dinsdag 19 mei 2026

Mount Tsukuba | Japan, where our new home will be
TERUGKEER
Ondanks de oude draak
Ondanks de angst

Woed maar, wereld, ik sta hier

Niets dat mij stoort

- Johann Franck


In de eetkamer van het hospice zitten we met zes vrouwen aan de eettafel. Er zijn frietjes besteld met allemaal lekkere bijgerechten, want het is de laatste avond van één van de bewoners. We hebben de tafel gedekt, een karaf met water op tafel gezet maar er zijn ook bewoners die hun fles wijn zelf meenemen naar het diner. Eén bewoonster neemt het doosje aardbeien mee, dat ze die middag van haar bezoek ontvangen heeft. Normaliter vieren we een laatste avond niet op deze manier natuurlijk. Meestal is iemand de laatste avond voor het afscheid al in slaap gebracht, gesedeerd, veel te moe, te zwak of te ziek en meestal weten we helemaal niet eens dat het de laatste avond is. Deze keer is het anders, want deze bewoonster gaat na zes maanden terug naar huis. Een enkele keer komt dat voor. Ja, het komt voor dat bewoners een hospice weer verlaten en terug naar huis gaan. Al is dit niet de eerste verwachting natuurlijk. Onze zorg in het hospice is er in de eerste plaats voor de laatste levensfase, waarbij ook ongeveer vijfennegentig procent van de bewoners in het hospice komt te overlijden. Patiënten gaan naar een hospice in de laatste weken van hun leven omdat ze - om wat voor reden dan ook - niet thuis of in het ziekenhuis kunnen of willen verblijven. Deze bewoonster is tegen alle verwachtingen in best opgeknapt - en haar ziekte amper achteruit gegaan - door de goede zorg en er is besloten door onder andere de huisarts dat ze met de nodige thuishulp en lieve vrienden en buren om haar heen tóch weer thuis kan wonen. Ookal denken wij dat ze zich vergissen in hoeveel ze nu zelf moet gaan doen in haar eigen huis. Bijvoorbeeld de voordeur open doen wanneer er iemand voor de deur staat, zelf tafel dekken én de vaat opruimen na het ontbijt, lunch of avondeten, maar ook de was of zelf de gordijnen sluiten in de avond wanneer het donker wordt. Hier in ons bijna-thuis huis stond alles altijd klaar voor haar, altijd een grote stapel schone handdoeken in de kast, haar kamer werd schoon gemaakt, de medicijnen toegediend en altijd iemand in de buurt voor een praatje. Het zal eenzamer zijn en ze zal ongemerkt veel meer energie verbruiken thuis. Toch ‘vierden’ we haar afscheid. Ze had haar afscheid zelfs vervroegd, want haar buurvrouw in de hospice kamer naast haar was vorige week plots overleden en dat was zo’n groot gemis voor haar. Zij waren dikke maatjes geworden, deelden dezelfde angsten, leden hetzelfde energieverlies en bespraken alles tijdens hun gezamenlijke ontbijtjes, lunches, avondeten en tijdens bezoekjes bij elkaar op de kamer. Voor haar was alle dynamiek, heel begrijpelijk, in het huis veranderd. Ze wilde geen dag langer blijven nu ze toch vernomen had dat ze terug naar huis moest. Ze heeft geen kinderen en geen partner en zag ons, verplegend personeel, als haar nieuwe familie. Ze leerde onze namen uit haar hoofd, was geïnteresseerd in ons privéleven, maakte schilderijen die in onze gangen in huis hangen, en ze was altijd blij om mij te zien. Ik heb pannenkoeken en wentelteefjes voor haar gebakken. Zij kwam eens met opgeraapte dennenappels uit de tuin voor in onze openhaard bij mij thuis. Ze geeft me haar telefoonnummer en haar postadres. We hadden het er eerder over gehad dat we beiden brievenschrijvers zijn, en zo blij zijn als er een enveloppe in de brievenbus ligt. Hoe leuk zou het zijn als wij ons contact zo voort zouden zetten? Ik beloofde haar een Japanse ansichtkaart in de bus. Mijn eerste brief is inmiddels al bezorgd. 


Twee kilo was ik verloren tijdens die week in Japan…. Ik had elke dag veel gewandeld door de wijken van Tsukuba en Tokio, door de winkelcentra, thrift stores, parken en supermarkten. Ik at niet zoveel daar. Het Japanse ontbijt in ons hotel stond me niet aan met een bentobox vol vakjes met rauwe vis, een kop miso soep ernaast. Vers fruit heb ik daar bij het buffet niet gezien. Wél een keer als toetje in een restaurant, twee mooi doorgesneden aardbeitjes. Ik heb blauwe bessen in een klein bakje in een luxe internationale supermarkt gevonden. Ook heb ik daar een ananas zien liggen. Al het fruit en groente dat in Japan te vinden is, is geïmporteerd. Het is heel erg prijzig. Ik heb dat nog eens nagevraagd aan de Japanse gids van onze fietstour door Tokio. Hij bevestigde dat fruit een luxe is en erg duur. Geen fruit dus voor ons tijdens die week dat wij er waren. Wanneer we daar terugkeren gaan we dat anders doen. We kopen dan ook die drie veel te dure aardappelen in een luxe verpakking, of die paar blauwe besjes in een bakje. Ik zou daar graag op ons balkon zelf wat aardappel-, aardbei-  en tomatenplanten gaan verbouwen. Voor mij geen rauwe vis voor avondeten of zelfs ontbijt. Op een dag liep ik daar tegen een McDonalds aan, ik was in m’n uppie. Ik wees alles aan op de plaatjes, want de digitale kiosk was uiteraard in het Japans. Ik nam een hap uit mijn basic hamburger en ik proefde niet de originele hamburger. Het smaakte naar teriyaki en er was sojasaus gebruikt, toch was het oké voor mij. Zo had ik ook een ervaring in de Starbucks in een groot hip en nieuw winkelcentrum. Ik bestelde een tosti, op de foto zag het er heerlijk Europees uit. Ik nam een hap en het bleek zoet wit brood te zijn, en de kaas was geen echte kaas. Best een teleurstelling, maar het was altijd nog beter dan een portie rijst met rauwe vis. Mijn plan is om daar een broodbakmachine te kopen, een pastamachine mee te nemen en ik wil daar ook zelf zuurdesembrood gaan bakken. Ik twijfel zelfs om melkkefir korrels stiekem in mijn koffer mee te nemen om zelf yoghurt te maken.

dinsdag 12 mei 2026

Wallpainting | kampong Glam, Singapore
WERELDWIJD
Some seek the comfort of their therapist's office, other head to the corner pub and dive into a pint, but I chose running as my therapy.
- Dean Karnazes


We lopen door alle Arabische straatjes in Singapore. Mijn lief loopt eigenlijk achter mij aan. Meteen toen we door de poort liepen van kampong Glam met alle prachtige muurschilderingen waar ik altijd even moet stilstaan om ze te bewonderen, liepen we tegen een groot Turks restaurant aan. ‘Dat is ‘m’ zei mijn lief, maar ik wist dat dat hem niet was. Met ons gezin hebben we bijna drie jaar terug verrukkelijk gegeten bij een Libanees restaurantje. Niet zo groot, op een hoekje hier in de Arabische wijk. Deze wijk staat bekend om zijn mix van cultuur, historie en hippe straatjes. Anderhalf jaar geleden heb ik met verre-afstand-dochter daar weer gegeten for old times sake. Nu wil ik zo graag ons laatste diner samen hier eten. We hebben twee dingen te vieren. Dochter heeft vanmorgen gehoord dat ze de nieuwe baan gekregen heeft die ze zo graag wilde en haar vader is over een paar uur jarig. We lopen maar heen en weer tussen de smalle en volle straatjes en steegjes. Mijn lief stelt voor om maar naar dat grote restaurant pal bij de ingang te gaan. Wanneer we daar op het terras zitten, waar we overigens de enige zijn, en door de menukaart bladeren valt ons één ding op namelijk dat het niet normaal duur is. We staan weer op en verlaten het terras. We vervolgen onze zoektocht weer. Ik vind het pandje, ik herken de ligging op het hoekje en van binnen herken ik de ruimte. Alleen…het is meer een bar geworden die ernaast wat kleine gerechtjes verkoopt. Er staan biervaten tegen de wand. De gezellige tafeltjes binnen zijn weg. Alleen statafels buiten. Teleurgesteld zoeken we op de mobiel naar andere Libanese restaurantjes in de buurt, we vinden een Turks restaurant dat niet zo groot is én normaal geprijsd is. Wanneer we aan ons koude colaatje zitten komt dochter ook naar binnen stappen. We bestellen humus en baba ganoush met plat brood als voorgerecht. Smullen! We feliciteren ons kind met de nieuwe stap in haar carrière. Na de maaltijd lopen we gedrieën  in het donker door het gezellige, levendige China town naar ons hotel. Bij een klein winkeltje koop ik vijf muntjes aan een rood lint met een eeuwige knoop vastgemaakt dat een krachtig Feng Shui symbool is dat staat voor geluk, rijkdom, voorspoed en bescherming voor je nieuwe huis. De vijf munten symboliseren de vijf Feng Shui elementen (metaal, hout, water, vuur en aarde), wat zorgt voor evenwicht en harmonie in huis. Ons allereerste aankoop voor ons huis in Japan. We zullen ze aan de binnenkant van de voordeur hangen om geluk naar binnen te laten stromen. Terug in het hotel gaan we bij het verlaten zwembad zitten op het dak. Ik schenk drie bekers met koud water in. We genieten van elkaars gezelschap, de rust en alle verlichtte wolkenkrabbers om ons heen. Een feeëriek sfeertje in de tropische warmte met een klein fris avondbriesje. We relaxen, praten en lachen zachtjes. Na een tijdje gaan mijn lief en ik ons douchen en omkleden in onze comfortabele reiskleding. We gaan zestien verdiepingen naar beneden, halen onze koffers van de bagagekar bij de piccolo en bestellen een Grab. Op de luchthaven drinken we met z’n drieën nog gezellig een warme chocomel waarna het echt tijd is om afscheid te nemen van elkaar. Voor hoe lang? Het blijft altijd een vreselijk moment waarbij ik terplekke al heimwee voel. Ik mis haar al terwijl ik haar nog in mijn armen vast houd. Hartzeer.


We zouden de trein nemen van Schiphol naar Breda. Zo hadden we het afgesproken. Het is de ochtend van mijn lief’s verjaardag. We ‘appen met de meiden dat we goed aangekomen zijn. Zij stellen vragen terug. Ik vraag of we met onze bankpas in de trein kunnen stappen of een treinkaartje moeten kopen. Zij antwoorden. En al die tijd staan zij ons achter het glas te begluren terwijl wij onwetend bij de bagageband staan. Uit de schuifdeuren lopen we met de koffers achter ons aan slepend…staan ze daar in eens met bordjes ‘Deze oude makker is jarig’ en ‘Welkom terug dames’ en een heliumballon in hun handen. Wat een verrassing! Al kletsend en blij lopen we naar de auto. We eten thuis verjaardagstaart en geven onze cadeautjes met oudste dochter als vanouds online. We dineren pas op zondagavond vanwege ieders volle agenda. Een zondagavond waarbij we uitgeput maar voldaan op de stoelen in het restaurant neerploffen. Alle drie onze dochters liepen vanmiddag mee met Wings for Life world run. Het is een heel bijzondere hardloopwedstrijd (de grootste van de wereld)  met een catchup car die achter de hardlopers aanrijdt en de lopers uit de wedstrijd haalt. Het doel is om voor onderzoek naar ruggenmergletsel zoveel mogelijk geld op te halen, en zo ver mogelijk te rennen voordat je gepakt wordt. Wereldwijd op hetzelfde tijdstip! Dochterlief en haar vriend in Singapore renden ook mee. Onze neef en nicht renden mee, en veel vriendinnen van onze meiden. Mijn zus, mijn lief en ik raceten op de fiets naar strategische plekjes om aan te moedigen, te filmen en te fotograferen. Het aanmoedigen is leuk, maar ook totaal niet ontspannen dus na twee plekjes juichen fietsten mijn zus en ik via het Mastbos naar het centrum waar we op een zonnig terras ploften om iets kouds te drinken met een portie bitterballen. Mijn lief fietste met beste vriendin van onze jongste mee, zij rende bijna drieëntwintig kilometer voor ze gepakt werd! Jongste dochter en neef renden vijftien kilometer en de anderen, ook in Singapore!, liepen rond de tien kilometer voordat ze gepakt werden. Zo leuk dat ze over de hele wereld tegelijkertijd meerenden. Omdat iedereen op een andere plek in Breda uitviel werden ze met bussen opgehaald en terug naar de start gebracht. Daarin schoot de organisatie iets te kort, honderden mensen stonden bij de bushaltes urenlang te wachten op te weinig bussen. Mijn lief besloot met de auto al onze bekenden op te halen wat hem een uur kostte. Wat deze dag voor mij intens maakte was dat ik ook nog om half acht in de ochtend naar een heel grote rommelmarkt ging om Nederlandstalige boeken te scoren. Om mee te nemen naar Japan. Twee grote tassen vol tweedehands boeken die ik meestal voor een eurootje per stuk op de kop tikte. Heel tevreden ging ik naar huis waar iedereen zich verzamelde voor de hardloopwedstrijd. We aten appeltaart en tompoucen voor Moederdag. De lopers onder ons smeerden boterhammen in de keuken. Ik had nog steeds mijn jetlag van zes uur waardoor ik om vijf uur ’s ochtend al klaarwakker was. De inzet was niet voor niks. Er is wereldwijd meer dan negen miljoen euro opgehaald door bijna twee miljoen deelnemers! Voor ons betekende het ook een familiedag met mijn zus en onze gezinnen. Een dag met een gouden randje, een warme herinnering die we zullen meenemen naar Japan. 

donderdag 7 mei 2026


Together with oldest daughter | Singapore
REIZEN OVER DE GLOBE
‘Actually, the best gift you could have given her was a lifetime of adventures.
– Lewis Carroll


Het is vakantie! Vanaf maandag heeft mijn lief al zijn overgebleven vakantiedagen opgenomen en is hij een maand vrij. Wij zijn in Singapore. In het tropische Singapore. Een zweterig weerzien met onze oudste dochter, zij woont hier. Bijna drie jaar geleden hebben wij haar, na een maand met ons gezin rondgereisd te hebben door Borneo, hier afgezet in haar toenmalig gehuurde kamer. Het fijne weerzien was buiten ons hotel. Een omhelzing, in de ogen kijken, nog een keer goed vasthouden. Een kus. Ze ging mee naar onze luxe hotelkamer. Hier hadden we alvast voor haar verjaardag een volle koffer met Hollandse boodschappen, een voorraad contactlenzen, notebooks, een tasje vol vitamines voor haar vriendin, twee brieven van haar zusjes en wat Japanse souvenirs klaargezet op het bed. We hebben een prachtig zwembad op het dak van ons hotel, op de zestiende verdieping, maar helaas heeft zij deze dagen geen tijd om ervan te genieten. Ze werkt. Zij heeft al haar vakantiedagen al ingezet voor een reis naar Nieuw-Zeeland met vriendinnen aankomende zomer en naar Thailand met haar jongste zusje. Op de maandagavond dat we haar ontmoetten was ze in de ochtend net geland van een kort reisje met haar vriend naar China. We zijn dus vier avonden samen én een lunch tussendoor waarbij we haar ophaalden van kantoor. We lunchten in het zeer levendige Lau Pa Sat. Gelegen in het hart van het financiële district, omringd door moderne wolkenkrabbers. Het is een historisch monument uit de negentiende eeuw, gebouwd met opvallende Victoriaanse gietijzeren elementen en een centrale klokkentoren. Het is een van de bekendste hawkercentres, eetstalletjescentra, van Singapore. Wij aten lokale gerechten zoals laksa soep met noodles en loempiaatjes. Het is heerlijk genieten van haar gezelschap. Een vrouw van bijna achtentwintig alweer. Een zakenvrouw. Een kosmopoliet. Een zeer intelligente vrouw. Een heel sportieve vrouw. Een warme persoonlijkheid met het hart op de juiste plaats. Ze heeft hier een mooie groep vrienden om zich heen verzameld. Ik ben heel trots op haar en houd heel veel van haar. Ondanks dat we elkaar zo’n één keer per jaar zien voelt ze heel dichtbij. We bellen wekelijks en schrijven elkaar lange brieven. De komende dagen lekker doorbrengen in haar bijzijn. Haar lach, haar geïnteresseerd luisteren, haar verhalen en haar aanraken. Op de tweede avond gingen we na het Thais eten op straat naar haar appartementje in Little India. Een kleine ruimte met een keukentje, badkamer en slaapkamer. In de ruimte ertussen staat nog een bankje en een eettafeltje waar ze vaak tot in de nacht aan zit te werken. Ze kookt nooit, koopt haar eten onderweg. Mijn lief was er nog niet geweest. Ik had er al een keer een week gelogeerd, samen in haar grote bed. Ze is op zoek naar een ander appartement. Nieuwer, groter of net zo groot maar dan met een zwembad bij het appartementencomplex. Laat haar maar schuiven. Ze is in de run voor een andere functie bij haar bedrijf. Een ambitieuse dame. Ze laat haar koelkast zien die nu volgestouwd is met veel Hollandse koek, een kilo kaas, crackers en veel zakken paprikachips. Net op tijd want haar voorraad, die ze zelf in januari meegenomen had, was zo goed als op. Vanuit Japan is er maar een uurtje tijdsverschil met haar. Dat voelt dichterbij ookal was het nog steeds zeven uur vliegen vanaf Tokio. We zullen onze lange-afstand-dochter waarschijnlijk vaker zien. Ik kan eens overstappen in Singapore op weg naar huis en zij wil een keer in het weekend naar Japan komen waarbij ze aansluitend wat dagen bij ons thuis werkt. Zo bewegen wij ons als expatgezin, haar zussen reizen graag samen met haar, steeds over de globe. In ieder geval de komende drie jaar. 


We zaten klaar bij de picknicktafels buiten de mall. Onze dochter laat ons echter weten dat ze nog één halte moet, of wij alvast naar de hair spa willen lopen. We vinden het piepkleine winkeltje op de eerste verdieping. Er werken een stuk of zes Aziatische jonge meiden, hun Engels is onvoldoende. Vietnam of Cambodja misschien? Zodra dochter binnen stapt worden we met z’n tweetjes achter een zwart gordijn geloodst in een serene ruimte waar we een soort strapless jurk aan mogen doen. We gaan naast elkaar liggen met ons hoofd boven een wasbak. We krijgen warme kruikjes op onze buik gelegd en ook met een strip onder onze voeten bevestigd. Eerst een diep ontspannende massage van decolleté, hals, gezicht en hoofd. Haar diensten zijn afkomstig van traditionele technieken en richten zich op diepe ontspanning, gezondheid van de hoofdhuid en stressverlichting. Ze gebruikt traditionele kruiden, crème, oliën, scrub en koude en warme handoekjes. Ze speelt met water, een handdouchekop maar soms ook twee. Ze borstelt zachtjes m’n haar onder de douchekop. Ik krijg een gezichtsmasker op. Ze masseert mijn schedel met twee stenen die elkaar soms aantikken. Ook mijn nek aan de achterkant en mijn slapen behandelt ze, haar handen zijn magisch. Zij masseert mijn schedelbeenderen, zó ontspannend. Goed voor het bindweefsel daar. Als alles gesopt, gespoeld en gedroogd is bindt ze de handdoek om mijn hoofd. In een stoel naast mijn dochter worden mijn haren gedroogd en geborsteld, door twee meiden tegelijk. Wat een luxe! Daarna worden we door onze dochter op een diner getrakteerd bij een dumplingrestaurant waar allelei soorten gyoza geserveerd wordt. Tot en met het dessert, een dumpling met peer en vanillesaus erin en een bolletje ijs ernaast. Ik hóud van dumplings! 


Singapore | 6 mei 2026

maandag 4 mei 2026

Shibuya crossing | Tokyo 
FIETSEN
‘Living in Japan is often described as a unique blend of ancient tradition and futuristic innovation, offering a harmonious, safe, and often paradoxical daily experience. It is characterized by deep respect, attention to detail, and a serene, yet highly efficient, urban life.’
- Marie Kondo


Ik fiets aan de linkerkant van een grote tweebaans straat met aan beiden kanten luxe winkels. Ik fiets op m’n crossfiets hard achter Haru aan. Haru, de gids, is een Japanse student die zich hier beweegt als een vis in het water. Tokio is zijn hometown. We fietsen met z’n tweetjes door de populaire wijk Shibuya. Shibuya is een van de meer dan twintig speciale wijken van Tokio, bekend als een bruisend centrum voor mode, uitgaan en winkelen. Het is een must-visit voor trends, uitgaansgelegenheden en neonverlichte straten. Het typische drukke Tokio dat wij kennen van TV. Ik fiets met een Japanner door het centrum van Tokio en ik voel me senang hier! Ik heb niks bij me, geen tas en dus geen geld, geen mobiel en niet eens m’n paspoort. Ik ben mijn lief, Gin de andere gids en twee echtparen ergens in een druk smal winkelstraatje waar we de fietsen aan de hand meenamen, kwijtgeraakt. Godzijdank was Haru nog in de buurt! Hij wilde alles met me overleggen welk zijstraatje we ingingen om de kwijtgeraakte club terug te vinden of waar we de autoweg weer opgingen aan de linkerkant. Ik zei hem ‘Ik volg jou, ik ben als Nederlandse niet gewend om álles te overleggen. Ik voel me veilig bij jou en ik vertrouw jou helemaal op de fiets. Doe je ding!’ Hij keek opgelucht en daar gingen we, op zoek naar de rest van onze groep. Ons wringend met fiets tussen de megadrukte van voetgangers bij het stoplicht om over te steken. De autoweg weer op (links natuurlijk!) om snelheid te maken. Ik heb geen Japanse  highlight meer gezien dat stuk achter hem aan, maar oh wat genoot ik fietsend door het centrum van Tokio! Zo’n vrij gevoel wat ook benadrukt werd door je fiets overal te mogen parkeren en niet op slot te hoeven zetten. Geen slot! Na een tijdje kwamen we op het eindpunt terecht om de fietsen in te laden in het busje, tien minuten later kwam mijn lief aanfietsen met de rest van de club. Hij was niet bezorgd geweest, alleen bij het idee dat ik Haru ook kwijt geraakt zou zijn. De groep had het fameuze, chaotische Shibuya kruispunt overgestoken. Ik niet. Dus toen mijn lief en ik na het fietsavontuur samen over een festival gewandeld hadden met live muziek en streetfood, wij van softijs hadden genoten, gingen wij met z’n tweetjes naar de wereldwijd bekende Sibuya Crossing. Van middelste dochter hadden we inmiddels vernomen dat dit een hit was op TikTok. Als eerste rennen naar het middelpunt van alle zebrapaden zodra het voetgangerslicht op groen gaat en dan gaan zitten, liggen, springen of iets anders gek doen mits je het maar filmt! Ook wij deden mee aan die cult natuurlijk. Als eerste oversteken, zorgen dat je fotograaf meerent naar ‘t midden en dan enthousiast doen voor de lens terwijl alle mensen gaan oversteken. Echt leuk! De vibe in deze wijk is zó levendig en anders dan het zakelijk district hier vlakbij, of Tsukuba. Tsukuba is eigenlijk meer een slaapstad, het Almere naast Amsterdam. Vanuit Tsukuba een klein uurtje forensen met de nieuwe sneltrein naar het hippe Tokio. Wij kiezen voor wonen in het relatief saaie Tsukuba met hoge nieuwbouwflats met expats maar ook vlakbij de twee fabrieken van mijn lief. Eén weekdag zal mijn lief in Tokio op het hoofdkantoor werken (ik kan dan eventueel mee naar de stad) en in het weekend zullen we er ook regelmatig te vinden zijn, de stad bruist tenslotte. Daarna weer gauw terug naar ons rustige appartementje waar we ons thuis lekker zen zullen voelen. 


We kozen voor de Senso-ji tempel in het centrum van Tokio. Na rustig op zondagochtend wakker worden in onze Airbnb, gewoon onze bakjes yoghurt met vers fruit in de ochtend én m’n kop kamillethee voor ontbijt - in plaats van een ontbijtbuffet in het hotel met veel Japanse opties zoals miso soep en een houten bak met wel negen vakjes, elk gevuld met rauwe vis. En zwarte thee nooit kruidenthee in Japan. Op ons gemakkie naar de bus lopen. Senso-ji, gelegen in de drukke en toeristische wijk Asakusa, is de oudste en meest iconische boeddhistische tempel van Tokio.  Al opgericht in 645 na Christus en gewijd aan Kannon, de godin van de genade. De antieke boeddhistische tempel is bekend om zijn enorme rode kleur en ook om de megadrukke Nakamise-dori-winkelstraat er vlakbij.  Deze populaire tempel trekt zo’n dertig miljoen jaarlijkse bezoekers. Ook vandaag was het inderdaad heel druk. Toch stonden wij ineens binnen de tempel voor een houten kast vol laadjes met nummers. Ervoor een metalen shaker waar bamboestokjes inzaten met dezelfde nummers als de laadjes. Het traditionele ‘waarzeggen’ heet Omikujik hier. Ik mocht na een muntje doneren de shaker schudden en daar kwam aan de zijkant een stokje met een nummer uit. Tijdens het schudden mocht ik mijn wens in gedachten houden. Het blaadje dat in de juiste lade lag nam ik mee. Als het een slechte voorspelling zou zijn mag je het papiertje vastknopen aan een metalen lijntje, je laat daarmee het negatieve achter in de tempel en de monniken zullen het ritueel verbranden. Ik had gelukkig een prachtige voorspelling. Ongelofelijk maar waar, er stond dat mijn verhuizing voorspoedig zou verlopen en dat ik gelukkig zou worden! 


Tokio | 3 mei 2026

vrijdag 1 mei 2026

Japanese welcome party | Kangeikai
VIS, VIS EN VIS
When I am eating eel donburi from a rust-red lacquered bowl and they bring me a cup of eel broth to go with it. Deeply smoky, slightly oily, dark as night.’
- Nigel Slater


Het zit al zeker zo’n twintig minuten in m’n rechterwang verstopt. Ik moet dit kwijt, want ik kan ook niet goed praten zo… Ik kan aan niks anders meer denken dan die rauwe slak uit mijn mond te halen. Schelpdieren, stukjes zeeslang, rauwe inktvis, rauwe zee-egel en rauwe slakken zonder huisje, ookal ligt het prachtig op een bedje groen met knaloranje viseitjes als garnering, ik gruwel ervan. We zitten met drie Japanse collega’s van mijn lief te dineren aan een lage tafel en best dicht op elkaar. Ik stel dan toch maar voor dat ik naar het toilet ga. Ik wurm me uit de setting, één collega moet helemaal opstaan voor me en weg lopen van de tafel zodat ik er op m’n sokken langs kan. In het damestoilet staan twee kleine klompjes klaar die je behoort aan te trekken op het toilet. Eindelijk die slak uit mijn wang gepurd. Daarna mijn mond gespoeld en ik was zó opgelucht dat ik gedachteloos naar de eettafel wilde lopen, toen ik na een halve minuut doorhad dat ik op die kleine klompjes het toilet uit was gelopen! Net op tijd een pijnlijke afgang voorkomen! Zoals ik ooit in Korea in de slofjes van een monnik was gegleden en daar tijdens de vele rondjes lopen om een heilige bel, achter kwam. Die warme sloffen brandden toen aan mijn voeten. Ik heb het ingefluisterd in de oor van de persoon voor mij en heb me toen terug naar de tempel gehaast om de schoentjes om te wisselen. Tijdens het etentje was alles precies zoals ik het voorbereid had. Mijn lief en ik wachtten netjes zoals het hoort tot we plaatsen toegewezen kregen. Mijn glas werd meteen nadat ik de laatste slok op had opnieuw gevuld (door de hoogste in rang aan tafel). Wanneer ik niets meer wilde drinken liet ik een laagje staan. Ik denk dat de mannen aan tafel wel vier of vijf grote glazen bier tijdens het diner wegdronken. De eetstokjes horen tussendoor steeds horizontaal voor je te liggen met de puntjes naar links. Nooit de stokjes rechtop in een bakje met rijst laten staan, dat heeft iets te maken met de dood. Mijn lief had de stokjes verkeerd voor hem liggen, dus ik seinde hem in. Ze hadden helaas een menuutje uitgekozen van alleen vis en zeevruchten dus het was écht afzien voor mij. Het eerste gerecht was een stukje rauwe zee-egel, ik at het beleefd op, een zoute zilte smaak die ik wegspoelde met mijn ginger beer. Het lekkerste deze avond waren wat rauwe plakjes van bonito, kort geschroeid in de pan. Bonito is een kleine, roofzuchtige vis die behoort tot de makreel- en tonijnfamilie. Deze vis is populair in de Japanse keuken, katsuo.Misschien vond ik de gebakken stukjes wortel van een lotusbloem het allerlekkerst. Specialiteit uit de Tsukuba regio. Er zijn hier veel meren waar de lotusbloem groeit met de wortels in de modder. Het smaakte naar aardappel rösti. Het laatste gerecht waren noodles. Ik schrok. Noodles eten met rasechte Japanners aan tafel, hoe ga ik dat doen met stokjes? Ik vroeg het ze gewoon. Zij hadden veel lol. Ik mocht dus mijn kommetje optillen, met de stokjes steeds een beetje meer van de lange noodles naar mijn mond brengen en slurpen. Het is beleefd om zó hard te slurpen dat de kok het hoort. Voor hem is dat een compliment! Ik vond dat slurpen echt heel moeilijk. Het dessert was trouwens ook heerlijk, twee in plakjes gesneden aardbeien. Ik begrijp nu wel waarom in Japan weinig overgewicht voorkomt. De hele avond chique dineren met kleine stukjes vis en wat noodles, daar word je niet snel dik van. De mannen vertelden ook dat ze voor lunch meestal alleen een bolletje witte rijst meenemen van thuis. In hun bentobox, soms met wat bouillon erbij. Ik vond het fijn om ze open vragen te mogen stellen. Over het collectief denken en nooit aan jezelf. Altijd staat de groep voorop. Nooit een persoonlijk compliment geven, altijd aan de groep. Nooit een persoonlijk compliment ontvangen, het resultaat is altijd te danken aan de groep. Zelfs een promotie voorbij laten gaan wanneer dat beter is voor de groep. Dat gaat ver. Die collega verklaarde ook dat daarom de zelfmoordpogingen zo hoog zijn in Japan. De andere collega legde uit dat zijn oma en opa een rijstplantage hadden. Dat konden ze niet alleen. Buren, vrienden en familie hielpen mee met oogsten. Als je die hulp niet zou geven lig je uit de groep. Elk resultaat is bereikt door de samenwerking van de groep. Ik kon vragen over onze zitplaatsen aan tafel dat verband houdt met de deur en de muur waar de versieringen aan hangen. Ik heb naar hun vrouwen gevraagd. Ik heb zelfs gevraagd hoe het thuis in hun gezinnen er aan toe gaat wanneer je nooit voor je mening mag uitkomen - zoals op het werk. Alleen met veel alcohol op durven ze onder collega’s pas echt te zeggen wat ze ergens van vinden. Ze waren deze avond heel eerlijk en open. Ik ook, toen ik wéér een bordje met rauwe vis en stukken inktvis voorgeschoteld kreeg. ‘Deze sla ik even over als jullie het goed vinden..’


Een half uurtje met de sneltrein en we zijn in de hoofdstad, nog twee keer overstappen in de metro en we staan op het hoofdkantoor in het zakelijk district Chiyoda in Tokio. Mijn lief met een strakgetrimde baard, een zwart pak aan, een gladgestreken wit overhemd eronder, superglanzende zwarte schoenen aan z’n voeten, een zwartlederen aktetas en z’n armbanden afgedaan. Om door een Japans ringetje te halen. Ik ben trots op hem. Hij heeft na een dag kennismakingen op de fabriek - waar op de bovenste verdieping berg Fuji te zien is op een heldere dag - óók een dag kennismakingen op het hoofdkantoor. Het gebouw mooi ontworpen door een Franse architect met een façade van glas. Mijn lief zal binnenkort een dag per week daar werken. Ik zwerf vandaag kilometers door de stad dat de komende jaren de mijne zal worden. Ik bezoek het vroegere keizerlijk paleis wat eigenlijk meer een verbouwd kasteel was uit 1457, met nog bestaande kasteelmuren. Er is nog één overgebleven uitkijktoren, waar nu de keizer woont, dat is het symbool van het keizerlijk paleis geworden. Ik verdwaal in de grote bijbehorende paleistuinen. Ik lunch in m’n uppie in de buurt en wandel weer kilometers naar de Kanda wijk, een historische wijk met een lokaal sfeertje. Ik slaag er voor bruine Adidas gympen, voor bijna de helft van de prijs als thuis. Eind van de middag wandel ik weer terug naar het zakelijk district en bel onderweg met de kinderen. Aangekomen stel ik me voor aan wat collega’s op kantoor en na samen een diner met mijn lief in de buurt reizen we weer terug naar Tsukuba. In de volle maar muisstille treinwagon ontvangen we onverwachts nog twee opties voor een appartement. We gaan zelf even kijken vier minuten lopen van het treinstation, inmiddels donker, laten we ons binnen in het wooncomplex, bepalen waar de zon opkomt en lopen er zeer tevreden een rondje eromheen. Dit kan nog wel eens ons toekomstig woonplekje worden!


Tsukuba | 30 april 2026

dinsdag 28 april 2026

Authentic Japanese restaurant | our first night
JAPANS
'Honesty' in social life is often used as a cover for rudeness. But there is quite a difference between being candid in what you're talking about, and people voicing their insulting opinions under the name of honesty. 
Judith Martin


Mijn hoofd tolde bijna. Zóveel informatie kregen mijn lief en ik in twee dagdelen aangereikt. Online kregen we twee dagen lang een intensieve, interculturele training. Allereerst over de geschiedenis van Japan waarin Nederland een heel grote rol heeft gespeeld vanaf 1609. Voor dat speelde de invloed van China natuurlijk een grote rol, bijvoorbeeld voor de taal. Wij hoorden voor het eerst dat Nederland van 1641 tot 1853 via een handelspost in Japan het enige westerse land was met handelsrechten. Ik denk aan de zeevarende VOC. Zo begon een periode van intensieve handel en groeide er een speciale band tussen Nederland en Japan. Nederland fungeerde als hun venster op de wereld. Wij introduceerden westerse wetenschap in Japan: geneeskunde en technologie, wat natuurlijk bijdroeg aan Japans modernisering. Zo kwam er urenlang een constante stroom aan informatie door het scherm. Heel interessant om naar te luisteren en ik schreef ouderwets alles samengevat in mijn schriftje. Daarnaast kregen we formele kledingtips die tot en met de schoenen gelden, uitleg over buigen in plaats van handen schudden of een omhelzing, de regels wie waar zit in een vergaderzaal, een taxi of zelfs staand in een lift, dat alles er om harmonie draait, de groep staat voorop en niet jij als individu en de ruimte kunnen lezen is van levensbelang, want Japanners zullen nooit hun mening zomaar geven. Dat doen ze pas als ze flink aangeschoten zijn. Stomdronken op straat, in de metro of tegen een muurtje aanhangen zien zij als een compliment, want dan werkt deze man kennelijk heel hard. Zóveel cultuurverschillen dat ik het nauwelijks kan bevatten. Deze trainingen waren aan het eind van een voor mij zeer sociale week ingepland. Ik had een reünietje met mijn drie vriendinnen die ik nog uit onze Madrid-periode ken, volgend jaar twintig jaar geleden! Een middag en avond in Utrecht samen doorgebracht waarbij we kletsten van het zonnige terras waar we elkaar ontmoetten, wandelend door de stad, tot aan het Spaanse restaurantje waar we dineerden. De dag daarna had ik wederom weer een sociale middag en avond met mijn meer dan dertig collega’s uit het hospice. Sociale contacten onderhouden en afspreken met anderen, soms wil ik er niet aan. Geen zin, te druk, te eng. Eerlijk gezegd voelde ik ook wel wat weerstand tegen het teamuitje. Ik was moe en wist zeker dat zoveel tijd doorbrengen met collega’s ook heel vermoeiend zou zijn. Máár, mensen om je heen zijn belangrijker voor je welzijn dan je denkt. Dus heb ik mezelf bijeengeraapt en ben erheen gefietst. Een borrel op een zonnig terras, een quiz met zes teams waar ik best tegenop zag maar uiteindelijk was het best leuk en won mijn team de eerste plaats. Aan de lange eettafels had ik dit jaar een fijne plek veroverd. Vorig jaar had ik niet zo’n gezellige tafel, ik moest er veel energie insteken, ik was toen ook nog best nieuw. Dit jaar zaten er leuke vrouwen naast me. Door kleine momenten van rust te creëren, kon ik beter omgaan met stressvolle momentjes tijdens m’n teamuitje. Ik liep even naar buiten, ik liep even naar het toilet, of legde mijn jasje even weg op de bar. Zo kon ik kalm blijven en geaard. De Dalai Lama gelooft trouwens dat je als eenling een heleboel kunt betekenen voor de sfeer met je collega’s. Door zelf vrolijk te groeten, een lach en interesse tonen kan al een heleboel betekenen voor de ander én voor jezelf. Al met al heb ik alle drukke weekdagen overleefd en heb ik zelfs zaterdagavond nog met de deelnemers van 4hetleven een enthousiaste tribute van ABBA bijgewoond.


Na een middag en nacht vliegen kwamen we rechtstreeks aan op Tokio vliegveld. Waarna we gelukkig via Google Maps onze weg konden vinden in het zeer uitgebreide metro web van deze miljoenenstad. Thuis hadden we al een beginnetje gemaakt met het downloaden van de Japanse Suicaapp waarbij je - door je mobiel tegen de paal te houden - betaalt voor het openbaar vervoer. Ideaal! Na twee keer overstappen van metro, godzijdank stond er ook veel in het Engels aangegeven, vonden we de semi rapid sneltrein vanuit Tokio naar Tsukuba, de stad waar we willen wonen. Na een half uurtje in absoluut stilte in de treinwagon, arriveerden we bij het één na laatste stationnetje. Ik zei tegen m’n lief dat de naam me zo bekend voorkwam. Er ging echter nog geen belletje rinkelen. Totdat we bij het eindstation aankwamen en de ‘app aangaf dat we te ver gereden waren… Aan de andere kant van het perron konden we weer instappen om terug te rijden. Omkijkend zagen we dat onze trein meteen weer terug ging naar Tokio dus we renden en sleepten onze drie koffers weer terug in de Tsukuba Express toen mijn lief zag dat dit de supersnelle rapid trein was die juist niet stopte bij ons stationnetje! Weer gauw eruit met onze bagage, en geduldig en lachend wachten op de juiste trein. Na onze lunch stond de makelaar al precies op tijd op ons te wachten om drie woningen te bezichtigen. De eerste lag te ver buiten het centrum, tussen veel hotels en weinig woningen. Op slofjes liepen we op de bovenste etage met uitzicht op de Tsukuba berg. We werden er ondanks dat niet warm van. De volgende was een huis, veel ruimte en zelfs een tuin en eigen parkeerplaats. Toch stonden de huizen flink op elkaar en hadden allemaal grote airco’s aan hun buitenmuur hangen. Daar werd ik dan wat onrustig van. De allerlaatste van de drie was het meest in het ‘oude’ centrum gelegen wat ik aantrekkelijk vond. Een spiksplinternieuw gebouw naast een antieke tempel gelegen. Heel blij liep ik op m’n slofjes binnen rond. Echter, aan de andere kant van het appartement was de achterkant van een bar gelegen. Dat vonden we wel spannend vanwege geluidsoverlast.  Toen bleek dat er in de huiskamer geen plek was voor een eettafel én een flinke bank hebben we deze helaas ook af moeten wijzen. We hadden zo gehoopt dat we vandaag een keuze konden maken. Ik mis hier een kus, een hand of een arm van m’n lief op straat. Verboden. In de avond stapten we een leuk authentiek, klein restaurantje binnen. Schoenen uit, op onze sokken, klommen we op een laag bankje aan een bar waar we van ‘n Japanse menukaart met Google Translate ‘app wat eten bestelden. Alles was het nét niet…bijvoorbeeld een bord vol gefrituurde piepkleine garnaaltjes die in z’n geheel met voelsprieten en oogjes opgegeten dienden te worden!


Tsukuba | 27 april 2026

dinsdag 21 april 2026

Youngest and I starting a meal together | Utrecht
UTRECHT
We must love our adult children enough to let them go. This is what tough love is. We must hope that their future, as well as ours, can be filled with positive changes and abundant love.’
- Allison Bottke


Op een houten bankje samen in een gezellig vooroorlogs buurtje in het centrum van de stad Utrecht. Stadse kinderen spelen buiten, voetballen en steppen over straat. Tegenover ons ligt een yogaschool. Het is er een komen en gaan van yogi die voornamelijk op de fiets komen. Hippe mannen en vrouwen met een yogamat op hun rug. Op deze vroege lente-avond zitten jongste dochter en ik buiten op een terrasje te wachten op onze kaasfondue. Nog een verjaardagscadeau van haar aan mij. We hebben allebei een glas met een heerlijke limonade met een takje munt en een citroentje voor ons staan. We genieten van de gezellige omgeving van moeders die hun kind ophalen van het pleintje om thuis aan tafel te gaan. Meerdere huiskatten zwerven hier over straat. Zeer weinig auto’s maar des te meer fietsers en voetgangers. Wij kletsen, de serveerster brengt ons potjes met hete kaasfondue, stokbrood en gesneden groenten. Ik denk dat karton morgen opgehaald wordt in deze buurt, ik zie meerdere bewoners met karton in hun armen voorbij lopen. In het benedenhuis voor ons, met ouderwetse vitrages, zien we een mantelverzorger vertrekken die de huissleutel buiten in ‘n bakje aan de muur met een code legt en op de fiets stapt. Het Nederlandse, typische en gewoonlijke dagelijkse leven in een eigentijdse stad. Dochter en ik genieten van de omgeving, van het eten en van onze ongestoorde gesprekken. Moeder en kind. Wij maken deel uit van de vrouwenlijn. Door onze bloedband zijn we verbonden met elkaar. Ik herken mijn jonge zelf in haar in hoe zij leeft. Het makkelijk vriendinnen maken, de zin in avontuur, de zin in het leven, onvermoeid zijn, aanstekelijk enthousiast en je angst kunnen parkeren om iets heel nieuws te proberen. Zij praat vanavond en ik luister. Deze tijd samen is belangrijk en het voelt heel natuurlijk voor mij dat ik als moeder haar, en mijn andere twee dochters, als gelijkwaardige en onafhankelijke volwassenen behandel. 


De dag hiervoor was ik in Rotterdam bij onze tweede dochter. Ze liet twee verstandskiezen trekken in het ziekenhuis en als vanzelfsprekend vergezelde ik haar. Eerst even bij haar thuis boterhammen eten en toen met de bus naar het ziekenhuis. Tijdens de procedure hield ik natuurlijk haar hand vast onder het steriele lichtblauwe kleedje en kneep zij m’n hand van angst bijna plat. Eenmaal weer bij haar thuis dronk ik nog een kopje thee terwijl zij nog bijkwam van wat er net gebeurd was. Ik luisterde. Voor de files uit reed ik weer terug naar huis. Haar veilig achterlatend in haar gezellige appartementje in de grote stad. Zij redt het wel. Haar koelkast stond vol met vloeibare en zachte etenswaren die ze de dagen erna kon eten. De avond van de kaasfondue met haar zusje bleef ik gezellig slapen in de twijfelaar. Op haar studentenkamer. De relatie tussen mij en mijn dochters voelt zeer hecht en ik hoop ook ondersteunend voor ze. Van beiden kanten herkenning in uiterlijk en in ons doen en laten. De allereerste relatie die je als meisje hebt, is die met je moeder. Wij zijn allemaal dochters. Dat schept veel herkenning en daaruit vloeit als vanzelfsprekend verbinding. Verbinding voel ik heel sterk. Oók met de dochter die al bijna drie jaar mijlenver van ons vandaan woont. Zeven uur tijdsverschil dat na de zomer, na mijn verhuizing naar Japan, nog maar een uurtje tijdsverschil zal zijn. Helaas heb ik dan met haar zusjes juist acht uur tijdsverschil… Wij kunnen dat. Veel strubbelingen in het contact tussen moeders en dochters gaan over ‘Zie en hoor je mij helemaal?’ Ik herinner me mijn eigen strubbelingen met mijn moeder precies daarover. Ik ben een dochter waarvan mijn moeder al is overleden, al twintig jaar geleden inmiddels. Een moeder geeft haar dochter het gevoel dat ze goed is zoals ze is, leert haar op een gezonde manier met emoties om te gaan en biedt grenzen wanneer dat nodig is. Ik hoop dat mijn dochters het gevoel hebben dat ze mogen zijn wie ze zijn en dat ze voelen dat ik onvoorwaardelijk van ze houd. Ik hoop dat hun papa en ik ze alle ruimte hebben gegeven, en nog steeds geven, om een eigen identiteit te ontwikkelen. Het plannen van momenten zoals in Utrecht of mee naar het Rotterdamse ziekenhuis helpen om blijvende herinneringen te creëren. We vergeten soms om de tijd te nemen om écht te verbinden met onze volwassen kinderen. Vooral nu wij gaan emigreren naar Japan worden deze herinneringen juist steeds dierbaarder. Die ochtend die volgde gingen we lekker lang ontbijten op een zonnig terras. Nog even een beetje shoppen, nóg een theetje en toen was het moment daar dat zij een bus naar de universiteit moest nemen en ik de tram naar de parkeerplaats waar mijn auto stond geparkeerd. Een beetje depri moment en dus stapte ze eerst nog twee haltes bij mij in de tram. Uitstel van dat weeïge gevoel van komende heimwee. Nog wat lieve berichtjes na ons afscheid heen en weer. Ook al kwam ze de volgende dag alweer terug naar Breda…

dinsdag 14 april 2026

Our girls ran 10 kilometers | Rotterdam
TUSSENFASE
There is no such thing as a bad run. There are just some runs that feel better than others.’
 - Hal Higdon


Voor achten vertrokken we afgelopen zondagochtend al met ons ontbijtje in de hand richting Rotterdam. Twee dochters liepen tien kilometer op de dag van de marathon. We gingen met de auto, aten ons ontbijtje onderweg. Het was maar negen graden buiten, met een straf windje. We waren half negen bij de woning van middelste dochter. Alle spullen werden verstandig uitgewisseld in tassen die wij als ouders bij ons droegen en toen vertrokken we met de metro. Eenmaal boven de grond bleek het bij Blaak een enorme drukte van hardlopers te zijn. De sportievelingen voor de lange marathon liepen de ene kant op en de hardlopers voor tien kilometer liepen weer een andere kant op. Lange rijen voor de mobiele toiletten. Voorbij de kubuswoningen was de start. Ieder kind had een ander startvak aan de hand van hun gemiddelde looptijd over de afstand. Mijn lief en ik zouden alvast vooruit lopen en dan zouden we ze voorbij zien komen rennen, daarna konden we makkelijk oversteken en zouden we ze op de terugweg nóg een keer voorbij zien rennen. Ik had zelf een bord van karton gemaakt om ze enthousiast toe te juichen. Wij zijn niet zo thuis in Rotterdam en mijn lief vroeg de weg aan een andere toeschouwer. Hij stuurde ons terug naar de startvakken, wat ik heel vreemd vond, en daar moesten we oversteken dan zouden we onze dochters zien. Na de start van jongste kwamen we er online achter dat we inderdaad in de verkeerde richting gewezen waren. We zouden ze vanaf deze plek maar één keer kunnen zien, alleen op de terugweg… Mijn lief is nog hard vooruit gelopen om tóch een glimp van ze op te pikken na de start. Ik bleef een uur wachten in de sterke wind en in de kille schaduw tegen een tijdelijk hekwerk aan. Ik stond een kilometer van de finish vandaan, mooi in de bocht om ze van verre te zien aankomen.  Ik was inmiddels verkleumd, had bevroren voeten.  Bevroren handen ook van dat stokje met bord vasthouden en mijn neus begon van de kou te druipen. Het was allemaal niet voor niks, uiteindelijk zag ik jongste aan komen rennen. Fris en fruitig en ik had haar gefilmd. Missie gelukt. Nog een half uurtje later kwam middelste dochter ook aan rennen, ook nog zo vrolijk en niet uitgeput. Ze zijn beiden vastgelegd op film. Natuurlijk moesten die beelden online meteen naar Singapore gestuurd worden. Hun oudste zus had het weekend ervoor namelijk zelf meegedaan aan de halve marathon van Singapore. In de nacht natuurlijk, vanwege de hitte, twintig kilometer gerend. Wat een sportieve dochters hebben wij! 


Ik heb een diep verlangen om de Japanse berg Tsukuba te kunnen zien. Ik vermoed dat we in Japan in een flat gaan wonen. Dat is daar niet bijzonder maar voor mij wel heel bijzonder. Ik heb nog nooit in mijn leven in een flat gewoond. Ik vind het niet eens erg. Het is tenslotte voor een beperkt aantal jaren, we keren natuurlijk weer terug naar ons fijne huis in Breda. We gaan er met z’n tweetjes wonen, mijn lief en ik. Ik stel me dus voor in een appartement en ik hoop vurig dat het een balkon heeft, want ik lees graag boeken buiten. Ik manifesteer dat het op zo’n hoge verdieping is dat we ergens vanuit onze ramen de bekende heilige berg kunnen zien. Deze berg heeft twee toppen, beiden toppen zijn bijna negenhonderd meter hoog. De berg wordt graag beklommen om van het uitzicht in de omgeving te genieten, bij helder weer is de skyline van Tokio zichtbaar. Waar de meeste bergen in Japan van vulkanische oorsprong zijn, bestaat de berg Tsukuba uit graniet. De berg die ik erg graag zou willen zien vanuit ons appartement wordt als heilig beschouwd. Er is een schrijn aanwezig, een tempel, met een zekere aantrekkingskracht op bedevaartgangers en trouwkoppeltjes. De berg Tsukuba is een populaire bestemming om zijn wandelpaden en warmwaterbronnen (onsen) aan de voet van de berg. Beroemd om zijn alkalische, mineraalrijke water dat een huidverzorgende werking zou hebben. Daar word ik blij van. De stapjes die we maken richting ons expat-avontuur zijn klein. Mijn lief heeft vorige week de overeenkomst getekend. We hebben pas zojuist vliegtickets ontvangen omdat we deze maand een week naar Japan gaan om ons te oriënteren op een woning met een makelaar. Mijn lief gaat daar wat belangrijke mensen ontmoeten in de organisatie. Ook zou ik met een relocator rond willen kijken naar een meubelzaak, het liefst een Japans alternatief voor IKEA, waar we wat meubels in ‘Japandi’ stijl zullen kopen om in te richten. Een gemeubileerd appartement is namelijk niet te vinden. Ons huis in Breda blijft ingericht zoals het is. Ik wil natuurlijk wat spullen van thuis meenemen zoals serviesgoed, want wij hebben zoveel in de kasten staan. Ik kan het makkelijk in tweeën verdelen. Ons bed met beddengoed, boeken en kampeerspullen willen we ook mee. Ik wil ook met de relocator naar Engelstalige yogalessen kijken, Japanse les, (internationale) supermarkten én Qigong lessen in de buitenlucht. In Japan heet dat vaak kiko. Het is een populaire, zelfhelende kunstvorm die beweging, ademhaling en meditatie combineert. In een Japans stadspark zie je vaak grote groepen deze bewegingen maken. Het lijkt me geweldig dit samen met mijn lief te doen op een vroege zaterdag- of zondagochtend! De stap naar een nieuwe baan voor mijn lief gaat ons naar een grote reeks veranderingen leiden. Het lijkt wel alsof we ons met een grote liaan naar de overkant laten slingeren. Wij zijn nu voorzichtig een drempel aan het overstappen, maar nog lang niet aangekomen in ons nieuwe huis. Een tussenfase, dat dit wat langer duurt vinden we heel fijn. Ik mag lang stilstaan bij de grote verandering en dat geeft mij een gevoel van luxe en vrijheid. Het geeft een grotere diepte van ervaring als ik er de tijd voor kan nemen. Uit iets dat nog geen vorm heeft kan van alles ontstaan en alles is mogelijk. Qua woonplaats, qua woning, qua inrichting, qua daginvulling, qua vrijetijdsbesteding en invulling van reizen… Álles is mogelijk en daarin zit de magie. Elementen van het oude zitten door het nieuwe ingevlochten zoals wat meubeltjes, foto’s van thuis, ons eigen bed en dagelijks servies dat we meeverhuizen en vergeet niet dat we onszelf meenemen! Omdat het proces niet zo snel gaat, verkeren we al maanden in het niet-weten, in het vertrouwen dat het wel goed komt (optimisten dat we zijn). Ik denk zelfs dat wij misschien wel beter landen omdat we daar nu zorgvuldig tijd voor hebben gekregen, en gemaakt.  

dinsdag 7 april 2026

So much fun at Easter egg hunt, also in our greenhouse!
PANNENKOEKEN
Het grootste geschenk dat je iemand kan geven is oprechte aandacht.
- Richard Moss


Zo’n fijne werkdag achter de rug! Ik had een avonddienst en die beginnen bij ons tien voor vijf in de middag zodat we in zo’n tien minuten een overdracht kunnen krijgen van de middagdienst. De meeste bewoners kende ik al van mijn vorige dienst. Soms is dat helemaal niet het geval, dan zijn de wisselingen op de kamers kort op elkaar. De laatste weken, eigenlijk maanden, hebben we bewoners in het hospice die wat langer bij ons zijn. Iedereen die bij ons komt wonen heeft van de huisarts een levensverwachting van drie maanden of korter. Soms blijkt dat een stuk langer te zijn. De huidige bewoners komen graag aan tafel eten in onze woonkeuken. Ze hebben onderling een klik, zijn geïnteresseerd in elkaar. Uiteindelijk zitten ze in hetzelfde schuitje natuurlijk en dat verbindt. Op één van de kamers woont sinds kort een deelneemster van Vierhetleven dus ik ken haar al zo’n twee jaar. Bij haar achternaam. In het hospice gebruiken we over het algemeen de voornamen. Best wennen om deze heel aardige, lieve, wijze en respectvolle dame bij haar voornaam te noemen. Ze is tientallen jaren juf op een grote, bekende basisschool in onze stad geweest. Ze staat ontzettend positief in het leven en is heel dankbaar. Een voorbeeld voor velen. Ze kent erg veel mensen uit Breda en gelukkig herkende ze mij ook meteen toen ik voor het eerst op haar kamer kwam. Ook zij eet graag gezamenlijk mee aan de grote eettafel. Ze is een mensenmens. En ze is vandaag negentig jaar geworden! Ze wilde het in eerste instantie niet vieren, maar uiteindelijk toch maar wel. Ze had drie taarten besteld bij de beste bakker in mijn dorp. Voor al haar verjaardagsbezoek natuurlijk en voor ons, personeel. Ze wilde graag een pannenkoekenfeestje dus bakten de verpleegkundige en ik kleine pannenkoekjes, alles gedaan met één koekenpan. Dat ging langzaam, maar de sfeer aan tafel was er niet minder op. De kookvrijwilligster had die ochtend verse tomatensoep gemaakt dus die soep serveerden we in kleine porties vooraf. We hadden de tafel groots gedekt. Jam, chocoladepasta, pindakaas, slagroom, poedersuiker en schenkstroop op tafel gezet. Alle bewoners waren uitgenodigd voor pannenkoeken en ze kwamen ook allemaal. Eén mevrouw was te ziek om uit bed te komen maar ze wilde dolgraag een versgebakken pannenkoek. Eén bewoner had kort voor de maaltijd het gevoel gehad dat hij dacht bijna te sterven. Hij was wat angstig, daardoor benauwd en wilde graag afgeleid worden. Hij kwam ook eten aan tafel. Zodoende hadden mijn collega en ik ook ruim twee uur de tijd om er aan tafel bij te zijn. De kamers waren tenslotte leeg. Ook wij aten ieder een kop soep en twee pannenkoeken. We sloten allemaal af met een stuk slagroomtaart. Tijdens het diner werd er twee keer aan de voordeur gebeld en bracht ik de jarige job het cadeau dat ze uitpakte aan tafel. Toen iedereen weer op de kamer terug was heb ik de keuken flink opgeruimd en ben daarna bij de mevrouw, die in bed lag, gaan zitten. Ze had net een telefoontje gehad van haar zoon en ze was een beetje paniekerig daarvan. Ik ging op mijn hurken zitten en legde mijn hand op haar buik en vroeg haar ernaar toe te ademen, haar ademhaling zat zo hoog. Ondertussen vertelde ze over haar twee zonen en haar man die heel jong overleden was. Ze werd zo verdrietig van de gedachte haar zonen te moeten achterlaten. ‘Heeft u het daar met uw zonen over gehad?’ vroeg ik haar. Dat had ze niet, want dat zou ze juíst verdrietig maken. De grote roze olifant in de kamer. ‘Misschien is het voor uw zonen wel heel fijn dat u uw verdriet benoemt zodat zij een opening zien om ook hun gevoelens met u te delen? Hoe fijn zou dat voor jullie alledrie zijn?’ Wanneer zulke gevoelens uitgesproken worden kan dat, denk ik, zorgen voor verbinding. Ze werd heel rustig van dit voorstel, dacht erover na en zei kort daarna dat ze het een heel fijn idee vond. Ze beloofde me dat ze het morgenochtend meteen ging doen. Ze was heel dankbaar dat ik de tijd had genomen om naar haar te luisteren en met haar te ademen. Het voelde heel fijn om betekenisvol te kunnen zijn voor haar. Later bespraken wij als collega’s deze avond samen op kantoor nog even na. De onvergetelijke maaltijd voor de bewoners met de juiste vibe in de keuken. Het rustige gesprek vooraf met de meneer die dacht dat zijn einde snel naderde en het aandachtige gesprek met de dame in bed achteraf.  Wat een heerlijke dienst was dit! Ik zweefde daarna in de donkere avond op mijn fiets naar huis. 


Pasen. Bij ons thuis twee dagen van rust maar ook van kleine tradities of rituelen. Onze meiden kwamen thuis. We ontbeten lang en uitgebreid met elkaar in pyjama. Tafel mooi gedekt. Met kaarsen op tafel en op elk bord een grote chocoladehaas. Veel lol met eitjes zoeken in de tuin. Geen hoogstandjes, geen stress. Geen feestelijke kleding, ‘op je Paasbest’ houdt bij ons thuis in wat je lekker vindt om te dragen. We ontvangen nooit bezoek deze dagen, en gaan ook nooit op bezoek. Deze dagen zijn een uitgelezen remedie tegen het stressgevoel, omdat we steeds maar van alles moeten. Van onszelf en van de buitenwereld. Wij pakten met Pasen samen een bioscoopfilmpje, liepen hard, wandelden in de stuifduinen bij Drunen en aten in de avond iets wat we allemaal lekker vinden. Verse asperges met ham en gepocheerde eitjes, en de tweede dag draadjesvlees met rode kool. Ik heb op een bepaalde manier best een rustig, saai leven. De zorg voor de tuinkas, zorg voor de tuin, zorg voor de poezen, zorg voor mezelf, zorg voor mijn gezin en zorg voor ons fijne huis. Toch, wat is er eigenlijk saai aan de toegewijde zorg voor de plek waar je dagelijks ontwaakt en slaapt, waar je eet, drinkt, liefhebt en je vrienden ontvangt? Iedereen weet dat alles om je heen voortdurend verandert, dat de wereld nu eng is en het leven grillig en dat alles zomaar afgelopen kan zijn. Het kleine dagelijks leven vormt voor mij een krachtige verdedigingsstrategie. Het biedt mij voorspelbaarheid en daarmee een geruststellend gevoel van veiligheid. A little love and affection in everything you do. Van huiselijke bezigheden word ik niet alleen rustig, ik schiet er ook nog wat mee op. Ze zijn belangrijk. Het dagelijks leven is een sterk onderschatte bezigheid. Dieren in het wild zijn het grootste deel van hun tijd bezig met voedsel vergaren en een veilige slaapplek regelen. Het dagelijks leven is in feite het échte leven.

dinsdag 31 maart 2026

Celebrating my B-day with lunch and a citywalk!
IKAGAI
Blijf trouw aan jezelf, een origineel is meer waard dan een kopie.’
- Suzy Kassem 


Enorme regen- en hagelbuien vallen er vandaag. Vanmorgen ben ik met een kletsnatte trainingsbroek en sokken aangekomen bij de yogaschool. Fietsen leek me meteen al geen goed idee. Een paraplu leek me ook geen geweldig idee met de keiharde windvlagen. Dus lopend in mijn regenjas was ik vertrokken. Halverwege de les was m’n broek aardig opgedroogd. Terug bracht een yogamaatje mij thuis met de auto. Na de lunch vertrok ik op de fiets naar een workshop van mijn werk in het hospice. Ik was nog geen vijf minuten onderweg toen het ineens donker werd en ik wederom nat geregend werd. Ik had deze keer wél een paraplu mee; heel kort na het uitklappen was ie al de andere kant op gewaaid… Ik arriveerde met verkleumde handen maar wel op tijd. De workshop werd gegeven door ritueelbegeleider Hanny. Ze vertelde ons, vrijwilligers, over levenseinde rituelen. Samen stilstaan bij het naderende afscheid kan helend zijn voor de betrokkenen. Dat zie ik terug in ons hospice. Soms kunnen er op weg naar het sterven hindernissen opduiken zoals onuitgesproken zaken, onverwerkte emoties, of het gevoel dat het leven nog niet ‘af’ is. Door Hanny’s praktijkvoorbeelden begon ik te herkennen wat ze bedoelt. Niet een klinisch einde waar familieleden of vrienden aan het bed zitten en er niets over de dood gezegd wordt. Misschien wordt er over ditjes en datjes gesproken maar niet de verzoening of het troosten dat zo nodig is. Zo’n levenseinde ritueel lijkt misschien nog het meest op een ziekenzalving van vroeger, door de kerk. Een stervende heeft liefde en aandacht nodig. Samenzijn en verbinding. Een ritueel lijkt me heel fijn voor een aankomend overlijden of een geplande euthanasie. Een ritueel staat altijd voor een nieuw begin en afsluiting van een periode. Bijvoorbeeld bij ondertrouw, de stap naar de kleuterschool, een eigen huis of een geboorte. Waarom niet bij een overlijden? Ik denk dan aan geliefde muziek, geuren van bijvoorbeeld weggevallen moeder of partner of voorwerpen met betekenis. Eigenlijk alles wat een thuisgevoel geeft. Ik stel me voor dat er veel aanraken, mooie woorden, kaarslicht en aankijken bij komt kijken. Aandacht en liefde maakt alles zachter. Een persoonlijk levenseinde ritueel geeft ruimte aan wat er nog gezegd, gevoeld of gedeeld mag worden. Vanuit verbinding samenkomen verlicht het hart en geeft troost voor de stervende én de dierbaren. Zodat ze samen op een liefdevolle manier het leven mogen afronden. Ik heb in het hospice wel eens eenzame momenten gezien voordat een bewoner in sedatie ging. Er op staan dat er niemand bij is bijvoorbeeld. Ik heb wel eens een fotolijst van de overleden partner op de borst van een bewoonster mogen leggen vlak voor de sedatie. Ik had zo’n iemand een ritueel gegund. Ik kan dat op zo’n korte termijn niet oplossen, want voor zo’n mooi levenseinde ritueel worden veel gesprekken vooraf gevoerd om te leren wat iemand écht nodig heeft. Een ritueel vraagt om een zorgvuldige begeleiding en kennis van symboliek, rouw, spiritualiteit en het stervensproces. Met aandacht voor de juiste woorden en handelingen. Dat is niet iets voor de vrijwilliger van het hospice, zoals ik. Deze bewoonster met het fotolijstje heb ik lieve woorden in haar oor gefluisterd en een kus op haar wang gegeven. Toen ik weg ging zag ik tranen op haar wangen. Ik heb een paar keer bij de allerlaatste ademteug van een bewoner mogen zijn omdat er op dat moment geen familie of vrienden bij waren. Hoe mooi had dan zo’n warm ritueel voorafgaand aan die dag van overlijden zijn geweest?


In Japan hebben ouderen een doel in hun leven. Een reden om in de ochtend op te staan. Ze hebben het gevoel dat ze een waardevol onderdeel van de samenleving zijn. Ze koken, tuinieren, maken meubels, of muziekinstrumenten, doen vrijwilligerswerk, zorgen voor (klein)kinderen of scheppen kunst. Dat heet Ikagai, vrij vertaald een reden van bestaan. Zingeving doet ertoe. Gezonde voeding en regelmatig bewegen is natuurlijk ook heel belangrijk, maar betekenisvol zijn en sociale contacten zijn reuzebelangrijk om fijn oud te worden. Dat kan wel meer dan tien jaar langer leven schelen! In Nederland daarentegen kan eenzaamheid nog wel eens de kop op steken… Japanners zitten dicht op de grond om te eten of te drinken en ze staan per dag wel een keer of dertig op van de grond - ook de tachtig-, negentig- en honderdjarigen. Dat is nog eens gezond! In Japan worden mensen dus beduidend ouder dan in andere delen van de wereld. Ik ben heel benieuwd naar dat bijzondere land dat uit meer dan veertienduizend eilanden bestaat. Zitten Japanners inderdaad allemaal op de grond theeceremonies te doen en zitten ze op de grond maaltijden tot zich te nemen? Ik denk dat wij een enorme cultuur shock gaan meemaken. Ik word blij als ik aan ons komende bezoek aan Japan denk. Ik ben heel nieuwsgierig naar dat land én naar hun bijzondere mensen. Ik denk dat ze er heel gezond eten. Alles met aandacht bereid. Lokale ingrediënten. Japanners eten trouwens volgens het principe Hara Hachi Bu. Het is een eeuwenoude Japanse wijsheid dat betekent: eet tot je tachtig procent vol zit. Deze gewoonte helpt overeten te voorkomen door te stoppen met eten voordat je een volledig verzadigd gevoel hebt. Deze eenvoudige regel zit diep verweven in hun cultuur en wordt generaties lang doorgegeven. Kunnen mijn lief en ik dat misschien ook overnemen? In Japan is eten een sociaal, langzaam en bewust ritueel. Mensen nemen de tijd, eten in gezelschap, en spreken vaak de woorden Hara Hachi Bu hardop uit vóór de maaltijd, als een soort mentale reminder. Japanners hebben daardoor een gezonder gewicht en een hogere levensverwachting dan wij in het Westen. Al vraag ik me wel af of ze dat in de moderne miljoenenstad Tokio (veertig miljoen inwoners!) ook doen. Tokio is de allergrootste en drukste hoofdstad van de hele wereld… Wij gaan trouwens buiten Tokio wonen. Zo’n drie kwartier met de sneltrein. Het land intrigeert me enorm door hun oude geschiedenis, hun cultuur, hun eeuwenoude tradities, hun geloof en vele tempels, het prachtige schone landschap met bergen en rivieren en hoe ze dagelijks leven. Ik wil musea bezoeken, tempel hoppen en natuurlijk tijd in hun natuur doorbrengen, thermale baden nemen en kleurrijke herfstbladeren zien. Op de zuidelijke eilanden zijn zelfs een aantal tropische stranden die ik ook graag wil bezoeken. Japanners houden zelf veel van kamperen en daarom zouden wij ook een geweldige roadtrip door het land kunnen maken. Ik ben zó benieuwd wat ons allemaal te wachten staat in dat verre land dat óók de bakermat is van Hello Kitty, themacafé’s en anime.