When it reflects in you, it is not healed in you.
-Dorinda Farver
Mijn helende yogales staat op het punt om totaal verpest te worden. De online les stond namelijk om negen uur deze ochtend ingepland. Ik had er zo’n behoefte aan. Vooraf aan mijn les kwamen twee loodgieters in huis om deze dag slimme thermostaten te plaatsen en meteen twee nieuwe radiatoren. Dit was reeds in februari afgesproken, maar door de pandemie werkten ze eerste tijd niet bij mensen thuis. Vertraging. We hadden hun bezoek redelijk goed vooraf voorbereid door het parket in een van de slaapkamers eruit te halen zodat de leidingen onder de vloer aangepast konden worden. In de andere twee slaapkamers werden bureau’s verschoven voor het gemak van de mannen. Op het moment dat ze binnen stapten had ik mijn randvoorwaarden aan de mannen uitgelegd. De grijze poesjes mogen niet de voordeur uitglippen. De huiskamerdeur moet dus gesloten blijven. Ik heb om negen uur yogales en wil dan niet in de achterkamer gestoord worden. Jongste dochter heeft een online mentor gesprek van twintig minuten en wil dat ongestoord op haar slaapkamer doen. Middelste dochter heeft een vrije dag en wil eigenlijk uitslapen... Dat laatste heb ik maar niet expliciet genoemd. Allereerst hebben ze meteen beneden al het water uit de leidingen laten lopen zodat ik mijn yogales ongestoord kon beginnen. Ik zag dat het raam van de lichtstraat in het plafond helemaal beslagen was dus de twee loodgieters konden ook niet van boven af meekijken. Heel fijn. Ik was alleen één ding vergeten te noemen. Luide muziek. Te laat. Toen ik al op mijn schapenvel in lotushouding zat en kalme muziek aangezet had, hoorde ik ineens een nederlandstalige bouwvakker-afspeellijst door ons huis schallen. Jongste dochter had er gelukkig niet te veel last van gehad bleek achteraf. Ik eigenlijk ook niet. Ik was zó toe aan deze yogales. Ik heb al een paar maanden erg last van een onuitstaanbare collega van mij. Ze is onder mijn huid gekropen. Deze les leek mij op het lijf geschreven.
Hoe reageer je in situaties wanneer iemand in paniek raakt, boos op je is, je irriteert of bang is? ’Stay calm. Be still. Stay grounded.’ waren woorden die uit de mond van yogajuf Dorinda rolden. ‘Het universum staat achter je.’ Mijn juf was zelf emotioneel tijdens deze les. Ze huilde soms. Dit waren kalmerende woorden die ik moest horen. Ik moet niet op mijn ergelijke collega reageren, juist een veilige plek voor mezelf creëren. ‘Trust. Peace. Love.’ waren haar liefdevolle woorden. Voelen, maar geen oordeel hebben. Na de les bleek jongste dochter ook een goed gesprek gehad te hebben met haar mentor. Ze gaat na het weekend weer naar school. En was middelste rustig wakker geworden en uit bed gekomen. Heerlijk als alles op z’n plek valt. Daarna begon de chaos in huis weer. Ik moest van de werkmannen voor het middaguur een ‘app gedownload én werkend hebben op mijn telefoon voor het intelligente systeem van een tiental nieuwe thermostaten in huis. Wat een geluk dat ik een nieuwe mobiel heb! Bij elke radiator in huis werd me gevraagd of er zo’n nieuwe, slimme thermostaat op moest en wat het zou betekenen voor het comfort in huis. De mannen liepen ineens overal! Ik moest een plattegrond tekenen op papier en elke ruimte een naam geven. Voor op het bedieningspaneel. Kort daarop moest ik bij mijn acupuncturiste zijn. Zij kan mij helpen met het wondje op mijn tong. Ik vertelde haar over mijn inspirerende yogales en ook van mijn verschrikkelijk dominante collega. Zij legde mij uit dat mijn tong en hart energetisch met elkaar verbonden zijn. Aangezien het hart ook de tong energetisch verzorgt heeft je hart te maken met je spreekvaardigheid. Me uit kunnen spreken. Spreekangst. Mijn wondje op mijn tong is min of meer gelijktijdig met de samenwerking met mijn nieuwe, overactieve collega begonnen… Voelen wat zij (en andere schreeuwerige personen) bij mij teweeg brengt en dan gauw loslaten, was haar wijze raad. Geen oordeel aan het gevoel geven. Precies dezelfde woorden als mijn yogajuf die ochtend ook gebruikte. Volgens mijn acupuncturiste zit ik midden in een transformatie. Zoals zovelen denk ik op dit moment. In deze merkwaardige corona wereld. Er verschuift van alles. Ze vroeg naar het prisma op mijn brillenglas en ik legde haar uit dat ik mijn hoofd de laatste maanden steeds rechter houd sinds het opgeplakte prisma. Meer naar links. Naar mijn gevoelige kant dus. Emoties. Een bevestiging van het proces waar ik in zit. Mijn onuitstaanbare collega is eigenlijk een cadeautje legde ze uit. Ik mag haar dankbaar zijn. Die positieve draai alleen al, maakt zo’n verschil in mijn beleving!
zaterdag 30 mei 2020
zaterdag 23 mei 2020
Te vol
We hebben de ruimte verdiend, mensen mogen buiten weer samenkomen.
- Mark Rutte
Wanneer manlief en ik lopend arriveren in het centrum van Breda schrik ik van de drukte. Het is een onbewolkte zondagmiddag. We zijn hier om een beschermhoesje voor mijn nieuwe mobiele telefoon te kopen. Dat wilde ik vóór de nieuwe werkweek doen, want ik had het apparaatje onverhoopt gisteren al laten stuiteren. Op de eerst dag van aankoop. Ook adviseerden onze kinderen om er een glaasje overheen te laten zetten. Als bescherming voor het glas. Vanwege het mooie weer gingen eega en ik lekker wandelend naar de telefoonwinkel. Deze zit gelukkig helemaal in het begin van de winkelstraat. Zo konden we de drukte ontglippen. In de winkel was namelijk niemand. Hoe drukker het is, hoe meer moeite je moet doen om afstand te houden. En alle maatregelen in acht te nemen. Ik vind dat best spannend. Bouwmarkten lopen erg vol. De binnenstad in zonnige weekends dus ook. Als je al in de stad wilt zijn dan liever doordeweeks en dan vroeg in de ochtend. Zaterdagmiddag besloot mijn gezin ineens dat ik écht een nieuwe mobiel moest kopen. Nú. Ik kon al een tijd geen telefoongesprek meer voeren. Mijn telefoontje verbrak eigenhandig elke telefoonverbinding. Ik kon ook al heel lang geen ‘apps meer downloaden. Het apparaatje zat vol. Ondanks dat ik elke dag foto’s en filmpjes verwijderde. De laatste week had ik ineens heel veel nieuwe ‘apps nodig. Voor mijn yogaschool. Voor het online contact met mijn cliënten die in een verzorgingstehuis wonen. Voor een belangrijke online vergadering op mijn werk. Ik moest toegeven, mijn oude mobieltje voldeed niet meer. En als het dan toch weer zou kunnen op mijn nieuwe toestel, dan ook graag de afvalwijzer ‘app. En Spotify. Op de ‘Dag van de verpleging’ vorige week kreeg ik namelijk een klein geluidsboxje als cadeau van mijn werkgever. Nu kan ik muziek meenemen naar mijn senioren cliënten. Van de meiden moest ik dan ook, zeker nu in coronatijd, écht mijn bankpas op mijn mobieltje zetten. Ik sputterde nog wat tegen, ik houd helemaal niet van nieuwe gadgets. Onder hun druk gezwicht en sindsdien gebruik ik het inderdaad elke dag om coronaproof te betalen. Ik koos dus in overleg met het hele gezin een geschikt mobieltje uit, bestelde en betaalde hem online. Ik moest hem alleen nog even ophalen. Bij een afhaalmagazijn in Tilburg. En dat loketje zat helaas in het winkelhart van Tilburg… Overal zagen we borden met waarschuwingen dat we om moesten keren. Het was te druk in de stad. Auto geparkeerd en linea recta naar het loket. Er waren straatoptredens in de stad. Hele gezinnen waren aan het winkelen. Mensen houden dan ook ineens geen afstand meer. Dat is natuurlijk ook lastig als het drukker is, maar het voelde onveilig. Op deze manier vond ik het niet heel fijn om door de stad te lopen. De boodschap is natuurlijk nog steeds dat je je verstand moet blijven gebruiken en niet met z’n allen naar de stad moet komen. Logisch. Voor het afhaalloket stond gelukkig niemand. Het was al bijna vijf uur. Sluitingstijd. Het doosje met de telefoon hebben we eerst met alcohol gereinigd. En toen gauw weg uit deze veel te volle stad. Veilig naar huis.
Een vriendinnetje van mij werd deze week vijftig jaar. Dat is natuurlijk een mijlpaal dat gevierd mag worden. Het coronavirus gooide echter haar verjaardagsplannen door de war. Een optie was bijvoorbeeld een beeldbelborrel geven. We zijn enorm blij dat we in een tijd leven vol technologische hoogstandjes. Zo zijn mensen kennelijk massaal aan het beeldbelborrelen geslagen. Een kwestie van Skype of Zoom openen. Iedereen een krat bier, fles wijn of sterke drank bij de hand en feesten maar. Haar verjaardag werd een hip maar heel persoonlijk ‘corona tijdslot feestje’. Ze had een tijdschema gezet in haar vriendinnen’app en iedereen mocht een tijdslot kiezen van een uur. Een half uurtje adempauze voor de jarige job. Er kwamen steeds twee vriendinnen tegelijk. Het schema was in no time gevuld. Ik denk dat iedereen wel zin had in zo’n bijzonder tuinfeestje op zo’n mooie, zonnige Hemelvaartsdag. Mijn andere vriendin en ik waren te laat met inschrijven en mochten gelukkig de dag erna komen. Ook een tijdslot van een uur. Ik kwam de achtertuin binnen via een tuindeur in de schutting die op een kier stond. Ze had de zitplaatsen uitgemeten. Anderhalve meter uit elkaar. Geen omhelzing of een gemeende verjaardagskus. Wel een pioenroos met een felicitatiekaartje eraan gebonden. Iedereen had een bloem meegenomen dus de bos bloemen groeide gestaag in de loop van de dag. Ook had iedereen persoonlijk voor haar gezongen in een samengesteld filmpje. Het wolkendek brak net open toen wij in de tuin plaats namen. De jarige job zette geen wekker, maar mijn vriendin moest nog wel ergens anders heen dus zij had het alarm op haar telefoon aangezet. Toch wel fijn, het gezellige uurtje met zelfgebakken taart was zo voorbij. Voor ons als verjaardagsgasten was het ideaal. Voor de jarige job misschien best wel uitputtend.
- Mark Rutte
Wanneer manlief en ik lopend arriveren in het centrum van Breda schrik ik van de drukte. Het is een onbewolkte zondagmiddag. We zijn hier om een beschermhoesje voor mijn nieuwe mobiele telefoon te kopen. Dat wilde ik vóór de nieuwe werkweek doen, want ik had het apparaatje onverhoopt gisteren al laten stuiteren. Op de eerst dag van aankoop. Ook adviseerden onze kinderen om er een glaasje overheen te laten zetten. Als bescherming voor het glas. Vanwege het mooie weer gingen eega en ik lekker wandelend naar de telefoonwinkel. Deze zit gelukkig helemaal in het begin van de winkelstraat. Zo konden we de drukte ontglippen. In de winkel was namelijk niemand. Hoe drukker het is, hoe meer moeite je moet doen om afstand te houden. En alle maatregelen in acht te nemen. Ik vind dat best spannend. Bouwmarkten lopen erg vol. De binnenstad in zonnige weekends dus ook. Als je al in de stad wilt zijn dan liever doordeweeks en dan vroeg in de ochtend. Zaterdagmiddag besloot mijn gezin ineens dat ik écht een nieuwe mobiel moest kopen. Nú. Ik kon al een tijd geen telefoongesprek meer voeren. Mijn telefoontje verbrak eigenhandig elke telefoonverbinding. Ik kon ook al heel lang geen ‘apps meer downloaden. Het apparaatje zat vol. Ondanks dat ik elke dag foto’s en filmpjes verwijderde. De laatste week had ik ineens heel veel nieuwe ‘apps nodig. Voor mijn yogaschool. Voor het online contact met mijn cliënten die in een verzorgingstehuis wonen. Voor een belangrijke online vergadering op mijn werk. Ik moest toegeven, mijn oude mobieltje voldeed niet meer. En als het dan toch weer zou kunnen op mijn nieuwe toestel, dan ook graag de afvalwijzer ‘app. En Spotify. Op de ‘Dag van de verpleging’ vorige week kreeg ik namelijk een klein geluidsboxje als cadeau van mijn werkgever. Nu kan ik muziek meenemen naar mijn senioren cliënten. Van de meiden moest ik dan ook, zeker nu in coronatijd, écht mijn bankpas op mijn mobieltje zetten. Ik sputterde nog wat tegen, ik houd helemaal niet van nieuwe gadgets. Onder hun druk gezwicht en sindsdien gebruik ik het inderdaad elke dag om coronaproof te betalen. Ik koos dus in overleg met het hele gezin een geschikt mobieltje uit, bestelde en betaalde hem online. Ik moest hem alleen nog even ophalen. Bij een afhaalmagazijn in Tilburg. En dat loketje zat helaas in het winkelhart van Tilburg… Overal zagen we borden met waarschuwingen dat we om moesten keren. Het was te druk in de stad. Auto geparkeerd en linea recta naar het loket. Er waren straatoptredens in de stad. Hele gezinnen waren aan het winkelen. Mensen houden dan ook ineens geen afstand meer. Dat is natuurlijk ook lastig als het drukker is, maar het voelde onveilig. Op deze manier vond ik het niet heel fijn om door de stad te lopen. De boodschap is natuurlijk nog steeds dat je je verstand moet blijven gebruiken en niet met z’n allen naar de stad moet komen. Logisch. Voor het afhaalloket stond gelukkig niemand. Het was al bijna vijf uur. Sluitingstijd. Het doosje met de telefoon hebben we eerst met alcohol gereinigd. En toen gauw weg uit deze veel te volle stad. Veilig naar huis.
Een vriendinnetje van mij werd deze week vijftig jaar. Dat is natuurlijk een mijlpaal dat gevierd mag worden. Het coronavirus gooide echter haar verjaardagsplannen door de war. Een optie was bijvoorbeeld een beeldbelborrel geven. We zijn enorm blij dat we in een tijd leven vol technologische hoogstandjes. Zo zijn mensen kennelijk massaal aan het beeldbelborrelen geslagen. Een kwestie van Skype of Zoom openen. Iedereen een krat bier, fles wijn of sterke drank bij de hand en feesten maar. Haar verjaardag werd een hip maar heel persoonlijk ‘corona tijdslot feestje’. Ze had een tijdschema gezet in haar vriendinnen’app en iedereen mocht een tijdslot kiezen van een uur. Een half uurtje adempauze voor de jarige job. Er kwamen steeds twee vriendinnen tegelijk. Het schema was in no time gevuld. Ik denk dat iedereen wel zin had in zo’n bijzonder tuinfeestje op zo’n mooie, zonnige Hemelvaartsdag. Mijn andere vriendin en ik waren te laat met inschrijven en mochten gelukkig de dag erna komen. Ook een tijdslot van een uur. Ik kwam de achtertuin binnen via een tuindeur in de schutting die op een kier stond. Ze had de zitplaatsen uitgemeten. Anderhalve meter uit elkaar. Geen omhelzing of een gemeende verjaardagskus. Wel een pioenroos met een felicitatiekaartje eraan gebonden. Iedereen had een bloem meegenomen dus de bos bloemen groeide gestaag in de loop van de dag. Ook had iedereen persoonlijk voor haar gezongen in een samengesteld filmpje. Het wolkendek brak net open toen wij in de tuin plaats namen. De jarige job zette geen wekker, maar mijn vriendin moest nog wel ergens anders heen dus zij had het alarm op haar telefoon aangezet. Toch wel fijn, het gezellige uurtje met zelfgebakken taart was zo voorbij. Voor ons als verjaardagsgasten was het ideaal. Voor de jarige job misschien best wel uitputtend.
vrijdag 15 mei 2020
Een bijzondere dag uit
Zoek in deze rumoerige wereld de stilte van je hart.
- Marianne Williamson
Alsof we op vakantie gingen. Het verwachtingsvolle gevoel was er. De opwinding van een reisje in het verschiet. We pakten na het uitgebreide ontbijt aan de tuintafel een weekendtas in met handdoeken, kleding, toilettas, puzzelboek en mijn dikke leesboek. We hadden ook een plastic tasje met taarten en Turkse baklava klaar staan. Restantjes van de verjaardag van mijn lief de dag ervoor. De reis zelf ondernamen we maar liefst met twee auto’s. Niet vanwege corona-maatregelen, we zijn immers één gezin, maar omdat oudste kind achterbleef daar. Deze Moederdag vieren we namelijk in Rotterdam. In een mooi appartement pal aan de Nieuwe Maas. In een huis dat onderdeel uitmaakt van het sfeervolle en beschermde stadsgezicht van het Noordereiland. Het karakteristieke uiterlijk van Rotterdam. De bewuste etage waar we Moederdag vieren is van het vriendje van onze oudste dochter. Zij woont en werkt hier sinds de intelligente lockdown. Sinds haar vriend plots naar zijn ouders terug vloog in de Dominicaanse Republiek. Ik ben onder de indruk van het pand uit 1882. Een karakteristieke gevel en voordeur, een vestibule en steile trappen naar boven. Hoge, bewerkte plafonds en openslaande deuren naar een gietijzeren balkonnetje. Uitzicht over de Nieuwe Maas en de oude Willemsbrug. En over de geweldige skyline van Rotterdam. Ik word hier blij van. Waterbussen en -taxi’s varen hier voor de deur langs. Getij. Internationale vrachtschepen volgeladen met onder andere zeecontainers glijden hier voor de ramen voorbij. De aanblik van zeecontainers doet mijn hart altijd sneller kloppen. Mijn hart die altijd hunkert naar overzees avontuur! Zeemeeuwen krijsen in de lucht. Oudste dochter en ik gaan vijf kilometer hardlopen langs de rivier en over het Noordereiland. Over het symbool van Rotterdam - de Erasmusbrug. Langs de kade. Weer eens een verrassende hardlooproute. We zijn sinds twee maanden quarantaine voor het eerst een dagje met ons gezin uit huis. Een dagje buiten Breda. We eten ook voor het eerst niet thuis. We bestellen sinds de RIVM-maatregelen wel eens eten bij een restaurant. En laten het dan thuis brengen. Gisteren nog. Tafel mooi dekken. Iets lekkers te drinken erbij. Buiten in de tuin. Mooi avondlicht. Een fikkie in de vuurkorf tegen muggen. Heerlijk ontspannen eten met ons gezin in de tuin. Maar wel thuis! Vanavond gaat oudste dochter voor ons koken. Noodles. In Rotterdam. En we komen pas in het donker thuis. Een echt dagtripje dus. Naar een wereldstad zelfs. De stad waar onze dochter al bijna vier jaar studeert en woont. Ook de stad waar mijn opa en oma woonden tijdens het bombardement van mei 1940. Mijn opa werkte destijds bij de marine. De marine zorgde ervoor dat mijn oma met haar dochters veilig weg gehaald werden uit de gebombardeerde, brandende stad. We zijn natuurlijk vaker in deze havenstad geweest. Ook al hebben manlief en ik persoonlijk meer met Amsterdam… Voornamelijk regelmatige etentjes toen kindlief pal in het oude centrum woonde. Nu dus een bezoekje bij haar op het Noordereiland. Een bijzondere belevenis. Een bijzondere herinnering. Helemáál in deze bijzondere tijd.
Er is een zekere traagheid in mijn leven getreden deze laatste dagen. Ik voelde me een paar dagen niet zo lekker en voor de zekerheid kon ik niet naar mijn cliënten. Niet de deur uit. Koorts meten. Verplicht niks doen. Stilte. Loomheid. Op dit moment, terwijl ik dit schrijf, staat er een kilo gesneden rabarber zachtjes te koken op het fornuis. Dit is het seizoen van de rabarber. Wij zijn er als gezin dol op. Het is al de tweede keer deze week dat ik het eenvoudige gerechtje maak. Ik snijd een kilo stengels in kleine stukjes zodat je geen geen lange draden in de compote terug vindt. Ik doe het in een pan die ik alleen aan de binnenkant nat gemaakt heb, geen laagje water nodig. Na een aantal minuten zachtjes op het vuur beginnen de stukjes rabarber zacht te worden en komt er veel vocht vrij. Ik doe er honderd gram bruine basterd suiker bij en na nog eens zo’n tien minuten is het gerechtje al klaar. Ik voeg alleen nog wat kaneelpoeder toe. Het is het lekkerst als het koud uit de koelkast komt. Wij eten het als bijgerecht bij het avondeten, maar je kunt het ook bij ijs eten of er limonade van maken. De boerderij waar ik deze groente koop ligt een kilometer van ons huis. Onze oudste dochter werkte er een zomer lang om aardbeitjes te plukken. Aardbeitjes kopen we er dus ook. Of pure frambozensaus en ambachtelijk gemaakte worsten. Manlief en ik gaan er lopend heen. Een cliënt van mij vindt het heerlijk als corona-uitje om er even samen heen te rijden met zijn auto. Dan halen we wat aardbeitjes voor hem, voor mij of voor zijn buurtjes. Ze verkopen ook grote aardbeienplanten, vijgenboompjes, kruidenplantjes, prachtige bossen pioenrozen, potjes ambachtelijke honing of verse asperges. Alles van boerderijen in de buurt. Heerlijk kneuterig. Het past bij mijn huidige traagheid. Door de stilte wordt de chaos weer in harmonie gebracht. Ik luister naar rustige muziek. Ik lees. Yoga in de ochtend. Het enige dat ik doe op zo’n lome dag als vandaag is de ramen lappen. Op de trage dag ervoor heb ik de was buiten opgehangen. Een dutje. Stilte in mijn hart.
- Marianne Williamson
Alsof we op vakantie gingen. Het verwachtingsvolle gevoel was er. De opwinding van een reisje in het verschiet. We pakten na het uitgebreide ontbijt aan de tuintafel een weekendtas in met handdoeken, kleding, toilettas, puzzelboek en mijn dikke leesboek. We hadden ook een plastic tasje met taarten en Turkse baklava klaar staan. Restantjes van de verjaardag van mijn lief de dag ervoor. De reis zelf ondernamen we maar liefst met twee auto’s. Niet vanwege corona-maatregelen, we zijn immers één gezin, maar omdat oudste kind achterbleef daar. Deze Moederdag vieren we namelijk in Rotterdam. In een mooi appartement pal aan de Nieuwe Maas. In een huis dat onderdeel uitmaakt van het sfeervolle en beschermde stadsgezicht van het Noordereiland. Het karakteristieke uiterlijk van Rotterdam. De bewuste etage waar we Moederdag vieren is van het vriendje van onze oudste dochter. Zij woont en werkt hier sinds de intelligente lockdown. Sinds haar vriend plots naar zijn ouders terug vloog in de Dominicaanse Republiek. Ik ben onder de indruk van het pand uit 1882. Een karakteristieke gevel en voordeur, een vestibule en steile trappen naar boven. Hoge, bewerkte plafonds en openslaande deuren naar een gietijzeren balkonnetje. Uitzicht over de Nieuwe Maas en de oude Willemsbrug. En over de geweldige skyline van Rotterdam. Ik word hier blij van. Waterbussen en -taxi’s varen hier voor de deur langs. Getij. Internationale vrachtschepen volgeladen met onder andere zeecontainers glijden hier voor de ramen voorbij. De aanblik van zeecontainers doet mijn hart altijd sneller kloppen. Mijn hart die altijd hunkert naar overzees avontuur! Zeemeeuwen krijsen in de lucht. Oudste dochter en ik gaan vijf kilometer hardlopen langs de rivier en over het Noordereiland. Over het symbool van Rotterdam - de Erasmusbrug. Langs de kade. Weer eens een verrassende hardlooproute. We zijn sinds twee maanden quarantaine voor het eerst een dagje met ons gezin uit huis. Een dagje buiten Breda. We eten ook voor het eerst niet thuis. We bestellen sinds de RIVM-maatregelen wel eens eten bij een restaurant. En laten het dan thuis brengen. Gisteren nog. Tafel mooi dekken. Iets lekkers te drinken erbij. Buiten in de tuin. Mooi avondlicht. Een fikkie in de vuurkorf tegen muggen. Heerlijk ontspannen eten met ons gezin in de tuin. Maar wel thuis! Vanavond gaat oudste dochter voor ons koken. Noodles. In Rotterdam. En we komen pas in het donker thuis. Een echt dagtripje dus. Naar een wereldstad zelfs. De stad waar onze dochter al bijna vier jaar studeert en woont. Ook de stad waar mijn opa en oma woonden tijdens het bombardement van mei 1940. Mijn opa werkte destijds bij de marine. De marine zorgde ervoor dat mijn oma met haar dochters veilig weg gehaald werden uit de gebombardeerde, brandende stad. We zijn natuurlijk vaker in deze havenstad geweest. Ook al hebben manlief en ik persoonlijk meer met Amsterdam… Voornamelijk regelmatige etentjes toen kindlief pal in het oude centrum woonde. Nu dus een bezoekje bij haar op het Noordereiland. Een bijzondere belevenis. Een bijzondere herinnering. Helemáál in deze bijzondere tijd.
Er is een zekere traagheid in mijn leven getreden deze laatste dagen. Ik voelde me een paar dagen niet zo lekker en voor de zekerheid kon ik niet naar mijn cliënten. Niet de deur uit. Koorts meten. Verplicht niks doen. Stilte. Loomheid. Op dit moment, terwijl ik dit schrijf, staat er een kilo gesneden rabarber zachtjes te koken op het fornuis. Dit is het seizoen van de rabarber. Wij zijn er als gezin dol op. Het is al de tweede keer deze week dat ik het eenvoudige gerechtje maak. Ik snijd een kilo stengels in kleine stukjes zodat je geen geen lange draden in de compote terug vindt. Ik doe het in een pan die ik alleen aan de binnenkant nat gemaakt heb, geen laagje water nodig. Na een aantal minuten zachtjes op het vuur beginnen de stukjes rabarber zacht te worden en komt er veel vocht vrij. Ik doe er honderd gram bruine basterd suiker bij en na nog eens zo’n tien minuten is het gerechtje al klaar. Ik voeg alleen nog wat kaneelpoeder toe. Het is het lekkerst als het koud uit de koelkast komt. Wij eten het als bijgerecht bij het avondeten, maar je kunt het ook bij ijs eten of er limonade van maken. De boerderij waar ik deze groente koop ligt een kilometer van ons huis. Onze oudste dochter werkte er een zomer lang om aardbeitjes te plukken. Aardbeitjes kopen we er dus ook. Of pure frambozensaus en ambachtelijk gemaakte worsten. Manlief en ik gaan er lopend heen. Een cliënt van mij vindt het heerlijk als corona-uitje om er even samen heen te rijden met zijn auto. Dan halen we wat aardbeitjes voor hem, voor mij of voor zijn buurtjes. Ze verkopen ook grote aardbeienplanten, vijgenboompjes, kruidenplantjes, prachtige bossen pioenrozen, potjes ambachtelijke honing of verse asperges. Alles van boerderijen in de buurt. Heerlijk kneuterig. Het past bij mijn huidige traagheid. Door de stilte wordt de chaos weer in harmonie gebracht. Ik luister naar rustige muziek. Ik lees. Yoga in de ochtend. Het enige dat ik doe op zo’n lome dag als vandaag is de ramen lappen. Op de trage dag ervoor heb ik de was buiten opgehangen. Een dutje. Stilte in mijn hart.
vrijdag 8 mei 2020
Doodsbenauwd
Stel je zelf bloot aan je diepste angst; En daarna, heeft angst geen macht meer; En de angst voor vrijheid slinkt en verdwijnt; Je bent vrij.
— Jim Morrison
Daar zit ik weer. Met knikkende knieën, en benen die voelen als elastiek. Boven op het dak van onze aanbouw. Naast mij een teiltje gevuld met vies water en een scheutje schoonmaakazijn. Daarnaast een een rubberen trekker. Net als vele jaren geleden. Toen moest ik geduldig wachten tot één van de kinderen uit school kwam om mij te redden. Deze keer is manlief gelukkig thuis om mij uit mijn benarde positie te helpen. Vanmorgen tijdens de yogales keek ik omhoog door de ramen in onze lichtstraat. Het viel me ineens op dat de ramen zoveel groene aanslag hadden. Het is zeker acht jaar geleden dat ik die ramen voor het laatst gelapt had….mijmerde ik. De meiden vroegen laatst ook al een keer aan mij of ik al die muggen- en vliegenpoepjes niet op het hout van de lichtstraat zag zitten. Nee dus. Tijdens mijn yogales vatte ik het plan om straks eerst die gele en bruine stipjes te verwijderen van het hout en daarna op het dak de ramen zou lappen. Mijn aandacht ging terug naar de yogales. Wat ik al niet verzin om bezig te blijven in coronatijd! Manlief die verplicht vrije dagen moet opnemen van zijn bedrijf verzint ook van alles om thuis aan de slag te zijn. De laatste dagen heeft hij bijvoorbeeld de binnenkant van de garagedeur geschilderd van gekkigheid. Deze deuren staan zeker al zeventien jaar in de grijze grondverf maar zeer waarschijnlijk al vele decennia langer. Manlief heeft heel zen met een kwast (en niet een verfrollertje) met een restant zwarte lak van de buitenschilder heel relaxt de deuren zitten schilderen. Ook de schuurdeur heeft hij aan de binnenkant meegepakt. Zelfs de deurposten van de garage kregen een likje wit van hem. Hij houdt helemaal niet van schilderen! Hij had al een week eerder twee openslaande slaapkamerramen, die beschadigd waren tijdens een herfststorm vorig jaar, met vloeibaar hout gerepareerd. Nieuwe greepjes erop, een likje verf. Op mijn verzoek heeft hij gisteren de deurvastzetters van de openslaande huiskamerdeuren vervangen. Ook daarvoor moest de zwarte kwast in de hand genomen worden. Weken ervoor had ik bedacht dat ik een houten moestuintafel wilde op het tuinvlonder waar we eigenlijk bijna niet komen. Samen hebben we de kist en de tafel in elkaar getimmerd. Een gezamenlijk bezigheidstherapietje. Met een lijstje kruiden die ik gebruik bij het koken zijn we naar een tuincentrum gefietst. Helemaal tevreden heb ik alles geplant in mijn stoere, hoge moestuintafel. Ook een vak met aardbeitjes. Stokjes erbij gezocht die manlief voor me op maat gezaagd had en waar ik de namen van de kruiden op heb gestift. Sindsdien verzorg ik dagelijks heel zen mijn kruidenplantjes. Nu moest ik dus nog van dat hoge dak af. Hoogtevrees. Ik wilde bij de slaapkamer van jongste dochter naar binnen klimmen, maar die sliep nog lekker met de rolluiken dicht. Het meest wijs en grensverleggend voor mij was van de grote ladder, die eega heel behulpzaam had klaargezet, afklimmen. Ik zag me die draai naar de traptreden écht niet maken. Ik ben eerst naar een lager gelegen dakje geklommen van de garage. Daarna met grote concentratie en een flinke portie lef heb ik de draai op de ladder gemaakt en ben naar beneden gekropen. Op de ladder kreeg ik een flashback van een andere keer dat ik een hoge, steile trap af moest klimmen. Die keer in Mexico klom ik de brandtrap af met een rieten mandje aan mijn arm. Daarin was onze oude kater geklommen die zelf niet meer naar beneden durfde. Onze poes had ons gewaarschuwd door fel te miauwen en alarm te slaan. We moesten haar doodsbange broer redden! Inmiddels is deze grijze, dikke lieverd ruim een jaar terug overleden. Hij rust in onze tuin. Wekelijks maai ik het gras over zijn onzichtbare grafje. Met dit weertype van regen, warmte en veel zonlicht groeit het gras als een dolle. De tuin staat er zo groen bij. Ik geniet er nu meer van dan ooit.
Als ik in mijn ooghoek beweging zie op ons frisgroene grasveldje, terwijl ik lekker met mijn blote benen in de zon zit te lezen, kijk ik verstoord op. Onze gestreepte oude poes legt een babymuisje neer op het gras. Dat zie ik niet vanaf mijn stoel ik moet even opstaan. Ik zie een schattig piepklein muisje met roze flapoortjes, zwarte kraaloogjes en een nat vachtje. Het arme beestje is door ons roofdier bruut uit z’n nestje gegrepen stel ik me voor. Het beestje leeft, maar speelt dood als overlevingstechniek. Ik denk dat onze grote kat dit speledingetje voor onze kittens heeft neergelegd. Ze kijken op afstand toe. Ik pak een teiltje en laat het muisje erin lopen. Ik laat het arme beestje weer vrij aan de overkant van de straat tussen de groene beplanting. Ik lees nog geen twintig minuten verder voordat ik weer ons roofdier op het gras opmerk. Wéér met een piepklein muisje. Uit het hetzelfde nestje natuurlijk. Ook dit muizenbroertje of -zusje leeft nog. Wederom pak ik mijn teiltje en redt ook dit diertje met enorme flapoortjes en een spits neusje. Ik zet het uit bij die andere. Onze kittens snuffelen elke grasspriet waar die muizen gezeten hebben af. Een avontuur voor ze. Ik probeer te begrijpen wat hier gebeurde. Was dit een offer voor hun vriendschap? Onze gestreepte poes is steeds vaker tegelijkertijd in de achtertuin te vinden met de baby’s. Ook in de huiskamer verblijven ze samen. Liggen apart op een eetkamerstoel te slapen. Op de bank of op de vensterbank. Ook op de slaapkamers van de meiden kun je ze vaak samen aantreffen. Heel vaak lig ik vroeg in de ochtend tussen twee warme poezenlijfjes in. Een oude en een jonge poes. Ze krijgen een vast dagpatroon. Een ochtendritueel op het grote bed. In de middag slapen de kittens nog tot bijna etenstijd. Ze eten met z’n drietjes om klokslag zes uur in de keuken. En de kleintjes hebben aangeleerd dat ze halverwege de avond weer naar binnen komen uit de achtertuin. Ze spelen ’s avonds met de padden die onder de struiken verstopt zitten. Dat binnen halen heeft ons wat moeite gekost. Vooral veel turen over de daken als de zon bijna ondergaat. Nu komen ze op mijn geluid van handen klappen af. Soms beloon ik ze met een overheerlijk kattensnoepje. De oude kat die ’s avonds lekker aan de voorkant rondstruint en uren kan jagen tussen het groen komt altijd zelfstandig terug voordat we naar bed gaan. Dan wacht ze steevast bij de voordeur. Ik houd van katten met een strak stramien. Dan weet ik waar ik aan toe ben. Zorgeloos.
— Jim Morrison
Daar zit ik weer. Met knikkende knieën, en benen die voelen als elastiek. Boven op het dak van onze aanbouw. Naast mij een teiltje gevuld met vies water en een scheutje schoonmaakazijn. Daarnaast een een rubberen trekker. Net als vele jaren geleden. Toen moest ik geduldig wachten tot één van de kinderen uit school kwam om mij te redden. Deze keer is manlief gelukkig thuis om mij uit mijn benarde positie te helpen. Vanmorgen tijdens de yogales keek ik omhoog door de ramen in onze lichtstraat. Het viel me ineens op dat de ramen zoveel groene aanslag hadden. Het is zeker acht jaar geleden dat ik die ramen voor het laatst gelapt had….mijmerde ik. De meiden vroegen laatst ook al een keer aan mij of ik al die muggen- en vliegenpoepjes niet op het hout van de lichtstraat zag zitten. Nee dus. Tijdens mijn yogales vatte ik het plan om straks eerst die gele en bruine stipjes te verwijderen van het hout en daarna op het dak de ramen zou lappen. Mijn aandacht ging terug naar de yogales. Wat ik al niet verzin om bezig te blijven in coronatijd! Manlief die verplicht vrije dagen moet opnemen van zijn bedrijf verzint ook van alles om thuis aan de slag te zijn. De laatste dagen heeft hij bijvoorbeeld de binnenkant van de garagedeur geschilderd van gekkigheid. Deze deuren staan zeker al zeventien jaar in de grijze grondverf maar zeer waarschijnlijk al vele decennia langer. Manlief heeft heel zen met een kwast (en niet een verfrollertje) met een restant zwarte lak van de buitenschilder heel relaxt de deuren zitten schilderen. Ook de schuurdeur heeft hij aan de binnenkant meegepakt. Zelfs de deurposten van de garage kregen een likje wit van hem. Hij houdt helemaal niet van schilderen! Hij had al een week eerder twee openslaande slaapkamerramen, die beschadigd waren tijdens een herfststorm vorig jaar, met vloeibaar hout gerepareerd. Nieuwe greepjes erop, een likje verf. Op mijn verzoek heeft hij gisteren de deurvastzetters van de openslaande huiskamerdeuren vervangen. Ook daarvoor moest de zwarte kwast in de hand genomen worden. Weken ervoor had ik bedacht dat ik een houten moestuintafel wilde op het tuinvlonder waar we eigenlijk bijna niet komen. Samen hebben we de kist en de tafel in elkaar getimmerd. Een gezamenlijk bezigheidstherapietje. Met een lijstje kruiden die ik gebruik bij het koken zijn we naar een tuincentrum gefietst. Helemaal tevreden heb ik alles geplant in mijn stoere, hoge moestuintafel. Ook een vak met aardbeitjes. Stokjes erbij gezocht die manlief voor me op maat gezaagd had en waar ik de namen van de kruiden op heb gestift. Sindsdien verzorg ik dagelijks heel zen mijn kruidenplantjes. Nu moest ik dus nog van dat hoge dak af. Hoogtevrees. Ik wilde bij de slaapkamer van jongste dochter naar binnen klimmen, maar die sliep nog lekker met de rolluiken dicht. Het meest wijs en grensverleggend voor mij was van de grote ladder, die eega heel behulpzaam had klaargezet, afklimmen. Ik zag me die draai naar de traptreden écht niet maken. Ik ben eerst naar een lager gelegen dakje geklommen van de garage. Daarna met grote concentratie en een flinke portie lef heb ik de draai op de ladder gemaakt en ben naar beneden gekropen. Op de ladder kreeg ik een flashback van een andere keer dat ik een hoge, steile trap af moest klimmen. Die keer in Mexico klom ik de brandtrap af met een rieten mandje aan mijn arm. Daarin was onze oude kater geklommen die zelf niet meer naar beneden durfde. Onze poes had ons gewaarschuwd door fel te miauwen en alarm te slaan. We moesten haar doodsbange broer redden! Inmiddels is deze grijze, dikke lieverd ruim een jaar terug overleden. Hij rust in onze tuin. Wekelijks maai ik het gras over zijn onzichtbare grafje. Met dit weertype van regen, warmte en veel zonlicht groeit het gras als een dolle. De tuin staat er zo groen bij. Ik geniet er nu meer van dan ooit.
Als ik in mijn ooghoek beweging zie op ons frisgroene grasveldje, terwijl ik lekker met mijn blote benen in de zon zit te lezen, kijk ik verstoord op. Onze gestreepte oude poes legt een babymuisje neer op het gras. Dat zie ik niet vanaf mijn stoel ik moet even opstaan. Ik zie een schattig piepklein muisje met roze flapoortjes, zwarte kraaloogjes en een nat vachtje. Het arme beestje is door ons roofdier bruut uit z’n nestje gegrepen stel ik me voor. Het beestje leeft, maar speelt dood als overlevingstechniek. Ik denk dat onze grote kat dit speledingetje voor onze kittens heeft neergelegd. Ze kijken op afstand toe. Ik pak een teiltje en laat het muisje erin lopen. Ik laat het arme beestje weer vrij aan de overkant van de straat tussen de groene beplanting. Ik lees nog geen twintig minuten verder voordat ik weer ons roofdier op het gras opmerk. Wéér met een piepklein muisje. Uit het hetzelfde nestje natuurlijk. Ook dit muizenbroertje of -zusje leeft nog. Wederom pak ik mijn teiltje en redt ook dit diertje met enorme flapoortjes en een spits neusje. Ik zet het uit bij die andere. Onze kittens snuffelen elke grasspriet waar die muizen gezeten hebben af. Een avontuur voor ze. Ik probeer te begrijpen wat hier gebeurde. Was dit een offer voor hun vriendschap? Onze gestreepte poes is steeds vaker tegelijkertijd in de achtertuin te vinden met de baby’s. Ook in de huiskamer verblijven ze samen. Liggen apart op een eetkamerstoel te slapen. Op de bank of op de vensterbank. Ook op de slaapkamers van de meiden kun je ze vaak samen aantreffen. Heel vaak lig ik vroeg in de ochtend tussen twee warme poezenlijfjes in. Een oude en een jonge poes. Ze krijgen een vast dagpatroon. Een ochtendritueel op het grote bed. In de middag slapen de kittens nog tot bijna etenstijd. Ze eten met z’n drietjes om klokslag zes uur in de keuken. En de kleintjes hebben aangeleerd dat ze halverwege de avond weer naar binnen komen uit de achtertuin. Ze spelen ’s avonds met de padden die onder de struiken verstopt zitten. Dat binnen halen heeft ons wat moeite gekost. Vooral veel turen over de daken als de zon bijna ondergaat. Nu komen ze op mijn geluid van handen klappen af. Soms beloon ik ze met een overheerlijk kattensnoepje. De oude kat die ’s avonds lekker aan de voorkant rondstruint en uren kan jagen tussen het groen komt altijd zelfstandig terug voordat we naar bed gaan. Dan wacht ze steevast bij de voordeur. Ik houd van katten met een strak stramien. Dan weet ik waar ik aan toe ben. Zorgeloos.
zaterdag 2 mei 2020
Lange afstand vriendschap
Don’t walk in front of me… I may not follow
Don’t walk behind me… I may not lead
Walk beside me… just be my friend
― Albert Camus
De afgelopen weken heb ik twee ‘tuinvisites’ gedaan bij twee vriendinnen. In plaats van een knuffel gaven we elkaar een onwennige begroeting op afstand. Beiden keren scheen de zon volop. En beiden keren hielden we anderhalve meter afstand tussen de tuinstoelen. ’Hoe is het met je?’ is plotseling een vraag met veel lading. Ik wisselde met elke vriendin uit hoe onze gezinnen zich staande houden. Hoe zij (toevallig beiden) met opeens veel ruimte in hun agenda, en ik met dezelfde werkdruk, door deze weken heen gaan. Over onze pubers, weer thuiswonende studenten, onze partners, hun ouders, onze wereld. De verrassende en bijzondere dingen. De schrijnende verhalen. Ons aanpassingsvermogen als mens. De solidariteit die wordt gevoeld. En hoe er nu wat meer ruimte is gekomen om rekening te houden met emoties als angst en onzekerheid. Dat onze kinderen beginnen met koken en bakken, weer boeken lezen en joggen. En hoe de gezelligheid van het kerngezin weer zo waardevol is. Ook over lastige dingen die na bijna acht weken thuis blijven in Brabant steeds duidelijker worden. We zitten in hetzelfde schuitje en dat maakt het delen en begrijpen van elkaar makkelijk. Dit virus is nog wel even onder ons. Zoveel is duidelijk. Dit is de realiteit. En dat maakt ons allemaal kwetsbaar. Niet alleen de mensen met een zwakke gezondheid. Het is een harde les in de kwetsbaarheid van het leven. In vriendschap is er gelukkig ruimte om die emotie te delen. Met de vriendin waarmee ik heerlijk samen in haar tuin zit. Op die anderhalve meter afstand. We kijken elkaar in de ogen. Ik zie emoties in de gezichtsuitdrukking van mijn vriendin. Hoe anders is het contact met mijn lieve Mexicaanse vriendin. Dat verloopt via WhatsApp berichtjes en voicemessages.
In Mexico, en veel andere landen in Midden-Amerika, is het coronavirus pas veel later doorgedrongen dan in Europa. De Mexicaanse president riep niet zo lang geleden nog op om vooral je familie lekker mee uit eten te blijven nemen. Mijn Mexicaanse vriendin, yogajuf en zeer spiritueel, ziet alleen maar voordelen van corona. De schone wateren en zeeschildpadden die weer op het strand eieren kunnen leggen. De krabben, kwallen en vissen die weer te zien zijn in de kanalen van Venetië. De schone lucht, en dolfijnen voor de kust van Istanbul. Onze blik naar binnen en saamhorigheid onder de mensen. Zij bestookt mij met positieve boodschappen. Met haar beste bedoelingen natuurlijk. Ik heb er alleen geen behoefte aan. Ze kwetsen me ook soms. Zo stuurde ze ook het beruchte filmpje dat Doutzen Kroes had gedeeld en waar Doutzen haar excuses voor aanbood. Ik heb de moed gevonden om mijn vriendin uit te leggen hoe mijn wereld er hier uitziet. En dat ik het coronavirus bedanken écht een stap te ver vind gaan. Ze stuurde zo mogelijk nóg meer dankbaarheidsfilmpjes van spirituele leiders. Het voelde of ze mij probeerde te bekeren. Dagenlang negeerde ik haar stroom aan opdringerige berichtjes. Ik deed een nieuwe poging om haar uit te leggen wat er hier allemaal gebeurt in Nederland. Ónze realiteit. Kinderen die niet veilig zijn thuis. Ouderen die uit angst voor besmetting ontzegd wordt om contact met hun dierbaren te hebben. Ondernemers die hun bedrijf failliet zien gaan met alle gevolgen van onzekerheid en depressie. Singles en pubers die het contact met vrienden missen. Mensen die elkaar in de winkel ontlopen en elkaar angstig aankijken of soms liever de blik maar helemaal mijden. Mensen die sterven zonder hun familie. Ook ik keer heus naar binnen. Ik ben ook voor het zorgen voor elkaar, voor empathie en meer compassie in ons leven. Ik mediteer, blijf mijn inspirerende yogalessen online volgen, voel me dankbaar en als ik uitzoom zie ik ook de voordelen voor de planeet. ‘De dood hoort bij het leven’ schreef ze terug. Ze is niet bang voor haar dood of die van haar partner of ouders. Ze kiest ervoor niet bang te zijn. We hebben afgesproken dat we het samen maar niet meer over corona hebben. Ze is inderdaad gestopt met de stroom positieve filmpjes over corona. Ik besef dat het onze vriendschap hád kunnen kosten. Corona verbroedert. Corona kan ook vriendschappen kosten. Een lange afstandsvriendschap mist fysiek contact: een aanraking, een knuffel of een hand op een schouder. Ook mis ik de blik in haar donkerbruine ogen. De moed om een ongemakkelijk bericht te schrijven is ook een element van lange afstand vriendschap. Met oprechte interesse houden voor elkaar. Met een open blik naar het perspectief van de ander kijken. Er achter komen dat er maar één manier is om daar doorheen te komen. Met elkaar.
Don’t walk behind me… I may not lead
Walk beside me… just be my friend
― Albert Camus
De afgelopen weken heb ik twee ‘tuinvisites’ gedaan bij twee vriendinnen. In plaats van een knuffel gaven we elkaar een onwennige begroeting op afstand. Beiden keren scheen de zon volop. En beiden keren hielden we anderhalve meter afstand tussen de tuinstoelen. ’Hoe is het met je?’ is plotseling een vraag met veel lading. Ik wisselde met elke vriendin uit hoe onze gezinnen zich staande houden. Hoe zij (toevallig beiden) met opeens veel ruimte in hun agenda, en ik met dezelfde werkdruk, door deze weken heen gaan. Over onze pubers, weer thuiswonende studenten, onze partners, hun ouders, onze wereld. De verrassende en bijzondere dingen. De schrijnende verhalen. Ons aanpassingsvermogen als mens. De solidariteit die wordt gevoeld. En hoe er nu wat meer ruimte is gekomen om rekening te houden met emoties als angst en onzekerheid. Dat onze kinderen beginnen met koken en bakken, weer boeken lezen en joggen. En hoe de gezelligheid van het kerngezin weer zo waardevol is. Ook over lastige dingen die na bijna acht weken thuis blijven in Brabant steeds duidelijker worden. We zitten in hetzelfde schuitje en dat maakt het delen en begrijpen van elkaar makkelijk. Dit virus is nog wel even onder ons. Zoveel is duidelijk. Dit is de realiteit. En dat maakt ons allemaal kwetsbaar. Niet alleen de mensen met een zwakke gezondheid. Het is een harde les in de kwetsbaarheid van het leven. In vriendschap is er gelukkig ruimte om die emotie te delen. Met de vriendin waarmee ik heerlijk samen in haar tuin zit. Op die anderhalve meter afstand. We kijken elkaar in de ogen. Ik zie emoties in de gezichtsuitdrukking van mijn vriendin. Hoe anders is het contact met mijn lieve Mexicaanse vriendin. Dat verloopt via WhatsApp berichtjes en voicemessages.
In Mexico, en veel andere landen in Midden-Amerika, is het coronavirus pas veel later doorgedrongen dan in Europa. De Mexicaanse president riep niet zo lang geleden nog op om vooral je familie lekker mee uit eten te blijven nemen. Mijn Mexicaanse vriendin, yogajuf en zeer spiritueel, ziet alleen maar voordelen van corona. De schone wateren en zeeschildpadden die weer op het strand eieren kunnen leggen. De krabben, kwallen en vissen die weer te zien zijn in de kanalen van Venetië. De schone lucht, en dolfijnen voor de kust van Istanbul. Onze blik naar binnen en saamhorigheid onder de mensen. Zij bestookt mij met positieve boodschappen. Met haar beste bedoelingen natuurlijk. Ik heb er alleen geen behoefte aan. Ze kwetsen me ook soms. Zo stuurde ze ook het beruchte filmpje dat Doutzen Kroes had gedeeld en waar Doutzen haar excuses voor aanbood. Ik heb de moed gevonden om mijn vriendin uit te leggen hoe mijn wereld er hier uitziet. En dat ik het coronavirus bedanken écht een stap te ver vind gaan. Ze stuurde zo mogelijk nóg meer dankbaarheidsfilmpjes van spirituele leiders. Het voelde of ze mij probeerde te bekeren. Dagenlang negeerde ik haar stroom aan opdringerige berichtjes. Ik deed een nieuwe poging om haar uit te leggen wat er hier allemaal gebeurt in Nederland. Ónze realiteit. Kinderen die niet veilig zijn thuis. Ouderen die uit angst voor besmetting ontzegd wordt om contact met hun dierbaren te hebben. Ondernemers die hun bedrijf failliet zien gaan met alle gevolgen van onzekerheid en depressie. Singles en pubers die het contact met vrienden missen. Mensen die elkaar in de winkel ontlopen en elkaar angstig aankijken of soms liever de blik maar helemaal mijden. Mensen die sterven zonder hun familie. Ook ik keer heus naar binnen. Ik ben ook voor het zorgen voor elkaar, voor empathie en meer compassie in ons leven. Ik mediteer, blijf mijn inspirerende yogalessen online volgen, voel me dankbaar en als ik uitzoom zie ik ook de voordelen voor de planeet. ‘De dood hoort bij het leven’ schreef ze terug. Ze is niet bang voor haar dood of die van haar partner of ouders. Ze kiest ervoor niet bang te zijn. We hebben afgesproken dat we het samen maar niet meer over corona hebben. Ze is inderdaad gestopt met de stroom positieve filmpjes over corona. Ik besef dat het onze vriendschap hád kunnen kosten. Corona verbroedert. Corona kan ook vriendschappen kosten. Een lange afstandsvriendschap mist fysiek contact: een aanraking, een knuffel of een hand op een schouder. Ook mis ik de blik in haar donkerbruine ogen. De moed om een ongemakkelijk bericht te schrijven is ook een element van lange afstand vriendschap. Met oprechte interesse houden voor elkaar. Met een open blik naar het perspectief van de ander kijken. Er achter komen dat er maar één manier is om daar doorheen te komen. Met elkaar.
zaterdag 25 april 2020
Geliefde bramenstruiken
That one plant should be sown and another be produced cannot happen; whatever seed is sown, a plant of that kind even comes forth.
- Guru Nanak
Nog steeds sta ik elke dag met pijn op. Sinds december heb ik een wond op de zijkant van mijn tong die niet meer geneest. De tandarts liet mij begin van dit jaar happen voor een plastic bitje dat ik sindsdien elke nacht in mijn mond doe. Helaas mag het niet baten voor mijn pijnlijke wondje. Ik zuig elke nacht op de linkerkant van mijn tong. Ik bijt ook op mijn linkerwang. Ik knarsetand. Met dit bitje is dat zeker minder geworden. Het bitje is alleen niet voldoende. Ik maak mij zorgen over die ene wond die maar niet heelt. Na mijn bezoek aan de kaakchirurg in het ziekenhuis heeft de tandarts zes weken geleden mijn onderste kiezen glad gevijld. Ook dat heeft niks geholpen, want mijn tong is elke ochtend nog steeds zeer pijnlijk. Een open brandend wondje. Deze week mocht ik terug naar de kaakchirurg in het ziekenhuis. Ondanks corona. We gaan voorzichtig op afstand van anderen door een grote draaideur. Eenmaal binnen in het Amphia ziekenhuis maak ik mijn handen schoon met alcohol. In de wachtkamer zijn steeds twee stoelen met rood/wit tape afgeplakt en dan weer een vrije stoel. Mijn lief en ik voelen ons veilig hier. Ik ga wel alleen bij de kaakchirurg het kleine kamertje binnen zodra ik word geroepen. Ze draagt geen mondkapje valt me meteen op, wel handschoentjes. Zij is gelukkig niet verontrust door de wond op mijn tong. Helaas kan ze ook de oorzaak niet vinden. Het slijmvlies lijkt ontstoken en kan niet meer uit zichzelf genezen. Ze wil het wondje opereren. Ze wil het wegsnijden en dan hechten. Dan zou het wél moeten kunnen genezen. Ik zie daar als een berg tegenop, want het doet nu al zo’n zeer. Ze wil eerst nog één ding proberen. Een mondspoeling met een hormoon erin waarmee ik drie keer per dag moet spoelen. Een soort cortisolcrème voor exceem op je huid zeg maar. De reden dat het nu niet meer spontaan geneest, en vroeger wel, blijkt door de overgang te komen. Minder aanmaak van mondslijm. Over vier weken heb ik een nieuwe afspraak bij haar staan. Mits het dan niet is genezen gaat de kaakchirurg meteen opereren. Mijn lief en ik fietsen vanuit het ziekenhuis rechtstreeks naar de apotheek. Ik sluit buiten aan in de rij. Ik mag kennelijk niet meer naar binnen. Bij de voordeur hebben ze een dienstloketje gemaakt. Ik moet mijn recept achter het glas laten zien. Ze bevestigt het digitaal te hebben ontvangen van het ziekenhuis, maar ze moet de ingrediënten bestellen. Ik mag het recept in een laatje leggen en zij pakt het met nieuwe plastic handschoenen eruit. De volgende dag haal ik de fles op dezelfde manier op.
Zo nu en dan heb ik fijn contact met de mensen van de groenvoorziening in onze stad. Bijvoorbeeld toen ik zorgen had over de eeuwenoude beukenboom voor ons huis toen de grote eikenboom er vlak naast ziek werd en zelfs dood ging. Er kwam toen een bomendokter langs om onze boom te inspecteren. Onze oude boom staat nu op een lijst van drieënnegentig andere bomen in Breda die extra aandacht krijgen. Of contact gezocht vanwege het fietspad aan het eind van ons doodlopende straatje dat verschrikkelijk aan het vervuilen was met zwerfvuil van hondenuitlaters, fietsers en wandelaars. Er kwam toen heel spoedig een veegwagentje het fietspad mooi opschonen. Ook heb ik eens om de plaatsing van een bladkorf gevraagd in de straat. Die kwam er, maar jammergenoeg niet vlak voor onze deur. Ik heb toen kruiwagens vol beukenblad maar in de groene afvalemmer gestampt en meerdere weken achter elkaar af laten voeren. Deze week kwam een buurvrouw verderop mij op een warme avond vertellen dat ze contact had opgenomen met de groenvoorziening vanwege het vuil dat zwerft tussen de bomen tegenover onze huizen. Een strookje ecogroen. Veel poepzakjes van hondenuitlaters die daar asociaal tussen het groen gedumpt worden. Of blikjes, plastic flesjes en kerstbomen van onbekenden. Vanaf volgend jaar komt er vijftien cent statiegeld op plastic flesjes. Dat zal het plastic afval wat verminderen. Mogelijk komt er daarna ook statiegeld op blikjes. Buurvrouw en haar man hadden onlangs het stukje bos heel keurig opgeruimd. De gemeente komt de verzamelde troep binnenkort ophalen. De gemeenteambtenaar had haar kuisverhaal aangehoord en omdat hij de tijd nam én een dossier geopend had noemde ze in één adem ook meteen de bramenstruiken tegenover óns huis. Ze vond dat maar een rommel. De meneer opperde nog dat bramenstruiken goed zijn voor de bijenpopulatie, maar ze zei letterlijk tegen mij dat haar dat niks kon schelen. Daar verschillen wij van mening. Ons gezin strooit elk voorjaar zakjes vol zaden van veldbloemen uit om bijen en vlinders te trekken. Wij zijn juist heel content met de hoge bramenstruiken om twee redenen. Allereerst voor de bijtjes die zo belangrijk zijn voor de plantendiversiteit en bestuiving op onze planeet. En ten tweede omdat de klimmende struiken voor ons de autoweg verderop verhullen. Zo kijken wij alleen op groen uit vanuit ons huiskamerraam. Zo fijn! De ambtenaar had mijn buurvrouw beloofd er na de zomer op terug te komen. Om onduidelijkheid te voorkomen heb ik onlangs een brief, om aan het dossier toe te voegen, verstuurd met ónze blik op de bramenstruiken. Ik moet er niet aan denken dat straks in oktober ineens alle bramenstruiken verwijderd worden en wij tegen een leeg, opgeruimd veldje mogen aankijken…
- Guru Nanak
Nog steeds sta ik elke dag met pijn op. Sinds december heb ik een wond op de zijkant van mijn tong die niet meer geneest. De tandarts liet mij begin van dit jaar happen voor een plastic bitje dat ik sindsdien elke nacht in mijn mond doe. Helaas mag het niet baten voor mijn pijnlijke wondje. Ik zuig elke nacht op de linkerkant van mijn tong. Ik bijt ook op mijn linkerwang. Ik knarsetand. Met dit bitje is dat zeker minder geworden. Het bitje is alleen niet voldoende. Ik maak mij zorgen over die ene wond die maar niet heelt. Na mijn bezoek aan de kaakchirurg in het ziekenhuis heeft de tandarts zes weken geleden mijn onderste kiezen glad gevijld. Ook dat heeft niks geholpen, want mijn tong is elke ochtend nog steeds zeer pijnlijk. Een open brandend wondje. Deze week mocht ik terug naar de kaakchirurg in het ziekenhuis. Ondanks corona. We gaan voorzichtig op afstand van anderen door een grote draaideur. Eenmaal binnen in het Amphia ziekenhuis maak ik mijn handen schoon met alcohol. In de wachtkamer zijn steeds twee stoelen met rood/wit tape afgeplakt en dan weer een vrije stoel. Mijn lief en ik voelen ons veilig hier. Ik ga wel alleen bij de kaakchirurg het kleine kamertje binnen zodra ik word geroepen. Ze draagt geen mondkapje valt me meteen op, wel handschoentjes. Zij is gelukkig niet verontrust door de wond op mijn tong. Helaas kan ze ook de oorzaak niet vinden. Het slijmvlies lijkt ontstoken en kan niet meer uit zichzelf genezen. Ze wil het wondje opereren. Ze wil het wegsnijden en dan hechten. Dan zou het wél moeten kunnen genezen. Ik zie daar als een berg tegenop, want het doet nu al zo’n zeer. Ze wil eerst nog één ding proberen. Een mondspoeling met een hormoon erin waarmee ik drie keer per dag moet spoelen. Een soort cortisolcrème voor exceem op je huid zeg maar. De reden dat het nu niet meer spontaan geneest, en vroeger wel, blijkt door de overgang te komen. Minder aanmaak van mondslijm. Over vier weken heb ik een nieuwe afspraak bij haar staan. Mits het dan niet is genezen gaat de kaakchirurg meteen opereren. Mijn lief en ik fietsen vanuit het ziekenhuis rechtstreeks naar de apotheek. Ik sluit buiten aan in de rij. Ik mag kennelijk niet meer naar binnen. Bij de voordeur hebben ze een dienstloketje gemaakt. Ik moet mijn recept achter het glas laten zien. Ze bevestigt het digitaal te hebben ontvangen van het ziekenhuis, maar ze moet de ingrediënten bestellen. Ik mag het recept in een laatje leggen en zij pakt het met nieuwe plastic handschoenen eruit. De volgende dag haal ik de fles op dezelfde manier op.
Zo nu en dan heb ik fijn contact met de mensen van de groenvoorziening in onze stad. Bijvoorbeeld toen ik zorgen had over de eeuwenoude beukenboom voor ons huis toen de grote eikenboom er vlak naast ziek werd en zelfs dood ging. Er kwam toen een bomendokter langs om onze boom te inspecteren. Onze oude boom staat nu op een lijst van drieënnegentig andere bomen in Breda die extra aandacht krijgen. Of contact gezocht vanwege het fietspad aan het eind van ons doodlopende straatje dat verschrikkelijk aan het vervuilen was met zwerfvuil van hondenuitlaters, fietsers en wandelaars. Er kwam toen heel spoedig een veegwagentje het fietspad mooi opschonen. Ook heb ik eens om de plaatsing van een bladkorf gevraagd in de straat. Die kwam er, maar jammergenoeg niet vlak voor onze deur. Ik heb toen kruiwagens vol beukenblad maar in de groene afvalemmer gestampt en meerdere weken achter elkaar af laten voeren. Deze week kwam een buurvrouw verderop mij op een warme avond vertellen dat ze contact had opgenomen met de groenvoorziening vanwege het vuil dat zwerft tussen de bomen tegenover onze huizen. Een strookje ecogroen. Veel poepzakjes van hondenuitlaters die daar asociaal tussen het groen gedumpt worden. Of blikjes, plastic flesjes en kerstbomen van onbekenden. Vanaf volgend jaar komt er vijftien cent statiegeld op plastic flesjes. Dat zal het plastic afval wat verminderen. Mogelijk komt er daarna ook statiegeld op blikjes. Buurvrouw en haar man hadden onlangs het stukje bos heel keurig opgeruimd. De gemeente komt de verzamelde troep binnenkort ophalen. De gemeenteambtenaar had haar kuisverhaal aangehoord en omdat hij de tijd nam én een dossier geopend had noemde ze in één adem ook meteen de bramenstruiken tegenover óns huis. Ze vond dat maar een rommel. De meneer opperde nog dat bramenstruiken goed zijn voor de bijenpopulatie, maar ze zei letterlijk tegen mij dat haar dat niks kon schelen. Daar verschillen wij van mening. Ons gezin strooit elk voorjaar zakjes vol zaden van veldbloemen uit om bijen en vlinders te trekken. Wij zijn juist heel content met de hoge bramenstruiken om twee redenen. Allereerst voor de bijtjes die zo belangrijk zijn voor de plantendiversiteit en bestuiving op onze planeet. En ten tweede omdat de klimmende struiken voor ons de autoweg verderop verhullen. Zo kijken wij alleen op groen uit vanuit ons huiskamerraam. Zo fijn! De ambtenaar had mijn buurvrouw beloofd er na de zomer op terug te komen. Om onduidelijkheid te voorkomen heb ik onlangs een brief, om aan het dossier toe te voegen, verstuurd met ónze blik op de bramenstruiken. Ik moet er niet aan denken dat straks in oktober ineens alle bramenstruiken verwijderd worden en wij tegen een leeg, opgeruimd veldje mogen aankijken…
zaterdag 18 april 2020
Sociale warmte
Worry is like a rocking chair. It gives you something to do but never gets you anywhere.
- Erma Bombeck
Je weinig emotioneel verbonden voelen met de mensen om je heen. Dat kan ik de laatste tijd wel voelen nu ik al zo lang zonder lijfelijk contact met mijn vriendinnen moet doen. Tuurlijk zijn we in gedachten bij elkaar. We sturen zo nu en dan een ‘appje, een mail of een échte brief. Maar ja, wat schrijf je dan? Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Ik ben in mijn coconnetje gekropen. Het alternatieve contact voelt beduidend minder. Ik heb nu, zoals iedereen, minder contact met andere mensen dan ik zou willen. Eigenlijk mis ik de nabijheid van mijn vriendinnen, kennisjes, mijn yogamaatjes en al die anderen. Is dat nu eenzaamheid? Je verbonden voelen met anderen is heel belangrijk voor de aanmaak van bepaalde hormonen. Eén daarvan is oxytocine, beter bekend als het gelukshormoon waardoor je je behaaglijk voelt. Zolang ik lekker bezig ben met mijn werk of in de tuin gaat het prima met me. De weekends zijn ook gezellig met alle dochters en manlief om me heen. Ik zou zelfs heel even kunnen vergeten dat er coronamaatregelen zijn. Juist tijdens de verveling slaat het gevoel toe. Dan mis ik gezelschap. Soms lijkt het alsof we geluk en succes zelf in de hand hebben. En soms voelt het ineens alsof we helemaal niks te vertellen hebben over ons leven. Zoals nu met het coronavirus. Het komt erop neer dat ik uiteindelijk maar wat rondstommel. I go with the flow. Contact met anderen is goed voor je geest. Zélfs in een tijd waarin we massaal binnen zitten. Maar meer dan ons overgeven aan het hier en nu kunnen we toch niet doen. Oude regels gelden niet meer. En we weten minder dan ooit wat de toekomst gaat brengen. Hopelijk zien we elkaar over een tijdje gewoon weer op feestjes, in de yogaschool, in het theater, op een burenborrel, het restaurant, thuis of waar we maar willen. Het is fijn dat we online een ‘schijn’ sociaal leven kunnen opbouwen, maar voor mij is het niet voldoende. Eenzaamheid is een van de vervelendste bijeffecten van de corona-epidemie. Vooral veel ouderen hebben er last van nu ze geen gezellige bezoekjes meer krijgen van kinderen en kleinkinderen. Ik denk ook aan de huwelijken die op springen staan, of kinderen die thuis mishandeld worden. Zij moeten zich nu zó eenzaam voelen! Hoe ga je om met het sociaal isolement? Natuurlijk de voor de hand liggende dingen als iets praktisch gaan doen: verf een muur, neem je tuin of balkon onder handen op of houd een uitgebreide lenteschoonmaak. Dat doe ik ook wel. Ik pak de voor- en achtertuin aan. Toevallig was een paar weken terug de nieuwe oprit klaar dus ben ik bezig met wat klimmers langs de oprit te planten en twee haagjes van taxus aan te planten naast de vuilcontainers. Ik verzorg de vorig jaar gekortwiekte buxushaag intensief tegen de buxusmot. Ik vul de planten aan die deze lente niet opnieuw opgekomen zijn. Ik bewater de tuin regelmatig. En vaak spreek ik dan ook even kort een buurvrouw op straat. Heerlijk even een echt face-to-face gesprek ook al is het op anderhalve meter afstand. Ook tijdschriften worden gretig tussen mij en m’n buurvrouwen gedeeld. Een andere tip is natuurlijk gewoon je telefoon oppakken voor een belletje of een ‘app-gesprek. Op de een of andere manier is die drempel voor mij nu heel hoog. Ik heb ook geen privacy meer thuis voor zulke gesprekken. En waar moet je het eigenlijk over hebben? Klagen over ieder’s corona thuissituatie? Hoe erg het is? Daar heeft toch niemand behoefte aan? Toch hebben we elkaar op ongelukkige momenten juist nodig. Een verrassende tip is om een warm bad te nemen. Psychologen van Yale hebben ontdekt dat het warme water het gemis van een geborgen gevoel of van sociale warmte kan compenseren.
Ondertussen wordt er op sommige plekken gelukkig nog zaken gedaan. Zo hadden wij net voor de pandemie aanving een pad ingeslagen om ons te informeren over een nieuwe hypotheekvorm. Met bijbehorende lage rente. Krijn, onze tussenpersoon, had offertes aangevraagd bij geldverstrekkers en deze offertes bleven van rechtswege twee weken geldig. Wij hadden een keer geluk. Door het virus kroop de rente van de banken namelijk weer omhoog, maar wij hadden onze offerte. De communicatie ging zeer traag, omdat Krijn thuis moest werken en zijn e-mail niet meer regelmatig kon beantwoorden. Ook de medewerkers op het notariskantoor begonnen met thuis werken wat bij hen nog in de kinderschoenen stond. We kregen privé telefoonnummers van de medewerkers waar ze goed op bereikbaar waren. Ze konden alleen moeilijk in hun systeem. Communicatie bleef moeizaam ook al werkten ze lang en veel. Ik werd één avond zelfs nog na negen uur in de avond gebeld om te checken of stukken goed binnen waren gekomen. De bank waar we afscheid van gingen nemen was niet flexibel en was niet meer servicegericht naar ons toe. Het was kantje boord met het halen van de oversluitdatum anders waren we nu nóg niet van die bank af. Normaliter heeft een notaris zes weken nodig om een hypotheek te laten passeren. Deze keer moest het in drie weken. Ondanks coronamaatregelen werden we uitgenodigd op het kantoor van de notaris dat na elk bezoek hygiënisch werd gereinigd. Er werden natuurlijk geen handen geschud. Nu kennen wij deze notaris al zeventien jaar, want hij heeft destijds ook de akten opgemaakt voor de aankoop van ons huis. Een heel aardige kerel. Het passeren was eigenlijk zo gebeurd. We hebben daarentegen ook tijd besteed aan ideeën voor het opmaken van een testament. Dat hij destijds ook al met ons besprak voor onze, toen nog kleine, kindjes. Nu zijn twee van deze kleine kindjes al zelfstandig wonende volwassenen. Wij zijn ondertussen vijftigers geworden. Een hele nieuwe leefsituatie. We gaan ons eens inlezen en zullen dit serieus oppakken. Wederom een nieuw project.
- Erma Bombeck
Je weinig emotioneel verbonden voelen met de mensen om je heen. Dat kan ik de laatste tijd wel voelen nu ik al zo lang zonder lijfelijk contact met mijn vriendinnen moet doen. Tuurlijk zijn we in gedachten bij elkaar. We sturen zo nu en dan een ‘appje, een mail of een échte brief. Maar ja, wat schrijf je dan? Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Ik ben in mijn coconnetje gekropen. Het alternatieve contact voelt beduidend minder. Ik heb nu, zoals iedereen, minder contact met andere mensen dan ik zou willen. Eigenlijk mis ik de nabijheid van mijn vriendinnen, kennisjes, mijn yogamaatjes en al die anderen. Is dat nu eenzaamheid? Je verbonden voelen met anderen is heel belangrijk voor de aanmaak van bepaalde hormonen. Eén daarvan is oxytocine, beter bekend als het gelukshormoon waardoor je je behaaglijk voelt. Zolang ik lekker bezig ben met mijn werk of in de tuin gaat het prima met me. De weekends zijn ook gezellig met alle dochters en manlief om me heen. Ik zou zelfs heel even kunnen vergeten dat er coronamaatregelen zijn. Juist tijdens de verveling slaat het gevoel toe. Dan mis ik gezelschap. Soms lijkt het alsof we geluk en succes zelf in de hand hebben. En soms voelt het ineens alsof we helemaal niks te vertellen hebben over ons leven. Zoals nu met het coronavirus. Het komt erop neer dat ik uiteindelijk maar wat rondstommel. I go with the flow. Contact met anderen is goed voor je geest. Zélfs in een tijd waarin we massaal binnen zitten. Maar meer dan ons overgeven aan het hier en nu kunnen we toch niet doen. Oude regels gelden niet meer. En we weten minder dan ooit wat de toekomst gaat brengen. Hopelijk zien we elkaar over een tijdje gewoon weer op feestjes, in de yogaschool, in het theater, op een burenborrel, het restaurant, thuis of waar we maar willen. Het is fijn dat we online een ‘schijn’ sociaal leven kunnen opbouwen, maar voor mij is het niet voldoende. Eenzaamheid is een van de vervelendste bijeffecten van de corona-epidemie. Vooral veel ouderen hebben er last van nu ze geen gezellige bezoekjes meer krijgen van kinderen en kleinkinderen. Ik denk ook aan de huwelijken die op springen staan, of kinderen die thuis mishandeld worden. Zij moeten zich nu zó eenzaam voelen! Hoe ga je om met het sociaal isolement? Natuurlijk de voor de hand liggende dingen als iets praktisch gaan doen: verf een muur, neem je tuin of balkon onder handen op of houd een uitgebreide lenteschoonmaak. Dat doe ik ook wel. Ik pak de voor- en achtertuin aan. Toevallig was een paar weken terug de nieuwe oprit klaar dus ben ik bezig met wat klimmers langs de oprit te planten en twee haagjes van taxus aan te planten naast de vuilcontainers. Ik verzorg de vorig jaar gekortwiekte buxushaag intensief tegen de buxusmot. Ik vul de planten aan die deze lente niet opnieuw opgekomen zijn. Ik bewater de tuin regelmatig. En vaak spreek ik dan ook even kort een buurvrouw op straat. Heerlijk even een echt face-to-face gesprek ook al is het op anderhalve meter afstand. Ook tijdschriften worden gretig tussen mij en m’n buurvrouwen gedeeld. Een andere tip is natuurlijk gewoon je telefoon oppakken voor een belletje of een ‘app-gesprek. Op de een of andere manier is die drempel voor mij nu heel hoog. Ik heb ook geen privacy meer thuis voor zulke gesprekken. En waar moet je het eigenlijk over hebben? Klagen over ieder’s corona thuissituatie? Hoe erg het is? Daar heeft toch niemand behoefte aan? Toch hebben we elkaar op ongelukkige momenten juist nodig. Een verrassende tip is om een warm bad te nemen. Psychologen van Yale hebben ontdekt dat het warme water het gemis van een geborgen gevoel of van sociale warmte kan compenseren.
Ondertussen wordt er op sommige plekken gelukkig nog zaken gedaan. Zo hadden wij net voor de pandemie aanving een pad ingeslagen om ons te informeren over een nieuwe hypotheekvorm. Met bijbehorende lage rente. Krijn, onze tussenpersoon, had offertes aangevraagd bij geldverstrekkers en deze offertes bleven van rechtswege twee weken geldig. Wij hadden een keer geluk. Door het virus kroop de rente van de banken namelijk weer omhoog, maar wij hadden onze offerte. De communicatie ging zeer traag, omdat Krijn thuis moest werken en zijn e-mail niet meer regelmatig kon beantwoorden. Ook de medewerkers op het notariskantoor begonnen met thuis werken wat bij hen nog in de kinderschoenen stond. We kregen privé telefoonnummers van de medewerkers waar ze goed op bereikbaar waren. Ze konden alleen moeilijk in hun systeem. Communicatie bleef moeizaam ook al werkten ze lang en veel. Ik werd één avond zelfs nog na negen uur in de avond gebeld om te checken of stukken goed binnen waren gekomen. De bank waar we afscheid van gingen nemen was niet flexibel en was niet meer servicegericht naar ons toe. Het was kantje boord met het halen van de oversluitdatum anders waren we nu nóg niet van die bank af. Normaliter heeft een notaris zes weken nodig om een hypotheek te laten passeren. Deze keer moest het in drie weken. Ondanks coronamaatregelen werden we uitgenodigd op het kantoor van de notaris dat na elk bezoek hygiënisch werd gereinigd. Er werden natuurlijk geen handen geschud. Nu kennen wij deze notaris al zeventien jaar, want hij heeft destijds ook de akten opgemaakt voor de aankoop van ons huis. Een heel aardige kerel. Het passeren was eigenlijk zo gebeurd. We hebben daarentegen ook tijd besteed aan ideeën voor het opmaken van een testament. Dat hij destijds ook al met ons besprak voor onze, toen nog kleine, kindjes. Nu zijn twee van deze kleine kindjes al zelfstandig wonende volwassenen. Wij zijn ondertussen vijftigers geworden. Een hele nieuwe leefsituatie. We gaan ons eens inlezen en zullen dit serieus oppakken. Wederom een nieuw project.
maandag 13 april 2020
Verbouwherrie
Het positieve overwint het negatieve, moed overwint vrees, geduld overwint woede en ergernis. Liefde overwint haat.
- Swami Sivananda Sarasvati
In de krant had ik er onlangs al over gelezen. Ergernissen. Grote ergernissen. Ergernissen die hoog op kunnen lopen onder buurtbewoners. Buurtapp’s waarin woede wordt uitgesproken, omdat door de containers vol bouwafval in de straat eventuele ambulances geen doorgang meer kunnen vinden. Verbouwherrie. En dat juist in een tijd dat iedereen toch al wat gespannen is vanwege corona. In ons straatje staan sinds kort ook drie schilderbussen geparkeerd. Prima. We kunnen er allemaal langs rijden met onze auto’s. Schilderen maakt geen herrie. Op donderdagochtend, wanneer ik altijd rustig opstart met een yogales in m’n eentje, word ik echter opgeschrikt door een verschrikkelijk kabaal. Veroorzaakt door het machinaal schuren van ons buurhuis. Het huis onder onze kap. Vier werklui staan voor en achter met machines afschuwelijk lawaai te maken om acht uur in de ochtend. Op steigers. Onaangekondigd. De tuindeur moet dus deze yogales dicht blijven. Weg serene rust. De gemoedelijke achtergrondmuziek wat harder. De iPad met de stem van mijn juf wat luider. Het is te doen, omdat yoga ook betekent dat je naar binnen keert. Je sluit je af voor je omgeving. Althans dat probeer ik. Dan komt middelste dochter naar beneden stieren. Ze heeft online colleges waarin gediscussieerd moet worden in groepjes. Met de microfoons aan. Er wordt daar gevraagd bij wie dat lawaai vandaan komt. Tja, precies naast haar slaapkamerraam dus. Haar microfoon moet uit. Ze is meteen buiten gesloten van de discussie. Ze bruist van woede. Niet veel later komt jongste dochter naar beneden. Haar handen vol boeken en daar bovenop een computer. Daar boven een chagrijnig gezicht. Ze heeft online les en komt vanwege het immense lawaai op haar slaapkamer maar beneden werken. En passant laat ze nog weten dat er een schilder bij haar slaapkamer naar binnen gluurde. Gelukkig was ze net aangekleed. Tijdens deze mooie, warme lentedagen zitten we normaliter veel in de tuin in onze pauzes. We lunchen samen in de tuin. De werklui van de buren verstoren dit ritueel. Hun radio staat hard aan. Onze buren hebben hun bouwlawaai niet vooraf aangekondigd. Ze bieden ook geen excuses aan. Ze staan er waarschijnlijk niet eens bij stil dat iedereen tegenwoordig thuis werkt en studeert. Ik begrijp dat dit droge weer perfect is om te schilderen. Ik begrijp ook dat zulke klussen ver vooraf zijn afgesproken. Waarschijnlijk voordat corona zich aankondigde. En ver vooraf de scholen en universiteiten sloten. Het zou alleen zóveel schelen voor mij als ze het even vooraf gemeld hadden. Dan hadden we maatregelen kunnen nemen. Kids mee naar het kantoor van hun papa bijvoorbeeld. We zien en horen de buren tegenwoordig meer dan ons lief is. Zij hebben twee kleuters die de hele dag luidruchtig op de trampoline springen en ruzie maken. Soms een vriendje erbij. Binnen buldert hun vader tegen ze. Als ze toch even begrip hadden getoond voor onze thuiswerksituatie! Nu snap ik die ergernissen in buurtapp’s ineens heel erg goed. Drie dagen lang een hels kabaal. Zelfs op de vroege ochtend van Tweede Paasdag. Zonder privacy in je huis én tuin. In coronatijd. Ik vind het nauwelijks te doen…
Corona grijpt om zich heen in de Brabantse verzorgingstehuizen. Heel veel overlijdens zijn te betreuren. In het verzorgingstehuis waar mijn 93-jarige cliënte woont zijn er ook zeven mensen bezweken aan corona. De trend past in het landelijke beeld. Heel zorgwekkend. Om verdere besmettingen te voorkomen mogen bewoners van die besmette groepen niet meer over de gangen lopen. Dat betekent voor mijn krasse dametje dat ze allenig op haar kamer moet eten elke dag. Geen kop koffie meer beneden in het restaurant drinken. Niet even zwaaien naar die aardige meneer verderop. Geen loopje naar Albert Heijn of gewoon een ommetje met haar rollator. Terwijl het deze weken juist zulk mooi weer is. Een wekelijks bezoekje aan de kapper dat zo belangrijk is voor haar zat er al een tijdje niet meer in. Op haar eigen gang was ook een besmetting twee weken geleden. Ik heb niet meer gehoord hoe dat afgelopen is met die bewoner. De zeven bewoners die daar aan corona overleden zijn leidde tot een verregaande maatregel: ter bescherming van alle bewoners werd besloten om volledig te isoleren. Dat betekent dat bewoners hun kamer helemaal niet meer uit mogen. Niet naar buurvrouw Lenie tegenover haar voor een kort praatje. Niet dagelijks even haar krantje en de post beneden ophalen. Ik weet niks over het aantal besmettingen, alleen het aantal overledenen wordt genoemd. Er zijn ook al een aantal mensen weer opgeknapt en klachtenvrij neem ik aan. Omdat het verpleegtehuis gesloten is voor de buitenwereld kom ik er al vier weken niet meer. Ik stuur mijn allereerste, en ook alleroudste, cliënte daarom wekelijks een ansichtkaartje. Met bemoedigende woorden en dat ik haar, zodra dit allemaal voorbij is, gauw weer gezellig kom bezoeken en mee naar buiten zal nemen. Haar drie kinderen bellen haar dagelijks. Een telefonisch gesprek met haar is echter moeilijk en meestal eenzijdig, want ze draagt gehoorapparaatjes en is beginnend dementerend. Vasculaire dementie. Speciaal voor Pasen zijn de kinderen afgereisd naar moeders. Ze hebben voor het raam gezwaaid. Een bos bloemen en een doosje Paaseitjes bij de schuifdeur afgegeven. Terwijl het coronavirus rond waaiert in alle verpleeghuizen is er een grote zorg over voldoende beschermende middelen voor het zorgend personeel. Zorgmedewerkers die meer dan 24 uur klachten hebben die duiden op corona kunnen zich melden en worden zo nodig verwezen naar de GGD voor een test. Dit geldt ook voor mij. Ik voel me gelukkig heel gezond. Die testen worden in Breda via een drive-in, een zogenaamde coronateststraat, bij het NAC stadion gedaan. Je hoeft je auto niet uit te stappen. Hoeveel collega’s van mij het virus al bij zich dragen is heel lastig in te schatten. Sowieso heb ik één besmette collega. Ook van mezelf weet ik het niet, dat vind ik een eng idee.
- Swami Sivananda Sarasvati
In de krant had ik er onlangs al over gelezen. Ergernissen. Grote ergernissen. Ergernissen die hoog op kunnen lopen onder buurtbewoners. Buurtapp’s waarin woede wordt uitgesproken, omdat door de containers vol bouwafval in de straat eventuele ambulances geen doorgang meer kunnen vinden. Verbouwherrie. En dat juist in een tijd dat iedereen toch al wat gespannen is vanwege corona. In ons straatje staan sinds kort ook drie schilderbussen geparkeerd. Prima. We kunnen er allemaal langs rijden met onze auto’s. Schilderen maakt geen herrie. Op donderdagochtend, wanneer ik altijd rustig opstart met een yogales in m’n eentje, word ik echter opgeschrikt door een verschrikkelijk kabaal. Veroorzaakt door het machinaal schuren van ons buurhuis. Het huis onder onze kap. Vier werklui staan voor en achter met machines afschuwelijk lawaai te maken om acht uur in de ochtend. Op steigers. Onaangekondigd. De tuindeur moet dus deze yogales dicht blijven. Weg serene rust. De gemoedelijke achtergrondmuziek wat harder. De iPad met de stem van mijn juf wat luider. Het is te doen, omdat yoga ook betekent dat je naar binnen keert. Je sluit je af voor je omgeving. Althans dat probeer ik. Dan komt middelste dochter naar beneden stieren. Ze heeft online colleges waarin gediscussieerd moet worden in groepjes. Met de microfoons aan. Er wordt daar gevraagd bij wie dat lawaai vandaan komt. Tja, precies naast haar slaapkamerraam dus. Haar microfoon moet uit. Ze is meteen buiten gesloten van de discussie. Ze bruist van woede. Niet veel later komt jongste dochter naar beneden. Haar handen vol boeken en daar bovenop een computer. Daar boven een chagrijnig gezicht. Ze heeft online les en komt vanwege het immense lawaai op haar slaapkamer maar beneden werken. En passant laat ze nog weten dat er een schilder bij haar slaapkamer naar binnen gluurde. Gelukkig was ze net aangekleed. Tijdens deze mooie, warme lentedagen zitten we normaliter veel in de tuin in onze pauzes. We lunchen samen in de tuin. De werklui van de buren verstoren dit ritueel. Hun radio staat hard aan. Onze buren hebben hun bouwlawaai niet vooraf aangekondigd. Ze bieden ook geen excuses aan. Ze staan er waarschijnlijk niet eens bij stil dat iedereen tegenwoordig thuis werkt en studeert. Ik begrijp dat dit droge weer perfect is om te schilderen. Ik begrijp ook dat zulke klussen ver vooraf zijn afgesproken. Waarschijnlijk voordat corona zich aankondigde. En ver vooraf de scholen en universiteiten sloten. Het zou alleen zóveel schelen voor mij als ze het even vooraf gemeld hadden. Dan hadden we maatregelen kunnen nemen. Kids mee naar het kantoor van hun papa bijvoorbeeld. We zien en horen de buren tegenwoordig meer dan ons lief is. Zij hebben twee kleuters die de hele dag luidruchtig op de trampoline springen en ruzie maken. Soms een vriendje erbij. Binnen buldert hun vader tegen ze. Als ze toch even begrip hadden getoond voor onze thuiswerksituatie! Nu snap ik die ergernissen in buurtapp’s ineens heel erg goed. Drie dagen lang een hels kabaal. Zelfs op de vroege ochtend van Tweede Paasdag. Zonder privacy in je huis én tuin. In coronatijd. Ik vind het nauwelijks te doen…
Corona grijpt om zich heen in de Brabantse verzorgingstehuizen. Heel veel overlijdens zijn te betreuren. In het verzorgingstehuis waar mijn 93-jarige cliënte woont zijn er ook zeven mensen bezweken aan corona. De trend past in het landelijke beeld. Heel zorgwekkend. Om verdere besmettingen te voorkomen mogen bewoners van die besmette groepen niet meer over de gangen lopen. Dat betekent voor mijn krasse dametje dat ze allenig op haar kamer moet eten elke dag. Geen kop koffie meer beneden in het restaurant drinken. Niet even zwaaien naar die aardige meneer verderop. Geen loopje naar Albert Heijn of gewoon een ommetje met haar rollator. Terwijl het deze weken juist zulk mooi weer is. Een wekelijks bezoekje aan de kapper dat zo belangrijk is voor haar zat er al een tijdje niet meer in. Op haar eigen gang was ook een besmetting twee weken geleden. Ik heb niet meer gehoord hoe dat afgelopen is met die bewoner. De zeven bewoners die daar aan corona overleden zijn leidde tot een verregaande maatregel: ter bescherming van alle bewoners werd besloten om volledig te isoleren. Dat betekent dat bewoners hun kamer helemaal niet meer uit mogen. Niet naar buurvrouw Lenie tegenover haar voor een kort praatje. Niet dagelijks even haar krantje en de post beneden ophalen. Ik weet niks over het aantal besmettingen, alleen het aantal overledenen wordt genoemd. Er zijn ook al een aantal mensen weer opgeknapt en klachtenvrij neem ik aan. Omdat het verpleegtehuis gesloten is voor de buitenwereld kom ik er al vier weken niet meer. Ik stuur mijn allereerste, en ook alleroudste, cliënte daarom wekelijks een ansichtkaartje. Met bemoedigende woorden en dat ik haar, zodra dit allemaal voorbij is, gauw weer gezellig kom bezoeken en mee naar buiten zal nemen. Haar drie kinderen bellen haar dagelijks. Een telefonisch gesprek met haar is echter moeilijk en meestal eenzijdig, want ze draagt gehoorapparaatjes en is beginnend dementerend. Vasculaire dementie. Speciaal voor Pasen zijn de kinderen afgereisd naar moeders. Ze hebben voor het raam gezwaaid. Een bos bloemen en een doosje Paaseitjes bij de schuifdeur afgegeven. Terwijl het coronavirus rond waaiert in alle verpleeghuizen is er een grote zorg over voldoende beschermende middelen voor het zorgend personeel. Zorgmedewerkers die meer dan 24 uur klachten hebben die duiden op corona kunnen zich melden en worden zo nodig verwezen naar de GGD voor een test. Dit geldt ook voor mij. Ik voel me gelukkig heel gezond. Die testen worden in Breda via een drive-in, een zogenaamde coronateststraat, bij het NAC stadion gedaan. Je hoeft je auto niet uit te stappen. Hoeveel collega’s van mij het virus al bij zich dragen is heel lastig in te schatten. Sowieso heb ik één besmette collega. Ook van mezelf weet ik het niet, dat vind ik een eng idee.
dinsdag 7 april 2020
Ik doe niets
Ik doe niets en ik doe niets
Ik hang alleen maar rond
Ik kijk ’s door de ramen
En ik krab wat aan m’n kont
- De Dijk
In een grote crisis zit het geluk in kleine dingen. Kennelijk. Ik draai bijvoorbeeld bij het weg gaan nooit meer met mijn huissleutel de voordeur op slot. De kinderen zijn toch sowieso thuis. Ik vind dat zomaar een lekker gevoel. Zou het kunnen dat de coronavirus onze beleving van geluk verandert? De lentezon schijnt voor mijn gevoel al die quarantaineweken lang heerlijk in de achtertuin. Voor mijn verjaardag had ik een stapel zalige leesboeken gekregen. Echt genieten met een boek op een tuinstoel. Benen omhoog. Ook twee keer per week een knusse, doordeweekse lunch met twee van onze meiden in de achtertuin is gezellig. Soms neem ik wat mee van de bakker, soms koken we een eitje of maken we tosti’s. Mijn nieuwe autootje heb ik nauwelijks gebruikt sinds ik hem heb. Mijn cliënten mag ik niet meer mee nemen om op pad te gaan naar een doktersafspraak, winkelcentrum, schaakclub of een koffie- of lunchtentje. Dus ga ik al een maand op de fiets naar mijn werk. Dwars door de stad. Naast het geluksgevoel om weer lekker veel te fietsen heb ik ook nog het geluk twee kilo te zijn afgevallen. Oudste dochter sport tegenwoordig thuis met een app op haar telefoon. Daar hoort ook vijf kilometer hardlopen bij dus rennen we tegenwoordig in het weekend samen langs het bos. Tijd doorbrengen in de natuur maakt je hoofd leeg, helpt je om te aarden en meer in het hier en nu te zijn. Vooral nu de lente zichzelf aangekondigd heeft is de lokroep van de natuur sterk. Zonder coronavirus was dochterlief met haar vriendje twee keer per week blijven sporten in een Rotterdamse sportschool. Wat een geluksvogel ben ik dat ik hier met haar mag hardlopen. Ik haal de lente ook naar binnen. Van een cliënt kreeg ik laatst een prachtige bos veldbloemen voor mijn verjaardag. Alle stelen een andere lengte, met zorg opgemaakt door een befaamde, Bredase bloemist. Toen ik van boodschappen doen terug kwam voor de volgende dementerende cliënte vroeg ik haar verschrikt waar mijn bos bloemen gebleven was - die ik min of meer verstopt had op een stoel. Trots liet ze me haar vaas op de eettafel zien. Het zakje voeding in het bloemenwater leeg gegoten, de stelen allemaal op dezelfde lengte afgeknipt… ‘Ik hoop dat je mijn bloemschikken kunt waarderen’ zei ze zich van geen schuld bewust. Ze wist niet meer waar ze het doorzichtige folie gelaten had. In het plastic zakje van de visboer heb ik mijn gemartelde bos bloemen gerold om zo thuis nog aan de hand van een foto de bos enigszins op te kalefateren. Mijn sociale wereldje wordt heel klein. Ik ben bijna helemaal gestopt met mijn Whatsapp waar ik sowieso al niet zo vaak meer op keek. Ik leef in mijn intieme coconnetje. De twee thuiswonende dochters koken ieder een avondje per week hun eigen recept. Echt fijn vind ik dat, en zij gelukkig ook. Ze bakken ook zoetigheden in de oven. Om alle ingeplande activiteiten de komende tijd weg te halen uit mijn grote familieagenda heb ik een Tipp-ex mini pocket mouse tape voor mezelf gekocht. Voor het netjes opschonen van mijn agenda. Hoe snel ik dingen, die tot voor kort reuze belangrijk leken, nu haast achteloos weg tippex. Berustend in het lot. Twee concerten, twee 50 feestjes, een diner met vrienden, een kampeerweekend, onze langverwachte reis door Colombia. Zo ongeveer alle dingen waar je je op kunt verheugen vallen in vele stukjes op de grond. Vind ik het erg allemaal? Nee, ik geloof het niet. Wat helpt is de gedachte dat het ooit weer beter wordt. Dat we het allemaal weer kunnen inhalen. Zoveel reizen nog te maken, zoveel feestjes nog te vieren. Wanneer je even loskomt van de oneindige stroom van informatie over corona kom je vanzelf in het nostalgische, gezapige sfeertje van vroeger. Samen als gezin op zaterdagavond TV kijken. Avondwandelingetje door de buurt met eega. Relaxt in de tuin werken zonder dat het op je aktielijstje staat. En dan die stapel leesboeken…
We proberen het 8 uur journaal te kijken. Manlief en ik. Ons kleine poesje mauwt er alleen steeds doorheen. Ze is heel onrustig. Ik heb haar opgepakt om op schoot te nemen, maar dat wil ze niet. Ze blijft maar hard mauwen. Haar broertje is nog in de achtertuin. Tot de avond hebben de tuindeuren wijd open gestaan op deze warme zondag. Manlief had ons katertje geprobeerd naar binnen te jagen met water gooien. Dat werkte averechts. Jongste dochter mocht hem daarna proberen te lokken. Salvador sprong echter van het dakje zó in een spleet tussen ons tuinmuurtje en de tuinschuur van de buren. De spleet is zo’n twintig centimeter breed. En wel twee meter diep. De kat kan op geen enkele manier weer via de stenen muren naar boven klimmen. We leggen een smalle, lange plank in de spleet die schuin omhoog loopt. Het katje durft niet. Te smal waarschijnlijk. Twee van die planken naast elkaar dan maar. Manlief houdt de planken met z’n hand vast. Het is ondertussen donker geworden we hangen met z’n drietjes op een tuinstoel boven het gat. Jongste dochter heeft haar zaklamp aan. Ons katertje vertrouwt het niet. Sluipt langzaam naar achter in plaats van de planken op. Nu maakt manlief een trap. Hij timmert in rap tempo drie van die planken aan elkaar met traptreden erop. Geen reactie vanuit Salvador. Ondertussen is middelste dochter er ook bij gehaald. Met z’n vieren proberen we het bange katertje met een balletje en een veer de trap op te lokken. Hij is wantrouwig geworden. Dan komt middelste dochter met een bolletje wol aanzetten. De kat klimt langzaam achter het blauwe touwtje aan de trap op. Nog even. ‘Nog even verder, jochie.’ Ik sta met twee handen klaar om hem te grijpen. De spleet is alleen zó smal. Nog een klein stukje dan pak ik hem. Veilig in mijn armen. We nemen hem mee naar binnen. Zijn ongeruste zusje is blij en opgelucht. Ze groet hem. Salvador is alleen hongerig en stort zich ongestoord op zijn bak voer.
Ik hang alleen maar rond
Ik kijk ’s door de ramen
En ik krab wat aan m’n kont
- De Dijk
In een grote crisis zit het geluk in kleine dingen. Kennelijk. Ik draai bijvoorbeeld bij het weg gaan nooit meer met mijn huissleutel de voordeur op slot. De kinderen zijn toch sowieso thuis. Ik vind dat zomaar een lekker gevoel. Zou het kunnen dat de coronavirus onze beleving van geluk verandert? De lentezon schijnt voor mijn gevoel al die quarantaineweken lang heerlijk in de achtertuin. Voor mijn verjaardag had ik een stapel zalige leesboeken gekregen. Echt genieten met een boek op een tuinstoel. Benen omhoog. Ook twee keer per week een knusse, doordeweekse lunch met twee van onze meiden in de achtertuin is gezellig. Soms neem ik wat mee van de bakker, soms koken we een eitje of maken we tosti’s. Mijn nieuwe autootje heb ik nauwelijks gebruikt sinds ik hem heb. Mijn cliënten mag ik niet meer mee nemen om op pad te gaan naar een doktersafspraak, winkelcentrum, schaakclub of een koffie- of lunchtentje. Dus ga ik al een maand op de fiets naar mijn werk. Dwars door de stad. Naast het geluksgevoel om weer lekker veel te fietsen heb ik ook nog het geluk twee kilo te zijn afgevallen. Oudste dochter sport tegenwoordig thuis met een app op haar telefoon. Daar hoort ook vijf kilometer hardlopen bij dus rennen we tegenwoordig in het weekend samen langs het bos. Tijd doorbrengen in de natuur maakt je hoofd leeg, helpt je om te aarden en meer in het hier en nu te zijn. Vooral nu de lente zichzelf aangekondigd heeft is de lokroep van de natuur sterk. Zonder coronavirus was dochterlief met haar vriendje twee keer per week blijven sporten in een Rotterdamse sportschool. Wat een geluksvogel ben ik dat ik hier met haar mag hardlopen. Ik haal de lente ook naar binnen. Van een cliënt kreeg ik laatst een prachtige bos veldbloemen voor mijn verjaardag. Alle stelen een andere lengte, met zorg opgemaakt door een befaamde, Bredase bloemist. Toen ik van boodschappen doen terug kwam voor de volgende dementerende cliënte vroeg ik haar verschrikt waar mijn bos bloemen gebleven was - die ik min of meer verstopt had op een stoel. Trots liet ze me haar vaas op de eettafel zien. Het zakje voeding in het bloemenwater leeg gegoten, de stelen allemaal op dezelfde lengte afgeknipt… ‘Ik hoop dat je mijn bloemschikken kunt waarderen’ zei ze zich van geen schuld bewust. Ze wist niet meer waar ze het doorzichtige folie gelaten had. In het plastic zakje van de visboer heb ik mijn gemartelde bos bloemen gerold om zo thuis nog aan de hand van een foto de bos enigszins op te kalefateren. Mijn sociale wereldje wordt heel klein. Ik ben bijna helemaal gestopt met mijn Whatsapp waar ik sowieso al niet zo vaak meer op keek. Ik leef in mijn intieme coconnetje. De twee thuiswonende dochters koken ieder een avondje per week hun eigen recept. Echt fijn vind ik dat, en zij gelukkig ook. Ze bakken ook zoetigheden in de oven. Om alle ingeplande activiteiten de komende tijd weg te halen uit mijn grote familieagenda heb ik een Tipp-ex mini pocket mouse tape voor mezelf gekocht. Voor het netjes opschonen van mijn agenda. Hoe snel ik dingen, die tot voor kort reuze belangrijk leken, nu haast achteloos weg tippex. Berustend in het lot. Twee concerten, twee 50 feestjes, een diner met vrienden, een kampeerweekend, onze langverwachte reis door Colombia. Zo ongeveer alle dingen waar je je op kunt verheugen vallen in vele stukjes op de grond. Vind ik het erg allemaal? Nee, ik geloof het niet. Wat helpt is de gedachte dat het ooit weer beter wordt. Dat we het allemaal weer kunnen inhalen. Zoveel reizen nog te maken, zoveel feestjes nog te vieren. Wanneer je even loskomt van de oneindige stroom van informatie over corona kom je vanzelf in het nostalgische, gezapige sfeertje van vroeger. Samen als gezin op zaterdagavond TV kijken. Avondwandelingetje door de buurt met eega. Relaxt in de tuin werken zonder dat het op je aktielijstje staat. En dan die stapel leesboeken…
We proberen het 8 uur journaal te kijken. Manlief en ik. Ons kleine poesje mauwt er alleen steeds doorheen. Ze is heel onrustig. Ik heb haar opgepakt om op schoot te nemen, maar dat wil ze niet. Ze blijft maar hard mauwen. Haar broertje is nog in de achtertuin. Tot de avond hebben de tuindeuren wijd open gestaan op deze warme zondag. Manlief had ons katertje geprobeerd naar binnen te jagen met water gooien. Dat werkte averechts. Jongste dochter mocht hem daarna proberen te lokken. Salvador sprong echter van het dakje zó in een spleet tussen ons tuinmuurtje en de tuinschuur van de buren. De spleet is zo’n twintig centimeter breed. En wel twee meter diep. De kat kan op geen enkele manier weer via de stenen muren naar boven klimmen. We leggen een smalle, lange plank in de spleet die schuin omhoog loopt. Het katje durft niet. Te smal waarschijnlijk. Twee van die planken naast elkaar dan maar. Manlief houdt de planken met z’n hand vast. Het is ondertussen donker geworden we hangen met z’n drietjes op een tuinstoel boven het gat. Jongste dochter heeft haar zaklamp aan. Ons katertje vertrouwt het niet. Sluipt langzaam naar achter in plaats van de planken op. Nu maakt manlief een trap. Hij timmert in rap tempo drie van die planken aan elkaar met traptreden erop. Geen reactie vanuit Salvador. Ondertussen is middelste dochter er ook bij gehaald. Met z’n vieren proberen we het bange katertje met een balletje en een veer de trap op te lokken. Hij is wantrouwig geworden. Dan komt middelste dochter met een bolletje wol aanzetten. De kat klimt langzaam achter het blauwe touwtje aan de trap op. Nog even. ‘Nog even verder, jochie.’ Ik sta met twee handen klaar om hem te grijpen. De spleet is alleen zó smal. Nog een klein stukje dan pak ik hem. Veilig in mijn armen. We nemen hem mee naar binnen. Zijn ongeruste zusje is blij en opgelucht. Ze groet hem. Salvador is alleen hongerig en stort zich ongestoord op zijn bak voer.
woensdag 1 april 2020
The same boat
We are all in the same boat.
- Dorinda Farver
Ik weet hoe je je voelt, want ik voel het zelf ook. Ons leven wordt op z’n minst nog vier weken langer op z’n kop gezet. Door een virus. Stukje bij beetje perkt het onze vrijheid in. Deze periode is één grote oefening in overgave. Ik heb onlangs een concert gemist en ik kon mijn verjaardag bijvoorbeeld ook niet vieren. Nu heb ik dat vorig jaar heel erg uitgebreid gevierd met alle vrienden en familie. Ik teer nog steeds op dat gelukzalige gevoel en foto’s van die fantastische avond. Normaliter vier ik mijn verjaardag eigenlijk alleen met mijn gezinnetje. Deze verjaardag wilden we bij wijze van ‘uitje in coronatijd’ op bezoek bij onze oudste dochter in Rotterdam. Zij woont tijdelijk in het prachtige appartement van haar vriend. Met uitzicht op de Maas. Hij is naar zijn ouders vertrokken in de Dominicaanse Republiek. Mijn plan was daar lekkere maaltijden te bestellen aan een loket van een Rotterdams restaurant. Ik zou de taarten meebrengen. Er werd alleen een paar dagen vooraf roet in het eten gegooid: we mochten niet meer op visite met meer dan drie personen… Dus kwam oudste kind naar Breda en liet ik ’s avonds heerlijke maaltijden aan huis bezorgen. De tafel chic gedekt met een tafelkleed, bloemen, kaarsen, mooi servies en glazen. Nette kleding aan. Het was oergezellig. We konden alleen de deur niet uit. Net zoals op sommige doordeweekse dagen. Ons ruime huis is dan ineens heel klein. Op donderdagochtend had ik thuis mijn online yogales. Ik doe dat normaalgesproken intiem in de achterkamer. Kinderen liggen tegenwoordig toch nog lekker lang in bed en eega is naar kantoor. Eega was deze ochtend echter ook thuis. Hij had namelijk tegelijkertijd zijn online gitaarles ingepland. Hij in de voorkamer dan maar. Dat vond ik wel wat onrustig, want ik heb zachte mindful songs op de achtergrond aan staan terwijl de stem van mijn juf door mijn iPad klinkt. Nu klonk er gitaarmuziek van achter de schuifdeuren dat eindeloos herhaald werd. Afgewisseld met zo nu en dan luidruchtige aanwijzingen of uitleg. Aansluitend aan onze lessen had jongste dochter online les waarbij ze aan de grote eettafel wilde zitten. Middelste dochter liep in en uit om haar vroege ontbijtje te maken. Zij had namelijk een paar dagen later online examen op de universiteit. De truc is om je op zo’n moment niet aan elkaar te ergeren. Ik probeer de humor en de creativiteit van de situatie in te zien. Ik voel het grotere belang dat speelt: de gezondheid van kwetsbaren. We dragen samen de ellende. Twee dochters die nu wekelijks ieder een smaakvolle avondmaaltijd bedenken en koken. Oudste dochter vierde haar zes maanden jubileum met haar vriendje door ieder iets te koken en samen online te eten. Ondanks het tijdsverschil van zes uur. We richten onze aandacht op het goede. De twee mobieltjes die we diezelfde donderdag bijvoorbeeld inleverden bij een fysiotherapeut. Hij ze gaat ze verdelen onder Bredase verzorgingstehuizen en eenzame ouderen zonder smartphone. Hij had voor dit mooie doel tweehonderd simkaartjes gedoneerd gekregen. We komen ook op adem. Als het virus straks uitgedoofd is, hoeven we niet verder te gaan met wat we al deden. We kunnen ook opnieuw beginnen. Met de liefde voorop en het ‘wij’ in onze harten. Met diepe waardering voor onze prachtige planeet waarop we dan weer in alle vrijheid mogen rondlopen.
Ouderen zijn bang om besmet te raken en thuiszorgmedewerkers zoals ik vooral om de ouderen te besmetten. Een groot deel van mijn collega’s geeft aan bang te zijn om de ouderen met wie zij werken te besmetten. Ik werk, sinds de verzorgingstehuizen gesloten zijn, nog bij drie cliënten thuis. Een beginnend dementerende weduwe zonder kinderen begrijpt niks van de RIVM richtlijnen. Ze houdt zich niet aan de 1,5 meter afstand en ze niest niet in haar elleboog. Ze wil als vanouds steeds ergens koffie drinken met me. Ik ben ook bang om het virus mee naar huis te nemen. Het dementerende echtpaar waar ik werk onthoudt niets van het virusnieuws en gaan bijna dagelijks naar de supermarkt. Dat geeft mij een onveilig gevoel. Maar de angst dat ik hén besmet overheerst. Ik ben afhankelijk van hoe mijn cliënten en hun bezoekers omgaan met de hygiënevoorschriften. Wij zijn zo sterk als de zwakste schakel. En als dan het kwetsbare echtpaar hun verjaardag viert met vijf familieleden in huis ben ik geïrriteerd. Hun zoon, een arts notabene, is in zijn wiek geschoten als ik er wat van zeg. Er is een tekort aan beschermingsmiddelen in de gezondheidszorg. Ik heb tot nu toe nog niets gekregen. Ik heb zelf handgel aangeschaft. En ik heb geen mondkapjes. Het RIVM benadrukt dat iedereen met verkoudheidsklachten zich ziek moet melden. Behalve verkouden zorgmedewerkers. Ik word geacht de RIVM richtlijnen te volgen, maar ik mag wél volgens mijn collega op kantoor een mevrouw onder haar arm ondersteunen bij het wandelen. Het blijft balanceren met die richtlijnen. Ik kan makkelijk via mijn kleding of toch mijn handen het virus meenemen naar de volgende cliënt. En dat een cliënt door mijn toedoen zou lijden of overlijden zou me erg verdrietig maken. Vanaf maandag mogen zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis zich bij verschijnselen ook op corona laten testen. Een stapje vooruit. Het appartementje van de weduwe zonder kinderen is heel klein. Toch wil haar jongere broer steeds aanwezig zijn wanneer ik twee uurtjes bij haar kom. Ik heb mijn collega op kantoor gevraagd hem te informeren dat hij niet meer komt wanneer ik er ben. We kunnen met z’n tweetjes al nauwelijks 1,5 meter afstand houden van elkaar. Hij belde mij op toen ik bij zijn zus was dat hij tóch onderweg was, maar dat ik het niet tegen mijn collega op kantoor moest zeggen. Ik heb hem onomwonden moeten zeggen dat dat écht niet de bedoeling is. Toen heeft hij in een winkelcentrum gewacht totdat ik vertrokken was…. Het RIVM laat weten dat thuiszorgmedewerkers zich aan dezelfde regels moeten houden als iedereen: handen wassen en geen contact. Dat laatste is nauwelijks te doen met begin dementerende oudjes…
- Dorinda Farver
Ik weet hoe je je voelt, want ik voel het zelf ook. Ons leven wordt op z’n minst nog vier weken langer op z’n kop gezet. Door een virus. Stukje bij beetje perkt het onze vrijheid in. Deze periode is één grote oefening in overgave. Ik heb onlangs een concert gemist en ik kon mijn verjaardag bijvoorbeeld ook niet vieren. Nu heb ik dat vorig jaar heel erg uitgebreid gevierd met alle vrienden en familie. Ik teer nog steeds op dat gelukzalige gevoel en foto’s van die fantastische avond. Normaliter vier ik mijn verjaardag eigenlijk alleen met mijn gezinnetje. Deze verjaardag wilden we bij wijze van ‘uitje in coronatijd’ op bezoek bij onze oudste dochter in Rotterdam. Zij woont tijdelijk in het prachtige appartement van haar vriend. Met uitzicht op de Maas. Hij is naar zijn ouders vertrokken in de Dominicaanse Republiek. Mijn plan was daar lekkere maaltijden te bestellen aan een loket van een Rotterdams restaurant. Ik zou de taarten meebrengen. Er werd alleen een paar dagen vooraf roet in het eten gegooid: we mochten niet meer op visite met meer dan drie personen… Dus kwam oudste kind naar Breda en liet ik ’s avonds heerlijke maaltijden aan huis bezorgen. De tafel chic gedekt met een tafelkleed, bloemen, kaarsen, mooi servies en glazen. Nette kleding aan. Het was oergezellig. We konden alleen de deur niet uit. Net zoals op sommige doordeweekse dagen. Ons ruime huis is dan ineens heel klein. Op donderdagochtend had ik thuis mijn online yogales. Ik doe dat normaalgesproken intiem in de achterkamer. Kinderen liggen tegenwoordig toch nog lekker lang in bed en eega is naar kantoor. Eega was deze ochtend echter ook thuis. Hij had namelijk tegelijkertijd zijn online gitaarles ingepland. Hij in de voorkamer dan maar. Dat vond ik wel wat onrustig, want ik heb zachte mindful songs op de achtergrond aan staan terwijl de stem van mijn juf door mijn iPad klinkt. Nu klonk er gitaarmuziek van achter de schuifdeuren dat eindeloos herhaald werd. Afgewisseld met zo nu en dan luidruchtige aanwijzingen of uitleg. Aansluitend aan onze lessen had jongste dochter online les waarbij ze aan de grote eettafel wilde zitten. Middelste dochter liep in en uit om haar vroege ontbijtje te maken. Zij had namelijk een paar dagen later online examen op de universiteit. De truc is om je op zo’n moment niet aan elkaar te ergeren. Ik probeer de humor en de creativiteit van de situatie in te zien. Ik voel het grotere belang dat speelt: de gezondheid van kwetsbaren. We dragen samen de ellende. Twee dochters die nu wekelijks ieder een smaakvolle avondmaaltijd bedenken en koken. Oudste dochter vierde haar zes maanden jubileum met haar vriendje door ieder iets te koken en samen online te eten. Ondanks het tijdsverschil van zes uur. We richten onze aandacht op het goede. De twee mobieltjes die we diezelfde donderdag bijvoorbeeld inleverden bij een fysiotherapeut. Hij ze gaat ze verdelen onder Bredase verzorgingstehuizen en eenzame ouderen zonder smartphone. Hij had voor dit mooie doel tweehonderd simkaartjes gedoneerd gekregen. We komen ook op adem. Als het virus straks uitgedoofd is, hoeven we niet verder te gaan met wat we al deden. We kunnen ook opnieuw beginnen. Met de liefde voorop en het ‘wij’ in onze harten. Met diepe waardering voor onze prachtige planeet waarop we dan weer in alle vrijheid mogen rondlopen.
Ouderen zijn bang om besmet te raken en thuiszorgmedewerkers zoals ik vooral om de ouderen te besmetten. Een groot deel van mijn collega’s geeft aan bang te zijn om de ouderen met wie zij werken te besmetten. Ik werk, sinds de verzorgingstehuizen gesloten zijn, nog bij drie cliënten thuis. Een beginnend dementerende weduwe zonder kinderen begrijpt niks van de RIVM richtlijnen. Ze houdt zich niet aan de 1,5 meter afstand en ze niest niet in haar elleboog. Ze wil als vanouds steeds ergens koffie drinken met me. Ik ben ook bang om het virus mee naar huis te nemen. Het dementerende echtpaar waar ik werk onthoudt niets van het virusnieuws en gaan bijna dagelijks naar de supermarkt. Dat geeft mij een onveilig gevoel. Maar de angst dat ik hén besmet overheerst. Ik ben afhankelijk van hoe mijn cliënten en hun bezoekers omgaan met de hygiënevoorschriften. Wij zijn zo sterk als de zwakste schakel. En als dan het kwetsbare echtpaar hun verjaardag viert met vijf familieleden in huis ben ik geïrriteerd. Hun zoon, een arts notabene, is in zijn wiek geschoten als ik er wat van zeg. Er is een tekort aan beschermingsmiddelen in de gezondheidszorg. Ik heb tot nu toe nog niets gekregen. Ik heb zelf handgel aangeschaft. En ik heb geen mondkapjes. Het RIVM benadrukt dat iedereen met verkoudheidsklachten zich ziek moet melden. Behalve verkouden zorgmedewerkers. Ik word geacht de RIVM richtlijnen te volgen, maar ik mag wél volgens mijn collega op kantoor een mevrouw onder haar arm ondersteunen bij het wandelen. Het blijft balanceren met die richtlijnen. Ik kan makkelijk via mijn kleding of toch mijn handen het virus meenemen naar de volgende cliënt. En dat een cliënt door mijn toedoen zou lijden of overlijden zou me erg verdrietig maken. Vanaf maandag mogen zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis zich bij verschijnselen ook op corona laten testen. Een stapje vooruit. Het appartementje van de weduwe zonder kinderen is heel klein. Toch wil haar jongere broer steeds aanwezig zijn wanneer ik twee uurtjes bij haar kom. Ik heb mijn collega op kantoor gevraagd hem te informeren dat hij niet meer komt wanneer ik er ben. We kunnen met z’n tweetjes al nauwelijks 1,5 meter afstand houden van elkaar. Hij belde mij op toen ik bij zijn zus was dat hij tóch onderweg was, maar dat ik het niet tegen mijn collega op kantoor moest zeggen. Ik heb hem onomwonden moeten zeggen dat dat écht niet de bedoeling is. Toen heeft hij in een winkelcentrum gewacht totdat ik vertrokken was…. Het RIVM laat weten dat thuiszorgmedewerkers zich aan dezelfde regels moeten houden als iedereen: handen wassen en geen contact. Dat laatste is nauwelijks te doen met begin dementerende oudjes…
donderdag 26 maart 2020
Yoga
“Darkness cannot drive out darkness: only light can do that. Hate cannot drive out hate: only love can do that.”
― Martin Luther King Jr
Terwijl ik in lotushouding op mijn schapenvel zit en mijn hoofd en schouders van links naar rechts beweeg met bijpassende ademhaling, zie ik bij elke blik naar rechts twee nieuwsgierige koppies boven het raam uitsteken. Ik moet lachen. Ik zit in mijn yogabroek, T-shirt en vestje eroverheen met mijn hand-gebreide wollen sokken uit de Andes in Peru aan m’n voeten. Op een kussentje. Naast onze tuindeuren in de achterkamer. Naast mij een kop kruidenthee, een fleecekleedje voor de ontspanning en een Mexicaanse tube geurende crème van essentiële olie. Deze smeer ik al jaren op mijn oorlellen en mijn polsen tijdens de yogales. Onze katjes in de tuin kunnen hun ogen niet van mij afhouden. Om de beurt piept er een met z’n grijze koppie boven het raam uit. Dit zijn ze niet gewend. Het vrouwtje zittend op de grond terwijl ze rare houdingen aanneemt. Voor mij staat mijn iPad met mijn yogajuf in beeld op een laag bankje. De rustige woordenstroom van mijn yogajuf klinkt uit het apparaatje. Ik heb zelf op Spotify zachtjes yoga muziek op de achtergrond aangezet. De eerste online yogales was een experiment. We waren met acht mensen uitgenodigd om het eens te proberen via de zoom app. Mijn yogajuf is gewoon thuis in haar huiskamer. Dat valt te zien aan de planten voor haar ramen en de stoelen bedekt met schapenvachtjes. Het geluid van ons, leerlingen, staat op mute. Ze zet even kort bij iedereen het geluid aan zodat we gedag tegen elkaar kunnen zeggen. Ik herken iedereen. Ik voel me verbonden met iedereen in zijn eigen huiskamer. Ik zie een piano op de achtergrond of er hangen nog slingers van een verjaardag. De juf bekijkt ons ook tijdens de les. Na de les kletsen we na met elkaar. Dit is voor herhaling vatbaar. Zeker in deze tijd waarin we kunnen vereenzamen is verbinding een heel sterk gevoel. De volgende les erna zijn we ineens met veertig leerlingen. Internationaal. Mijn juf spreekt prachtige inspirerende woorden en we doen veel meditaties en houdingen om te aarden, om onze angsten weg te nemen. Mudra’s om onze immuniteit te verhogen. Tijdens de diepteontspanning, de savasana, hoor ik een van mijn poezen spinnen van genot. Ik geniet van het moment. Natuurlijk mis ik het zachtjes binnen komen in de yogaruimte, de zachte achtergrondmuziek daar, het gestuntel met het uitrollen van de yogamatjes. Het kopje kruidenthee na de les met een mooie spreuk voor die dag naast de thermoskan. Het uitwisselen van ontspannen blikken met elkaar. Even vragen hoe het gaat. Het daadwerkelijke samenzijn. Toch is dit een krachtig, veilig alternatief. Om in deze coronatijd je te verbinden via online camera’s en je even gedragen te voelen. Écht te kunnen ontspannen. Op je eigen veilige plek. Je eigen huiskamer. Na de les was ik geëmotioneerd door de krachtige energie die ik voelde. Mijn juf doet deze online lessen op zo’n liefdevolle manier. Ik hoorde dat andere leerlingen ook geraakt waren. Wereldwijd. Tranen vloeiden. Juist in deze tijd hebben we het nodig om te voelen dat we niet alleen staan.
Hoe verantwoord is het nog voor ons om in tijden van stikstofdiscussies en ‘vliegschaamte’ met onze klassieke Volkswagenbus rond te rijden? Is het een onschuldige hobby, of wordt het tijd om onze vervuilende oldtimer het museum in te rollen? Er bestaat geloof ik ineens een zogenaamde ‘oldtimerschaamte’… Kunnen wij deze zomer nog wel met goed fatsoen de weg op met onze pruttelende hippiebus nu alle grenzen vanwege corona gesloten zijn? Tegenstanders hekelen oude voertuigen vanwege hun verhoudingsgewijs hoge uitstoot van schadelijke uitlaatgassen. Persoonlijk krijgen wij tot nu toe alleen maar heel positieve reacties als wij een camping oprijden of tanken langs de snelweg. Zelfs rijdend op de snelweg! Zouden wij ons moeten schamen voor onze antieke kampeerbus? Vanwege een beetje vieze lucht uit de uitlaat? Door alle aandacht voor schone lucht - die ik ook terecht vind - wordt al snel naar oldtimers gewezen. Mensen denken: 'Dat is oud, daar zal wel veel vuil uit komen'. Het aantal mensen dat dagelijks met een klassieker rijdt daalt al jaren. Wijzelf reizen er alleen mee door Europa tijdens de zomervakantie en soms een weekendje naar het Hollandse strand. Ik denk dat je een oldtimer kunt zien als rijdend erfgoed zoals ze dat in Duitsland ook doen. Wij mochten daar met onze antieke VW gewoon in het centrum van een oude stad als Hamburg rijden. Natuurlijk moet je met onze oude bus niet dagelijks in de file gaan staan of hem in de winter gebruiken. Wij stallen onze kampeerbus jaarlijks van september tot mei. Al met al is de impact die wij op het milieu hebben zo goed als nihil. Natuurlijk zijn uitlaatgassen van klassiekers vervuilender dan die uit moderne auto's. Tuurlijk onderkennen wij de maatschappelijke wens om de uitstoot te beperken. Wij zien daarbij ook een taak voor onszelf. Wij hebben nu als gezinsauto een geheel elektrische auto zonder uitstoot. Balans. Een nieuwe trend is het ombouwen van klassieke auto's naar elektrische aandrijving. Niet alleen voelt het ombouwen naar elektrisch als een soort heiligschennis voor onze antieke Volkswagen. Het typische geluid van de luchtgekoelde motor is een groot deel van ons plezier en het geweldige gevoel van het rijden in onze bus! Daarnaast kost de ombouw vaak vele tienduizenden euro’s. Wij hebben twee jaar geleden de motor laten reviseren voor een paar duizend euro. Hij rijdt nu weer als een nieuwe motor. Voertuigen van dertig jaar en ouder zoals onze hippiebus (drieënveertig jaar oud!) behoren tot een bijzondere groep auto’s - mobiel erfgoed. Van deze eigenaren kun je best het goede voorbeeld vragen. Bijvoorbeeld eisen dat zij hun auto fatsoenlijk onderhouden en er niet dagelijks mee rijden. Dan weten mensen die onze klassieker voorbij zien komen dat we liefhebbers zijn, en van onze hobby genieten. Zéker niet iemand die het slecht voor heeft met de wereld om ons heen.
― Martin Luther King Jr
Terwijl ik in lotushouding op mijn schapenvel zit en mijn hoofd en schouders van links naar rechts beweeg met bijpassende ademhaling, zie ik bij elke blik naar rechts twee nieuwsgierige koppies boven het raam uitsteken. Ik moet lachen. Ik zit in mijn yogabroek, T-shirt en vestje eroverheen met mijn hand-gebreide wollen sokken uit de Andes in Peru aan m’n voeten. Op een kussentje. Naast onze tuindeuren in de achterkamer. Naast mij een kop kruidenthee, een fleecekleedje voor de ontspanning en een Mexicaanse tube geurende crème van essentiële olie. Deze smeer ik al jaren op mijn oorlellen en mijn polsen tijdens de yogales. Onze katjes in de tuin kunnen hun ogen niet van mij afhouden. Om de beurt piept er een met z’n grijze koppie boven het raam uit. Dit zijn ze niet gewend. Het vrouwtje zittend op de grond terwijl ze rare houdingen aanneemt. Voor mij staat mijn iPad met mijn yogajuf in beeld op een laag bankje. De rustige woordenstroom van mijn yogajuf klinkt uit het apparaatje. Ik heb zelf op Spotify zachtjes yoga muziek op de achtergrond aangezet. De eerste online yogales was een experiment. We waren met acht mensen uitgenodigd om het eens te proberen via de zoom app. Mijn yogajuf is gewoon thuis in haar huiskamer. Dat valt te zien aan de planten voor haar ramen en de stoelen bedekt met schapenvachtjes. Het geluid van ons, leerlingen, staat op mute. Ze zet even kort bij iedereen het geluid aan zodat we gedag tegen elkaar kunnen zeggen. Ik herken iedereen. Ik voel me verbonden met iedereen in zijn eigen huiskamer. Ik zie een piano op de achtergrond of er hangen nog slingers van een verjaardag. De juf bekijkt ons ook tijdens de les. Na de les kletsen we na met elkaar. Dit is voor herhaling vatbaar. Zeker in deze tijd waarin we kunnen vereenzamen is verbinding een heel sterk gevoel. De volgende les erna zijn we ineens met veertig leerlingen. Internationaal. Mijn juf spreekt prachtige inspirerende woorden en we doen veel meditaties en houdingen om te aarden, om onze angsten weg te nemen. Mudra’s om onze immuniteit te verhogen. Tijdens de diepteontspanning, de savasana, hoor ik een van mijn poezen spinnen van genot. Ik geniet van het moment. Natuurlijk mis ik het zachtjes binnen komen in de yogaruimte, de zachte achtergrondmuziek daar, het gestuntel met het uitrollen van de yogamatjes. Het kopje kruidenthee na de les met een mooie spreuk voor die dag naast de thermoskan. Het uitwisselen van ontspannen blikken met elkaar. Even vragen hoe het gaat. Het daadwerkelijke samenzijn. Toch is dit een krachtig, veilig alternatief. Om in deze coronatijd je te verbinden via online camera’s en je even gedragen te voelen. Écht te kunnen ontspannen. Op je eigen veilige plek. Je eigen huiskamer. Na de les was ik geëmotioneerd door de krachtige energie die ik voelde. Mijn juf doet deze online lessen op zo’n liefdevolle manier. Ik hoorde dat andere leerlingen ook geraakt waren. Wereldwijd. Tranen vloeiden. Juist in deze tijd hebben we het nodig om te voelen dat we niet alleen staan.
Hoe verantwoord is het nog voor ons om in tijden van stikstofdiscussies en ‘vliegschaamte’ met onze klassieke Volkswagenbus rond te rijden? Is het een onschuldige hobby, of wordt het tijd om onze vervuilende oldtimer het museum in te rollen? Er bestaat geloof ik ineens een zogenaamde ‘oldtimerschaamte’… Kunnen wij deze zomer nog wel met goed fatsoen de weg op met onze pruttelende hippiebus nu alle grenzen vanwege corona gesloten zijn? Tegenstanders hekelen oude voertuigen vanwege hun verhoudingsgewijs hoge uitstoot van schadelijke uitlaatgassen. Persoonlijk krijgen wij tot nu toe alleen maar heel positieve reacties als wij een camping oprijden of tanken langs de snelweg. Zelfs rijdend op de snelweg! Zouden wij ons moeten schamen voor onze antieke kampeerbus? Vanwege een beetje vieze lucht uit de uitlaat? Door alle aandacht voor schone lucht - die ik ook terecht vind - wordt al snel naar oldtimers gewezen. Mensen denken: 'Dat is oud, daar zal wel veel vuil uit komen'. Het aantal mensen dat dagelijks met een klassieker rijdt daalt al jaren. Wijzelf reizen er alleen mee door Europa tijdens de zomervakantie en soms een weekendje naar het Hollandse strand. Ik denk dat je een oldtimer kunt zien als rijdend erfgoed zoals ze dat in Duitsland ook doen. Wij mochten daar met onze antieke VW gewoon in het centrum van een oude stad als Hamburg rijden. Natuurlijk moet je met onze oude bus niet dagelijks in de file gaan staan of hem in de winter gebruiken. Wij stallen onze kampeerbus jaarlijks van september tot mei. Al met al is de impact die wij op het milieu hebben zo goed als nihil. Natuurlijk zijn uitlaatgassen van klassiekers vervuilender dan die uit moderne auto's. Tuurlijk onderkennen wij de maatschappelijke wens om de uitstoot te beperken. Wij zien daarbij ook een taak voor onszelf. Wij hebben nu als gezinsauto een geheel elektrische auto zonder uitstoot. Balans. Een nieuwe trend is het ombouwen van klassieke auto's naar elektrische aandrijving. Niet alleen voelt het ombouwen naar elektrisch als een soort heiligschennis voor onze antieke Volkswagen. Het typische geluid van de luchtgekoelde motor is een groot deel van ons plezier en het geweldige gevoel van het rijden in onze bus! Daarnaast kost de ombouw vaak vele tienduizenden euro’s. Wij hebben twee jaar geleden de motor laten reviseren voor een paar duizend euro. Hij rijdt nu weer als een nieuwe motor. Voertuigen van dertig jaar en ouder zoals onze hippiebus (drieënveertig jaar oud!) behoren tot een bijzondere groep auto’s - mobiel erfgoed. Van deze eigenaren kun je best het goede voorbeeld vragen. Bijvoorbeeld eisen dat zij hun auto fatsoenlijk onderhouden en er niet dagelijks mee rijden. Dan weten mensen die onze klassieker voorbij zien komen dat we liefhebbers zijn, en van onze hobby genieten. Zéker niet iemand die het slecht voor heeft met de wereld om ons heen.
donderdag 19 maart 2020
Onthaasting
We houden nu even afstand, om elkaar straks nog steviger te omarmen.
- Italiaanse premier Conte
Het virus is dus nog niet onder controle. We krijgen dit virus er alleen onder als we het met zijn allen echt wíllen. En daarom breekt er een tijd aan zonder sociale verplichtingen, zonder sportevenementen, zonder gezellig uit eten te gaan in de stad of een filmpje te pakken. Wij weten helemaal niet meer hoe we ons moeten vervelen. Ik zag dat aan mijn lief. Hij was verkouden en kon niet meer naar de sportschool en niet naar zijn werk. Hij verveelde zich. Wanneer ik thuis kwam van mijn werk was er gekookt, had de afwasmachine gedraaid én was uitgeruimd. Het aanrecht was leeg, de vloer was gezogen. Heel fijn natuurlijk. Maar manlief wilde de deur uit. Hij wilde naar de supermarkt. Hij wilde onze dochter opzoeken in het warenhuis waar ze werkt. Hij wilde met de trein naar Amsterdam zijn nieuwe lease-auto ophalen. Met zijn verkoudheid mocht hij dat echter allemaal niet. In de samenleving ontstaan discussies waarin mensen zeggen: ik mag dit niet meer, en dat niet meer. We moeten dit juist omdraaien vind ik. Je moet je de komende weken afvragen: wat kan ik nu doen om te zorgen dat de snelle verspreiding van dit virus niet verder doorzet? Hoe belangrijk is het dat ik nu naar dat etentje met vrienden ga? In plaats van wijzen naar de overheid kun je naar jezelf kijken. We zien veel verbroedering. Italianen en Spanjaarden spreken af om in hun straat muziek te maken. Allemaal hangen ze uit hun keukenraam of staan op hun gietijzeren balkonnetje met hun muziekinstrument en zingen gezamenlijk daarbij. Heel warmhartig. Aan de nok van het Amphia ziekenhuis in onze stad hangt nu heel fier een geelzwarte doek. 'Hier werken de helden van Breda!' staat erop. Het doek is gemaakt door een NAC supportersgroep. Het centrum van Breda is nu doodstil, er komt haast geen geluid vandaan. Dat maakt het extra bijzonder dat alle kerkklokken elke woensdagavond tegelijk gaan luiden. Als een applaus voor de zorg, een steun voor de thuisblijvers, een signaal van hoop. Ook ons dorp doet mee. Het geluid reikt ver. In het klein zie ik saamhorigheid ook in ons straatje. Veel buren gaan net als wij in de voortuin werken. Kinderen spelen weer eens op straat. Er wordt ook met elkaar gekletst leunend op een hark of met een snoeischaar in de hand. Onze oprit is ondertussen af. De oplaadpaal, straatverlichting en de bestrating. Onze kromme, oude magnolia staat er prachtig bij met z’n roze bloemen. We krijgen veel complimenten van de buurtbewoners en wandelaars. Manlief en ik hebben de kast voor brandhout gerestaureerd, terug gezet op z’n oude plek en opnieuw gevuld met droge blokken brandhout. Ik sta regelmatig in ’t zonnetje relaxt een beetje zand aan te vegen in de voegen tussen de nieuwe straattegels. Eega heeft de leibomen gesnoeid. Zaterdagavond hebben we het bad na een heel lange tijd weer eens vol laten lopen. Geurend badzout erin. Kaarsen aangestoken. Maskertje op mijn gezicht. Scrubzout uit de sauna mee. Gesprekken. Tijd voor elkaar. Ineens hebben we zeeën vol tijd om samen door te brengen. Zondags loop ik altijd hard in het bos. Ik heb het al heel lang niet meer zo druk gezien in het Brabantse Mastbos. Veel wandelende vriendinnen, jonge gezinnen maar ook sportteams die onverhoopt maar samen hardlopen als training in plaats van een wedstrijd of training in de zaal. We worden als mensen creatief en saamhorig wanneer we de verspreiding van een dodelijk virus moeten tegengaan. Heel hartverwarmend. Genieten van elke dag, van elk moment, wat je leven ook brengt. Bezinning. Dankbaarheid voor alle zorgverleners. En anderen inspireren met mooie, soms kleine en soms grote, initiatieven. Onthaasting. Het idee dat we met z’n allen door met coronavirus besmet te raken een weerstand opbouwen om een schild te vormen voor de kwetsbare ouderen onder ons vind ik zoveel positiever klinken dan de eerdere berichtgeving. Ik werk in de ouderenzorg met beginnend dementerenden en zie dagelijks hun zorgen om corona en soms ook totale onbegrip. Hun wereldje wordt steeds kleiner nu ze niet meer onder de mensen mogen komen. Zij hebben onze steun nu meer nodig dan ooit.
Ons straatje verbroedert: buurvrouwen met kinderen op zoek naar ons jarige katertje. Buurman is speciaal met hond naar buiten gegaan op zoek naar ons kleine katje. Buren zoeken in hun achtertuin naar ons verdwenen katertje en laten ons weten dat ze hem niet gezien hebben. Ik loop op straat te roepen en hoor verderop ‘Salvador!’ echoën door buurkindertjes die hem ook roepen. Hondenuitlaters in onze straat laten weten dat ze een grijs katje gezien hebben. In de buurtapp tonen de buren hun medeleven. Op de zonnige eerste verjaardag van onze kleine grijze katjes staat de tuindeur open. We lunchen in de tuin. Ik tuinier wat, de was wappert heerlijk buiten. Rond etenstijd missen we ons jarige katertje. Hij komt niet eten. We zoeken in huis. Zijn zusje miauwt, ze mist hem. We roepen over de daken in onze achtertuin. Ik plaats een berichtje in de buurtapp. Het beestje is nog nooit eerder op straat geweest. We gaan buiten zoeken. Het schemert al. We komen we onze buurtgenoten tegen. Iedereen heeft natuurlijk tijd om mee te zoeken. Hoe lief! We gaan bezorgd naar bed zonder onze kleine Salvador. Om half vier in de nacht staat onze jongste met Salvador in haar armen aan ons bed. Ze hoorde heel zacht miauwen. Hij bleek opgesloten in haar kledingkast. Uit paniek had hij al haar kleding voor de deur verfrommeld en dat dempte het geluid van zijn zachte mauwtje. De volgende ochtend stromen de berichtjes van de buren weer binnen. Iedereen is opgelucht. Wij het meest.
- Italiaanse premier Conte
Het virus is dus nog niet onder controle. We krijgen dit virus er alleen onder als we het met zijn allen echt wíllen. En daarom breekt er een tijd aan zonder sociale verplichtingen, zonder sportevenementen, zonder gezellig uit eten te gaan in de stad of een filmpje te pakken. Wij weten helemaal niet meer hoe we ons moeten vervelen. Ik zag dat aan mijn lief. Hij was verkouden en kon niet meer naar de sportschool en niet naar zijn werk. Hij verveelde zich. Wanneer ik thuis kwam van mijn werk was er gekookt, had de afwasmachine gedraaid én was uitgeruimd. Het aanrecht was leeg, de vloer was gezogen. Heel fijn natuurlijk. Maar manlief wilde de deur uit. Hij wilde naar de supermarkt. Hij wilde onze dochter opzoeken in het warenhuis waar ze werkt. Hij wilde met de trein naar Amsterdam zijn nieuwe lease-auto ophalen. Met zijn verkoudheid mocht hij dat echter allemaal niet. In de samenleving ontstaan discussies waarin mensen zeggen: ik mag dit niet meer, en dat niet meer. We moeten dit juist omdraaien vind ik. Je moet je de komende weken afvragen: wat kan ik nu doen om te zorgen dat de snelle verspreiding van dit virus niet verder doorzet? Hoe belangrijk is het dat ik nu naar dat etentje met vrienden ga? In plaats van wijzen naar de overheid kun je naar jezelf kijken. We zien veel verbroedering. Italianen en Spanjaarden spreken af om in hun straat muziek te maken. Allemaal hangen ze uit hun keukenraam of staan op hun gietijzeren balkonnetje met hun muziekinstrument en zingen gezamenlijk daarbij. Heel warmhartig. Aan de nok van het Amphia ziekenhuis in onze stad hangt nu heel fier een geelzwarte doek. 'Hier werken de helden van Breda!' staat erop. Het doek is gemaakt door een NAC supportersgroep. Het centrum van Breda is nu doodstil, er komt haast geen geluid vandaan. Dat maakt het extra bijzonder dat alle kerkklokken elke woensdagavond tegelijk gaan luiden. Als een applaus voor de zorg, een steun voor de thuisblijvers, een signaal van hoop. Ook ons dorp doet mee. Het geluid reikt ver. In het klein zie ik saamhorigheid ook in ons straatje. Veel buren gaan net als wij in de voortuin werken. Kinderen spelen weer eens op straat. Er wordt ook met elkaar gekletst leunend op een hark of met een snoeischaar in de hand. Onze oprit is ondertussen af. De oplaadpaal, straatverlichting en de bestrating. Onze kromme, oude magnolia staat er prachtig bij met z’n roze bloemen. We krijgen veel complimenten van de buurtbewoners en wandelaars. Manlief en ik hebben de kast voor brandhout gerestaureerd, terug gezet op z’n oude plek en opnieuw gevuld met droge blokken brandhout. Ik sta regelmatig in ’t zonnetje relaxt een beetje zand aan te vegen in de voegen tussen de nieuwe straattegels. Eega heeft de leibomen gesnoeid. Zaterdagavond hebben we het bad na een heel lange tijd weer eens vol laten lopen. Geurend badzout erin. Kaarsen aangestoken. Maskertje op mijn gezicht. Scrubzout uit de sauna mee. Gesprekken. Tijd voor elkaar. Ineens hebben we zeeën vol tijd om samen door te brengen. Zondags loop ik altijd hard in het bos. Ik heb het al heel lang niet meer zo druk gezien in het Brabantse Mastbos. Veel wandelende vriendinnen, jonge gezinnen maar ook sportteams die onverhoopt maar samen hardlopen als training in plaats van een wedstrijd of training in de zaal. We worden als mensen creatief en saamhorig wanneer we de verspreiding van een dodelijk virus moeten tegengaan. Heel hartverwarmend. Genieten van elke dag, van elk moment, wat je leven ook brengt. Bezinning. Dankbaarheid voor alle zorgverleners. En anderen inspireren met mooie, soms kleine en soms grote, initiatieven. Onthaasting. Het idee dat we met z’n allen door met coronavirus besmet te raken een weerstand opbouwen om een schild te vormen voor de kwetsbare ouderen onder ons vind ik zoveel positiever klinken dan de eerdere berichtgeving. Ik werk in de ouderenzorg met beginnend dementerenden en zie dagelijks hun zorgen om corona en soms ook totale onbegrip. Hun wereldje wordt steeds kleiner nu ze niet meer onder de mensen mogen komen. Zij hebben onze steun nu meer nodig dan ooit.
Ons straatje verbroedert: buurvrouwen met kinderen op zoek naar ons jarige katertje. Buurman is speciaal met hond naar buiten gegaan op zoek naar ons kleine katje. Buren zoeken in hun achtertuin naar ons verdwenen katertje en laten ons weten dat ze hem niet gezien hebben. Ik loop op straat te roepen en hoor verderop ‘Salvador!’ echoën door buurkindertjes die hem ook roepen. Hondenuitlaters in onze straat laten weten dat ze een grijs katje gezien hebben. In de buurtapp tonen de buren hun medeleven. Op de zonnige eerste verjaardag van onze kleine grijze katjes staat de tuindeur open. We lunchen in de tuin. Ik tuinier wat, de was wappert heerlijk buiten. Rond etenstijd missen we ons jarige katertje. Hij komt niet eten. We zoeken in huis. Zijn zusje miauwt, ze mist hem. We roepen over de daken in onze achtertuin. Ik plaats een berichtje in de buurtapp. Het beestje is nog nooit eerder op straat geweest. We gaan buiten zoeken. Het schemert al. We komen we onze buurtgenoten tegen. Iedereen heeft natuurlijk tijd om mee te zoeken. Hoe lief! We gaan bezorgd naar bed zonder onze kleine Salvador. Om half vier in de nacht staat onze jongste met Salvador in haar armen aan ons bed. Ze hoorde heel zacht miauwen. Hij bleek opgesloten in haar kledingkast. Uit paniek had hij al haar kleding voor de deur verfrommeld en dat dempte het geluid van zijn zachte mauwtje. De volgende ochtend stromen de berichtjes van de buren weer binnen. Iedereen is opgelucht. Wij het meest.
vrijdag 13 maart 2020
Kuchje
“The only thing we have to fear is fear itself.”
— Franklin D. Roosevelt
Afgelopen weekend bleek ineens dat Noord-Brabant dé brandhaard van het coronavirus in Nederland was. Geheel onverwachts wonen wij in het centrum van coronaland. Ik had om half negen op zaterdagochtend een uurtje bij een cliënte van bijna zeventig jaar oud gewerkt. Ik was niet verkouden en niet in besmet gebied geweest. Geen risico dus. Toen ik na het werk thuis kwam kreeg ik een bericht van kantoor dat ik niet mocht werken als ik zou hoesten, verkouden zou zijn of koorts zou hebben. Ik voelde me gelukkig gezond. Geen paniek. De cliënten of hun mantelzorgers kregen die ochtend dezelfde e-mail als ik, want zij kunnen óns ook besmetten natuurlijk. Niet veel later bleek dus het advies van het RIVM dat alle zieke Brabanders de opdracht kregen om, in geval van snot en lamlendigheid, dit weekend binnen te blijven. Als een soort experiment. Op de school van onze jongste dochter was al een moeder positief getest op coronavirus. Zij en haar kinderen bleven thuis in quarantaine. In dezelfde brief van school stond ook dat leerlingen die verkouden waren niet naar school mochten komen. Onze dochter werd sowieso al extra in de gaten gehouden, want zij was met school een week gaan skiën in Oostenrijk. Die extra controle van de skiënde leerlingen moest ik overigens uit de krant vernemen waar geschreven stond over hun mogelijk risicovolle skireis. En dus bevonden wij ons ineens in het epicentrum van coronaland. Het ziekenhuis in Breda bleek tien besmette medewerkers te hebben nadat al het personeel getest werd. Op de fabriek van manlief golden natuurlijk dezelfde adviezen als van het RIVM. Er mocht sowieso al een week niet meer internationaal gereisd worden, alleen met hoge uitzondering. Meetings werden allemaal afgelast. Vanaf maandag werden verkouden medewerkers geweerd in overeenstemming met het RIVM-advies voor Brabant. Manlief bleef ook thuis werken. Het kwam eigenlijk wel goed uit. De laadpaal van de auto werd geplaatst waar met drie man vele uren lang in de meterkast en in de tuin gewerkt werd. Onze dochter, net aan de betere hand van haar verkoudheid, ging wél naar school. Gaten in het rooster vanwege lerarentekort. Gehoest zou de rest van de klas natuurlijk totaal paranoia maken. Ieder kuchje werd natuurlijk in de gaten gehouden. Dochterlief belde halverwege de dag op of ze thuis mocht komen. Ook een gesmoorde hoest hoor je heus in het klaslokaal. Het arme kind kreeg het zo benauwd. Duizenden middelbare scholieren in Breda en omstreken bleken zich maandag ziek te hebben gemeld. Op sommige scholen zat tot zelfs een derde van het aantal leerlingen thuis. De richtlijnen van het RIVM zijn bijna een vrijbrief om thuis te blijven.
Geen paniek natuurlijk. Maar toch. Je gaat er vanuit dat al die zieke Brabanders gehoor hebben gegeven aan de oproep van het RIVM. Maar wat als er nou eentje heeft gedacht dat het met hem wel meeviel? Gewoon, iemand met een fikse verkoudheid. Hoezeer ik ook niet paniekerig wil doen over dit virus, ik ben wel alert. Niet voor mezelf; ik ben gezond en ons gezin ook, maar ik heb wel vijf cliënten die in de risicogroep vallen. Eén van mijn cliënten van tachtig jaar breng ik elke maandag naar schaken met alle senioren uit ons dorp. Als ik het virus meeneem naar hem en hij geeft het door aan hen, waar eindigt dit dan? Maandagavond heeft de premier alle Brabanders verzocht zoveel mogelijk thuis te werken. Je bent kennelijk ook besmettelijk als je milde klachten hebt. Dat hoestende of snotterende werknemers vanuit huis moeten werken was inmiddels gemeengoed hier, maar thuis werken zónder klachten nog niet. Ook niet na de oproep van de premier. De volgende avond werd het advies aangepast tot zeven dagen sociale onthouding in Brabant. Een week geen bioscoop, cafébezoek, vergaderingen en restaurantjes. Ik vind het niet erg hoor. Extra boodschappen inslaan is niet nodig. Toch lijkt me bezorging aan huis van de supermarkt onhandig als je een meter bij elkaar vandaan moet blijven en je betaalt met je pinpas. Ze bezorgen hier ook niet meer tot in je keuken. Nog steeds geen paniek. Ondanks dat op het kantoor van onze oudste dochter een collega positief getest is, haar Spaanse vriend vast zit in Rome en haar Italiaanse vriendin op de valreep terug kon vliegen. De universiteit van de middelste is gesloten. De colleges zullen online vervolgd worden. We halen haar vandaag op zodat ze voorlopig weer thuis zal wonen. Volgens een overlevingsexpert is het niet verkeerd om voor het moment dat we niet meer de straat op mogen extra dekens in huis te hebben, batterijen voor een zaklamp en water en zeep om te wassen. Een powerbank om je telefoon op te laden is ook niet verkeerd. Zo blijf je bereikbaar voor bijvoorbeeld NL-Alert als de elektriciteit uitvalt. Geen paniek, zo ver is het nog lang niet. Elke woensdag bezoek ik een mevrouw van drieënnegentig jaar oud om samen naar de supermarkt te lopen en daarna gezellig saampjes een kop koffie in het restaurant van het verzorgingstehuis te drinken. Deze woensdag nam ik spelletjes mee om thuis te spelen aan haar eettafel. Geen menigte opzoeken. De zoon van een cliënt van tachtig vroeg me zijn vader niet meer mee te nemen naar de drukke supermarkt en aansluitend geen lunch meer te nuttigen bij het bakkertje. Ook de zoon van het echtpaar waar ik werk (hij is arts) wil dat zijn ouders zeven dagen binnen blijven. Ik heb helemaal geen richtlijnen gekregen van kantoor. Uiteraard luister ik wel naar de adviezen van de premier, het RIVM en de kinderen van mijn cliënten. Mijn lieve senioren behoren tenslotte tot de groep met het hoogste risico om te kunnen overlijden. Ik schud geen handen meer en loop met een flesje handgel in mijn tas rond. Alhoewel ik in de verzorgingstehuizen en ziekenhuizen overal alcoholpompjes zie staan bij de voordeur. Ik wil absoluut niet diegene zijn die een besmetting overdraagt aan één van mijn oude, kwetsbare cliënten.
— Franklin D. Roosevelt
Afgelopen weekend bleek ineens dat Noord-Brabant dé brandhaard van het coronavirus in Nederland was. Geheel onverwachts wonen wij in het centrum van coronaland. Ik had om half negen op zaterdagochtend een uurtje bij een cliënte van bijna zeventig jaar oud gewerkt. Ik was niet verkouden en niet in besmet gebied geweest. Geen risico dus. Toen ik na het werk thuis kwam kreeg ik een bericht van kantoor dat ik niet mocht werken als ik zou hoesten, verkouden zou zijn of koorts zou hebben. Ik voelde me gelukkig gezond. Geen paniek. De cliënten of hun mantelzorgers kregen die ochtend dezelfde e-mail als ik, want zij kunnen óns ook besmetten natuurlijk. Niet veel later bleek dus het advies van het RIVM dat alle zieke Brabanders de opdracht kregen om, in geval van snot en lamlendigheid, dit weekend binnen te blijven. Als een soort experiment. Op de school van onze jongste dochter was al een moeder positief getest op coronavirus. Zij en haar kinderen bleven thuis in quarantaine. In dezelfde brief van school stond ook dat leerlingen die verkouden waren niet naar school mochten komen. Onze dochter werd sowieso al extra in de gaten gehouden, want zij was met school een week gaan skiën in Oostenrijk. Die extra controle van de skiënde leerlingen moest ik overigens uit de krant vernemen waar geschreven stond over hun mogelijk risicovolle skireis. En dus bevonden wij ons ineens in het epicentrum van coronaland. Het ziekenhuis in Breda bleek tien besmette medewerkers te hebben nadat al het personeel getest werd. Op de fabriek van manlief golden natuurlijk dezelfde adviezen als van het RIVM. Er mocht sowieso al een week niet meer internationaal gereisd worden, alleen met hoge uitzondering. Meetings werden allemaal afgelast. Vanaf maandag werden verkouden medewerkers geweerd in overeenstemming met het RIVM-advies voor Brabant. Manlief bleef ook thuis werken. Het kwam eigenlijk wel goed uit. De laadpaal van de auto werd geplaatst waar met drie man vele uren lang in de meterkast en in de tuin gewerkt werd. Onze dochter, net aan de betere hand van haar verkoudheid, ging wél naar school. Gaten in het rooster vanwege lerarentekort. Gehoest zou de rest van de klas natuurlijk totaal paranoia maken. Ieder kuchje werd natuurlijk in de gaten gehouden. Dochterlief belde halverwege de dag op of ze thuis mocht komen. Ook een gesmoorde hoest hoor je heus in het klaslokaal. Het arme kind kreeg het zo benauwd. Duizenden middelbare scholieren in Breda en omstreken bleken zich maandag ziek te hebben gemeld. Op sommige scholen zat tot zelfs een derde van het aantal leerlingen thuis. De richtlijnen van het RIVM zijn bijna een vrijbrief om thuis te blijven.
Geen paniek natuurlijk. Maar toch. Je gaat er vanuit dat al die zieke Brabanders gehoor hebben gegeven aan de oproep van het RIVM. Maar wat als er nou eentje heeft gedacht dat het met hem wel meeviel? Gewoon, iemand met een fikse verkoudheid. Hoezeer ik ook niet paniekerig wil doen over dit virus, ik ben wel alert. Niet voor mezelf; ik ben gezond en ons gezin ook, maar ik heb wel vijf cliënten die in de risicogroep vallen. Eén van mijn cliënten van tachtig jaar breng ik elke maandag naar schaken met alle senioren uit ons dorp. Als ik het virus meeneem naar hem en hij geeft het door aan hen, waar eindigt dit dan? Maandagavond heeft de premier alle Brabanders verzocht zoveel mogelijk thuis te werken. Je bent kennelijk ook besmettelijk als je milde klachten hebt. Dat hoestende of snotterende werknemers vanuit huis moeten werken was inmiddels gemeengoed hier, maar thuis werken zónder klachten nog niet. Ook niet na de oproep van de premier. De volgende avond werd het advies aangepast tot zeven dagen sociale onthouding in Brabant. Een week geen bioscoop, cafébezoek, vergaderingen en restaurantjes. Ik vind het niet erg hoor. Extra boodschappen inslaan is niet nodig. Toch lijkt me bezorging aan huis van de supermarkt onhandig als je een meter bij elkaar vandaan moet blijven en je betaalt met je pinpas. Ze bezorgen hier ook niet meer tot in je keuken. Nog steeds geen paniek. Ondanks dat op het kantoor van onze oudste dochter een collega positief getest is, haar Spaanse vriend vast zit in Rome en haar Italiaanse vriendin op de valreep terug kon vliegen. De universiteit van de middelste is gesloten. De colleges zullen online vervolgd worden. We halen haar vandaag op zodat ze voorlopig weer thuis zal wonen. Volgens een overlevingsexpert is het niet verkeerd om voor het moment dat we niet meer de straat op mogen extra dekens in huis te hebben, batterijen voor een zaklamp en water en zeep om te wassen. Een powerbank om je telefoon op te laden is ook niet verkeerd. Zo blijf je bereikbaar voor bijvoorbeeld NL-Alert als de elektriciteit uitvalt. Geen paniek, zo ver is het nog lang niet. Elke woensdag bezoek ik een mevrouw van drieënnegentig jaar oud om samen naar de supermarkt te lopen en daarna gezellig saampjes een kop koffie in het restaurant van het verzorgingstehuis te drinken. Deze woensdag nam ik spelletjes mee om thuis te spelen aan haar eettafel. Geen menigte opzoeken. De zoon van een cliënt van tachtig vroeg me zijn vader niet meer mee te nemen naar de drukke supermarkt en aansluitend geen lunch meer te nuttigen bij het bakkertje. Ook de zoon van het echtpaar waar ik werk (hij is arts) wil dat zijn ouders zeven dagen binnen blijven. Ik heb helemaal geen richtlijnen gekregen van kantoor. Uiteraard luister ik wel naar de adviezen van de premier, het RIVM en de kinderen van mijn cliënten. Mijn lieve senioren behoren tenslotte tot de groep met het hoogste risico om te kunnen overlijden. Ik schud geen handen meer en loop met een flesje handgel in mijn tas rond. Alhoewel ik in de verzorgingstehuizen en ziekenhuizen overal alcoholpompjes zie staan bij de voordeur. Ik wil absoluut niet diegene zijn die een besmetting overdraagt aan één van mijn oude, kwetsbare cliënten.
zaterdag 7 maart 2020
Hypotheek
May the long time sun
Shine upon you
All love surround you
And the pure light
Within you
Guide your way on
- Snatam Khalsa
Deze laatste weken ben ik verschrikkelijk veel bezig met aardse dingen als een hypotheek oversluiten en alles wat daarbij komt kijken, een autoverkoop en andere terug kopen plus verzekering en wegenwacht aanpassen. Daarbij het plaatsen van een oplaadpaal op onze oprit en overleg met de stratenmaker om meteen de hele oprit van maar liefst dertig meter opnieuw te bestraten met een leuk patroon. En om de enorme regenplas die steeds ontstaat tijdens een regenbui op te lossen. Ook heb ik ingewikkelde telefonische overlegjes op ongelukkige momenten in de auto met een computerfreak die de computerproblemen van onze jongste dochter probeert op te lossen met mij. Daarnaast probeert de loodgieter mij geduldig uit te leggen hoe dat nieuwe systeem in zijn offerte werkt waarbij elke kamer in huis separaat verwarmd kan worden. Om toch een beetje in balans te blijven zoek ik zachtheid in mijn yogalessen. Het zingen van prachtige mantra’s (chanting) die mij vaak emotioneren, en meditatie. Ik heb een geweldige yogajuf die telkens weer de juiste thema’s in haar lessen meeneemt die op dat moment precies bij mij passen. De asana’s die je uitvoert tijdens haar lessen zijn niet ingewikkeld, maar volgen elkaar wel in rap tempo op. Deze snelheid, gecombineerd met ademhalingstechnieken (pranayama) zorgt ervoor dat je chakra’s worden geopend. Kundalini-energie die in je lichaam ligt opgeslagen komt weer vrij. Ik voel me altijd héérlijk na zo’n les. Vooral ook door het zingen van wondermooie mantra’s. En inspirerende muziek tijdens de oefeningen. Het bijzondere is dat je het effect ervan direct kunt voelen. En na afloop van de les probeer ik die vrijgekomen energie nog lang vast te houden in mijn dag. Op de langere termijn kan yoga je ook helpen groeien als mens, en je handvaten geven om kalmer en bewuster in het leven te staan. En daar doe ik dan weer mijn voordeel mee met het beslissen en begrijpen van al die financiële en technische ontwikkelingen die op dit moment mijn leven beheersen.
Alle alarmbellen gingen bij mij af toen financieel adviseur Krijn ons terloops meedeelde dat bij het opnieuw betrekken van ons huis na de verhuur er volgens de vernieuwde wet in 2013 geen renteaftrek meer mogelijk was geweest. Met andere woorden, dat wij bijna vijf jaar onterecht renteaftrek hadden genoten. En eigenlijk fraudeurs waren dacht ik meteen… Maar erger nog, dat wij vele duizenden euro’s terug moesten terug betalen aan de belasting. Daar ging mijn hart wel even sneller van kloppen. Rode konen. Wij kwamen juist bij hem om de maandelijkse woonlasten te verlichten en dit slechte nieuws werd tussen neus en lippen door even op tafel gelegd. Een paar dagen later kregen we van Krijn het verlossende woord dat wij een uitzondering op de regel zijn en dat we niks verkeerd hadden gedaan. We waren gelukkig toch geen fraudeurs. We hadden ons bij hem laten inlichten om een nieuwe hypotheek af te sluiten. Onze rentevast periode loopt binnenkort af. Aangezien wij nog de hoge rente betalen zoals dat gebruikelijk was een decennium geleden waren wij aan het rondkijken. Wij wilden van de spaarhypotheek af nu de rente zo historisch laag is. Financieel een verstandige stap. Bij een hypotheekkeuze komt bij mij ook gevoel kijken. Een gerust gevoel. Ik heb eigenlijk nooit een goed gevoel gehad bij de grote bank waar wij de laatste twaalf jaar ons geld maandelijks brachten. Bij Krijn brachten we onze doelen en dromen in kaart. Vervroegd met pensioen. Zelf sparen in beleggingsfondsen in plaats van op een spaarrekening. Flexibiliteit over wat we met ons geld willen doen. Boetevrij aflossen als we dat willen. Een hypotheek afsluiten doe je niet vaak in je leven en zeker niet zomaar. Mijn lief en ik dachten eerst heel goed na wie ons betrouwbaar kon helpen, en wat het best bij ons zou passen. De kogel is nu door de kerk. Fijn dat we dat besloten hebben met de hulp van Krijn. We waren er al een heel tijd mee bezig. En we zijn natuurlijk niet de enige. Dat blijkt uit de cijfers. Hypotheekbemiddelaars en -verstrekkers hebben het behoorlijk druk nu. Ondanks dat de huizenmarkt muurvast zit. De drukte is geheel toe te schrijven aan de oversluiters zoals wij. De lage rentestand is de belangrijkste oorzaak van de sterke stijging van het aantal hypotheekaanvragen. Vorige maand bereikte de lange hypotheekrente van dertig jaar een nieuwe mijlpaal, en daalde tot onder twee procent. De renteverschillen tussen de verschillende aanbieders waren niet eerder zo klein. Nu kan ik niet wachten om onze rekeningen op te zeggen bij die grote Nederlandse bank. Alleen nog een notaris en een taxatiemakelaar in de arm nemen. Mijn lief en ik hebben gekozen voor vermogensbeheer om zelf te sparen voor onze dromen. We zijn allebei separaat op zoek naar fondsen om in te beleggen. Ik wil graag duurzaam beleggen en manlief wil een zo hoog mogelijk rendement. Zo spreiden we meteen de risico’s van het beleggen. Een gerust gevoel.
Shine upon you
All love surround you
And the pure light
Within you
Guide your way on
- Snatam Khalsa
Deze laatste weken ben ik verschrikkelijk veel bezig met aardse dingen als een hypotheek oversluiten en alles wat daarbij komt kijken, een autoverkoop en andere terug kopen plus verzekering en wegenwacht aanpassen. Daarbij het plaatsen van een oplaadpaal op onze oprit en overleg met de stratenmaker om meteen de hele oprit van maar liefst dertig meter opnieuw te bestraten met een leuk patroon. En om de enorme regenplas die steeds ontstaat tijdens een regenbui op te lossen. Ook heb ik ingewikkelde telefonische overlegjes op ongelukkige momenten in de auto met een computerfreak die de computerproblemen van onze jongste dochter probeert op te lossen met mij. Daarnaast probeert de loodgieter mij geduldig uit te leggen hoe dat nieuwe systeem in zijn offerte werkt waarbij elke kamer in huis separaat verwarmd kan worden. Om toch een beetje in balans te blijven zoek ik zachtheid in mijn yogalessen. Het zingen van prachtige mantra’s (chanting) die mij vaak emotioneren, en meditatie. Ik heb een geweldige yogajuf die telkens weer de juiste thema’s in haar lessen meeneemt die op dat moment precies bij mij passen. De asana’s die je uitvoert tijdens haar lessen zijn niet ingewikkeld, maar volgen elkaar wel in rap tempo op. Deze snelheid, gecombineerd met ademhalingstechnieken (pranayama) zorgt ervoor dat je chakra’s worden geopend. Kundalini-energie die in je lichaam ligt opgeslagen komt weer vrij. Ik voel me altijd héérlijk na zo’n les. Vooral ook door het zingen van wondermooie mantra’s. En inspirerende muziek tijdens de oefeningen. Het bijzondere is dat je het effect ervan direct kunt voelen. En na afloop van de les probeer ik die vrijgekomen energie nog lang vast te houden in mijn dag. Op de langere termijn kan yoga je ook helpen groeien als mens, en je handvaten geven om kalmer en bewuster in het leven te staan. En daar doe ik dan weer mijn voordeel mee met het beslissen en begrijpen van al die financiële en technische ontwikkelingen die op dit moment mijn leven beheersen.
Alle alarmbellen gingen bij mij af toen financieel adviseur Krijn ons terloops meedeelde dat bij het opnieuw betrekken van ons huis na de verhuur er volgens de vernieuwde wet in 2013 geen renteaftrek meer mogelijk was geweest. Met andere woorden, dat wij bijna vijf jaar onterecht renteaftrek hadden genoten. En eigenlijk fraudeurs waren dacht ik meteen… Maar erger nog, dat wij vele duizenden euro’s terug moesten terug betalen aan de belasting. Daar ging mijn hart wel even sneller van kloppen. Rode konen. Wij kwamen juist bij hem om de maandelijkse woonlasten te verlichten en dit slechte nieuws werd tussen neus en lippen door even op tafel gelegd. Een paar dagen later kregen we van Krijn het verlossende woord dat wij een uitzondering op de regel zijn en dat we niks verkeerd hadden gedaan. We waren gelukkig toch geen fraudeurs. We hadden ons bij hem laten inlichten om een nieuwe hypotheek af te sluiten. Onze rentevast periode loopt binnenkort af. Aangezien wij nog de hoge rente betalen zoals dat gebruikelijk was een decennium geleden waren wij aan het rondkijken. Wij wilden van de spaarhypotheek af nu de rente zo historisch laag is. Financieel een verstandige stap. Bij een hypotheekkeuze komt bij mij ook gevoel kijken. Een gerust gevoel. Ik heb eigenlijk nooit een goed gevoel gehad bij de grote bank waar wij de laatste twaalf jaar ons geld maandelijks brachten. Bij Krijn brachten we onze doelen en dromen in kaart. Vervroegd met pensioen. Zelf sparen in beleggingsfondsen in plaats van op een spaarrekening. Flexibiliteit over wat we met ons geld willen doen. Boetevrij aflossen als we dat willen. Een hypotheek afsluiten doe je niet vaak in je leven en zeker niet zomaar. Mijn lief en ik dachten eerst heel goed na wie ons betrouwbaar kon helpen, en wat het best bij ons zou passen. De kogel is nu door de kerk. Fijn dat we dat besloten hebben met de hulp van Krijn. We waren er al een heel tijd mee bezig. En we zijn natuurlijk niet de enige. Dat blijkt uit de cijfers. Hypotheekbemiddelaars en -verstrekkers hebben het behoorlijk druk nu. Ondanks dat de huizenmarkt muurvast zit. De drukte is geheel toe te schrijven aan de oversluiters zoals wij. De lage rentestand is de belangrijkste oorzaak van de sterke stijging van het aantal hypotheekaanvragen. Vorige maand bereikte de lange hypotheekrente van dertig jaar een nieuwe mijlpaal, en daalde tot onder twee procent. De renteverschillen tussen de verschillende aanbieders waren niet eerder zo klein. Nu kan ik niet wachten om onze rekeningen op te zeggen bij die grote Nederlandse bank. Alleen nog een notaris en een taxatiemakelaar in de arm nemen. Mijn lief en ik hebben gekozen voor vermogensbeheer om zelf te sparen voor onze dromen. We zijn allebei separaat op zoek naar fondsen om in te beleggen. Ik wil graag duurzaam beleggen en manlief wil een zo hoog mogelijk rendement. Zo spreiden we meteen de risico’s van het beleggen. Een gerust gevoel.
zaterdag 29 februari 2020
Spicy
“Skiing is the best way in the world to waste time.”
– Glen Plake
Mijn best saaie, regenachtige zondag werd ineens wat opgespiced toen ik onze Volvo een dag ervoor op Marktplaats te koop had aangeboden. Mijn lief en ik hadden onlangs wat berekeningen op papier gemaakt. Natuurlijk vanwege de komst van de elektrische lease-auto. Conclusie was dat de vaste lasten van de Volvo veel te hoog waren. De zware stationwagon moest de deur uit. En dat gebeurt snel. Ik vulde onze autogegevens in op de website ‘wijkopenautos’ en daar kregen we een gratis taxatie. Een hoge taxatiewaarde kwam eruit. Meteen geprikkeld maakten we op korte termijn een afspraak. Onze auto werd daar getest en gefilmd en vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam kregen we een bod per e-mail. Nog minder dan de helft van de online taxatie. Ontgoocheld stopten we direct de procedure. We reden door naar een autohandelaar waar ik online een leuke Alto gezien had. Ik heb al eerder twee Altootjes gehad. De eerste kocht ik ooit voor mijn baan bij Randstad Uitzendbureau en heb ik doorverkocht toen we naar The States verhuisden. Hij werd naar Polen verscheept. De tweede kocht ik toen we terug kwamen uit de The States. Een wit superschatting twee decennia oud autootje! Het rode schakelaartje om de gevarenlichten aan te zetten leek net van Lego. De sloten opende je gewoon met een ijsstokje. Ik zette hem vaak niet eens op slot. Decennia geleden had vrijwel elke auto een choke. Dit autootje ook. En ik heb de accu wel honderd keer laten opladen door aardige Bredanaren omdat die weer eens leeg was. Ik vergat namelijk regelmatig de lichten uit te zetten. Er ging natuurlijk nog geen piepje af wanneer je dat vergat. Dit ‘rugzakje’, zoals we hem lieftallig noemden, heb ik weg gegeven aan een kennis toen we naar Spanje verhuisden. Jaren later kreeg ik van haar bericht dat ze er nog zeshonderd euro voor gekregen had… Mijn nieuwe kleine autootje moest dus weer een Alto worden. For old times sake. De garagehouder wilde echter niks voor onze Volvo terug geven. ‘Daar zijn er teveel van. Teveel waarde. Daar kan ik geen marge op maken.’ Met lege handen keerden we terug naar huis. ‘Dit kan beter’ dacht ik en daarom maakte ik snel in de regen met mijn mobieltje wat fotootjes in en rondom de auto. Ik zette onmiddellijk een advertentie op Marktplaats. Deze werd meteen vele malen gezien en ook bewaard. Hoe leuk vond ik dat om bij te houden! Er volgde een eerste bod. Veel te laag natuurlijk. Er kwam een tweede bod. Om de paar uur keek ik even op de site hoe het ervoor stond. Zo spannend! De dinsdagochtend na Carnaval wilde een bieder uit Breda even langs komen. Mijn voornemen was niet af te wijken van mijn prijs. De aardige man bood echter meer. Verkocht! Hij wilde hem meteen meenemen. Dikke enveloppe met geld had hij in zijn auto liggen. Eerst gingen mijn lief en ik nog één keer samen naar de sauna in deze fijne auto. De volgende dag viel de eerste sneeuw deze winter. Na mijn werk reed ik naar de aardige koper en liet mijn auto achter. Ik liep in een uur naar huis. Sneeuw. Manlief had op dezelfde dag in zijn lunchpauze mijn gewenste Alto gekocht. Deze haalden we eind van de dag samen op. Manlief had af kunnen dingen. Nog voordat ik het terrein afreed zag mijn eega dat er een koplampje stuk was. In mijn achteruit weer terug. Hij werd meteen vervangen. Normaliter gaf de autodealer de koper een bloemetje zei hij. Deze koop ging echter te snel, ik kreeg als goedmakertje een fles ruitenwisservloeistof! Voor het eerst reed ik een stukje in mijn ‘nieuwe’ autootje. Het was flink wennen. Allereerst is het een schakelauto, buitenspiegels moest ik met de hand bijstellen, ik kon mijn arm niet op de console leggen en op de snelweg trilde mijn achteruitspiegeltje. Er gaat maar dertig liter in de benzinetank, koplampen moet ik voortaan zelf aan en uit zetten en ik heb niet eens een dashboardkastje, alleen een diep gat. De rollator van mijn client past niet in het laadbakje achterin. Ook heb ik maar één sleutel meegekregen die niet eens centrale vergrendeling heeft. Het is even slikken. Wat een diva ben ik eigenlijk geworden… Heel binnenkort wordt de laadpaal voor de deur geplaatst. Daarna volgt snel de elektrische auto.
Het coronavirus werd woensdag gedetecteerd in Oostenrijk. Het zijn de eerste gevallen in de Alpen. Het is vooralsnog onduidelijk wat de gevolgen zijn na de eerste coronabesmetting in Innsbruck, dat ruim honderdvijftig kilometer van skioord Flachau ligt. De plek waar onze jongste dochter vorig weekend haar skivakantie met school begon. Ze was met tachtig leerlingen ingeloot om met de gymleraren mee te gaan skiën in de Alpen. Ze heeft een paar dagen les gehad en de rest van de week mocht ze vrij skiën. Ze heeft toen ze heel jong was ook skiles met haar zussen gehad in Tsjechië. We waren daar toen met vrienden aan het skiën. Ikzelf heb mijn eerste skilessen in de Franse Alpen gehad toen mijn lief zijn militaire opleiding volgde. Bijna dertig jaar geleden. Elke dag les terwijl mijn vriendinnetje in een hotel daar werkte. Ik herinner me nog dat de eerste keer uit het liftje stappen met je ski's aan verschrikkelijk eng was. Van de zenuwen besefte ik niet meteen dat ik zelf met mijn ski’s op het plankje stond. Het ging net goed. Een paar jaar later ging ik met een groep collega’s skiën. Ik nam in m’n uppie nog een paar lesjes ter plekke en daar, kun je wel zeggen, heb ik twee traumaatjes opgelopen. De Oostenrijkse skileraar wilde dat we halverwege de trip uit de liftstoeltjes zouden springen. Ik bleef met mijn jas aan het liftje hangen en bewoog langzaam mee verder omhoog. Ik móest er vanaf! Paniek! Gelukkig scheurde mijn jas aan de achterkant waardoor ik zonder blessures nog op de skihelling belandde. Mijn groepje was al weg geskied. Aan het eind van die week heb ik natuurlijk ook samen met mijn zeer ervaren collega’s geskied. Ergens op een hoge piste overviel mijn hoogtevrees me ineens. Iedereen was al beneden en ik ben gewoon gaan zitten. Mezelf proberen bij elkaar te rapen. Uiteindelijk heb ik mijn beiden ski’s afgeklikt en ben beteuterd naar beneden gelopen. In The States heb ik vlakbij ons huis in Massachusetts in de avond geskied. Met een studievriend van mijn eega die bij ons logeerde. Mijn allerlaatste skireis was met ons gezin en vrienden in Tsjechië. Ik zag daar geen diepte meer in de sneeuw. Best gevaarlijk en ik heb toen besloten dat dit de állerlaatste keer voor mij was. Best jammer, want ik vind de sportieve sfeer, het eten op de piste, het buiten zijn in de bergen en après-ski zo gezellig. Hoe enorm geniet ik dan van de sportieve filmpjes en enthousiaste berichtjes van onze jongste die ze afgelopen week stuurde in de gezinsapp. Ze viel, zat onder de blauwe plekken, maar had de tijd van haar leven. Elke dag in de frisse berglucht. Heerlijk! Thuis zaten wij als ouders toch lichtjes zorgelijk het nieuws bij te houden over het coronavirus in de Alpen. Onwetende dat de eerste Nederlandse besmetting zich nog geen veertig kilometer van ons huis aanmeldde…
– Glen Plake
Mijn best saaie, regenachtige zondag werd ineens wat opgespiced toen ik onze Volvo een dag ervoor op Marktplaats te koop had aangeboden. Mijn lief en ik hadden onlangs wat berekeningen op papier gemaakt. Natuurlijk vanwege de komst van de elektrische lease-auto. Conclusie was dat de vaste lasten van de Volvo veel te hoog waren. De zware stationwagon moest de deur uit. En dat gebeurt snel. Ik vulde onze autogegevens in op de website ‘wijkopenautos’ en daar kregen we een gratis taxatie. Een hoge taxatiewaarde kwam eruit. Meteen geprikkeld maakten we op korte termijn een afspraak. Onze auto werd daar getest en gefilmd en vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam kregen we een bod per e-mail. Nog minder dan de helft van de online taxatie. Ontgoocheld stopten we direct de procedure. We reden door naar een autohandelaar waar ik online een leuke Alto gezien had. Ik heb al eerder twee Altootjes gehad. De eerste kocht ik ooit voor mijn baan bij Randstad Uitzendbureau en heb ik doorverkocht toen we naar The States verhuisden. Hij werd naar Polen verscheept. De tweede kocht ik toen we terug kwamen uit de The States. Een wit superschatting twee decennia oud autootje! Het rode schakelaartje om de gevarenlichten aan te zetten leek net van Lego. De sloten opende je gewoon met een ijsstokje. Ik zette hem vaak niet eens op slot. Decennia geleden had vrijwel elke auto een choke. Dit autootje ook. En ik heb de accu wel honderd keer laten opladen door aardige Bredanaren omdat die weer eens leeg was. Ik vergat namelijk regelmatig de lichten uit te zetten. Er ging natuurlijk nog geen piepje af wanneer je dat vergat. Dit ‘rugzakje’, zoals we hem lieftallig noemden, heb ik weg gegeven aan een kennis toen we naar Spanje verhuisden. Jaren later kreeg ik van haar bericht dat ze er nog zeshonderd euro voor gekregen had… Mijn nieuwe kleine autootje moest dus weer een Alto worden. For old times sake. De garagehouder wilde echter niks voor onze Volvo terug geven. ‘Daar zijn er teveel van. Teveel waarde. Daar kan ik geen marge op maken.’ Met lege handen keerden we terug naar huis. ‘Dit kan beter’ dacht ik en daarom maakte ik snel in de regen met mijn mobieltje wat fotootjes in en rondom de auto. Ik zette onmiddellijk een advertentie op Marktplaats. Deze werd meteen vele malen gezien en ook bewaard. Hoe leuk vond ik dat om bij te houden! Er volgde een eerste bod. Veel te laag natuurlijk. Er kwam een tweede bod. Om de paar uur keek ik even op de site hoe het ervoor stond. Zo spannend! De dinsdagochtend na Carnaval wilde een bieder uit Breda even langs komen. Mijn voornemen was niet af te wijken van mijn prijs. De aardige man bood echter meer. Verkocht! Hij wilde hem meteen meenemen. Dikke enveloppe met geld had hij in zijn auto liggen. Eerst gingen mijn lief en ik nog één keer samen naar de sauna in deze fijne auto. De volgende dag viel de eerste sneeuw deze winter. Na mijn werk reed ik naar de aardige koper en liet mijn auto achter. Ik liep in een uur naar huis. Sneeuw. Manlief had op dezelfde dag in zijn lunchpauze mijn gewenste Alto gekocht. Deze haalden we eind van de dag samen op. Manlief had af kunnen dingen. Nog voordat ik het terrein afreed zag mijn eega dat er een koplampje stuk was. In mijn achteruit weer terug. Hij werd meteen vervangen. Normaliter gaf de autodealer de koper een bloemetje zei hij. Deze koop ging echter te snel, ik kreeg als goedmakertje een fles ruitenwisservloeistof! Voor het eerst reed ik een stukje in mijn ‘nieuwe’ autootje. Het was flink wennen. Allereerst is het een schakelauto, buitenspiegels moest ik met de hand bijstellen, ik kon mijn arm niet op de console leggen en op de snelweg trilde mijn achteruitspiegeltje. Er gaat maar dertig liter in de benzinetank, koplampen moet ik voortaan zelf aan en uit zetten en ik heb niet eens een dashboardkastje, alleen een diep gat. De rollator van mijn client past niet in het laadbakje achterin. Ook heb ik maar één sleutel meegekregen die niet eens centrale vergrendeling heeft. Het is even slikken. Wat een diva ben ik eigenlijk geworden… Heel binnenkort wordt de laadpaal voor de deur geplaatst. Daarna volgt snel de elektrische auto.
Het coronavirus werd woensdag gedetecteerd in Oostenrijk. Het zijn de eerste gevallen in de Alpen. Het is vooralsnog onduidelijk wat de gevolgen zijn na de eerste coronabesmetting in Innsbruck, dat ruim honderdvijftig kilometer van skioord Flachau ligt. De plek waar onze jongste dochter vorig weekend haar skivakantie met school begon. Ze was met tachtig leerlingen ingeloot om met de gymleraren mee te gaan skiën in de Alpen. Ze heeft een paar dagen les gehad en de rest van de week mocht ze vrij skiën. Ze heeft toen ze heel jong was ook skiles met haar zussen gehad in Tsjechië. We waren daar toen met vrienden aan het skiën. Ikzelf heb mijn eerste skilessen in de Franse Alpen gehad toen mijn lief zijn militaire opleiding volgde. Bijna dertig jaar geleden. Elke dag les terwijl mijn vriendinnetje in een hotel daar werkte. Ik herinner me nog dat de eerste keer uit het liftje stappen met je ski's aan verschrikkelijk eng was. Van de zenuwen besefte ik niet meteen dat ik zelf met mijn ski’s op het plankje stond. Het ging net goed. Een paar jaar later ging ik met een groep collega’s skiën. Ik nam in m’n uppie nog een paar lesjes ter plekke en daar, kun je wel zeggen, heb ik twee traumaatjes opgelopen. De Oostenrijkse skileraar wilde dat we halverwege de trip uit de liftstoeltjes zouden springen. Ik bleef met mijn jas aan het liftje hangen en bewoog langzaam mee verder omhoog. Ik móest er vanaf! Paniek! Gelukkig scheurde mijn jas aan de achterkant waardoor ik zonder blessures nog op de skihelling belandde. Mijn groepje was al weg geskied. Aan het eind van die week heb ik natuurlijk ook samen met mijn zeer ervaren collega’s geskied. Ergens op een hoge piste overviel mijn hoogtevrees me ineens. Iedereen was al beneden en ik ben gewoon gaan zitten. Mezelf proberen bij elkaar te rapen. Uiteindelijk heb ik mijn beiden ski’s afgeklikt en ben beteuterd naar beneden gelopen. In The States heb ik vlakbij ons huis in Massachusetts in de avond geskied. Met een studievriend van mijn eega die bij ons logeerde. Mijn allerlaatste skireis was met ons gezin en vrienden in Tsjechië. Ik zag daar geen diepte meer in de sneeuw. Best gevaarlijk en ik heb toen besloten dat dit de állerlaatste keer voor mij was. Best jammer, want ik vind de sportieve sfeer, het eten op de piste, het buiten zijn in de bergen en après-ski zo gezellig. Hoe enorm geniet ik dan van de sportieve filmpjes en enthousiaste berichtjes van onze jongste die ze afgelopen week stuurde in de gezinsapp. Ze viel, zat onder de blauwe plekken, maar had de tijd van haar leven. Elke dag in de frisse berglucht. Heerlijk! Thuis zaten wij als ouders toch lichtjes zorgelijk het nieuws bij te houden over het coronavirus in de Alpen. Onwetende dat de eerste Nederlandse besmetting zich nog geen veertig kilometer van ons huis aanmeldde…
zaterdag 22 februari 2020
Supersonisch
Consider what kind of car you get. Buy cars and other products that have the least impact environmentally.
- Al Gore
Met een cadeaubon van een van onze gasten op ons grote verjaardagsfeest van vorig jaar reserveer ik een diner aan de haven en een bioscoopje in een megagrote, nieuwe bioscoop. Net buiten de stad. Op de avond van storm Dennis. We gaan lekker op de fiets. Het voorgerecht bij het Turkse restaurant is heerlijk. Allemaal lekkere smeerseltjes op een luchtige Turkse pannenkoek, de gözleme. Om het feestelijk te maken heb ik er een heerlijk zoete cocktail bij besteld. Het is druk in dit restaurant. We geven bij de serveerster aan dat we wat tijdsdruk voelen omdat we ook nog naar de bioscoop gaan, maar dat mag helaas niet baten. Het hoofdgerecht met veel vleesspiesjes komt rijkelijk laat. We weten het goed gemaakt; we nemen de baklava als dessert lekker mee naar huis. Door de storm fietsen we naar de bioscoop en doen er wat langer over. We stappen de zaal binnen als net de aankondiging van de film 1917 begint te spelen. Gebukt lopen we voor het doek langs naar onze gereserveerde stoelen. We vallen meteen in de film. Een mooie film die mijn inziens heel prettig gefilmd is. De camera dwarrelt over een met lentebloemen bezaaid veld. Daar rusten twee soldaten, tot hun meerdere ze aanspreekt en opzadelt met een levensgevaarlijke opdracht. Hoe konden ze de hele film zo opnemen alsof het één shot lijkt? Natuurlijk is er geknipt op zekere momenten in de 119 minuten lange helletocht. Maar de minutenlange scènes gaan zo naadloos in elkaar over dat het mij niet opvalt. Ik vind dat heel fijn kijken. Het lijkt net of je meerent met die twee soldaten door de loopgraven. Er komen geen andere flits-scenes tussendoor. Op een zeker moment wordt de ene soldaat op het slagveld omvergelopen door een collega. In volle vaart. Dat was ongepland, gewoon een figurant met veel adrenaline, vol erop. De regisseur had vooraf gezegd: áls je valt, gewoon verder gaan. Vergeet het acteren – probeer niet te denken. Ik vind het heel plezierig kijken en ik heb me geen moment verveeld. Manlief vond het daarentegen saai. De grootvader van de regisseur was koerier in de Eerste Wereldoorlog, net als de twee hoofdpersonages in de film. Zijn grootvader werd beloond met een medaille. Maar 1917 is geen biografie, stelt kleinzoon de regisseur. Alhoewel ik op het einde wel bij de aftiteling zag dat zijn opa genoemd werd. ’De ziel van de oorlogsherinneringen van mijn grootvader zit wel in de film. Dat hoop ik althans. Wat me is bijgebleven is dat hij nooit verhalen vertelde over heldendom en moed, maar over geluk en toeval. Hoeveel mazzel hij had dát hij het overleefde.’ Door harde windstoten van storm Dennis moesten wij op de fiets weer terug naar huis. Bakje met Turkse baklava in mijn fietskratje. Een lange, barre fietstocht door maar liefst zes Bredase wijken. Maar het was gelukkig droog en helemaal niet koud.
Mijn eega heeft eind van vorig jaar geprobeerd met spoed een Tesla te bestellen als lease-auto. Zodat we weinig bijtelling aan de belasting zouden betalen om privé in de auto te rijden. Dit was mislukt. De bestelde auto wordt volgende maand pas geleverd. Omdat er vorig jaar spoed bij was had hij bij de bestelling doorgegeven dat de kleur en het interieur niet belangrijk waren áls de auto maar in 2019 geleverd zou worden. Vanwege dat belastingvoordeel. Met als gevolg dat we nu een lelijke, spierwitte elektrische auto krijgen. Terwijl ik gezien heb dat er best prettige kleuren Tesla’s rondrijden… Ik had ook geen idee wat voor model hij eigenlijk besteld had. We hebben trouwens ook helemaal geen proefritje gemaakt. Ik heb zelfs nog nooit een Tesla van binnen gezien. Hij zelf ook niet volgens mij. Ik vind het doodeng met al die geavanceerde techniek. Een computerscherm waar alles op moet gebeuren… Hij kan automatisch rijden van oprit tot afrit op de snelweg. Inclusief knooppunten en het inhalen van andere voertuigen. Oh my God! Ook zelf fileparkeren en haaks parkeren. En je kunt hem zelfs onbemand laten voorrijden! Ik vind het zó onwerkelijk. Dit jaar wordt er ook nog verwacht dat hij kan reageren op verkeerslichten en stopborden. En automatisch kan rijden op straten binnen de bebouwde kom. Kun je je voorstellen dat ík daar in ga rijden? Ik, die vorig jaar speciaal precies hetzelfde model Volvo heb terug gekocht zodat ik geen nieuwe gebruiksknopjes hoefde aan te leren? Van manlief had ik, dacht ik, begrepen dat we model X krijgen. Op zondagochtend wanneer hij aan het sporten is en ik met twee dochters in de huiskamer zit te lezen stuit ik op een krantenartikel over Tesla. Het gaat er over dat Tesla tien jaar lang beschimpt werd als zorgenkindje van de auto-industrie: eigenwijs, opstandig, verlieslijdend. Maar nu dus de grootste fabrikant van elektrische auto's is en waardevoller dan Volkswagen en Daimler samen. Er staan wat fotootjes bij het artikel. Uit nieuwsgierigheid kijk ik naar model X. Uit angst slaak ik een gilletje! De meiden komen meteen kijken. ‘Dit wordt onze nieuwe auto!’ gil ik ontzet uit. Op de foto staat een futuristische auto waarvan de deuren omhoog openen als vleugels. Van schrik fantaseren we er meteen op los. Ik die mijn cliënten, oudjes uit de oertijd, in deze supersonische auto laat instappen met deuren die omhoog open gaan. We komen niet meer bij van het lachen. Ik die bij de supermarkt op vrijdagochtend mijn robot-auto voor laat rijden om mijn grote shoppers in te laden. We lachen ons rot. Als manlief thuiskomt blijkt dat we helemaal niet model X krijgen, maar model 3. De best verkochte auto in Nederland. Het enige gewone aan deze auto is dus het stuur én de deuren die normaal ouderwets opengaan.
- Al Gore
Met een cadeaubon van een van onze gasten op ons grote verjaardagsfeest van vorig jaar reserveer ik een diner aan de haven en een bioscoopje in een megagrote, nieuwe bioscoop. Net buiten de stad. Op de avond van storm Dennis. We gaan lekker op de fiets. Het voorgerecht bij het Turkse restaurant is heerlijk. Allemaal lekkere smeerseltjes op een luchtige Turkse pannenkoek, de gözleme. Om het feestelijk te maken heb ik er een heerlijk zoete cocktail bij besteld. Het is druk in dit restaurant. We geven bij de serveerster aan dat we wat tijdsdruk voelen omdat we ook nog naar de bioscoop gaan, maar dat mag helaas niet baten. Het hoofdgerecht met veel vleesspiesjes komt rijkelijk laat. We weten het goed gemaakt; we nemen de baklava als dessert lekker mee naar huis. Door de storm fietsen we naar de bioscoop en doen er wat langer over. We stappen de zaal binnen als net de aankondiging van de film 1917 begint te spelen. Gebukt lopen we voor het doek langs naar onze gereserveerde stoelen. We vallen meteen in de film. Een mooie film die mijn inziens heel prettig gefilmd is. De camera dwarrelt over een met lentebloemen bezaaid veld. Daar rusten twee soldaten, tot hun meerdere ze aanspreekt en opzadelt met een levensgevaarlijke opdracht. Hoe konden ze de hele film zo opnemen alsof het één shot lijkt? Natuurlijk is er geknipt op zekere momenten in de 119 minuten lange helletocht. Maar de minutenlange scènes gaan zo naadloos in elkaar over dat het mij niet opvalt. Ik vind dat heel fijn kijken. Het lijkt net of je meerent met die twee soldaten door de loopgraven. Er komen geen andere flits-scenes tussendoor. Op een zeker moment wordt de ene soldaat op het slagveld omvergelopen door een collega. In volle vaart. Dat was ongepland, gewoon een figurant met veel adrenaline, vol erop. De regisseur had vooraf gezegd: áls je valt, gewoon verder gaan. Vergeet het acteren – probeer niet te denken. Ik vind het heel plezierig kijken en ik heb me geen moment verveeld. Manlief vond het daarentegen saai. De grootvader van de regisseur was koerier in de Eerste Wereldoorlog, net als de twee hoofdpersonages in de film. Zijn grootvader werd beloond met een medaille. Maar 1917 is geen biografie, stelt kleinzoon de regisseur. Alhoewel ik op het einde wel bij de aftiteling zag dat zijn opa genoemd werd. ’De ziel van de oorlogsherinneringen van mijn grootvader zit wel in de film. Dat hoop ik althans. Wat me is bijgebleven is dat hij nooit verhalen vertelde over heldendom en moed, maar over geluk en toeval. Hoeveel mazzel hij had dát hij het overleefde.’ Door harde windstoten van storm Dennis moesten wij op de fiets weer terug naar huis. Bakje met Turkse baklava in mijn fietskratje. Een lange, barre fietstocht door maar liefst zes Bredase wijken. Maar het was gelukkig droog en helemaal niet koud.
Mijn eega heeft eind van vorig jaar geprobeerd met spoed een Tesla te bestellen als lease-auto. Zodat we weinig bijtelling aan de belasting zouden betalen om privé in de auto te rijden. Dit was mislukt. De bestelde auto wordt volgende maand pas geleverd. Omdat er vorig jaar spoed bij was had hij bij de bestelling doorgegeven dat de kleur en het interieur niet belangrijk waren áls de auto maar in 2019 geleverd zou worden. Vanwege dat belastingvoordeel. Met als gevolg dat we nu een lelijke, spierwitte elektrische auto krijgen. Terwijl ik gezien heb dat er best prettige kleuren Tesla’s rondrijden… Ik had ook geen idee wat voor model hij eigenlijk besteld had. We hebben trouwens ook helemaal geen proefritje gemaakt. Ik heb zelfs nog nooit een Tesla van binnen gezien. Hij zelf ook niet volgens mij. Ik vind het doodeng met al die geavanceerde techniek. Een computerscherm waar alles op moet gebeuren… Hij kan automatisch rijden van oprit tot afrit op de snelweg. Inclusief knooppunten en het inhalen van andere voertuigen. Oh my God! Ook zelf fileparkeren en haaks parkeren. En je kunt hem zelfs onbemand laten voorrijden! Ik vind het zó onwerkelijk. Dit jaar wordt er ook nog verwacht dat hij kan reageren op verkeerslichten en stopborden. En automatisch kan rijden op straten binnen de bebouwde kom. Kun je je voorstellen dat ík daar in ga rijden? Ik, die vorig jaar speciaal precies hetzelfde model Volvo heb terug gekocht zodat ik geen nieuwe gebruiksknopjes hoefde aan te leren? Van manlief had ik, dacht ik, begrepen dat we model X krijgen. Op zondagochtend wanneer hij aan het sporten is en ik met twee dochters in de huiskamer zit te lezen stuit ik op een krantenartikel over Tesla. Het gaat er over dat Tesla tien jaar lang beschimpt werd als zorgenkindje van de auto-industrie: eigenwijs, opstandig, verlieslijdend. Maar nu dus de grootste fabrikant van elektrische auto's is en waardevoller dan Volkswagen en Daimler samen. Er staan wat fotootjes bij het artikel. Uit nieuwsgierigheid kijk ik naar model X. Uit angst slaak ik een gilletje! De meiden komen meteen kijken. ‘Dit wordt onze nieuwe auto!’ gil ik ontzet uit. Op de foto staat een futuristische auto waarvan de deuren omhoog openen als vleugels. Van schrik fantaseren we er meteen op los. Ik die mijn cliënten, oudjes uit de oertijd, in deze supersonische auto laat instappen met deuren die omhoog open gaan. We komen niet meer bij van het lachen. Ik die bij de supermarkt op vrijdagochtend mijn robot-auto voor laat rijden om mijn grote shoppers in te laden. We lachen ons rot. Als manlief thuiskomt blijkt dat we helemaal niet model X krijgen, maar model 3. De best verkochte auto in Nederland. Het enige gewone aan deze auto is dus het stuur én de deuren die normaal ouderwets opengaan.
zaterdag 15 februari 2020
Na de storm
Take long walks in stormy weather or through deep snows in the fields and woods, if you would keep your spirits up. Deal with brute nature. Be cold and hungry and weary.
- Henry David Thoreau
Het is zondagochtend en het eerste dat ik doe als ik beneden kom in mijn ochtendjas is op slippertjes onze beiden auto’s onder de beukenboom vandaan rijden en op een grasveldje vlakbij parkeren. De eeuwenoude boom verliest nog wel eens wat grote takken bij storm. Om ellende voor te zijn verplaats ik de auto’s naar een veilige plek. Ook schuif ik de vier vuilcontainers tegen de muur aan, die nikswegende bakken vliegen vanavond anders de lucht in. In de achtertuin stapel ik de plastic tuinstoeltjes op en zet ze in de garage. De bezem erbij. Na mijn ontbijtje ga ik hardlopen. Niet in het bos natuurlijk. De zuidwesterstorm geselt Brabant. Ook het Mastbos krijgt er van langs. Bomen die omwaaien, takken die afbreken. Heen loop ik tussen de weilanden tegen de stevige wind in, het is te doen. Op de terugweg word ik door windvlagen vooruit geduwd. Grote passen. Mijn lief die naast me fietst schiet vooruit. Bladeren dansen over de weg. Als een blad mijn gezicht raakt tijdens een rukwind doet het echt zeer. Thuis houdt middelste dochter angstvallig de treinen naar Middelburg online goed in de gaten. Wanneer we halverwege de middag op het journaal horen dat de treinleidingen tussen Breda en Tilburg door de storm losgeschoten zijn zien we dat als startschot om kind snel op het station af te zetten. In Zeeland zou de windkracht nog sterker zijn dan in het binnenland was voorspeld. Ciara is de naam van de lieve Italiaanse vriendin van onze oudste dochter. Maar zo lief is Ciara dus niet. Alle alarmbellen zijn afgegaan. Storm Ciara is op zee al sterker dan in eerste instantie is voorspeld. Middelste dochter loopt op het station helaas tóch vertraging op. Ze had niet langer moeten wachten. Ze komt gelukkig veilig aan in haar studentenflatje. Ciara is de eerste stormnaam in Nederland. Het geven van namen aan stormen maakt mensen bewuster van de risico’s. Best logisch. Het KNMI kondigde om de haverklap code oranje en rood aan dat iedereen ondertussen zijn schouders ophaalt bij de zoveelste code geel. Deze avond valt het inderdaad allemaal nog wel mee. Het gaat regenen, maar de storm giert niet met hoge windkracht om het huis. Ik denk terug aan halverwege de jaren ’70 toen ik een jaar of zes oud was. Ik woonde met mijn ouders en zusje in de stad Groningen en mijn vader had houten latten voor de slaapkamerramen getimmerd. Sponsen ertussen geklemd. Enkelglas natuurlijk. Het mocht niet baten, er sneuvelde één raam door de flinke storm. Toen mijn lief en ik student waren en op een koopavond bij warenhuis Vroom&Dreesman werkten vlogen op de Amsterdamseweg in Amstelveen de dakpannen rondom onze fiets. Echt gevaarlijk. Eenmaal in de winkel bleek dat deze ging sluiten. Er was kennelijk op de radio gewaarschuwd niet de weg op te gaan… Dat zou in deze tijd natuurlijk nooit meer gebeuren met het bestaan van mobiele telefoontjes. De meest recente heftige storm die ik me herinner was toen ik zwanger was van de jongste en er werkelijk een grijze, tollende tornado op de Bredase Grote Markt afkwam waar mijn lief en ik romantisch op een terrasje zaten te eten. Verschrikkelijk eng was het. Toen we niet veel later onze twee dochtertjes ophaalden bij mijn oppassende vriendin was daar in de straat een dikke, oude boom omgewaaid en bovenop een dak terecht gekomen. Grote schade. Om de hoek had een grote boom een auto geplet. Doodeng. Deze vroege maandagochtend word ik wakker van enorme windstoten. Zware regenbuien slaan luidruchtig tegen de zolderramen. Ik vind storm Ciara nu heftiger voelen dan gisteravond, ook al trekt ze nu langzaam weg. Door de harde windstoten geldt nog steeds code geel in de ochtendspits. Onze sterke beukenboom staat parmantig voor ons huis. Hij heeft de zoveelste, onstuimige storm overleefd!
Middelste dochter had zich maanden geleden aangemeld voor een student exchange met Singapore. Of Nieuw-Zeeland. Aankomende maand zou ze eindelijk horen of ze geplaatst zou worden. Deze procedure loopt niet rechtstreeks via haar universiteit in Middelburg, maar via een kantoortje op de universiteit van Utrecht. Officieel staat ze ook op de universiteit van Utrecht ingeschreven. In Middelburg staat als het ware een dependance. En als iets niet rechtstreeks gecommuniceerd wordt kan er iets misgaan. Zo hoorde ze dus veel later dan de studenten in Utrecht dat ze niet op exchange mag naar haar geliefde top drie. Een paar dagen later dan de rest ontving dochterlief een mail met de opties die nog open waren. Ze maakte snel een top drie 2.0 en stuurde deze hoopvol naar het kantoortje in Utrecht. Ze was tenslotte dagen later met reageren dan de rest. Heel opgelucht was ze dat haar nummer één 2.0 nog vrij was. Er werd haar gevraagd te bellen naar het kantoortje. Er waren nog heel kort wat twijfels voordat ze durfde te bellen, want als ze ‘ja’ zou zeggen dan was die plek meteen voor haar. Spannend! Onze gezinsapp stond roodgloeiend! Iedereen had z’n zegje. Nogmaals naar het collegeaanbod gekeken. Perfect passend bij haar afstudeervak. Ze heeft dus gebeld. Alleen nog afhankelijk van een bevestiging vanuit de andere universiteit gaat ons kind deze zomer naar The States verhuizen. Naar de staat Oklahoma! De staat die ook wel bekend staat als Sooner State. Naar kolonisten die zich sooner konden vestigen in de staat om land wat tot de indianen toebehoorde te claimen. Ikzelf ken Oklahoma eigenlijk alleen van de tornado’s. Extreem weer. De zomers daar duren maar liefst vier maanden en zijn warm. Hittegolven met maxima van meer dan veertig graden kunnen voorkomen. De winter maakt dochterlief ook mee, en begint eind november. Overdag komt vorst daar bijna niet voor. Wel sneeuw. Ze mag, als Amerikaanse, zelfs stemmen in november! Vlak voor Kerstmis heeft ze haar vakken afgerond (mits ze alles haalt). Ik zit al stiekem met de gedachte te spelen om na zeventien jaar terug naar The States te vliegen…met Kerstmis.
- Henry David Thoreau
Het is zondagochtend en het eerste dat ik doe als ik beneden kom in mijn ochtendjas is op slippertjes onze beiden auto’s onder de beukenboom vandaan rijden en op een grasveldje vlakbij parkeren. De eeuwenoude boom verliest nog wel eens wat grote takken bij storm. Om ellende voor te zijn verplaats ik de auto’s naar een veilige plek. Ook schuif ik de vier vuilcontainers tegen de muur aan, die nikswegende bakken vliegen vanavond anders de lucht in. In de achtertuin stapel ik de plastic tuinstoeltjes op en zet ze in de garage. De bezem erbij. Na mijn ontbijtje ga ik hardlopen. Niet in het bos natuurlijk. De zuidwesterstorm geselt Brabant. Ook het Mastbos krijgt er van langs. Bomen die omwaaien, takken die afbreken. Heen loop ik tussen de weilanden tegen de stevige wind in, het is te doen. Op de terugweg word ik door windvlagen vooruit geduwd. Grote passen. Mijn lief die naast me fietst schiet vooruit. Bladeren dansen over de weg. Als een blad mijn gezicht raakt tijdens een rukwind doet het echt zeer. Thuis houdt middelste dochter angstvallig de treinen naar Middelburg online goed in de gaten. Wanneer we halverwege de middag op het journaal horen dat de treinleidingen tussen Breda en Tilburg door de storm losgeschoten zijn zien we dat als startschot om kind snel op het station af te zetten. In Zeeland zou de windkracht nog sterker zijn dan in het binnenland was voorspeld. Ciara is de naam van de lieve Italiaanse vriendin van onze oudste dochter. Maar zo lief is Ciara dus niet. Alle alarmbellen zijn afgegaan. Storm Ciara is op zee al sterker dan in eerste instantie is voorspeld. Middelste dochter loopt op het station helaas tóch vertraging op. Ze had niet langer moeten wachten. Ze komt gelukkig veilig aan in haar studentenflatje. Ciara is de eerste stormnaam in Nederland. Het geven van namen aan stormen maakt mensen bewuster van de risico’s. Best logisch. Het KNMI kondigde om de haverklap code oranje en rood aan dat iedereen ondertussen zijn schouders ophaalt bij de zoveelste code geel. Deze avond valt het inderdaad allemaal nog wel mee. Het gaat regenen, maar de storm giert niet met hoge windkracht om het huis. Ik denk terug aan halverwege de jaren ’70 toen ik een jaar of zes oud was. Ik woonde met mijn ouders en zusje in de stad Groningen en mijn vader had houten latten voor de slaapkamerramen getimmerd. Sponsen ertussen geklemd. Enkelglas natuurlijk. Het mocht niet baten, er sneuvelde één raam door de flinke storm. Toen mijn lief en ik student waren en op een koopavond bij warenhuis Vroom&Dreesman werkten vlogen op de Amsterdamseweg in Amstelveen de dakpannen rondom onze fiets. Echt gevaarlijk. Eenmaal in de winkel bleek dat deze ging sluiten. Er was kennelijk op de radio gewaarschuwd niet de weg op te gaan… Dat zou in deze tijd natuurlijk nooit meer gebeuren met het bestaan van mobiele telefoontjes. De meest recente heftige storm die ik me herinner was toen ik zwanger was van de jongste en er werkelijk een grijze, tollende tornado op de Bredase Grote Markt afkwam waar mijn lief en ik romantisch op een terrasje zaten te eten. Verschrikkelijk eng was het. Toen we niet veel later onze twee dochtertjes ophaalden bij mijn oppassende vriendin was daar in de straat een dikke, oude boom omgewaaid en bovenop een dak terecht gekomen. Grote schade. Om de hoek had een grote boom een auto geplet. Doodeng. Deze vroege maandagochtend word ik wakker van enorme windstoten. Zware regenbuien slaan luidruchtig tegen de zolderramen. Ik vind storm Ciara nu heftiger voelen dan gisteravond, ook al trekt ze nu langzaam weg. Door de harde windstoten geldt nog steeds code geel in de ochtendspits. Onze sterke beukenboom staat parmantig voor ons huis. Hij heeft de zoveelste, onstuimige storm overleefd!
Middelste dochter had zich maanden geleden aangemeld voor een student exchange met Singapore. Of Nieuw-Zeeland. Aankomende maand zou ze eindelijk horen of ze geplaatst zou worden. Deze procedure loopt niet rechtstreeks via haar universiteit in Middelburg, maar via een kantoortje op de universiteit van Utrecht. Officieel staat ze ook op de universiteit van Utrecht ingeschreven. In Middelburg staat als het ware een dependance. En als iets niet rechtstreeks gecommuniceerd wordt kan er iets misgaan. Zo hoorde ze dus veel later dan de studenten in Utrecht dat ze niet op exchange mag naar haar geliefde top drie. Een paar dagen later dan de rest ontving dochterlief een mail met de opties die nog open waren. Ze maakte snel een top drie 2.0 en stuurde deze hoopvol naar het kantoortje in Utrecht. Ze was tenslotte dagen later met reageren dan de rest. Heel opgelucht was ze dat haar nummer één 2.0 nog vrij was. Er werd haar gevraagd te bellen naar het kantoortje. Er waren nog heel kort wat twijfels voordat ze durfde te bellen, want als ze ‘ja’ zou zeggen dan was die plek meteen voor haar. Spannend! Onze gezinsapp stond roodgloeiend! Iedereen had z’n zegje. Nogmaals naar het collegeaanbod gekeken. Perfect passend bij haar afstudeervak. Ze heeft dus gebeld. Alleen nog afhankelijk van een bevestiging vanuit de andere universiteit gaat ons kind deze zomer naar The States verhuizen. Naar de staat Oklahoma! De staat die ook wel bekend staat als Sooner State. Naar kolonisten die zich sooner konden vestigen in de staat om land wat tot de indianen toebehoorde te claimen. Ikzelf ken Oklahoma eigenlijk alleen van de tornado’s. Extreem weer. De zomers daar duren maar liefst vier maanden en zijn warm. Hittegolven met maxima van meer dan veertig graden kunnen voorkomen. De winter maakt dochterlief ook mee, en begint eind november. Overdag komt vorst daar bijna niet voor. Wel sneeuw. Ze mag, als Amerikaanse, zelfs stemmen in november! Vlak voor Kerstmis heeft ze haar vakken afgerond (mits ze alles haalt). Ik zit al stiekem met de gedachte te spelen om na zeventien jaar terug naar The States te vliegen…met Kerstmis.
zaterdag 8 februari 2020
De kracht van de winter
"The thing everyone should realize is that the key to happiness is being happy by yourself and for yourself.”
- Ellen DeGeneres
Oneindig lang duurde dit jaar mijn januarimaand… Vier weken lang somber en grijs weer. Geen enkel vrolijk, maagdelijk wit sneeuwvlokje dwarrelde uit de hemel. Geen vrieskou waarbij je snakt naar een kom warme chocomel tussen je bevroren handen. Van schaatsen en koek-en-zopie kwam het niet. Alleen een aaneenrijging van saaie, regenachtige, veel te warme dagen. Warm weer betekende niet eens dat er veel zon was. Het aantal zonuren ligt in een gemiddelde januarimaand op 62 uur, afgelopen maand mochten we slechts 46 uur van het winterzonnetje genieten. Ik heb een stevige winterdip opgelopen. Ik herinner me nooit eerder zo’n dip als dit jaar. Het komt zéker omdat we deze winter niet avontuurlijk gereisd hebben. Het komt ook zéker omdat ik nog geen grote reis gepland heb waar ik naar uit kan kijken. Juist de reis van aankomende zomer zou een grote, verre en avontuurlijke reis worden van een maand lang. Van voorpret kun je enorm opknappen. Ook al duurt het nog even, te weten dat ik in de zomer ga reizen met mijn gezin, zou nu al een hoop kunnen doen voor mijn stemming. Het reizen lijkt allemaal in het water te vallen door dat coronavirus. Ik word er niet gelukkiger van… Ik zet elke week een bos verse, gekleurde bloemen in een vaas op tafel. Om mijn humeur wat op te vrolijken. Op korte termijn heb ik mezelf en mijn lief getrakteerd door op een doordeweekse dag vrij te plannen. Het jaar is net begonnen, dus er kon wel een vakantiedagje af. Onszelf een dag gunnen die helemaal openligt, waar je mee kunt doen wat je wilt. Naar de sauna dus. Ik heb voor ieder twee massages geboekt. Een diner erbij. Dit geeft mij wel wat energie. Ik kijk er enorm naar uit. Gezelschap kan je ook een ontzettende opkikker geven. Nu zie ik veel oude mensen voor mijn werk die ik gezelschap houd. Ook zie ik mijn vriendinnen regelmatig voor een lunch of een bioscoopje. Maar een avondje écht lachen en een goed gesprek doet goed. Dus plande ik de allereerste zaterdagmiddag van februari impulsief een etentje voor dezelfde avond in Rotterdam. Met onze oudste dochter en haar Spaanstalige novio. Mijn eega en de andere twee dochters hadden er ook zin. Zo gingen wij spontaan eten bij restaurantje ‘De smaak van Afrika’ in het moderne Rotterdamse, drukke uitgaanscentrum. Het bleek ook nog International Film Festival in Rotterdam te zijn. Het overweldigende aanbod van films trok natuurlijk veel mensen naar de stad. Onze reservering via een website was helaas niet doorgekomen, maar gelukkig konden ze wat schuiven met tafels en ineens zaten we tóch met z’n zessen aan tafel. We aten allemaal enjera met gekruid vlees of iets pikants met kikkererwten. Helaas dacht ik bij het bestellen niet aan mijn tong met wondjes dus ik kon er nauwelijks van genieten. Met als gevolg dat mijn maaltijd alleen uit kale stukjes ‘pannenkoek’ bestond met soms een gepikt stukje vlees van mijn oudste. Een toetje konden we beter niet bestellen, want het was er beredruk en ze waren maar met z’n tweetjes om te bedienen. Het mocht de pret allemaal niet drukken. We stapten op en zochten online een ijssalon die - daar eenmaal aangekomen - toch gesloten bleek te zijn. We zijn natuurlijk niet voor één gat te vangen dus liepen we door naar MacDonalds waar we onszelf trakteerden op een McFlurry. Toevallig hetzelfde MacDonalds restaurant waar ik drieëntwintig jaar geleden kotsmisselijk, zwanger van de eerste, ook iets at om met mijn echtgenoot te winkelen in de beroemde koopgoot. Ondanks alle tegenslagen vonden we het allemaal een geslaagde, gezellige avond. Ik kan er weer even tegen aan. Ook merk ik dat de dagen weer wat langer worden. Gelukkig! Goddank had ik ook een heerlijke Netflixserie met twee seizoenen gevonden waar ik echt van genoten heb. En wat mij altijd helpt om uit een dip te klimmen is rennen door het bos. Sinds de feestdagen ren ik gelukkig weer pijnloos elk weekend een rondje van vijf kilometer. Soms door het bos en soms langs het bos door de weilanden. Met frisse moed het nieuwe jaar in. Gelukkig is januari voorbij…
In de buurt van ons huis ligt al maanden een grote doorgaande straat naar het Bredase centrum open. Een grote zandbak. Er worden omleidingen weergegeven met de bekende grote gele borden. Ik denk dat die straat, na drie maanden afgesloten geweest te zijn, precies drie weken open was en nu is de straat tot eind april wederom afgesloten voor verkeer. In onze stad worden projectmatig oude rioolleidingen vervangen, bomen vervangen en wegen opnieuw bestraat of geasfalteerd. De wegopbreking ligt dicht bij ons huis. Ons buurtje is aan de beurt. De vervangende lease-auto van mijn lief wordt een elektrische. Vooraf moet er een paal geplaatst worden waar de auto aan opgeladen kan worden. Dit gebeurt op onze oprit. De kabels moeten van ons huis onder de oprit door naar de oplaadpaal gelegd worden. Dus hebben we besloten onze oprit, die nog steeds met de oude grindtegels uit de jaren ’70 bestraat is, meteen maar te renoveren. Die omgekeerde grindtegels liggen inmiddels schots en scheef door het parkeren van onze auto’s en natuurlijk de hippiebus die zes maanden per jaar daar geparkeerd staat. Er ligt na elke regenbui een enorme plas waar we overheen moeten springen. Dus heb ik ineens een werkplan, een tuinproject, waar aan gewerkt moet worden. Waar mijn aandacht voor nodig is. Dat werkt goed voor mijn humeur merk ik. Ik begin als eerste met een brief aan de gemeente met de vraag wanneer ze ons straatje ingepland hebben voor het vervangen van rioolleidingen. Dat is van belang omdat we door willen bestraten tot aan de openbare weg. Er heeft altijd grind gelegen. Ook bel ik twee verschillende hoveniers die tuinen en sierbestrating aan kunnen leggen. Voor de complete offerte plan ik een dagdeel in dat lief en ik bij een sierbestrating bedrijf gaan kijken, en later bestellen. Ter voorbereiding en inspiratie bekijk ik vele fotootjes op Pinterest. Ik heb iets leuks om naar uit te kijken. Ik ben bezig en daar word ik zo blij van!
- Ellen DeGeneres
Oneindig lang duurde dit jaar mijn januarimaand… Vier weken lang somber en grijs weer. Geen enkel vrolijk, maagdelijk wit sneeuwvlokje dwarrelde uit de hemel. Geen vrieskou waarbij je snakt naar een kom warme chocomel tussen je bevroren handen. Van schaatsen en koek-en-zopie kwam het niet. Alleen een aaneenrijging van saaie, regenachtige, veel te warme dagen. Warm weer betekende niet eens dat er veel zon was. Het aantal zonuren ligt in een gemiddelde januarimaand op 62 uur, afgelopen maand mochten we slechts 46 uur van het winterzonnetje genieten. Ik heb een stevige winterdip opgelopen. Ik herinner me nooit eerder zo’n dip als dit jaar. Het komt zéker omdat we deze winter niet avontuurlijk gereisd hebben. Het komt ook zéker omdat ik nog geen grote reis gepland heb waar ik naar uit kan kijken. Juist de reis van aankomende zomer zou een grote, verre en avontuurlijke reis worden van een maand lang. Van voorpret kun je enorm opknappen. Ook al duurt het nog even, te weten dat ik in de zomer ga reizen met mijn gezin, zou nu al een hoop kunnen doen voor mijn stemming. Het reizen lijkt allemaal in het water te vallen door dat coronavirus. Ik word er niet gelukkiger van… Ik zet elke week een bos verse, gekleurde bloemen in een vaas op tafel. Om mijn humeur wat op te vrolijken. Op korte termijn heb ik mezelf en mijn lief getrakteerd door op een doordeweekse dag vrij te plannen. Het jaar is net begonnen, dus er kon wel een vakantiedagje af. Onszelf een dag gunnen die helemaal openligt, waar je mee kunt doen wat je wilt. Naar de sauna dus. Ik heb voor ieder twee massages geboekt. Een diner erbij. Dit geeft mij wel wat energie. Ik kijk er enorm naar uit. Gezelschap kan je ook een ontzettende opkikker geven. Nu zie ik veel oude mensen voor mijn werk die ik gezelschap houd. Ook zie ik mijn vriendinnen regelmatig voor een lunch of een bioscoopje. Maar een avondje écht lachen en een goed gesprek doet goed. Dus plande ik de allereerste zaterdagmiddag van februari impulsief een etentje voor dezelfde avond in Rotterdam. Met onze oudste dochter en haar Spaanstalige novio. Mijn eega en de andere twee dochters hadden er ook zin. Zo gingen wij spontaan eten bij restaurantje ‘De smaak van Afrika’ in het moderne Rotterdamse, drukke uitgaanscentrum. Het bleek ook nog International Film Festival in Rotterdam te zijn. Het overweldigende aanbod van films trok natuurlijk veel mensen naar de stad. Onze reservering via een website was helaas niet doorgekomen, maar gelukkig konden ze wat schuiven met tafels en ineens zaten we tóch met z’n zessen aan tafel. We aten allemaal enjera met gekruid vlees of iets pikants met kikkererwten. Helaas dacht ik bij het bestellen niet aan mijn tong met wondjes dus ik kon er nauwelijks van genieten. Met als gevolg dat mijn maaltijd alleen uit kale stukjes ‘pannenkoek’ bestond met soms een gepikt stukje vlees van mijn oudste. Een toetje konden we beter niet bestellen, want het was er beredruk en ze waren maar met z’n tweetjes om te bedienen. Het mocht de pret allemaal niet drukken. We stapten op en zochten online een ijssalon die - daar eenmaal aangekomen - toch gesloten bleek te zijn. We zijn natuurlijk niet voor één gat te vangen dus liepen we door naar MacDonalds waar we onszelf trakteerden op een McFlurry. Toevallig hetzelfde MacDonalds restaurant waar ik drieëntwintig jaar geleden kotsmisselijk, zwanger van de eerste, ook iets at om met mijn echtgenoot te winkelen in de beroemde koopgoot. Ondanks alle tegenslagen vonden we het allemaal een geslaagde, gezellige avond. Ik kan er weer even tegen aan. Ook merk ik dat de dagen weer wat langer worden. Gelukkig! Goddank had ik ook een heerlijke Netflixserie met twee seizoenen gevonden waar ik echt van genoten heb. En wat mij altijd helpt om uit een dip te klimmen is rennen door het bos. Sinds de feestdagen ren ik gelukkig weer pijnloos elk weekend een rondje van vijf kilometer. Soms door het bos en soms langs het bos door de weilanden. Met frisse moed het nieuwe jaar in. Gelukkig is januari voorbij…
In de buurt van ons huis ligt al maanden een grote doorgaande straat naar het Bredase centrum open. Een grote zandbak. Er worden omleidingen weergegeven met de bekende grote gele borden. Ik denk dat die straat, na drie maanden afgesloten geweest te zijn, precies drie weken open was en nu is de straat tot eind april wederom afgesloten voor verkeer. In onze stad worden projectmatig oude rioolleidingen vervangen, bomen vervangen en wegen opnieuw bestraat of geasfalteerd. De wegopbreking ligt dicht bij ons huis. Ons buurtje is aan de beurt. De vervangende lease-auto van mijn lief wordt een elektrische. Vooraf moet er een paal geplaatst worden waar de auto aan opgeladen kan worden. Dit gebeurt op onze oprit. De kabels moeten van ons huis onder de oprit door naar de oplaadpaal gelegd worden. Dus hebben we besloten onze oprit, die nog steeds met de oude grindtegels uit de jaren ’70 bestraat is, meteen maar te renoveren. Die omgekeerde grindtegels liggen inmiddels schots en scheef door het parkeren van onze auto’s en natuurlijk de hippiebus die zes maanden per jaar daar geparkeerd staat. Er ligt na elke regenbui een enorme plas waar we overheen moeten springen. Dus heb ik ineens een werkplan, een tuinproject, waar aan gewerkt moet worden. Waar mijn aandacht voor nodig is. Dat werkt goed voor mijn humeur merk ik. Ik begin als eerste met een brief aan de gemeente met de vraag wanneer ze ons straatje ingepland hebben voor het vervangen van rioolleidingen. Dat is van belang omdat we door willen bestraten tot aan de openbare weg. Er heeft altijd grind gelegen. Ook bel ik twee verschillende hoveniers die tuinen en sierbestrating aan kunnen leggen. Voor de complete offerte plan ik een dagdeel in dat lief en ik bij een sierbestrating bedrijf gaan kijken, en later bestellen. Ter voorbereiding en inspiratie bekijk ik vele fotootjes op Pinterest. Ik heb iets leuks om naar uit te kijken. Ik ben bezig en daar word ik zo blij van!
Abonneren op:
Posts (Atom)