dinsdag 8 november 2022

My first glass of icecold lemonade with icecubes!
HACHELIJKE SITUATIE
What doesn’t kill you makes you stronger

Stand a little taller

What doesn’t kill you makes a fighter

Footsteps even lighter

- Kelly Clarkson


Voorovergebogen liepen we dicht naast elkaar. ‘Nu begint onze missie’ sliste ik zachtjes naar mijn zus. Om de hoek was de ingang van de winkel waar we moesten zijn. We hadden mijn autootje op de parkeerplaats bij het kleine winkelcentrum geparkeerd. Mijn zus reed. Ik kan door het litteken in mijn hals mijn hoofd nog niet voldoende draaien om over mijn schouder te kijken. De missie hield in dat we flink wat vers en mooi gekleurd fruit gingen inkopen. Ik was de gouden tip van de nachtverpleegster niet vergeten. Het fruit moet snel en makkelijk tussendoor te eten zijn. Herfstappeltjes, bananen, blauwe en witte druiven, aardbeien en een chocoladereep. Als dank voor alle goede zorgen wilde ik een bedankje langsbrengen voor het verplegend personeel van mijn ziekenhuisafdeling dat zo goed voor mij gezorgd had. Ik hoorde ze bijna dagelijks over taart en vlaaien praten. Bij de koffieautomaat. Vlak achter mijn deur. Ik had me voorgenomen niet zoiets zoets en ongezonds mee te brengen. De missie met mijn zus hield in dat we in de winkel niet tegen elkaar zouden praten. Ik kan nog niet goed praten met mijn verdikte tong en mijn zus eigenlijk ook nog steeds niet na haar kaakoperatie. We wilden voorkomen dat iemand ons gebrekkig zou horen articuleren. We stapten nog niet uit het autootje of ik zie een bekend gezicht op de parkeerplaats. Ik steek mijn hand op uit de verte en ik loop voor de zekerheid de andere kant op. Ik durf echt niet met mensen te praten die niets weten van mijn operatie. Ik houd mijn kraag van mijn jas goed omhoog langs mijn hals zodat mijn litteken niet zo opzichtig is. We moeten giechelen om de situatie. Beiden lachend met onze hand beschermend voor onze mond. Wanneer ik uitbundig lach zou je m’n gehavende tong in mijn mond kunnen zien liggen. Wanneer we elkaar aankijken, lachend onze mond verbergend, zien we de lol van onze hachelijke situatie in. Dit is echter niet mijn eerste keer buiten na thuiskomst. Wél de eerste keer onder de mensen. Ik wandel elke dag een stukje in de buurt.  Mijn psychologe uit het ziekenhuis had geadviseerd vooraf een zinnetje voor mijn wandelpartner klaar te hebben zodat we snel door kunnen lopen indien een bekende mij aan zou spreken. Mijn lief en ik wandelen ook regelmatig een stuk samen in het Mastbos. In het ziekenhuis durf ik echt zonder schroom tegen mijn behandelend artsen te spreken. Ze verstaan mij. Ook tegen het zorgpersoneel, wanneer mijn lief en ik met onze fruitmand de afdeling oplopen, praat ik als mijn ouderwetse zelf. Ze herkennen me en zijn echt blij me in zo’n goede conditie te zien. Schoenen in plaats van sloffen of antislipsokken aan. Zelfstandig en rechtop in plaats van krom schuifelend achter de rijdende infuuspaal.  Leuke kleding in plaats van een blauw operatiehemd of later een pyjama. Een jas zelfs, het bewijs dat ik een bezoeker ben. Mijn haar weer in m’n eigen model. Ik ben daar ter plekke trots op hoe ‘snel’ ik alweer op de been ben, maar op de afdeling zijn emotioneert me ook tot tranen toe. Hoe kort geleden lag ik daar kwetsbaar in bed zonder te kunnen praten, afhankelijk van sondevoeding, pijnstilling en een buisje in mijn luchtpijp om te ademen?