dinsdag 27 oktober 2026

Fitting kimonos, having fun!
ONSEN
‘Experience the beauties of nature, and in doing so, learn about yourself.’
- Japans gezegde


Mijn Nederlandse vriendin, al bijna twintig jaar, en ik dobberen poedelnaakt in de weldadige warmte van natuurlijk mineraalrijk water opgepompt uit een diepe bron.  We genieten van de serene stilte. Om ons heen hoge cipressenbomen. Japanse cipres of hinoki betekent 'vuurboom'. Het miezert een beetje. We hebben beiden een klein handdoekje netjes opgevouwen op ons hoofd. Het handdoekje mag in geen geval het water raken, pas dan respecteer je de tradities van de onsen helemaal zoals het hoort. Natuurlijk valt die van mij in het water wanneer ik relaxt mijn hoofd naar achter buig… Het is niet mijn eerste fout. Toen we naakt naar de kranen wilden lopen om ons uitgebreid te wassen, zagen we alleen een hoge waterbak met een emmertje ernaast. Met zeep van een wasbak verderop gingen we ons een beetje onzeker wassen. Om daarna om de hoek het werkelijke douchestation te vinden. Wel twintig lage krukjes naast kranen met bij elk hokje grote flessen shampoo, douchegel en conditioner. Een onsen is veel meer dan alleen een warm bad - het is een diepgeworteld onderdeel van de Japanse cultuur met een traditie die duizenden jaren teruggaat. Het woord onsen betekent ‘warme bron’ in het Nederlands. Deze natuurlijke baden maken gebruik van de vulkanische activiteit onder het aardoppervlak. Op de heilige berg Tsukuba is een onsen natuurlijk, maar ook deze waar wij na het buitenbad ons gezicht insmeren met een gezichtsmasker dat naar rozen ruikt.  Achter het muurtje gaan we in een ondiep ligbad liggen met warm water van misschien vijftien centimeter diep. Ons ingesmeerde hoofd rust op een steen. Dat is zó erg lekker. Van het heel warme waterbad werden we beiden na een tijdje een beetje onwel. Binnen is een bad met bubbels die zich langs je lichaam bewegen. De twee lege zitplaatsen bleken elektrische schokjes te geven in je rug…niet fijn. We verplaatsen ons naar een sterke massagestraal. Voordat we van buiten naar binnen in het water stappen moeten we onze voeten wassen met een klein emmertje naast de trap. Eerlijk gezegd was ik wel een beetje zenuwachtig of wij alle rituelen goed zouden doen. Ik voel me toch wat verantwoordelijk als gastvrouw. We hadden een yukata - een licht, comfortabel traditioneel kledingstuk - gehuurd om rustig rond te kunnen lopen om wat te drinken bijvoorbeeld en naar de massagesalon te lopen. De eerste keer voor mij in een onsen was in het hotel waar wij verbleven in april toen we Japan gingen verkennen. Mijn lief was elke dag op pad met nieuwe collega’s en ik ging elke ochtend naar de onsen in m’n yukata. Het enige wat je meeneemt naar binnen is je kleine handdoekje. Als je zoals ik lang haar hebt dan heb je het opgestoken om het uit het water te houden. Onsen’s zijn plekken voor ontspanning, en het wordt zeer gewaardeerd dat je het geluidsniveau tot een minimum beperkt. Dat is een traditie waar mijn vriendin en ik wat moeite mee hebben. We kletsen natuurlijk tóch op zachte toon. Het gebruik van je telefoon is strikt verboden vanaf het moment dat je de kleedruimte binnenstapt. Dit geldt niet alleen voor foto's maken (tóch stiekem gedaan), maar ook voor het even snel checken van je scherm. We hebben het heel goed samen en volgens mij ook goed gedaan. Eenmaal donker worden we opgehaald door onze mannen om op originele tatamimatten, schoenen uit!, met gekruiste benen aan een lage tafel samen te eten. Een mooie afsluiting van een heerlijke en bijzondere dag om elkaar terug te zien in Japan. Ons eerste bezoek uit Nederland!


Mijn lief en ik slenteren over het gezellige bierproef festival voor onze deur waar tientallen kraampjes van bierbrouwerijen staan, foodtrucks en een goede jazzband optreedt. Ook veel hippieachtige kraampjes met tweedehandskleding, oude serviezen en mensen die zelfgemaakte sieraden of essentiële oliën verkopen. Er schijnt een prachtig herfstzonnetje, herfstblaadjes dwarrelen over de grond. We lopen op het plein uit nieuwsgierigheid het cultureel centrum van Tsukuba binnen en stuiten op een internationaal hoekje. Hulp in het Engels als je met vragen zit én ze bieden Japanse les aan. Een uurtje op dinsdagmiddag. Ik stuur later een mail, en prompt is er op dinsdag iemand gestopt en kan ik dezelfde middag nog starten. Ik heb wel twee lessen gemist. Het lesboek mag ik de eerste keer lenen. Ik stap op de derde verdieping het klaslokaal binnen en zie drie grote tafels waar internationale mensen verspreid aan zitten. Ik krijg van de formele meester bij de deur een naamkaartje met mijn naam in Kanji geschreven. Heel mooi. De anderen hebben dat ook dus ik kan niemand’s naam lezen… Ik vraag de mensen aan mijn tafel of ik een hand mag geven en stel me voor. De meester begint de les. Ik ben erg overdonderd door zijn stijl. Hij spreekt alleen Japans en iedereen begrijpt dat ze élk woord na moeten zeggen. Ik versta natuurlijk de bladzijdenummers niet. Ik kijk af bij mijn buurvrouw, en daarna duurt het even voordat ik doorheb dat ze van boven naar beneden aan het lezen zijn, van rechts naar links. Ik mis eigenlijk gewoon alle lesstof. Geen uitleg. Geen warm welkom gevoel. Ik heb gemengde gevoelens: toch nieuwsgierigheid naar de ouderwetse klassikale Japanse stijl van les geven maar ook irritatie dat er geen aandacht is voor leerlingen die niet mee kunnen komen. Ik ben een Maria Montessori aanhanger, met hart en ziel. Onze dochters hebben alledrie dit onderwijs gevolgd. Alle leerlingen in de klas werken op hun eigen niveau. De juf of meester heeft aandacht voor iedereen. Deze meester laat mij verzuipen terwijl hij maar rijtjes blijft opdreunen. We krijgen een blad met ruitjes met geschreven karakters erop en de bedoeling is kennelijk dat ik op de juiste manier de karakters eerst overtrek en daarna nateken. Net als kleuters, maar niet in zand (Maria Montessori methode). Wat de  betekenis is van zo’n karakter, werkelijk geen idee! De Indiase vrouw naast mij fluistert in mijn oor dat ze me na de les alles zal uitleggen. Ik voel me niet op m’n plek in dit beginnersklasje. We krijgen na de les een schattig roze bloemstempeltje achter onze naam dat we aanwezig zijn geweest. Precies dat, aanwezig zijn geweest. Ik heb geen aansluiting gevoeld tussen alle mannen aan mijn tafel die alles mee opdreunden. Allemaal techneuten uit Iran, Pakistan, Bangladesh en mijn buurvrouw dus uit India. Ik heb moeite hun Engels met zwaar accent te verstaan. Na de les ben ik samen met mijn Indiase klasgenote mijn lesboek gaan kopen bij een dichtbijgelegen boekenwinkel. Ik wil het nog een kans geven doorzetter als ik ben. Ik heb zoiets als taalles nodig om te wortelen hier. Contact met ander nieuwkomers. Mijn klasgenootje en ik hebben WhatsApp en onze gedeelde frustratie uitgewisseld. We fietsen volgende week na de les samen naar een goedkope supermarkt dat zij kent bij haar in de buurt. 

dinsdag 20 oktober 2026

Announcement of Hiroshige's exhibition
HEILIGE KALLIGRAFIEËN SPAREN
‘Japan never considers time together as time wasted. Rather, it is time invested.’ 
- Donald Richie


Toen we in Tokio weer boven de grond kwamen stopten we eerst even om wat te drinken, een plak zelfgebakken bananenbrood in het zonnetje tot ons te nemen en om ons heen te kijken. Vandaag is een feestdag in Japan. Er zijn hier zestien officiële feestdagen. Dag van de zee, dag van de bergen en ook dag van de herfst of lente spreken mij persoonlijk erg aan. Daar krijgen alle werknemers een vrije dag voor, bijzonder toch? Ook voor herdenken van overleden familieleden of om de verjaardag van de keizer te vieren. Vandaag is dag van de sport, ter nagedachtenis aan de Spelen van 1964 en ter bevordering van een actieve levensstijl. Het nationaal museum van Tokio dat normaal gesloten is op maandag is deze dag speciaal open. Er is een tijdelijke tentoonstelling van de Japanse kunstenaar Hiroshige waar wij een kaartje voor kopen. Zijn werken komen uit de Edo periode en daar ben ik erg door geïntrigeerd. De tijd dat Japan zijn grenzen gesloten hield, behalve voor Nederland dan, van 1603 tot ongeveer 1850. Het was een tijd van tweehonderdvijftig jaar vrede, strikte controle door het leger en culturele bloei met theater, gedichten en schilderkunst. Het dagelijks leven hing sterk af van de sociale klasse waarin je werd geboren. Tokio groeide uit tot een wereldstad omdat mensen erheen kwamen voor werk. Met op haar hoogtepunt meer dan een miljoen inwoners, nu trouwens rond de veertig miljoen… Ik zie het traditionele Japan voor me met theeceremonies in theehuizen, mooie ronde bruggen, geisha’s op straat, een vismarkt, tempels en schrijnen, sakebrouwerijen, zeekades met karren en zicht op boten en smalle donkerhouten rijtjeshuizen met sierlijke gevels en gedeelde waterpompen. Dat was ook terug te zien op de werken van Hiroshige. Hij werkte samen met een meester-houtsnijder en een drukker. Laatste bracht handmatig pigmenten op waterbasis en rijstlijm aan op de houten blokken. Met een speciaal werktuig werd het vochtige moerbeipapier op het hout gedrukt. Kleur voor kleur. Traditionele ukiyo-e houtsnedetechniek. Echt indrukwekkend als je de details ziet op zijn schilderijen. We hebben nog andere zalen in het museum bezocht zoals die van de theeceremonie dat ik ook heel interessant vind qua ongekende mindfulness waarmee thee gemaakt en gedronken wordt. Een zaal over de komst van het Boeddhisme in de zesde eeuw naar Japan. Via China en Korea. Buiten slenteren we langs de rustige houten tempel Kaisan-do waar wij op sokken binnen gaan kijken en het befaamde stempelboekje (goshuincho) kunnen aanschaffen. In het harmonica gevouwen boekje verzamel je kalligrafieën van heilige tempels en schrijnen. Een monnik of priester schrijft met zwarte inkt de naam van de tempel en de datum in kalligrafie, en zet daar unieke heilige, rode stempels overheen. Soms liggen op-maat-gemaakte briefjes al klaar die je in je goshuincho kunt plakken, uiteraard achterin beginnen. De allerlaatste bladzijde (in Japan de eerste) sla je trouwens over, want daar zou je de kalligrafie van de Ise schrijn - de meest heilige en spiritueel belangrijkste plek - kunnen ontvangen. Deze plek is het absolute spirituele hart van Japan en de kalligrafie hoort dus op de eerste bladzijde van het boekje. Met ons boekje vol heiligheid slenteren we per ongeluk door de Kappabashi straat, ook wel Kitchen Town genoemd. De straat is vandaag gesloten voor verkeer. Veel kookwinkels hebben hun afgeprijsde spulletjes buiten hun winkels gezet. Ook wij kopen er mooie eetborden voor een prikkie. We blijken niet ver van de grote Sensō-ji tempel vandaan te zijn dus daar halen we nóg een kalligrafie op. Helemaal opgeladen met energie pakken we de metro terug naar huis. Een heerlijke dag samen die ik écht nodig had na een oersaaie periode zonder internet.


Er is iets waar ik werkelijk helemaal niets van begrijp. Hoe langer ik hier in Japan woon hoe raadselachtiger het wordt voor mij. Ik ben al gewend aan de kleine kookspulletjes die men hier gebruikt. Ik heb een piepklein ovenschaaltje, bakblikje, beslagkommetje en maatbekertje waar ze overigens niet in grammen maar in cups meten. Volgens mij is de reden van ieniemienie dat niks ruimte mag innemen, standaard ruimte tekort. Ik ben ook al gewend dat ik elke week naar de pinautomaat loop om weekgeld op te halen. Hier wordt overal nog contant betaald. Mijn Nederlandse portemonnee is er helemaal niet op ingesteld om zoveel opgevouwen geldbiljetten te bevatten, en al helemaal niet die grote hoeveelheid aan muntjes! In huis voel ik me inmiddels heel gelaten over alle metaalkleurige stickers met Japanse teksten. Naast en op elke kraan, op de afzuigkap, op het gasfornuis, op de toiletbril, op de waskom en ook de badkuip zit volgeplakt. Overal stickers, prima. Waar ik me wél aan stoor in huis zijn de LEDschermpjes. Eén in de huiskamer waar we de voordeur op kunnen zien. Eén in de badkamer waar je diverse afzuigsystemen mee kunt instellen. Nog één in de douchecel waar je temperatuur van het badwater kunt aanpassen en de temperatuur van de douchecel zelf om natte handdoeken te drogen bijvoorbeeld. Op de deur van de koelkast branden rode, blauwe en groene lampjes. In de keuken hangt een LEDschermpje met de temperatuur van het water. Op de toiletpot zitten brandende lampjes voor de warmte van de toiletbril en aan de muur wederom een heel apparaat met knoppen voor billen wassen, sterkte van de straal en ook sterkte van het doorspoelen. In de nacht lijkt het hier in huis wel een kermis zoveel gekleurde lampjes. Ik heb met dik papier wat schermpjes afgeplakt. De zon komt hier al voor vijf uur in de ochtend op. Licht is hier in huis wel een ding. Maar waar ik dus tot nu toe werkelijk niks van snap is aan welke kant van het pad ik moet fietsen. Zo verwarrend! Volgens mij weten de Japanners het zelf ook niet. Het is vaak een kwestie van oogcontact met de andere fietser wie aan welke kant passeert. Slalommen om de voetgangers heen. Zo onveilig. Hetzelfde geldt voor de trappen in de metrostations. Het schijnt per stad te verschillen. Écht heel storend vind ik echter het niezen wat mannen hier on-ge-lo-fe-lijk hard doen. Echt niet oké. Hier wordt het snuiten van je neus in het openbaar beschouwd als onhygiënisch en storend voor de mensen om je heen. Opvallend genoeg is het ophalen van je neus dan weer wel fris en net als keihard niezen, wél geaccepteerd.

dinsdag 13 oktober 2026

With care repairing the cracks with gold...
KINTSUGI
‘Beoordeel me niet op mijn succes, maar op het aantal keren dat ik ben gevallen en weer ben opgestaan.’
- Confuscius


Ik kom uit het Tokiose metrostation, gelegen naast een grote tempel, naar buiten en zie mijn Nederlandse maatje waarmee ik deze ochtend naar een workshop ga niet bij de uitgang staan. Ik zag wél ongelooflijk veel Westerse toeristen. In Tsukuba zie ik nooit toeristen. Later blijkt dat mijn maatje uit een heel andere uitgang is gekomen dan ik. We zien elkaar voor de deur van onze les vandaag. We hebben een les in Kintsugi wat ‘gouden verbinding’ betekent in het Nederlands. Het is de Japanse kunst van het repareren van gebroken keramiek met goudkleurige lak. De Kintsugi filosofie is een eeuwenoude Japanse traditie die in de vijftiende eeuw ontstond. De barsten worden niet verborgen, maar juist geaccentueerd. De breuklijnen worden onderdeel van het ontwerp, waardoor het voorwerp een unieke schoonheid krijgt. Kintsugi wordt met name geassocieerd met aardewerken voorwerpen uit de Japanse theeceremonie. Vóór het ontstaan van Kintsugi was het gebruikelijk om gebroken kostbare keramiek te repareren met metalen nietjes. Hiervoor werden kleine gaten geboord aan weerszijden van de breuk. Kintsugi werd ontwikkeld op last van een shogun, een Japanse opperbevelhebber. Chinese ambachtslieden hadden zijn gebroken Chinese theekom, een cadeau uit China, met metalen nietjes gerepareerd. Hij was niet tevreden met het resultaat. Hij droeg daarom Japanse ambachtslieden op om een fraaier alternatief te bedenken. Zij stelden gouden lijm voor, een op dat moment zeer populaire Japanse lak. Kintsugi werd uiteindelijk zo gewaardeerd door verzamelaars, dat sommigen naar verluidt kostbare stukken opzettelijk braken om deze nieuwe methode toe te laten passen. Dat werd eigenlijk bij mij ook gedaan: naast de twee barsten in mijn schaaltje uit Daigo maakt juf Mai-kui er met een nijptang een breuk in. Ze twijfelde wel even want ze vond het schaaltje erg mooi. Ik ook. Ik lijm de twee gebroken stukken aan elkaar met twee secondelijm en daarna begint mijn kunstzinnige bijdrage. Met een soort bruine lak maak ik de breuk en barsten mooier door een strak lijntje, of zoals in mijn geval met een paar bloemetjes erbij. Ik schrijf zelfs de datum op de onderkant van het schaaltje. Tijdens het drogen vertelt juf Mai-kui dat wabi sabi in belangrijke mate bijgedragen heeft aan de waardering van Kintsugi. Deze van oorsprong boeddhistische filosofie benadrukt de schoonheid van imperfectie en vergankelijkheid. Sporen van gebruik dragen bij aan de waarde van een object of mens. Breuken, littekens en imperfecties maken het leven juist waardevoller en mooier. Op zo’n breekmoment lijkt alles gebroken. Maar wat als die breuken niet het einde betekenen, maar juist het begin van iets waardevols? De breuken en barsten in ons maken ons niet minder waard. Integendeel, ze maken ons uniek en authentiek. Elke kras vertelt een verhaal van overleven, groei en veerkracht. Wel erg van toepassing op de littekens in mijn hals, op mijn linkerarm en op mijn tong. In plaats van onze wonden te verbergen, nodigt Kintsugi ons uit om ze te eren. Om ze met goud te vullen en te laten zien ‘Kijk, ik heb dit doorstaan. Dit is wie ik ben geworden.’ Het moment waarop je goud toevoegt aan je breuklijnen is het keerpunt. Wat eerst een lelijke barst leek, wordt nu een gouden ader die jouw kracht laat zien. Het omarmen van imperfectie. Je bent niet kapot. Je bent opnieuw gevormd. Mooier. Wijzer. Sterker. Poeh! Het leven is rommelig, met barsten en scheuren. Kintsugi herinnert mij eraan dat juist in onze imperfectie schoonheid schuilt. Niet onze foutloosheid verbindt, maar onze kwetsbaarheid. Hoe symbolisch en waardevol is dit schaaltje met gouden breuklijntjes voor mij geworden, gekregen van een klein Japans oud vrouwtje in de bergen?


Zomaar midden op ‘n donderdag stopte onze WiFi ermee. Ik kon niks meer thuis. Geen TV, niet op de iMac werken, niet op mijn iPad of mobiel en geen muziek luisteren. Na een uurtje geduldig wachten liep ik naar buiten, de galerij op, want ik dacht dat ons hele gebouw geen internet had. Ik sprak een bewoner aan die op weg was naar zijn appartement. Godzijdank sprak hij Engels. Zijn appartement had wél WiFi, het probleem lag dus bij ons. De moed zakte in mijn schoenen. Hij wilde wel mee naar binnen, schoenen uit natuurlijk, en ik haalde mijn voorraadkast leeg want daarachter op de bovenste plank stond de router. Hij vroeg om het internetcontract, die ik gelukkig wist te liggen en hij belde met het bedrijf. Ze hadden bewust internet uitgezet. Mijn handen sloeg ik voor mijn mond, dit betekende sowieso problemen. Die arme man liet ik naar huis gaan. Mijn lief belde op weg naar huis ons makelaarskantoor en de volgende ochtend stonden er twee identieke makelaartjes voor de deur. Schoenen uit, met de punt naar de voordeur, ze hadden hun eigen slofjes meegenomen. Ik deed via de vertaal app mijn verhaal. Zij belden ook naar het internetbedrijf en hoorden hetzelfde verhaal. Ik had inmiddels twee Japanse mails gekregen van het bedrijf. Ik begreep dat ik mijn paspoort moest uploaden en een pincode invoeren. Gelukkig wilde de makelaar me hierbij helpen. Vervolgens bleek de router stuk te zijn. Oh my oh my! Ze waren inmiddels dik een uur in huis dus ik bood ze thee aan - wat ik heel erg spannend vond want wat is hier de gewoonte? Ik had twee mooie theekopjes uit Daigo dus die vulde ik met heet water en legde er jasmijn theezakjes naast. Daar ging mijn goede bedoeling mis. Ze keken me hulpeloos aan. Ik legde wat onzeker uit dat ze het zakje erin moesten doen en als het sterk genoeg was eruit halen met het lepeltje en op het schoteltje leggen. Dit hadden ze nooit eerder gedaan… Wij moesten wachten op telefoontjes. Ze bleven nog heel lang, communicatie met handen en voeten en de vertaal app. Toen ze uiteindelijk vertrokken, las ik op de mobiel van de makelaar dat de thee heel erg lekker was. Ik zei een paar keer Sumimasen (sorry), Arigatō (bedankt) en ook Dōmo arigatō (heel erg bedankt) bij de voordeur en boog erbij. Zij bogen ook. Het zou vier lange, doodsaaie dagen duren voordat we weer internet thuis hadden.

dinsdag 6 oktober 2026

Tsukimachi Falls | Daigo
ZWARTE BEREN
‘Alles is een beweging van energie; wie stil wordt, voelt de stroom die alles verbindt.’
- Zen gezegde 


Het is sowieso het hele jaar door belangrijk om bewust om te gaan met je mobiele telefoon en in beweging te blijven, toch geeft tijdens de herfst écht persoonlijk contact me een boost. Ik heb nog nooit zoveel tijd met mijn mobiel doorgebracht als hier in Japan. In Nederland ben ik bewust offline wanneer ik de deur uitga. Ik ben er niet. Hier staat mijn mobiel altijd aan, altijd bereikbaar. Dit weekend gingen we twee dagen bewegen in de natuur. Mobiel alleen mee als fototoestel. Naar de bergen in de buurt van stadje Daigo zo’n twee uur rijden vanaf ons huis. Wandelschoenen aan, regenjassen gekocht en zelfs een dagrugzak met een regenhoesje. Op alles voorbereid. Samen het bergavontuur aangaan en daarmee endorfine en dopamine aanmaken, geluksgevoel! Aan het eind van een bloedhete zomer trekt er een zucht van verlichting hier over Japan. Het is maandenlang vochtig en benauwd geweest en eindelijk is het weer nu prettig om naar buiten te gaan. In de herfst lijkt de natuur mensen uit te nodigen om weer eens langs te komen. De bladeren van de Japanse esdoorn verkleuren waardoor soms hele bossen of bergen ineens rood kleuren. Ook onze eigen berg Tsukuba! Het fenomeen van de verkleurende herfstbladeren staat in Japan bekend als momiji. Dat is dit jaar pas eind november gepland, voor dit fenomeen waren we dus twee maanden te vroeg. We reden langs beboste bergen, laatste stuk slingerend langs lichtblauwe rivier Kuji op weg naar de hoge Fukuroda waterval. Deze is maar liefst honderdtwintig meter hoog en het water klettert met een enorme snelheid op de zwarte rotsen. Je komt er via een donkere tunnel van een paar honderd meter en ineens sta je naar schitterend wit glinsterend vallend water te kijken met volop zonnestralen er bovenop. Een hevig kabaal van kletterend water. Waterdruppels in de lucht. Volgens mij viel mijn mond open. We waren er express vroeg zodat het panoramadek zo goed als leeg was. Amper andere bezoekers. Later zouden bussen vol toeristen uit Tokio arriveren. Wat een cadeau was deze sensatie van de natuur! Na hevige zomerregen verdubbelt het volume water en daarom was het echt luidruchtig. We liepen naar een lift waar we de immense waterval van een grotere hoogte konden aanschouwen. Vervolgens liepen we over een hangbrug van planken over de rivier langs de waterval naar de berg waar we een flinke wandeling maakten. We dachten dat we op weg waren naar de summit van de Tsukiore berg maar dat bleek later een ruïne van een kasteel te zijn. Nauwelijks andere wandelaars, mijn lief liep regelmatig met z’n hoofd in een spinnenweb. Verlaten bospaden. We hadden over rotsen geklommen met hulp van een touw of ons over enorme boomwortels steil omhoog getrokken via een touw. Megahoogtes beklommen over ellenlange stenen trappen en nu bleek dat we verkeerd gelopen waren… Met recht een verkenningstocht. Weer terug en vanaf de hangbrug een steile metalen trap omhoog geklommen. Vervolgens wederom superlange stenen trappen. Uiteindelijk kwamen we bezweet en puffend bij de hoogste top waar we genoten, een foto maakten van het uitzicht en daarna neerploften voor water en een handje pinda’s. Terug beneden leek het ons leuk om streetfood als lunch te bestellen naast de rivier. We zagen diverse barbecues waar gezouten complete vissen op een stokje gespietst waren maar ook stokjes met stukjes Okukuji vechthoentjes in sojasaus, de lokale specialiteit. Ook stokjes met drie balletjes zoete plakrijst. Heerlijk! We kregen kopjes groene thee in schattig porselein erbij geserveerd. Na de lunch bezochten we de Boeddhistische tempel Eigenji op een berg in Daigo. Langs het pad was het met Japanse esdoorns begroeid. Sommige bomen begonnen net wat herfstig rood te kleuren in de zon. Mooi vredige plek met prachtige Japanse tuin. Een vijver met koi karpers. Onze Airbnb was gelegen in de bergen bij Daigo. Met een grote, stille tuin waar een antieke, charmante Citroënbus geparkeerd stond waar al het serviesgoed in stapels klaarstond voor de bediening. Overal slingers met lampjes. Leuke bohemian vibe. Een eigen mini onsen. Even wat boodschapjes bij de Seven-Eleven gehaald en daarna…relaxen op het terras met de beentjes omhoog. We aten in de avond bij een knus restaurantje met welgeteld drie tafels, gerund door een senioren koppel. De kok stopte zoveel liefde en aandacht in elk gerechtje op de barbecue. Ik had een vijf gangen menuutje met een heerlijke kleine salade, kipspiesjes in diverse smaken, een gepocheerd eitje met sojasaus, twee stukjes gepofte zoete aardappel en appelsap van een lokale appelboomgaard. Geen rijst, heel bijzonder. Hij nam alle tijd voor élk spiesje, voor de presentatie op het bord en ook voor ons. Ik mocht een punaise op de wereldkaart, op Nederland prikken. Wij waren de eerste Nederlanders in zijn zaak. Zo vertederend.


We zaten zo lekker in stilte buiten, ik voelde me heerlijk senang. Tussen de appelbomen, in een prachtige boomgaard. We hadden hier beiden nog uren kunnen zitten. Met een kopje groene thee van een theeplantage hier vlakbij, stukje citroengras in de thee. Zondagochtend gingen we naar de Tsukimachi waterval vlakbij Daigo. Heel bijzonder, want we konden er achterlangs lopen. Het water viel namelijk over een overhangende rotswand. Het water bracht geluk lazen we. Het soba restaurant pal naast de waterval kookte hun noedels in dit water, geluk van binnenuit. Wij dronken daar een glas lokale appelsap en groene thee op het terras. Met uitzicht op de waterval. Toen we terug wilden lopen kwamen we langs een geweldige kringloopwinkel. Ik houd daar zó van! Zoveel Japanse serviezen, ik moest me écht inhouden. We hebben eierdopjes gekocht, wat eigenlijk sake bekertjes zijn. Uiteindelijk kregen we ze cadeau samen met een oud prachtig schaaltje met twee scheurtjes erin. Buiten viel ik namelijk als een blok voor een mosterdkleurige grote plantenpot met een natuurtafereel erop getekend. Dit was een heel goede verkoop voor ze. Het schaaltje met scheurtjes was precies wat ik zocht, want ik wil de scheurtjes met goudverf repareren zoals ze dat in Japan doen. Kintsugi. Natuurlijk gingen we verderop appels plukken waar deze regio zo om bekend staat. We aten dus in alle stilte warm appelgebak voor lunch, in de boomgaard. Een fles appelsap en zak appels mee naar huis. Onderweg hadden we het over het berenbelletje van ‘n wandelaar op de berg. Ik las dat juíst op de berg waar wij liepen zwarte beren gespot zijn! Ook in het stadje Daigo zelf. Oh my god! Wat hadden we moeten doen bij een encounter dan? Je zo groot mogelijk maken met je jas wijd open of armen in de lucht. Langzaam naar achter lopen en de indrukwekkende beer ruimte geven om te ontsnappen. Bij een aanval juist als dood op de grond gaan liggen.  Gauw op zoek naar een berenbelletje dus!