![]() |
| Walking in the dunes of Zandvoort, with wild deer |
‘Tell me, what is it you plan to do with your one wild and precious life?’
Het begint te regenen. In mijn schoudertas zit mijn dikke leesboek ‘Het achtste leven’ wachtend op dit moment. Ik stap een koffietentje binnen in deze voor mij onbekende stad. Aan het raam staat een klein tafeltje met twee stoelen. Eentje heeft een okergele deken over de leuning hangen. Ik ga op de andere stoel zitten. Plof mijn tassen op de stoel naast mij. Ik ben in Winschoten in het noorden van het land. Vlakbij de Duitse grens. Dat kan mij niet ontgaan, er wordt hier veel Duits om me heen gesproken. Ik bestel een warme chocolademelk en een stukje appeltaart. Ik leg mijn dikke boek uitnodigend voor me op tafel. Onze kinderen doen dit regelmatig. Ergens een kop koffie bestellen en daar terplekke studeren of lezen. Ik laat deze dag helemaal over me heen komen. Geen planning. Gisteren vertelde mijn lief dat hij vandaag helemaal naar de provincie Groningen moest rijden voor een vergadering. Drie uur heen en drie uur terug in de auto. Ik heb in deze provincie mijn jeugd doorgebracht dus stelde ik voor om mee te rijden. Het leek me wel leuk om weer die nuchtere noordelingen om me heen te hebben. Ik heb hem bij de fabriek afgezet en ben door het stadje gaan struinen, en uiteindelijk gaan winkelen. Een paar dagen ervoor hadden we als gezin lootjes getrokken voor Pakjesavond en ik was door het grijze weer best geïnspireerd om wat leuke Sinterklaaspakjes te vinden. Ik voelde me goed en had deze dag alle tijd van de wereld. Vorig jaar rond deze tijd was mijn situatie heel anders. Precies deze week vond de zware en langdurige operatie plaats. Er is inmiddels veel veranderd. Kijk waar ik nu ben. Ik ben gezond. Vragen die ik eerst niet stelde, stel ik nu. Dingen die ik eerst niet voelde, voel ik nu. Dingen die ik voorheen niet zag, zie ik nu. De zegen van mijn realiteit is dat ik kan zien wie ik nu ben en waar ik nu ben. Ik heb mijn blik vooruit. Deze onverwachtse dag in het noorden van het land is een cadeautje. Ik heb de tijd voor mezelf. Ik kijk om me heen. In het koffietentje pik ik allerlei gesprekken op. Ik ben altijd geïnteresseerd in wat mensen beweegt. Vlakbij zit een jongeman en een senioren echtpaar bij elkaar. Ze zijn vanmorgen naar een lezing geweest. Het is kennelijk regenboogweek gewijd aan seksuele diversiteit. Gisteravond hadden ze een film bezocht over dit thema. De jongeman in het gezelschap vertelt vol vuur over de geschiedenis van homoseksualiteit tussen mannen in het oude Perzië dat het destijds veel breder geaccepteerd werd dan tegenwoordig. Zo ook in het oude Romeinse rijk waar homoseksualiteit tussen mannen helemaal geen taboe was. Het vrijzinnige echtpaar luistert aandachtig en staat open voor zijn denkbeelden. Ze stellen doordachte vragen. Ik luister aan de zijlijn mee. Ik geniet van het voordeel van het alleen in een caféetje zitten. Als een vlieg op de muur. Achter mij zitten dames te klagen over het Martini ziekenhuis in Groningen. Ik begrijp uit het gesprek dat doktersafspraken dit jaar niet meer door kunnen gaan. Hoe erg. Het heeft te maken met het financiële plaatje van de verzekeringen. De dames kennen allemaal iemand die hier de dupe van is en verhalen daarover. Ze zijn verontwaardigd en uiten dat op z’n Gronings. Afhankelijk van je zorgverzekering kun je geen afspraken meer maken in het ziekenhuis. Het budget van specifieke zorgverzekeringen is niet toereikend meer om alle zorg tot het einde van het jaar te blijven leveren. Dat is inderdaad heel zuur voor die Groningse patiënten. Ze kunnen volgens mij nog wel terecht bij andere ziekenhuizen. Ik heb me natuurlijk wel even nieuwsgierig omgedraaid om te kijken wie deze gesprekken nou voeren. Ik vind mensen en hun verhalen oprecht interessant. Ik kreeg vandaag een klein kijkje in het leven van vreemden terwijl ik van mijn appeltaartje genoot. Ik hoefde er niks mee. Er werd geen verantwoorde reactie van mij verwacht. Ik kreeg wel inzichten cadeau. Uiteindelijk heb ik maar een paar bladzijden van mijn boek gelezen voordat ik uiteindelijk weer opstond om naar buiten te gaan.
Mijn lief belde toen ik aan het struinen was in een kringloopwinkel. Hij was klaar en ik haalde hem weer op van het bedrijventerrein. Tijd voor een late lunch samen. Ik had online een hotel met restaurant niet ver van de snelweg gevonden. De batterij van de elektrische auto was echter bijna leeg en opladen had voorrang. Rijdend op een rotonde zagen we een viskraam staan met tafeltjes en bankjes uitgestald en flink wat aanloop. Fietsen en auto’s stonden geparkeerd. Zullen we? We twijfelden te lang. Ik reed nóg een rondje over de rotonde en we besloten voor de verse vis te gaan. Op de terugweg naar Breda zagen we dat we, via deze nieuwe route, vlak langs het huis van mijn zus reden. Eén telefoontje, zus vertrok vroeg van werk en zorgde dat de thee voor ons klaar stond. Haar gezin druppelde langzaam binnen en na een gezellige eind-van-de-middag stapten we weer in de auto. In het vroege donker van de herfst reden we door de spitsdrukte rond Utrecht en besloten we spontaan maar wat te gaan eten. Genietend van de voor ons nog nieuwe vrijheid van een vijftig-plus-stel zonder thuiswonende kinderen.









