![]() |
| Dinner with my aunt who will turn 93 next month! |
‘Iedereen vraagt “Hoe was je dagje?” of “Ga je nog iets leuks doen dit weekend?” Echt: who cares? Waarom vraag je aan mij of ik iets leuks ga dóén, waarom wil je niet weten wie ik bén? Het maakt niet uit wat ik ga doen, ik heb een heel innerlijk leven. Vraag dáár dan naar.’
Het was noodweer. Vroeg donker. Harde wind die door de straten joeg. Regen tegen de huizen. Herfstweer. Binnen heel korte tijd hebben veel bomen hun bladeren losgelaten. Ik vertrok vroeg in de avond netjes gekleed voor een avondje theater naar mijn auto. Ik rende, want ik had mijn haar fraai verzorgd. Bij mijn nieuwe collega-vrijwilliger stapte ik uit en belde ik aan. Zij had heel praktisch een regenjas met capuchon aangetrokken. Eronder mooie kleding. Samen vertrokken we in haar auto om ons avontuur aan te gaan. Zij werkt zo’n anderhalf jaar bij de stichting, toch was dit pas haar derde uitje. Ze wordt als arts (met vervroegd pensioen) steeds vrijwillig uitgezonden naar Afrika om daar goed werk te doen in ziekenhuizen. In het donkere weer over de natte, spiegelende asfaltwegen volgden we haar gps naar het eerste adres. Gelukkig waren we met z’n tweeën, het was een behoorlijke uitdaging in een gebied waar we beiden de weg niet kenden. Deze senioren mevrouw woont in een eengezinswoning aan de andere kant van de stad. Wat een dametje! Ze liep heel vief en vlot met me mee door het herfstweer naar de auto. Ze rijdt zelf nog auto, óók in het donker, ze kon ons goed op weg helpen naar het volgende adres. Een appartementencomplex in een dorp niet ver er vandaan. Deze mevrouw stond al bij de verlichtte receptie te wachten op ons. We kwebbelden onderweg wat in de auto. De dames zijn heel sociaalvaardig. Geen van beiden weduwen zijn van oorsprong Brabants. Een chique, stadse tongval. De auto pal voor de deur van het theater geparkeerd wandelde ik met ze mee naar de ingang. Daar wisten ze van onze komst. Twee tafels met bordjes van onze stichting erop stonden uitnodigend klaar. Mijn collega parkeerde de auto, ik vergezelde de dames naar de garderobe. Een andere collega kwam ook met drie tachtigplussers aanlopen. We kregen iets te drinken. Twee schaaltjes bonbons erbij. Er werd geanimeerd gekletst. Ze gaan allemaal al vaker avondjes uit met de stichting. Ze gingen vroeger ook uit naar theater en museum. De levenslustige dames zagen er netjes en heel verzorgd uit. Twee zijn een beetje hardhorend en kregen een gehoorondersteuning van het theater. We gaven onze bestelling door voor ná de voorstelling en vertrokken toen naar de zaal. Zo blij verrast over de gastvrije ontvangst door het theater.
Op de eerste en tweede rij van de zaal genoten we van het aangrijpende verteltheater van Renée Coralie van Beek. Zij trad in haar eentje op en vertelde, soms geëmotioneerd, haar eigen verhaal over haar verliefdheid op de Afghaanse vluchteling Ayoub. Ze ontmoette hem toen ze Nederlandse taalles gaf in een noodopvang in Leiden. Ze vertelde haar verhaal zo intiem - nu zaten we ook wel heel dichtbij het podium - met gebruik van oogcontact waardoor ik het gevoel had dat ik naar het persoonlijke verhaal van een vriendin zat te luisteren. Ze raakte me. Het toneelstuk, dat een uur duurde, toonde de treurige achterkant van het Nederlandse asielbeleid. Ik heb er zelf nooit bij stilgestaan wat het menselijke van asiel aanvragen eigenlijk precies inhoudt. De riskante oversteek uit je gevaarlijke land (de rubberbootjes), zonder de taal van je nieuwe land te kunnen spreken je verhaal proberen te doen. Ayoub’s advocaat kwam niet opdagen bij de eerste, belangrijkste afspraak met de IND. Zijn tolk sprak zijn taal niet… Die arme man, en later het arme koppel, dat niks begreep van de procedure. Ondanks dat Renée notabene Nederlandse is en de taal goed behendig is. Het was een verhaal over dat wat je niet in de krant leest. Over de voortdurende angst om elkaar kwijt te raken. Over hoe hoop te houden in een uitzichtloze situatie. Wij vonden het persoonlijke verhaal allemaal heel indrukwekkend. Nooit geweten dat Nederland met z’n regeltjes eigenlijk verre van gastvrij is. Dat iemand die asiel zoekt steeds moet verhuizen van opvang naar opvang en dat hoor je maar één uur van te voren. En als je dan bijvoorbeeld een fiets hebt in het asielzoekerscentrum, dat je die dan moet achterlaten want niemand verhuist die fiets voor jou. Het voelde allemaal heel oneerlijk. Geen uitleg voor diegenen die het moeten ondergaan. Hoe kom je dan snel achter al die regeltjes? Vaak blijken ze dat pas achteraf te horen…. Ze vertelde zulke persoonlijke dingen zoals dat ze hun zoontje de superhollandse naam Kees hebben gegeven, een naam die zijn vader niet eens goed kan uitspreken. Ik vind dat heel treurig. De reiskoffer die Ayoub kreeg bij aankomst in Nederland om z’n spullen in te doen bleek later dezelfde koffer van Renee’s vader die hij eerder gedoneerd had aan het goede doel. Voorbestemd? Na de voorstelling stonden onze drankjes klaar op dezelfde tafels. Dit keer twee schaaltjes met nootjes erbij. We praatten na over de voorstelling. Ik merkte op dat deze krasse dames uit een bepaald milieu komen. Een aantal hadden meer dan een halve eeuw geleden een carrière gehad ondanks trouwen en kindjes krijgen. Eén dame vertelde dat haar moeder het allemaal niet nodig vond voor haar dochter. ‘Iedereen zal denken dat je man je niet onderhouden kan.’ Haar moeder schaamde zich voor haar dochters carrière. Deze kittige tachtigplussers hebben behoefte aan gezelschap, willen de deur uit, de wereld verkennen. Sociale activiteiten ondernemen. Energie krijgen. Mijn collega en ik hebben na de borrel beiden deelnemers weer netjes bij de voordeur afgezet. We reden samen naar huis. Kletsten nog even na terwijl de regen op het dak van haar warme auto tikte. Ik heb die avond mooie, zelfstandige vrouwen ontmoet. Én we hebben ook nog genoten van een prachtig toneelstuk. Ik ben blij met mijn keuze voor dit werk en kijk al uit naar mijn volgende ‘opdracht’.










