eraan dat juist in onze imperfectie schoonheid schuilt. Niet onze foutloosheid verbindt, maar onze kwetsbaarheid. Hoe symbolisch en waardevol is dit schaaltje met gouden breuklijntjes voor mij geworden, gekregen van een klein Japans oud vrouwtje in de bergen?
Zomaar midden op ‘n donderdag stopte onze WiFi ermee. Ik kon niks meer thuis. Geen TV, niet op de iMac werken, niet op mijn iPad of mobiel en geen muziek luisteren. Na een uurtje geduldig wachten liep ik naar buiten, de galerij op, want ik dacht dat ons hele gebouw geen internet had. Ik sprak een bewoner aan die op weg was naar zijn appartement. Godzijdank sprak hij Engels. Zijn appartement had wél WiFi, het probleem lag dus bij ons. De moed zakte in mijn schoenen. Hij wilde wel mee naar binnen, schoenen uit natuurlijk, en ik haalde mijn voorraadkast leeg want daarachter op de bovenste plank stond de router. Hij vroeg om het internetcontract, die ik gelukkig wist te liggen en hij belde met het bedrijf. Ze hadden bewust internet uitgezet. Mijn handen sloeg ik voor mijn mond, dit betekende sowieso problemen. Die arme man liet ik naar huis gaan. Mijn lief belde op weg naar huis ons makelaarskantoor en de volgende ochtend stonden er twee identieke makelaartjes voor de deur. Schoenen uit, met de punt naar de voordeur, ze hadden hun eigen slofjes meegenomen. Ik deed via de vertaal app mijn verhaal. Zij belden ook naar het internetbedrijf en hoorden hetzelfde verhaal. Ik had inmiddels twee Japanse mails gekregen van het bedrijf. Ik begreep dat ik mijn paspoort moest uploaden en een pincode invoeren. Gelukkig wilde de makelaar me hierbij helpen. Vervolgens bleek de router stuk te zijn. Oh my oh my! Ze waren inmiddels dik een uur in huis dus ik bood ze thee aan - wat ik heel erg spannend vond want wat is hier de gewoonte? Ik had twee mooie theekopjes uit Daigo dus die vulde ik met heet water en legde er jasmijn theezakjes naast. Daar ging mijn goede bedoeling mis. Ze keken me hulpeloos aan. Ik legde wat onzeker uit dat ze het zakje erin moesten doen en als het sterk genoeg was eruit halen met het lepeltje en op het schoteltje leggen. Dit hadden ze nooit eerder gedaan… Wij moesten wachten op telefoontjes. Ze bleven nog heel lang, communicatie met handen en voeten en de vertaal app. Toen ze uiteindelijk vertrokken, las ik op de mobiel van de makelaar dat de thee heel erg lekker was. Ik zei een paar keer Sumimasen (sorry), Arigatō (bedankt) en ook Dōmo arigato (heel erg bedankt) bij de voordeur en boog erbij. Zij bogen ook. Het zou vier lange, doodsaaie dagen duren voordat we weer internet thuis hadden.







