dinsdag 26 september 2023

Me in Indonesia last month
IK BEN ER WEER
En dan de twijfel, hoort dit?
Kan dit kwaad?

We ademen uit en proberen
niet meteen in paniek te raken.
Maar we kennen de verhalen van
de buurvrouw, de vriendinnen,
de moeders, zussen.

Hoe velen van ons
met bonzend hart in wachtkamers zitten.
Verlamd in stoelen in spreekkamers.
Niet meer in staat om een woord te zeggen, te bewegen,
wetende dat we plaats moeten maken voor de volgende.

Hoe we onze vingers kruisen,
bidden, hopen
dat we de goede dokter treffen,
dat we de juiste diagnose krijgen.
Dat we niet slechts een
dossiernummer worden
maar worden gezien voor wie we zijn.

Babs Gons


Het was een doordeweekse ochtend toen ik een berichtje van onze dochter kreeg doorgestuurd op mijn mobiel. Een klasgenootje van haar lagere school kondigde op social media aan met z’n vrienden een halve marathon voor kankerbestrijding te gaan rennen. Tijdens de Singelloop aankomend weekend. Zijn moeder had een paar maanden terug de diagnose kanker gekregen, stond er in het bericht te lezen. Een fotootje van haar en haar zoon erbij. Wat een lief gebaar van hem. De opbrengst is voor kankeronderzoek. Ik stond op de overloop schone was te verdelen over de kasten toen ik het las. Zijn moeder heeft dus kanker. Tranen stroomden over mijn wangen. Brullen. Zoveel verdriet kwam onverwachts uit mij. Zoveel pijn voelde ik. Zijn moeder ken ik nu meer dan tien jaar. Geen vriendschap. We waren allebei hulpmoeder op de lagere school van onze kindjes. Het schoolgebouw versieren voor de komst van Sinterklaas, hulp bij sportactiviteiten op school, leesmoeder op de gang, vergaderen, dat soort dingen. Oppervlakkig maar leuk contact op school. Meer niet. Een zorgeloze tijd. We hadden geen idee wat de toekomst ons brengen zou. Ik voelde ineens zóveel verdriet voor haar. Zóveel verdriet voor het traject waar ze nu in zit en wat haar nog te wachten staat. De paniek, de onwetendheid van hoe verder, de wachtkamers, de vele tranen, de fysieke pijn, het verdriet van je gezin, de ritjes naar het ziekenhuis, het verliezen van je zorgeloosheid, de uitslagen, angst, de onzekerheid over je toekomst, de afschuwelijke misselijkheid en de eindeloze moeheid. Het kwam er allemaal uit. In dikke tranen en een snotneus. Voor haar. Voor ons beiden. Voor alle mensen die hiermee te maken hebben. Medelijden. Verdriet. 


Toen de tranen opdroogden, nog steeds in m’n uppie staand naast mijn wasmand op de overloop, kwam het besef dat ik inmiddels een jaar verder ben. Een heel jaar. Dat ik veel van deze stappen en fasen al doorlopen heb. Ik heb geen fysieke pijn meer. Ik zie niet zoveel wachtkamers meer. Ik ben nauwelijks nog extreem moe. Ik ben herstellende. Mijn uitgevallen haar is alweer zo’n tien centimeter lang. Littekens vervagen langzaam. Zo ook het oedeem in mijn hals. Ik kan bijna weer normaal kauwen. Ookal eet ik echt wel in een langzamer tempo. Mijn stem wordt steeds meer de oude. Ik heb überhaupt weer een stem! Zo’n opluchting voelde ik daar terplekke op de overloop dat ik het ergste gehad heb, dat ik het gewoon gedaan heb. Het besef dat het achter me ligt. Dat ik er gewoon weer ben. En hoe! Er heeft veel tegengezeten het afgelopen jaar, maar er is ook heel veel meegevallen. Ik heb al mijn tanden en kiezen nog. Vaak worden tanden en kiezen verwijderd als ze er niet goed bij kunnen tijdens de operatie. Ik kan weer goed praten. Dat is zeker niet altijd zo. Ik zing sinds kort zelfs weer zonder dat mijn stem overslaat. Mijn hals ziet er echt mooi uit zeggen de artsen, ookal zie ik dat zelf soms anders. De allergrootste meevaller is natuurlijk dat ik weer gezond ben. Ik gun dat ook deze schoolpleinmoeder van toen. Ik gun haar net zo’n lieve kring mensen om haar heen als ik dat had. Net zoveel steun en liefde. Ik heb haar een klein berichtje gestuurd.

dinsdag 19 september 2023

Juice of grapes - homemade!
KNOEIEN IN DE KEUKEN
‘The table is a meeting place, a gathering ground, the source of sustenance and nourishment, festivity, safety, and satisfaction. A person cooking is a person giving: Even the simplest food is a gift.’ 
- Laurie Colwin


Elke dag mag ik duizenden beukennootjes en schilletjes van onze eeuwenoude koperbeuk van de oprit vegen. De schilletjes zijn best scherp. Wanneer we nu naar ons huis lopen kraakt het onder onze schoenen of wanneer we de tuin uit fietsen dan kraakt het onder onze fietsbanden. Dat geluid geeft een typisch herfstgevoel. Sowieso het opvegen van de duizenden nootjes ook. Ik heb er aan gedacht iets met de beukenvruchten te doen. Na de tweede wereldoorlog maakten ze een intense koffie van beukennootjes, en ze maakten ook meel dat ze vervolgens gebruikten voor brood en taarten. Je kunt de nootjes roosteren maar ook koken en dan in een salade gebruiken. Of persen tot een olie. Ook gewoon rauw eten maar niet teveel, dan zijn ze juist giftig. De nootjes zijn eigenlijk heel gezond en verrassend voedzaam. Ze zitten boordevol ijzer en zink, en hebben een hoog vetgehalte. Best jammer dat ze bij ons voor de deur zo in de biobak verdwijnen. Wat wél een goede bestemming heeft gekregen zijn de kleine druifjes uit de tuin van onze buren. Ze gingen afgelopen week op vakantie terwijl ze trossen rijpe witte druiven aan de ranken hadden groeien. Ik kreeg een flinke bak vol. Ik heb de druiven van de takjes gehaald, gekookt zodat het vel eraf viel en na het afkoelen heb ik ze door een fijne zeef gedrukt. Er bleef alleen lege velletjes over. Nog een keer door een zeef en toen in glazen literflessen gegoten. Ik had speciaal drie glazen literflessen met een rubbertje en een beugelsluiting gekocht bij IKEA en op internet gezocht hoe je de flessen moet steriliseren. Kokend water in gieten en nog tien minuutjes in een grote pan met water laten koken. Ik goot het kokende water erin en pats…de fles barstte meteen. Gelukkig hield ik twee liter druivensap over dus ik miste die ene fles niet. Eén fles sap nam ik zaterdag mee naar de boot van mijn zus in Friesland. Het was een voortreffelijke dag met veel zon op de Friese meren. Zo lekker, verse koude druivensap op zo’n warme dag! Nu ik de smaak van kokkerellen te pakken heb wil ik de rozenbottels aan de rozenstruik van mijn moeder gaan verwerken tot siroop. Ze zijn nog niet allemaal roodgekleurd dus ik moet nog even geduld hebben. Van de week wandelde ik met mijn lief op een avond in ons buurtje toen we struiken vol knalrode rozenbottels tegenkwamen. Ik ga binnenkort met een emmer terug die kant op en meng het met mijn eigen rozenbottels. Toen we nog jong waren hebben we allemaal rozenbottelsiroop van Roosvicee gedronken. Rozenbottels zijn beregezond. Ze zitten vol vitamine C en mineralen. Om siroop te maken zou er wel suiker bij moeten maar daar wil ik agavestroop voor gebruiken. Binnenkort dus aan de slag met rijpe rozenbottels waarbij het voor mij een extra tintje heeft vanwege de vruchten van mijn moeders rozenstruik. Toen zij, inmiddels achttien jaar geleden, overleed heb ik samen met mijn zus wat planten uit haar geliefde tuin verpot. Voor mij een klimroos waarvan de rode rozen langs het huis al meerdere jaren in een hartvorm bloeien. Heel bijzonder. Nu ga ik dus de vruchten verwerken tot een zoete siroop.


Ook nam ik destijds een kruisbessenstruikje mee waarmee ik weinig kan, omdat de vogels alle bessen er al uit pikken voordat ik er zelf aan toe kom. Dat geldt trouwens ook voor de kersen in de achtertuin. Wél hebben we eens kilo’s pruimen uit de achtertuin geplukt. Daar heb ik toen compote van gemaakt waarvan er nog steeds potjes in de kelder staan. Zo lijkt het me ook geweldig om van de magnoliaboom in de voortuin, die al minstens een halve eeuw oud is, in het voorjaar de bloemblaadjes te verzamelen om siroop te maken. Steel magnolias! Elk jaar kondigt deze prachtige boom in onze straat de lente aan. Na de bloei zorgen ze echter voor een zooitje op de oprit. Ik zou de bloemen dus moeten plukken voor ze vallen. Het recept is eenvoudig. Je vult een teil met magnoliabloemen. Door er een nacht koud water op te doen krijg je bloemenwater dat je zeeft. Met suiker (of agave) kook je het tot een siroop. Buiten dat de siroop heel lekker is van smaak zit de bloem ook vol met de gezonde stofjes zoals magnoliol en honokiol. Volgens de oude Chinese wijsheden kalmeren deze stofjes je bij angst en stress. Daarnaast stimuleert magnolia je immuunsysteem, zorgt voor een goede werking van de hersenen en staat de magnolia ook nog eens bekend als een goed antioxidant. Andere jaren heb ik er nooit aan gedacht om iets met de bloemblaadjes te doen. Magnoliatakken in de knop geef ik altijd weg. Misschien ben ik zo getriggerd door nieuwe smaken uit onze tuin doordat ik alles weer kan proeven. Een half jaar geleden was ik heel lang mijn smaak kwijt. Alles proefde hetzelfde naar bordkarton. Bovendien zat de binnenkant van mijn mond vol littekens en brandblaren. Eten en drinken was pijnlijk en smakeloos. Ik ben zo dankbaar dat ik alles weer proef! Het leven zonder smaak is grijs. Eten en drinken is een heel sociaal gebeuren. Het gaat eigenlijk om mensen. We eten en drinken met onze vrienden. We genieten van een lekkere maal met ons gezin. Je kunt je nauwelijks voorstellen wat het betekent wanneer je smaak wegvalt. De lol van eten en drinken en samenzijn was voor mij weg. Mezelf voeden werd een heel groot ding. Tegenstand. Afvallen. Zorgen. Ik ben nog lang niet terug op mijn oude gewicht, maar ik ben op een gezond gewicht en dus laat ik het zo. Tijdens onze maand reizen door Azië was ik zomaar twee kilo afgevallen. Dat vind ik wel spannend, maar mijn arts vond het helemaal niet zorgelijk. Extra genieten is het dan wanneer ik met ongewone producten uit onze eígen tuin heb mogen knoeien in de keuken tot er iets lekker zoets ontstaat.

dinsdag 12 september 2023

Enjoying the beach!
RITMISCHE GOLVEN
“They walked, and the long waves rolled and murmured rhythmically beside them; the fresh salty wind blew free and unobstructed in their faces, wrapped itself around their ears, and made them feel slightly numb and deliciously dizzy. They walked along in that wide, peaceful, whispering hush of the sea that gives every sound, near or far, some mysterious importance.” 
- Thomas Mann

Na een week van emotionele bergen en dalen is er voor mij en mijn lief niets heerlijkers dan een ontspannen bezoek aan het strand. Het strand is een magische plek voor ons. In elk seizoen trouwens. Nu is het toevallig nazomer. Na de grijze natte dagen volgde godzijdank een week met volop zonneschijn. Ik knap daar zo van op. Ookal zit ik na de zomer niet meer bij elke zonnestraal in de tuin. De schuifdeuren staan wel wijd open. De drie poezen zijn bijna de hele dag buiten. Het seizoensfruit smaakt veel lekkerder. Het fietsen is veel meer genieten met een knalblauwe lucht. Yogalessen met de zaaldeuren open. Als cadeautje strekte het tropische weer van doordeweeks zich uit over het weekend. Een afspraak in het weekend werd afgezegd vanwege de hoge temperaturen boven de dertig graden en een te hete achtertuin. Mijn lief en ik plannen spontaan een lange dag aan het Zeeuwse strand. Samenzijn is weer belangrijker geworden nu de kinderen vaker uit huis zijn. Coolbox vol fruit, water, ijsthee en snacks mee. Twee parasols en extra grote badhanddoeken die we een jaar terug in Sicilië gekocht hadden. Wat een luxe met z’n tweetjes. Een lange strandwandeling. De zilte lucht. Ritmische golven. Telefoon thuis gelaten. Voeten in het water. Het strand maakt me zen. Stapel tijdschriften en zaterdagkrantje mee.  Staren naar zee. Zwemmen in zee. Wel oppassen bij eb dat een kwal je niet aanraakt. Er zijn donkerblauwe die behoorlijk groot zijn. Ze lijken op een romantische zonnehoed met een paars rafelrandje aan de onderkant. Er zijn doorzichtige kompaskwallen met een heel mooie roestbruine mandala op hun rug. Er zijn echt heel grote doorzichtige kwallen met een paars randje - de zogenaamde zeepaddestoelen - en er zijn de doorzichtige kleine oorkwalletjes die net op drijvende stukjes plastic lijken met vier vakjes op hun rug. Helaas prikken de kwallen in de Noordzee. Net zoals vorige zomer in Sicilië waar oudste dochter en mijn lief meerdere keren gebeten werden door een lila kwalletje. Pijn. Op het vrijwel lege kiezelstrandje waren gelukkig Italianen die crème tegen een medusa prik hadden. Nog maar een paar weken geleden zwommen we nog met ons vijfjes met onze duikbrillen tussen lichtoranje gekleurde kwallen. Zij beten niet. In helder aquamarijn zeewater. Heel sprookjesachtig. Zo sierlijk zoals zij zich bewegen. Duizenden bij elkaar. Toch is het hier ondanks de kwallen lekker afkoelen in de grijsblauwe Noordzee. De zeetemperatuur is eenentwintig graden.  We lunchen bij een strandpaviljoen. We eten in de avond vis en sluiten af met het heerlijkste Italiaans ijs dat ik ken in Dishoek. Met warme chocoladesaus die uithardt. Het aller-allerheerlijkste ijs van Nederland blijft natuurlijk slagroomijs van bakker van der Linden in hartje Amsterdam. 


Rond etenstijd krijgen we een berichtje dat onze afspraak op zondag ook uitgesteld wordt. Om dezelfde reden. Te heet. We weten meteen wat we met de onverwacht vrije dag gaan doen. Wederom samen naar het strand! Tenslotte hebben we bijna alles al bij elkaar geraapt. Een strandtas gevuld met twee badlakens, zonnebrandcrème, leesvoer en parasols. Koelbox. We gaan iets eerder en we zullen ook eerder naar huis gaan om samen te eten met onze twee uitwonende meiden. Samen om daarna weer ieder onze weg te gaan. Op het strand aangekomen is het geen eb zoals gisteren maar begint juist vloed. We zien tijdens onze wandeling nauwelijks nog aangespoelde kwallen of zeewier. Lekker vrij zwemmen zonder op te letten. Alhoewel de kwallen die er wel zijn écht groot zijn.  Ik blijf het in de gaten houden. Mijn lief haalt verse vis en we hebben een pak verse koude gazpacho mee. Het leven is helemaal goed nu zoals het is. Onder onze parasols. Wat hadden wij dit nodig. Mijn lief slaapt het grootste gedeelte van de twee stranddagen. Hier rust hij uit. Het enige wat ik nog nodig zou kunnen hebben is een viskrukje. Om lekker aan de waterkant te zitten. Ik zie andere mensen dat doen. Met mijn voetjes in de koele golfjes. Een soort voetspa. We beloven elkaar dat we volgende keer krukjes uit onze kampeerbus meenemen. Oh, wat kan het leven weer goed zijn!

dinsdag 5 september 2023

Walking under the pajong | Soerabaja | 1932
PREDESTINED
How much of ME is my own and how much is stamped into my blood and bone, predestined?” 
- Thi Bui

Ruim een week zijn we nu thuis. Althans, oudste dochter is thuis in Singapore en wij zijn thuis in Nederland. Jongste is doordeweeks in haar thuis in Maastricht. Haar studentenleven is weer begonnen. Middelste verhuist deze week naar haar nieuwe thuis in Rotterdam. Volgens mij gaat dat praktisch betekenen dat mijn lief en ik van maandag tot en met woensdag met z’n tweetjes zijn. Elke donderdagavond komt middelste thuis eten om daarna naar een geliefde groepsles van de sportschool te gaan. Aansluitend gaat ze vrijdagochtend naar de colleges op de militaire academie in Breda. De weekends zijn dus gezellig druk met twee meiden in huis. Jongste komt vrijwel elke vrijdag thuis om haar vriendje te zien. Ons nieuwe leven. Ik leef de eerste week na thuiskomst nog steeds in een bubbel. Niet de avontuurlijke, blije, zonder mobiel, met z’n-allen-op-reis, sprookjesbubbel, maar de alleen-thuis-met-hoofd-vol-herinneringen bubbel waar veel wassen draaien bij hoort. In de regen. Geen wassen draaien op zonne-energie. Geen wassen buiten drogen aan de droogmolen. Zo deprimerend. Ik kwam vorige week zondag met een klap in de mistroostige realiteit toen ik hoorde dat Kees, mijn maatje op het bestralingstoestel van het Erasmus, het slechtste scenario had gekregen van twee opties. Hij had uitzaaiingen in zijn longen en hersenen. Het betere scenario zou zijn dat het nieuwe tumoren waren die dan behandeld hadden kunnen worden. Dat had voor hem wel betekend dat hij het hele pad opnieuw moest afleggen. Verschrikkelijk. De tumoren bleken echter uitzaaiingen en dan kan er blijkbaar niks meer gedaan worden. Hij had immers al chemotherapie en bestralingen gehad. Ongeneeslijk ziek. Ik schrok van dat nieuws. Kees stond voor de taak zichzelf los te maken van uiterlijkheden, het fysieke lichaam, ego en alles wat ooit als vertrouwd voelde, om ruimte te maken voor het onbekende. Heftig. We waren kort na elkaar ‘schoon’ verklaard. We hadden samen geluncht in zijn geboortedorp aan zee waar we met een high five bezegelden dat we gezond waren. Klus geklaard. Dit was voor de zomer. De zomer is nog niet eens voorbij en Kees is er niet meer. Nog geen week nadat ik het bericht over het slechte scenario ontving is hij in de vroege ochtend overleden. Ik vind het gewoon niet te bevatten. Het leven lijkt wel een kansspel. Wie heeft er kans oud te worden? Wie heeft er kans op ongeneeslijk ziekzijn? Wie heeft er kans om te genezen? Het leven is zo onvoorspelbaar. Veilig en geborgen ben je pas als je iets in jezelf vindt wat onaantastbaar en onbreekbaar is. Ook al verandert alles om je heen, al stort je hele wereld in, jij weet wie je bent en wat je waard bent. Daar ging toevallig mijn eerste terugkeer yogales na een maand reizen over. In de yogazaal werd ik verrast door de Amerikaanse yogaleraar Robert die leraar is van mijn juf. Overgevlogen uit Texas gaf hij deze les als verrassing en sprak erover dat dit leven een tijdelijke ervaring is en dat de dood je enige zekerheid is. Alles in dit leven is vergankelijk. Alles. Hij keek mij vaak recht in de ogen aan. Hij vertelde ook dat hij dingen voelt en dat je je niet kunt verstoppen voor hem. Is deze boodschap voor mij persoonlijk? Elke vriendschap, iedere liefde, elke emotie, alles valt uiteindelijk uit elkaar. Ik wist toen nog niet dat Kees een paar dagen later zou overlijden... Verandering is de enige constante factor in ons leven. Dat is een vast gegeven in de yoga. Als je dat kunt accepteren dan komt dat gevoel van vrijheid en veiligheid. Mijn eigen ervaring is dat yoga en meditatie liefdevolle ervaringen zijn die je in contact kunnen brengen met je innerlijke wereld. Rust. Vrede. Innerlijk weten. Kalmte. Volgens teacher Robert komt er een moment dat je tijdens een meditatie voelt dat je een wezen vol licht bent, dat je meer bent dan alleen je fysieke lichaam. Het doel van het leven is niet alles krijgen wat jij wilt. Het doel is liefde en schoonheid halen uit alles wat op jouw pad komt. Een mooie serene boodschap voor iedereen, zeker voor mij in deze weken van mijn leven. Deze week precies een jaar geleden begon de malle molen van onzekerheid en angst.


Mijn werkelijkheid is dus dat onze oudste dochter nu écht in Singapore woont. Dit wilde ze al heel lang. Ze is inmiddels begonnen met werken. Ze heeft al nieuwe aardige mensen ontmoet om leuke dingen samen mee te doen. Ze is gestart met paaldanslessen van de juf waar ze in Rotterdam ook les van had. Die juf verhuisde een paar weken voor onze dochter naar Singapore. Is dat toeval? Tijdens onze reis ervaarden we zó vaak dat we het zelf nooit beter hadden kunnen plannen dan dat het universum of toeval dat voor ons deed. Zo vaak dat we inmiddels steeds zeggen dat toeval niet bestaat. Zo kijk ik er ook tegen aan dat vier generaties vrouwen voor mij in mijn familielijn ons kikkerlandje hebben verlaten om het avontuur op te zoeken in tropische landen. Is dat patroon toeval? Ik schreef het al eerder, tot aan mijn overgrootmoeder gaat het fenomeen terug om afscheid te nemen van onze emigrerende dochters. Een paar dagen terug was ik bij de oudste zus van mijn moeder. Zij heeft twee keer een periode van vier jaar met haar ouders in Indië gewoond, en daarna een keer een periode van zes jaar met haar man. Zij was erg benieuwd naar mijn eerste indruk van Indonesië, en het achterlaten van onze dochter in Singapore. Haar fotoboeken kwamen op tafel. Zwart-wit foto’s van mijn vijfentwintigjarige oma in Singapore, al in 1932! Dezelfde stad waar nu onze vijfentwintigjarige dochter woont! Dochter’s overgrootmoeder was daar bijna honderd jaar geleden ook al! Ook fotootjes van mijn grootmoeder in Soerabaja, destijds haar woonplaats, op straat genomen. Het lokale leven daar. Ik vind de antieke zwart-witte familiefoto’s uit Indië en Singapore geweldig. Ik ga ze verwerken in ons reisalbum van Singapore en Indonesië waar ik nog steeds dagelijks mee bezig ben. 

dinsdag 29 augustus 2023

Special memories | Kalimantan
WOORDEN GEVEN AAN LIEFDE
Wherever you go, whatever you do. I will be right here waiting for you.’
 
- Richard Marx


Een afscheid kan mooi en zuiver zijn. Zo was het afscheid van onze dochter. En het afscheid van haar van haar twee zusjes ook. Afgelopen vrijdagavond. Ze ging niet mee naar het vliegveld om afscheid te nemen. Als je al van een afscheid kunt spreken...er komt natuurlijk een weerzien. Alleen weten we niet wanneer.  We waren de uurtjes voor ons vertrek lekker bij haar in huis. Lummelen. Elkaar steeds omhelzen. Lieve woorden uitwisselen die anders ongezegd waren gebleven. Dat is een voordeel van elkaar stukken minder gaan zien door de afstand. Er worden woorden aan de liefde gegeven. Ik vind dat een heel fijn gevoel. Ook tijdens mijn ziekteproces kreeg ik de allerliefste briefjes van onze meiden. Er is zoveel blijk van liefde de laatste dagen van onze reis. Hand in hand lopen. Een blik. Hard schaterlachen. Stevige gemeende omhelzingen. Een gedeeld verleden. Gearmd op straat lopen. Samen herinneringen ophalen. Überhaupt samen als gezin een verre, avontuurlijke reis maken. Samen uit het raam naar de skyline van Singapore kijken. Háár uitzicht. Een hart vol liefde. Uitgesproken woorden van liefde omdat het moment daar om vroeg. Laatste woorden voor vertrek. De hechte band tussen de zussen zien die gekroeld op bed liggen. Dat warmt mijn moederhart. Ze woont nu een halve dag vliegen van ons vandaan. Er is een pittig tijdsverschil waardoor wij alleen in de ochtend tot zo’n beetje eind van de middag contact kunnen hebben. Nu zijn onze hoofden nog helemaal gevuld met reisverhalen en avonturen. Alles is vers. Natuurlijk hebben we de hoogtepunten met elkaar benoemd. Zoals de grote mensaap die uit de boom klom en het pad op liep waar wij op stonden. We waren nog maar net op weg met de houseboat door het national park Tanjung Puting. Net vers aangekomen in Kalimantan. Een fenomenale, tropische stortbui vooraf aan de encounter. De aapman liep ijlings langs ons heen. We stonden te trillen op onze benen. On-ver-ge-te-lijk. Het liep goed af. Hoe vaak hebben we deze avontuurlijke herinnering niet met elkaar gedeeld? Het blijft een bijzonder moment. Zo ook het zwemmen met de reuzenroggen in de Celebeszee. Wederom gevoelens van angst voor de onvoorspelheid van de natuur. Grote beesten die onbevangen op ons af kwamen zwemmen. Niet één maar meerdere vanuit diverse richtingen. De enorm diepe zee, dat donkerblauwe diepe zeewater onder je… Eigenlijk de onwetendheid. De onvoorspelbaarheid. Daarna de euforie dat we het gedaan hebben! Dat we dit überhaupt hebben mogen meemaken. Dankbaarheid. Saamhorigheid. Wat mij erg emotioneerde tijdens deze reis - dat waren meerdere dingen - en wat de rest van mijn gezin ook intens beleefde was de rit op de brommer naar het allerhoogste bergdorpje in het Meratusgebergte in centraal Kalimantan. Het was wederom een gevoel van angst en het je eraan overgeven. Allevier zaten we achterop bij een kleine Indonesische jongen, verhuizende dochter toevallig bij een meisje. Achterop onze rug ook nog eens de zware backpack. We moesten ons met één of twee handen achterop vasthouden aan het zadel. Tijdens het naar boven rijden mee naar voren leunend anders zou de brommer naar achter klappen, en naar beneden ons gewicht juist naar achter leunen anders zou de brommer te hard gaan. De verantwoordelijkheid die we voelden! Dat gevoel vermengd met de adembenemende natuur waar we doorheen reden. De tropische begroeiing op de bergen. De rivier die door de bergen meanderde en waar we een keer of drie overheen moesten. Dat kon niet anders dan over een hangbrug met losse planken die klapperden wanneer we er overheen reden. De brommertjes één voor één op elkaar wachtend. De gammele brug kon het uitzonderlijke gewicht van ons lange Nederlanders met rugzakken op een brommer anders niet aan. De zon die scheen en het avontuur dat lonkte. Gelukstranen.


Een trekking van zo’n dertien kilometer door deze adembenemende bergen. Tranen stroomden van dankbaarheid over mijn wangen bij een mooi uitzicht. Net nog geen jaar na de diagnose van mijn noodlottige ziekte. Het kan een reden zijn waarom ik deze reis bijzonder intens beleefde. De reden dat we oudste dochter na deze reis achter laten in dit continent speelt natuurlijk ook mee. Elke dag een nieuw avontuur. Een typhoon op zee, zwemmen tussen kwalletjes, metershoge golven op zee, een badende vrouwtjes mensaap, mijn been die in het rode drijfzand getrokken werd, zwemmen met de immens grote zeeschildpadden voor ons huisje, een vissende mannetjes orang-oetan met een hengel, een buitendouche, mijn val tussen rivierstenen, raften op een bamboevlot, de waterbuffels in het dreigende onweer, koken in een bamboestengel, de toiletgang op een boot boven een paar latjes met een gat ertussen, de dagelijkse aandacht van Indonesische volwassenen en kinderen die ons (te) enthousiast belaagden, vers kokoswater uit de noot drinken, de drukke floating market op een rivier, zwemmen in een waterval, schommelen aan een liaan in het oerwoud, de bar op een hoge berg en de meest schattige zeeschildpadjes in onze handen. De zonsondergangen waren stuk voor stuk adembenemend. Ook het eten vond ik een avontuur. Elke dag drie maaltijden met mie of rijst. Gebakken, gefrituurd of gekookt. Vis van de dagvangst. Kroepoek. Het tropische fruit was echt een feestje. De kleuren, de smaken en de geuren waren een ware explosie! De avonturen komen nu terug in m’n herinnering omdat de duizenden fotootjes langskomen op de computer. Het leven was simpel in Indonesië doordat we vaak lekker op sleeptouw werden genomen door een gids. In het nu leven. Zelfs tijd om over niks na te denken. Ik had bij de reisplanning vooraf de maand in stukjes gehakt van houseboat met orang-oetans in Zuid-Kalimantan, tot een week in de bergen en oerwoud in Centraal Kalimantan tot de witte stranden en onderwaterwereld op de Derawan eilanden archipel in Oost-Kalimantan. Tussendoor af en toe een stadje om daar onszelf te pamperen met een luxe hotel en om een propellervliegtuig te pakken. Onze oudste dochter heeft er met haar emigratie voor gezorgd dat er een reden was om dit grote avontuur aan te gaan. Wellicht volgen er nu meer verre Azië-reizen?

zaterdag 26 augustus 2023

Kampong Glam | Singapore
AFSCHEID
I took for granted all the times. That I thought would last somehow. I hear the laughter, I taste the tears. But, I can’t get near you now.’
Richard Marx

In twee uur vliegen we sinds lange tijd in een normaal vliegtuig, naar Singapore. We zijn op de terugweg van onze lange Aziëreis. We stappen rond lunchtijd uit. We zijn wederom in Singapore om onze dochter een beetje te helpen settelen in haar nieuwe appartement. Om samen te eten daar en samen tijd door te brengen. Misschien een beetje thuisgevoel te creëren. We splitsen ons na de landing op. Onze drie meiden pakken een Grab taxi om de sleutel op te halen en een rondleiding te krijgen. Mijn lief en ik hebben rugzakken in ons nieuwe hotel in Little India gedumpt en gaan naar ons eerste capsule hotel om daar op dochter’s drie volle, zware koffers te wachten die een maand in opslag waren. We hadden pech dat 4G van manlief er geen zin meer in had. Dus ouderwets op de bonnefooi reizen en onderweg mensen aanklampen met de vraag waar het busstation is, welke bus naar Mosquestreet gaat en waar tickets te kopen. Zelf steeds uit het busraampje kijken of we de buurt al herkennen, er werden in de bus namelijk geen haltes omgeroepen. We vonden warempel het capsulehotel in Chinatown terug, weliswaar te laat, maar de bezorger van de drie koffers was nog niet geweest. Snel een koud colaatje binnen gekocht, we hadden geen tijd voor lunch gehad, toen de koffers al op de stoep stonden. Met drie loodzware, rijdende koffers terug naar de bushalte. Nog een keer overstappen toen we eindelijk uitstapten op Orchard Road, de meest luxueuze winkelstraat van heel Singapore. We stonden in de hitte onderaan een megahoge steile trap die we moesten beklimmen naar de straat van oudste dochter. ‘Dat gaan we niet doen’ zeiden we tegelijkertijd tegen elkaar. We waren al zo trots dat wij als twee oudjes deze immense stad doorkruist hadden zonder 4G. We zagen aan de achterkant van een superluxe warenhuis de parkeergarage uitkomen bovenaan de trap. We trokken onze koffers en bezwete lichamen mee het modieuze, koele warenhuis TANGE in. We gingen met de koffers via de roltrap, we konden de lift niet vinden, naar boven. Via de parkeergarage lopend naar buiten. Om de hoek gelopen zagen we oudste kind al op ons wachten. Bij haar flat. Ze nam ons mee naar binnen op de twaalfde verdieping. Schoenen uit bij de voordeur. Een heerlijk koele woonkamer met een bankstel en grote ramen, open keuken met grote bar om te eten, en…haar eigen gemeubileerde slaapkamer. Mijn lief en ik storten ons op de stoelen op haar slaapkamer neer en moeten eerst even bijkomen. Om ons heen een bureau, een fijne zitstoel, een groot bed, veel wandkasten, een groot gesloten raam met uitzicht over de stad en als verrassing nog een zijraam dat open kan. Haar fijne plekje voor de komende tijd, in een luxe buurt. Ze opende haar koffers vol met schone kleren van thuis. We hebben ons allemaal opgefrist en pakten toen een bus naar downtown. Ons afscheidsdiner zou een lange avond samen tafelen zijn. We kozen daarom voor een hot pot restaurant. 


Middelste dochter had het langste strootje getrokken. Zij logeerde vannacht bij haar oudste zus. De volgende ochtend kwamen wij gedrieën met de metro om gezamenlijk te ontbijten. Ze hadden al boodschappen gedaan. Het was echt heerlijk. Veel fruit, yoghurt, warme chocomel en koffietjes, echte croissantjes en stokbroodjes. Een Europees ontbijt in plaats van mie of nasi goreng. Wat hadden we dat gemist ookal smaakte dat altijd prima. Lekker met z’n vijfjes aan de bar in de keuken. Herinneringen maken op dochter’s nieuwe stekkie. Na het uitpakken van wat verrassingen van thuis uit de koffer en na het opruimen van backpack’s in de lege koffers trokken we lopend over Orchard Road richting het centrum. Een heerlijke groene salade als lunch, zo lekker na een maand Indonesisch eten. We hadden allevijf dezelfde behoeften. Daarna begon onze jacht op het kantoor van Deloitte. De nieuwe werkplek van dochter. We hebben gewandeld door het Financial district met alle indrukwekkende skyscrapers. Helaas lukte het niet de ingang van haar nieuwe kantoor te vinden. We waren wel dichtbij volgens Google Maps dus we hebben nu wél gezien waar ze dagelijks zal lopen op weg naar haar werk. We brachten een bezoek aan Kampong Glam. Een wijk met de grote opzichtige Sultan moskee en veel schattige boetiekjes en Arabische restaurantjes. Lekker met elkaar gegeten daar, koude verse lemonade erbij. Uiteindelijk met de metro terug naar het appartement. Het voelde deze keer al nog meer als thuis. We fristen ons weer op, kleedden ons om voor de lange vlucht. De drie meisjes op het bed helemaal over elkaar heen verstrengeld om samen naar filmpjes van onze drie katten te kijken. Nog even samen relaxen tegen elkaar aan. Zonsondergang. We doen de lichten uit in het appartement en genieten met z’n vijfjes van het uitzicht. De verlichtte skyline van Singapore…. Hoe leuk dat links een Novotel gelegen is met een lichtreclame. Thuis wonen wij op steenworp afstand van Novotel, het hotel waar wij een maand lang met plezier gewoond hebben na onze verhuizing van Mexico naar Nederland. Zo denkt ze elke avond even aan thuis…. Het afscheid ging gepaard met duizenden natte tranen, stevige omhelzingen en vele lieve woordjes. Beloftes tot een snel weerzien. Till we meet again.


Singapore - 24 augustus 2023  

woensdag 23 augustus 2023

Sun Bear in Balikpapan
OP BERENJACHT
The three great elemental sounds in nature are the sound of rain, the sound of wind in a primeval wood, and the sound of outer ocean on a beach.’
- Henry Beston


Het is tijd voor ons om terug te gaan naar het ‘vaste’ land. Eiland Borneo dus. Of nog specifieker Kalimantan. Het Indonesische deel van Borneo. Het brengt mij telkens weer een weemoedig gevoel als we ergens wat langer geweest zijn en het goed naar ons zin hebben gehad. Dat was afgelopen week op Maratua met Rivi, maar ook de week in Centraal Kalimantan met Joe. Het gevoel hebben dat er goed voor ons werd gezorgd. Dan is zo’n momentje van afscheid even iets moeilijker. Indonesische mensen raken elkaar niet in openbaar aan. Toch gaf Joe ons toen wij onze hand uitstaken bij het afscheid allemaal een omhelzing. Een week zo intiem samen optrekken schept een band. Ik weet nog dat Potas, de gids op de houseboat dat ook zei. ‘Voor de komende dagen zijn we een familie.’ Zo voelde dat ook bij Joe en zijn vrouw Jamilla, en ook bij Rivi en kokki. Een warm bad. Rivi gaat ons deze vroege windstille, zonnige ochtend met z’n scooter, met twee van onze backpack’s, vooruit naar de lange houten pier. Hij heeft de bagage al in het bootje gelegd wanneer wij aan komen lopen. Een overdekt bootje met één motor dit keer. Er zit al een oude Hindoe meneer in met een mooi gestreken batik overhemd, een mutsje en een grijze sik. Ook een moslima. Ook Rivi geeft ons zonder twijfel een omhelzing. Een grote glimlach. Hij blijft zwaaien wanneer we wegvaren. Ik slik mijn opkomende tranen weg. Al snel zie ik op zee slecht weer, recht voor me uit. Donkere lucht die zo laag hangt dat hij de aquamarijne zee aanraakt. Ik wijs het mijn lief aan die er niet echt acht op slaat. Ik houd het in de gaten, ik word er heel onrustig van. Dan zie ik ineens een wit oppervlak op het water. Huh, een strandje of een zandbank? Dan zie ik het goed, het is wild opspattend zeewater. Een draaikolk. Het begint nu te regenen. Ik houd de kapitein in de gaten die het natuurlijk ook gezien heeft. De moslima is opgestaan en naar het raam gelopen en praat met de kapitein. Dan zegt middelste dochter dat ze twee cyclonen ziet. Boven het wild kolkende water steken twee ronddraaiende windhozen omhoog. Ik krijg tranen in mijn ogen. Hier zitten wij met acht mensen in een nietig houten bootje met één motor. Beelden komen mij voorbij van allesvernietigende tropische cyclonen. Scheepswrakken. Omhoog gestuwd warm oceaanwater. We zitten nu op de evenaar, een typische plek voor tropische cyclonen. De wind verzamelt het damp en stijgt terwijl de koude lucht eronder kruipt. Hoge druk ontstaat waardoor de wind heel snel kan bewegen. Het spint keihard rondom het bekende oog. Angst valt over me heen. Een heel kwetsbaar gevoel dat ik herken vanuit m’n ziekenhuisopname. Nog helemaal niet zo lang geleden. Tranen. Een dochter wrijft troostend over mijn rug. De kapitein scheurt met z’n motor op volle toeren door, steeds links de cycloon in de gaten houdend. De regen stopt weer. De lucht klaart op. De cycloon verdwijnt uit zicht. We kunnen weer rustig adem halen. Bijna drie uurtjes later staan we weer op het drijvende houten piertje. Tegenover de groene moskee. Rivi heeft twee taxi’s voor ons geregeld. Een kwartier later staan we op het kleine, splinternieuwe luchthaventje. We hebben zelfs een eerdere vlucht. We drinken iets lekkers in een modern café, er is WiFi. Op naar de volgende stap in ons grote avontuur.


‘Wij zijn op berenjacht. We kunnen er niet overheen. We moeten er dwars doorheen’ zingen we op de houten pier. Het enige dier uit het regenwoud, van mijn lijstje, dat we niet hebben kunnen spotten is de mooie sun bear. De enige grote, donkerbruine beer met dikke vacht die geen winterslaap houdt. Deze beren leven dus in het regenwoud van Borneo. Ze klimmen in bomen. Leven van fruit en insecten. Ze bewegen veel. Ze dragen helaas hetzelfde onvermijdelijke lot als de orang-oetangs, veroorzaakt door het kappen van het regenwoud. Minder leefruimte. Sommige Indonesiërs houden zulke beren in huis net als dat ze orang-oetans in huis verzorgen. Ongelofelijk. We zijn inmiddels in de kuststad Balikpapan beland aan de Oostkust van Kalimantan. Deze bijzondere beren zijn de mascotte van Balikpapan geworden. Een reden voor de gouverneur om jaren geleden een opvang voor niet terug te plaatsen berenwezen te bouwen. De mooiste van heel Azië. De chauffeur van de Grab taxi van gister, Eddy, wil ons er vandaag heen brengen. We zijn dus op berenjacht. Er is geen entreegeld. We komen toevallig net voor voedertijd aan. Er wonen zes beren. Eentje is niet lang geleden aan ouderdom overleden. Ze moeten met hun lange nagels graven voor een stuk meloen tussen gestapelde takken. De parkwachters prikken fruit aan stokken. Verstoppen fruit in holle boomstammetjes met gaten erin. De knuffelberen moeten echt iets doen voor hun snack. Ze hebben allemaal in hun vacht een geel-oranje slabbetje onder hun nek. Elke vlek is uniek van vorm en kleur. Eddy’s vrienden hadden zo’n beer thuis. Hij is gelukkig opgehaald en woont nu hier. Je mag zijn naam niet noemen. De beer kan daardoor aan zijn trauma’s herinnerd worden. Toch hoort één van onze meiden Eddy steeds de naam fluisteren naar de beer. Ik kan dat niet begrijpen. Hij heeft het feit dat zijn vrienden die beer in huis hadden aan ieder van ons verteld. Met enige trots. Ik vroeg hem natuurlijk waarom je überhaupt zo’n beer in huis zou willen. Hij antwoordde alleen dat de overheid de beer weg gehaald had. ‘Good’ zei ik rustig. Ik zag dat de Nederlandse ambassade in Jakarta vaste donor is van deze opvang. Wij hebben natuurlijk roepia’s achtergelaten in een kartonnen doos bij de ingang. Nu kan ik de lieve beer met bruine kraaloogjes van m’n lijstje schrappen.


Balikpapan | 23 augustus 2023

maandag 21 augustus 2023

Birthday girl in the middle!
COOLE GROT
‘To escape and sit quietly on the beach - that’s my idea of paradise.’
Emilia Wickstead


Rivi stelde die ochtend voor om ons mee te nemen op een trip. Naar een mooie, bijzondere plek. Zwemmen in een grot. Op dit eiland. Een verstopte grot. Verstopt op dit kleine jungle eilandje met parelwitte stranden en twee piepkleine straatjes? Eén straatje loopt langs het strand waaraan allemaal kleine loketjes staan die tafels op het strand hebben om wat eenvoudigs te eten of te drinken. Veel van die standjes verkopen ook kokoswater in de noot. De andere straat loopt er parallel aan. Daar liggen wat grotere toko’s aan. Een groentewinkel of huishoudelijke spulletjes. Wij komen zelf niet verder dan ons strandje en de warungs op het strand. Benieuwd zijn we wel. Na de lunch staat Rivi’s smalle, oude pick-up voor ons klaar. Hij staat fotogeniek onder de palmbomen geparkeerd. Mooi gefilterd licht. We klimmen erin en hebben zin om ons te laten verrassen door de grot én om een ritje over het eiland te maken. Het eiland voldoet helemaal aan het beeld van een afgelegen tropisch eilandje. Er is een heuvelachtige, geasfalteerde tweebaansweg die langzaam aan beiden kanten door de jungle ingepikt wordt. Veel gaten in de weg. Particuliere vrijstaande huizen van Indonesische gezinnen. Hun achtertuin aan het strand. De weg leidt naar het vliegveldje waar alleen in het weekend een klein passagiersvliegtuigje landt. De landingsbaan is een reepje asfalt. Rivi stopt bij een houten poortje langs de weg. Er is een houten loopplank gemaakt naar de grot. Wauw! Midden in het tropische groen zie je tussen keihard grillig steen een opening in de grond. Dichterbij gekomen zie je een grot vol felblauw water. Zonnestralen bereiken het water waardoor je kunt zien hoe diep het is. Wij nemen aan dat we erin moeten springen zoals we in Mexico ook in cenotes sprongen. Rivi laat ons echter een natte, gladde houten trap aan de achterkant zien. Heel voorzichtig dalen we af tot aan het water. Koud helder water. De zijkanten van de grot zijn van hetzelfde grillige scherpe steen. Stalagtieten aan het plafond. Belangrijk is dus niet te dicht langs de kanten te bewegen. We zwemmen onder een stuk overdekt grot voordat we in de openlucht komen. Vroeg in de ochtend staat het water zo hoog dat je ónder water naar de openlucht moet zwemmen. Met onze duikbrillen zien we dat het ongelofelijk diep is. De zonnestralen schijnen prachtig door het heldere water. Er zwemt een goudvisje. Natuurlijk proberen de meiden zo diep mogelijk naar beneden te zwemmen. Ze filmen elkaar. Wat een parel deze plek! Als we het uiteindelijk koud krijgen klimmen we er behendig weer uit. Achter in de pick-up neemt Rivi ons mee terug via een andere route. Paradise island. Een lange houten planken hangbrug over een rivier die in zee uitmondt. Weer woonhuisjes langs de weg. Nu begrijpen we waar alle kindjes vandaan komen van het kleuterschooltje. Ze stonden een paar dagen terug in een rij opgesteld voor de viering van Onafhankelijkheidsdag van de republiek Indonesia. Een optocht met mariniers, politie, scouts enzo en officiële speeches. Het volkslied, en het hijsen van de rood-witte vlag. Voor het eerst dit jaar heeft Nederland, na achtenzeventig jaar, hun Onafhankelijkheidsdag in augustus gerespecteerd. Voorheen hielden wij vast aan januari het jaar erna. Ook zien we onderweg nieuwe, luxe resorts wat verder van het dorpje ontstaan. Niet aan het strand zoals de onze, maar als alternatief een zwembad in het groen. Te ver om wat te eten, of zelf wat fruit te halen in het dorp. Fruit, behalve trossen kleine banaantjes, moet hier van het vaste land komen. Mijn lief heeft volgens mij de allerlaatste, superzoete verse nanas gekocht. Ook bij het ontbijt missen we hier helaas papaya, dragonfruit of watermeloen. 


Op de drieëntwintigste verjaardag van onze middelste dochter hebben we het diner op ons miniresort gereserveerd. Dat weet de jarige job niet, zij wilde juist ergens aan het strand eten. We laten haar in die waan. De realiteit is echter dat ik de kokki gevraagd had een verjaardagstaart voor haar te bakken. Dat wilde ze doen en ze zou hem na het avondeten opdienen. Toeval wil dat precies die dag het gas op het eiland op was. Er werd niet gekookt in de kleine eettentjes aan het strand. Gas moest eerst van het vaste land komen. Zo konden we goed aan de birthday girl verkopen waarom we bij onze lodge gingen dineren op haar verjaardag. Kokki kookt namelijk elektrisch. Na het diner, alle gasten bleken wat langer te blijven zitten deze avond, ging het licht uit. Door de geluidsbox klonk ‘Happy Birthday’ en iedereen klapte en zong mee. Dochterlief voelde zich er een beetje verlegen door. Kokki kwam met brandende kaarsjes op de prachtige taart de eetzaal binnen. Haar kleine kindjes huppelden verwachtingsvol om haar heen. De taart werd voor onze dochter op tafel gezet. Kaarsjes uitblazen. Foto’s. Zij mocht zelf de taart aansnijden waarbij het eerste stukje naar kokki’s zoontje ging. Hij was voor de gelegenheid alvast bij ons op tafel gaan zitten. Na onze afgesneden stukjes chocoladetaart gingen er schoteltjes met gebak naar de tafel van een jong Frans gezin. Ook naar een Italiaanse familie en vervolgens naar de gesluierde Indonesische vrouwen en hun kindjes die op de gelegenheid af kwamen. Rivi opperde nog de taart in het gezicht van jarige dochter te duwen, maar daar vonden wij de taart te mooi voor. Haar naam was met veel aandacht op de taart geschreven. Een muntje verstopt, voor geluk. Die ochtend hadden we al een slinger aan het huisje van de meisjes gehangen. Wakker gezongen, terwijl we de kaarten met wensen en onze cadeautjes die ze na thuiskomst van ons krijgt, erop genoteerd. Ons kind dat helemaal in Massachusetts is geboren. Ons zomerkind dat haar verjaardag werkelijk overal op de wereld, in zóveel continenten, heeft gevierd. Bijna nooit thuis in Nederland. Nu voor het eerst in Azië. Op een klein Indonesisch eilandje in de Celebeszee. Met haar twee zussen erbij, wat nu niet meer vanzelfsprekend is. Volgende maand gaat ze in het Rotterdamse appartement van haar emigrerende zus wonen. Ze heeft daar een half jaar geleden een leuke baan in de lijn van haar opleiding gevonden. Ze gaat een nieuwe fase in haar leven in. We zijn apetrots op haar. Gelukkig studeert ze nog een dag per week in Breda zodat we haar nog regelmatig lekker om ons heen hebben.


Maratua | 20 augustus 2023

zaterdag 19 augustus 2023

Baby seaturtles sanctuary
IMPOSANTE ZEEDIEREN
The best education you will ever get is traveling. Nothing teaches you more than exploring the world and accumulating experiences.’
Mark Paterson 


Sprookjesachtig. Sereen. Ik kan geen andere woorden bedenken voor wat ik net gezien heb. Ons gezin ging met Rivi, soort aanspreekpunt van de tien huisjes op palen hier, op zijn boot naar onbewoond Kakaban eiland. Een uurtje varen van ons eiland Maratua vandaan. Vandaag gaan we twee Derawan eilandjes van de archipel verkennen. Met de kleine motorboot van Rivi. Twee meter hoge golven en wij klapten ruw op de bankjes op en neer. Best eng. We begonnen dus met ons bezoek aan Kakaban eiland. Het werd laag tij dus Rivi moest bij zijn bootje in zee blijven die met een touw vast zat aan een heel lange houten pier. Wij staken zelf met z’n vijfjes het kleine eilandje over via een getimmerd pad door de bush. We vonden het lagoon. Een groot lichtgroen water omzoomd door jungle. We lieten ons in het warme, zoute water zakken met onze duikbrillen op en zagen honderden of nee, duizenden kwalletjes. Oranje kwalletjes in alle maten die in alle rust bewogen. We wisten dat ze niet gevaarlijk waren. In het begin was het een beetje eng zo’n glibberig beestje dat langs je voet of hand gleed. Wat later pakten de meiden ze met hun handen uit het water. Rustig drijvend boven de liefelijke kwalletjes vond ik het allermooist. Wonderlijk dat al die duizenden doorzichtige beestjes hier in de lagune bij elkaar zwommen. Ze trokken zich niks aan van mensen. Een heel magisch sfeertje. Terug de boot in was een enorme uitdaging. De boot was erg diep gezakt met het lage zeewater mee. De golven lieten het bootje alle kanten op bewegen. Ik heb hoogtevrees en moest van het gammele houten trappetje flink diep springen. Nu op weg naar het tweede eilandje. Onderweg stopte Rivi de motor. We zagen zwarte vinnen uit het water steken, toch geen haaien? Die zitten hier namelijk ook, net als dolfijnen. Het bleken zwarte manta ray’s te zijn. Reuzenroggen. Gemiddeld een doorsnee van ruim vier meter. We konden ons zachtjes in het diepe water laten zakken. Een unieke gelegenheid. De manta’s hadden zich al zo’n zeven weken niet laten zien. Het bleken er een stuk of vijf te zijn. Stoer. Eenmaal in het water bleken wij niet zo stoer meer. Mijn lief wel. Hij keek ze aan in die enorm grote bek waar ze plankton mee eten. Ze zwommen heel senang om ons heen. Vlak onder het wateroppervlak. Rustig met die grote zwarte vinnen wiegend op en neer. Vlinders van de zee. Volgens mij zijn ze bijziend, want ze zwommen recht op ons af. Ze zijn heel nieuwsgierig, intelligent ook. Ik en de meiden zwommen doodsbang als een kluitje tegen elkaar. ‘Links komt er één!’ gilde de een, ‘Kijk uit rechts!’ riep de ander. Rivi had gezegd rustig te blijven drijven als er eentje op je af komt. Dat druisde zó tegen m’n gevoel in. Ik wilde me zo snel mogelijk uit de voeten maken. Trappelen of zwemmen mocht juist niet. Bang voor de lange pijlstaart. Jongste dochter zat op mijn rug geplakt. Ik had zelf stevig de arm van middelste vast. Oudste plakte ook tegen ons aan. Zonder m’n bril met sterkte in het water voelde ik me ook wat onzeker. Zie ik ze wel allemaal? Ik wilde de boot weer in. Iedereen klom daarop de boot weer in. Rivi vertelde toen pas, rijkelijk laat naar mijn mening, dat de pijlstaart van deze manta’s niet giftig is. Hij stelde voor nogmaals het water in te gaan en dat hij onze GoPro meeneemt om onderwater te filmen. Ik bleef achter op de boot. Rivi was duidelijk niet bang. Hij zwom over de reuzenmanta’s heen, benaderde ze heel dichtbij. Hij kon ook lang onder water blijven waardoor hij een prachtfilm van ons gezin met reuzenroggen maakte. 


Weer opgewonden in de boot om deze unieke ervaring gingen we verder op weg naar het volgende onbewoonde eilandje Sangalaki waar ze beschermde schildpaddeneieren uitbroeden. In een bak met zeewater zwommen tientallen bijna zwarte baby turtles. Zoooo schattig! We hielden de kwetsbare zeediertjes in onze handen vast. Ze warmden zich op aan onze handen en dommelden dan bijna in slaap, de schatjes. We konden er geen genoeg van krijgen. Zo aandoenlijk. Dezelfde middag, iets later bij zonsondergang, mochten ze in zee. Iets groter gegroeid dan in de vrije natuur, maar nog steeds een makkelijke prooi voor zeearenden en haaien. We konden helaas zo lang niet blijven wachten. Het uitzetten in zee hebben we in Mexico gelukkig wel eens gedaan. We waden terug door laag tij naar het bootje waar we onderweg zeesterren en meerdere witte sand dollars vinden. Dat brengt geluk. Nog één keer gaan we snorkelen bij het koraalrif. Bijna onaangetast. Diep water waardoor we lekker diep kunnen zwemmen. Grotere tropische vissen. Felle kleuren. Prachtig en zo rustgevend. Ik ben zo dol op snorkelen. Onze meiden zwemmen er als vissen tussen. Wanneer Rivi zijn bootje weer aan het strandje voor onze lodges wil aanleggen zien we megagrote schildpadden in het ondiepe aquablauwe water. Indrukwekkend hoe die kleine zwarte baby’tjes van zo’n vijf centimeter kunnen uitgroeien tot imposante schildpadden van bijna een meter groot. Elke ochtend bij het ontbijt zien we zo’n twintig koppies steeds boven water adem halen. Als we eind van de middag gaan zwemmen zien we ze met onze snorkels. Wat een prachtige (onderwater) natuur vinden we hier in de paradijselijke Derawan eilanden archipel.


Maratua | 18 augustus 2023

woensdag 16 augustus 2023

Maratua | Derawan archipel
PARADIJS
‘This is my road. I’m so happy you came and traveled with me’
- Rachel Hartman


De uitdaging was om een kapitein te vinden met een boot die ons van havenstadje Berau, in het noorden van Borneo, naar de Derawan eilanden wilde brengen. Onmogelijk om dat thuis online te doen. Ik had dus speciaal een hotelovernachting in Berau geboekt zodat we alle tijd hadden om hier de juiste pier aan het water te vinden. De boot vertrekt maar één keer per dag had ik begrepen, om negen uur in de ochtend. De uitdaging was dus de juiste boot met de juiste prijs te vinden. Dat bleek niet eenvoudig. Ten eerste schenen er twee soorten boten te zijn. Reguliere boten waar vijftig of zestig mensen op kunnen met maar één motor, óf kleinere charters met twee motoren waar maar zes tot acht passagiers op kunnen. Veel veiliger dus. En dan die woekerprijzen. Ik had het vooraf proberen uit te zoeken op reisblogs die ik las, en gevraagd aan Rossy waar we de twee houten strandhuisjes van gehuurd hebben. Zij zei dat we naar de Sanggam pier moesten, kwartiertje lopen van ons hotel die zij ook adviseerde. Het duurde even voordat we de juiste pier gevonden hadden. Helemaal bezweet van het rondlopen vonden we een overdekte pier. Kapiteins kwamen op ons af om geld aan ons te verdienen. De een had nog een betere boot dan de ander. Het kwam wat louche en onbetrouwbaar bij ons over. Uiteindelijk spraken we iemand die een woordje Engels sprak en uitlegde dat de kaartverkoop voor de reguliere boot de volgende ochtend om acht uur zou starten. Hij wees een tafel aan waar het plaats zou vinden. Hij kon onze namen wel alvast doorgeven voor op de lijst, morgen betalen. Trots op onszelf relaxten we die middag in een hippe koffiebar met heerlijke taartjes. Echt genieten met het hele gezin aan tafel. De een las op z’n e-reader, de ander keek Netflix op z’n mobiel en weer een ander maakte sudoka’s in een boekje. Goede WiFi, airconditioning en lekkere koffietjes. Later in de avond krijg ik onverwacht een bericht van Rossy, ze heeft een goede boot voor ons gevonden. Zelfde prijs als de reguliere boot, maar wel met twee motoren. Wel lag deze boot bij een andere pier… Tegenover een groene moskee. Te vage beschrijving voor ons als we morgenochtend met backpacks op onze rug in de zweterige warmte moesten gaan zoeken. Vlak voor vertrek. Daarom zou de kapitein ons op komen halen uit het hotel. Ookal was het maar zevenhonderd meter lopen. Uiteindelijk blijken we na een nacht met regen en onweer de volgende dag als verrassing door een taxi opgehaald te worden. Met vijf volwassenen en vijf rugzakken en vijf losse rugtasjes klimmen we in de warme, te kleine taxi. De chauffeur zet ons af bij de Sanggam pier. Huh? Ik snap er inmiddels niks meer van. Mijn lief beveelt ons opgepropt in de taxi te blijven zitten. Hij legt de taxichauffeur zo duidelijk mogelijk uit dat we juist een andere pier moeten hebben. Na een tijdje begrijpt hij het. Hij zet ons inderdaad af tegenover een groene moskee bij een piepklein steigertje, eigenlijk een soort houten vlot. Hier ligt de boot met twee motoren. Dit zouden wij zelf nooit gevonden hebben! Om tien uur vertrekt de boot en er stappen nog twee moslimvrouwen in. Eén blijkt de ‘varende’ dokter te zijn, voor de schaarse bewoners van de Derawan eilanden archipel. We hebben hoge golven onderweg, de voorkant vliegt echt stukjes boven het wilde zeewater uit om met een harde plof te landen. Ik ervaar mijn lijf heel klein op zo’n woeste zee. We arriveren echter een paar uur later veilig in een paradijselijk plaatje: een heel lange houten pier in de lichtblauwe Celebeszee. De kapitein wijst meteen onze huisjes tussen de palmbomen op het witte strand aan. Na tien minuutjes lopen staan we voor de ecolodges op het idyllische spierwitte, aangeharkte strand. Onder de palmbomen. Er zou overdag geen elektriciteit zijn maar de airconditioning staat al aan in de huisjes op palen. Er zou geen ontvangst zijn, maar er is ‘gewoon’ 4G op het resortje met tien huisjes. Er zouden geen toko’s en warungs zijn op ons eilandje. De kokki van deze lodges zou dagelijks koken voor ons. Toch is er één warung aan het strand waar we zo nu en dan heerlijke soepjes en verse vis van de barbecue zullen eten. Er moderniseert hier veel op hoog tempo. De vibe is hier zo goed onder de palmbomen. Er staan wat houten bedjes. Een schommel in de boom. Een hangmat. Wat fotogeniek groot zwerfhout op het witte strand. Ongelofelijk veel tropische vissen, en veel grote zeeschildpadden pal voor ons in zee. Ons complete gezin in een bubbel die Maratua heet. Een hele week zullen we in deze paradijselijke bubbel verblijven.


Mijn grootouders hebben twee keer in het toenmalige Oost-Indië gewoond. Ze waren dus net als wij expats. Een keer voor de oorlog toen mijn opa bij de marine in Soerabaja werkte en de tweede keer na de oorlog toen mijn opa voor het ministerie in het bruisende Batavia werkte. De tweede keer was mijn moeder er als jongste dochter bij. Zij is in de geboortegolf na de oorlog geboren toen mijn opa na vijf jaar Engeland weer thuis in Den Helder kwam. Mijn opa was begin van de oorlog, na het bombardement van Rotterdam, met spoed in een onderzeeër naar Engeland vertrokken. Batavia heet nu nog hoofdstad Jakarta. Het plan is namelijk dat de hoofdstad naar het groene Borneo verhuist. Jakarta is uit z’n voegen gegroeid. Mijn moeder was er best trots op dat ze een stukje in Indonesië opgroeide. Ze hadden een baboe in huis. Zij hield van Indonesië. Ze is een paar keer terug geweest. Ook naar de straat waar ze opgroeide. Het huis aan de Tamarindelaan staat er nog. Mijn oma vond het er daarentegen te zweterig warm. Ze was elke keer zeeziek tijdens de lange bootreis van zes weken. Ze klaagde en zocht ook niet veel aansluiting met de andere Hollandse vrouwen daar. Ze gingen na vier jaar weer terug. De oudste zus van mijn moeder stuurde me voor ons vertrek een berichtje. Ze herkende een patroon in onze vrouwelijke familielijn. Mijn overgrootmoeder had afscheid moeten nemen van haar dochter die overzee ging wonen. Mijn grootmoeder had afscheid moeten nemen van haar dochter, mijn tante, die met de handschoen trouwde en met haar man een periode van zes jaar in Indië woonde. Mijn moeder had afscheid moeten nemen van mij toen ik de eerste keer overzee ging wonen. De andere twee keren leefde ze niet meer. En nu ik…ook ik moet heel binnenkort afscheid nemen van mijn dochter die overzee gaat wonen. Ergens steunt deze herhaling mij.


Maratua | 15 augustus 2023

zondag 13 augustus 2023

On top of the mountain, together!
KOPPENSNELLERS
‘I think one of the coolest things you can do is disappear for a while, because it gives you the chance to re-emerge. To sort of pounce out of the jungle.’
- Josh Homme


Ons propellervliegtuig vanuit het binnenland van centraal Kalimantan vertrekt niet. Joe had ons achtergelaten in een fijn guesthouse in de buurt en is zelf in vijf uur terug gereden naar Banjarmasin. Even paniek. Wat zijn de gevolgen? Wanneer kunnen we wél vliegen? We vragen of we een nacht langer mogen blijven in het guesthouse. Dan zoeken we naar een alternatieve vlucht. Een dag later al gelukkig. In ons reisschema heeft het geen grote impact. We vragen de chauffeur ons een dag later weg te brengen. Ik geef de wijzigingen door aan het nieuwe hotel. Wat gaan we hier een extra dag doen, naast lekker uitslapen, lezen en baantjes trekken in het zwembad? Joe heeft hier een vriend die gids is, hij kan ons voor een leuke dag mee uit nemen. De chauffeur van morgen zal ons rondrijden. Kornelius verschijnt in traditionele kleding boven een spijkerbroek. Een hoofddeksel en overhemd van batikstof. Een vriendelijk gezicht. Hij verrast ons met vijf waterdrinkflessen met onze naam erop en heerlijke chocoladerepen. In dit gebied woont het inheemse Dayak Ngaju volk. Kornelius behoort daar ook toe. Zij spreken een eigen taal. Ze hebben veel rituelen rondom de zwangerschap, geboorte en de dood. Hij legt ons veel uit in een klein museum. Hij is erg spiritueel. Bijgelovig ook. Het volk komt bij mij nogal bloeddorstig over. Hij laat de messen zien waar zijn voorouders vroeger hoofden mee afhakten die vervolgens voor een ceremonie gebruikt werden. Zij waren voorheen jagers en verzamelaars. Mensen van andere dorpen werden van het leven beroofd als er ruzie ontstond wanneer er op hun terrein gejaagd werd. Echte koppensnellers. Kornelius herinnerde zich ook wel dat hij als kind van oma soms in de buurt moest blijven omdat er weer oorlog was met een buurtdorp en zij een ceremonie organiseerden. Zijn volk offert, en gelooft net als het volk uit de bergen dat alles een ziel heeft. Hij laat ons een bidhuisje zien, een offerplaats in een klein dorp gelegen aan een riviertje met zwart water. Er liggen veel stenen in de houten kast die als offerplaats dient en etenswaren op een andere plank. Eromheen staan veel gele vlaggen op stokken. Wanneer je offert plaats je een gele vlag. Hij laat ons ook overdekte graven (soort graftombes) zien waar uit hout gebeeldhouwde, beschilderde hoofdbeelden omheen staan. Heel intrigerend. Ook hún houten huizen staan op palen. Vanwege de gevaarlijke dieren op de grond zoals een wild zwijn, tegen overstromingen maar ook voor veiligheid tegen de koppensnellers. Net als Joe laat hij ons allerlei onbekend maar heerlijk tropisch fruit proberen. Hij weet veel van kwalen en plantenremedies. Hij trakteert ons op een prachtig geserveerde lunch met vis, kip, rijst en veel gekleurde kroepoek op een groot bananenblad. We bezoeken de orang-oetan school voor verweesde apen. Ze worden aangemeld door mensen die ze vinden bij de bouw van een palmolieplantage. Of door mensen die een jonkie in huis hadden en er vanaf willen. De schattige aapjes leren door drie niveaus te doorlopen om zelfstandig in de jungle te overleven.  Je mag niet naar binnen, want de aapjes moeten juist zónder mensen kunnen overleven. Bovendien kunnen wij ziektes overbrengen. We zien foto’s van baby orang-oetans met een luiertje om. Jonge apen die met veel plezier spelen in een rijdende kruiwagen. Een foto van een grotere mensaap verdoofd voor de lange bootreis in een kooi naar zijn vrijheid. Ze doen goed werk hier. 


We waden die middag met opgerolde pijpen en blote voeten in colawater. Diepbruin maar helder rivierwater. We lopen net voor zonsondergang naar een bergtop met prachtig uitzicht op jungle en bergen. We drinken op de top wat aan een hippe houten bar met uitzicht over de groene bergen. We kijken uit op een tempel waar ceremonies gehouden worden. Een heerlijk relaxte plek. Ik voel me heel senang hier met mijn gezinnetje bij me. De zon gaat onder. Knaloranje luchten. Gekleurde lichtjes van de bar gaan aan. Zo’n magische plek hadden we zelf nooit gevonden of kunnen bereiken. Wat goed dat onze vlucht gecanceld was! The universe is taking good care of us. We dineren samen met Kornelius en chauffeur en bezoeken een pasar malam, avondmarkt, voordat ze ons ter afsluiting meenemen naar een hippe koffiebar. Het is zaterdagavond. Veel jongelui komen hier samen. Heel gezellig. Een soort lokale Starbucks. Het duurt niet erg lang voordat twee jongens durven te vragen of ze met mijn lief op de foto mogen. Groot en klein naast elkaar. Kornelius vertelt heel open hoe hij op school leerde over de Nederlanders die honderden jaren lang zijn land bezet hielden vanwege de peper-, koffie- en nootmuskaatplantages, en het goudmijnen. Dat jonge fanatieke rebellen, pemoedas, na de bevrijding van de Japanners de Nederlanders wilden vermoorden. Hij vertelt echter ook dat zijn moeder juist veel respect had voor Nederlanders vanwege hun missionariswerk op Borneo. No-an’s vader vertelde heel trots dat hij nog een gulden heeft met de afbeelding van koningin Juliana erop. Ik kan er (nog) geen hoogte van krijgen wat Indonesiërs van Hollanders vinden. Kornelius legde uit dat de naam Borneo ooit door de Nederlanders gegeven was. Bor stamt van boor (uit de goudmijnen) en Neo van nieuw. We hebben veel van de altijd lachende Kornelius geleerd over de natuur, cultuur en hun historie. Dat hadden we voor geen goud willen missen.


Palangka Raya | 12 augustus 2023