![]() |
| New staircase! |
Ik moet goed opletten dat ik van ergernis geen zuurpruim van middelbare leeftijd word. Onze dochters noemen mij al een ‘Karen’ op z’n Amerikaans. ‘Karen’ staat voor het stereotype van een onuitstaanbare vrouw van middelbare leeftijd – wit van huidskleur, normaal gesproken met een vlotte korte blonde coupe – die op hoge poten de manager wenst te spreken wanneer een dienstverlener geen rode loper heeft uitgerold voor haar. Ze belichaamt ook de betweterige en chronisch ontevreden feeks. Er zijn de laatste tijd behoorlijk wat dingen in mijn leven waar ik me aan erger. Laat ik als voorbeeld de aanleg van het glasvezel kabelnet in onze straat noemen. Een flink aantal maanden terug kwam er een nette jongeman aan de deur die me uitgelegde waar de glasvezel ons huis binnen kan komen. Ik moest toestemming geven voor de aanleg van de glasvezel kabel die ons in de toekomst van snelle internet kan voorzien. Een aantal maanden geleden kwam er een team Oost-Europese mannen in de straat graven. De kabel voor maar liefst vier huizen werd onder onze, vorig jaar nieuw aangelegde, oprit gelegd. Het was zóveel opgerolde kabel onder het pad dat er een tegel gevaarlijk uitstak. Ik had daarop een klacht ingediend bij de gemeente. Een typische ‘Karen’ actie van mij natuurlijk. Een paar weken geleden belde de gemeenteambtenaar met de vraag of het probleem al opgelost was. Er was niks veranderd, sterker nog de uitstekende tegel was ondertussen gebarsten in tweeën. De ambtenaar beloofde mij dat hij er weer achteraan zou gaan. En zo stonden er vorige week, onaangekondigd, een paar mannen met een heuse graafmachine voor de deur. Mijn lief en ik waren aan het werk. Ze hadden onze oprit weer open gegraven en de glasvezel kabel er tussen uit getrokken. De graafmachine kwam er aan te pas toen ze naast de oprit onze parkeerplaats met grint onder de beukenboom stonden af te graven. Ze klopten bij ons aan de deur en vroeg onze middelste dochter om toestemming. Zij belde daarop heel wijs haar vader en hij gaf geen toestemming, omdat wij niet thuis waren en de man zo gebrekkig Nederlands sprak dat mijn lief er weinig van begreep. De buurman die op het tumult af kwam hadden ze uitgelegd dat de glasvezel kabel te kort was en dat ze niet onder de tuin door konden schieten naar het huis. De kabel moest ingegraven worden. In ónze tuin! Onze tuin die we twee maanden geleden helemaal opnieuw aangelegd hebben. No way dat onze tuin open gegraven gaat worden. Daar had buurman ook een vermoeden van en had dit met de mannen gedeeld. Het moest tóch gebeuren hadden ze gezegd, anders kregen onze huizen geen glasvezel kabel. Dus in de toekomst geen supersnelle internet. Toen ik thuis kwam zag ik dat alle grond om de oude boom omgewoeld was en dat het grint nergens meer te bekennen was. Het was een grote, zanderige bende. De ‘Karen’ in mij kwam naar boven borrelen. Ik heb een brief aan de gemeente geschreven én aan het glasvezel bedrijf. In de tussentijd heb ik geprobeerd wat grint terug te harken uit het zand. Ik wilde ook gras zaaien, maar dat is niet zinvol. Het bedrijf moet alles op een nader te bepalen moment namelijk wéér open graven om het te verlengen naar de vier huizen. Regen zal zorgen dat het grint weer een beetje aan het oppervlak zichtbaar wordt. Toen er van de week een Belgische auto op de omgewoelde plek onder de beukenboom geparkeerd stond - waar bovendien een ‘niet parkeren' bord aan de boomstam hangt - stapte ik als een echte ‘Karen’ naar buiten. De gespannen jongeman was aan het bellen terwijl hij maar heen en weer ijsbeerde voor zijn auto. Ik vroeg hem of dat zijn auto was. Hij antwoordde mij dat hij mij onbeleefd vond, omdat ik zijn telefoongesprek interrumpeerde. Ik zei dat het onbeleefd was dat zijn auto in mijn tuin geparkeerd stond. Hij zat dik in de problemen hoorde ik, hij moest gerustgesteld worden. De politie zat achter hem aan. Zijn telefoonnummers werden getraced. Ik vermoed dat hij in drugs handelt. Omdat de Belg me negeerde vroeg ik nogmaals wat luider of dit zijn auto was. Hij antwoordde van niet en zei dat ik onfatsoenlijk was. Ik zei hetzelfde over het parkeren van zijn auto. Hij zei tegen zijn gesprekspartner door de telefoon dat er iemand mee zat te luisteren, ik bleef namelijk bij zijn auto staan, en dat hij moest neerleggen. Ik liep daarop naar binnen. Binnen een paar minuten was hij in zijn auto gesprongen en weg gereden. De volgende ochtend heel vroeg heb ik twee palen bij het grint in de grond getikt en een stuk rubberen boomband er tegenaan geniet. Daar ook twee felgekleurde vlaggetjes van een verjaardagsslinger aan geniet zodat niemand het over het hoofd kan zien. Ik wil niet dat daar geparkeerd wordt. De aarde moet herstellen. De regen moet het grint weer tevoorschijn toveren. En ik moet broodnodig afstand van de situatie nemen.
De onzekerheid maakt me onrustig. Je hebt tegenwoordig meer rust als je gewoon thuis blijft dan op vakantie gaat. Wij willen over anderhalve week gaan rijden met onze oude kampeerbus. Ik ben al maanden gevaccineerd met Pfizer. Mijn lief is bij vertrek meer dan twee weken volledig ingeënt met Moderna. Jongste wil zich niet laten vaccineren. Middelste heeft bij de grens van Slovenië net tweeëntwintig dagen haar eerste vaccinatie Pfizer. Voor sommige landen is dat voldoende, maar Slovenië wil ook een negatieve pcr test van haar zien. In dat geval zou de tien dagen in quarantaine komen te vervallen…. Daarom houd ik de kleurenkaart nauwlettend in de gaten. Landen kunnen naar aanleiding van de nieuwe kaart van gezondheidsdienst ECDC besluiten om de regels aan te passen. Ze kunnen bijvoorbeeld strengere voorwaarden stellen aan Nederlanders die vakantie willen komen vieren. De gekleurde coronakaart wordt wekelijks aangepast op donderdag. We hebben nog één donderdag te gaan. Ik word stikchagrijnig van die spanning.
