vrijdag 10 juni 2022

Cleaning the garage
GEVONDEN PARELTJES IN ZEE VAN CHAOS
‘Cleaning your house while your kids are still growing up is like shoveling the walk before it stops snowing.’ 
- Phyllis Diller


Vorig jaar hadden mijn lief en ik het plan gevat onze rommelige garage eens op te ruimen. Het was nog geen concreet plan. Er stond niks gepland in onze agenda. Dus kabbelden de weekends voorbij, er gebeurde niks in de garage. De fietsen pasten er altijd maar nét in. Het laatste stukje even een zetje geven en dan kon de garagedeur weer dicht. Het wachten duurde me te lang. Ik begon zo’n half jaar geleden alvast zelf. Er stond in de garage een oude kledingkast van mijn opa en oma die in Amsterdam ook nog in onze slaapkamer had gestaan. Tot de nok gevuld met halfvolle zakken cement, grote latexemmers, verfpotten, halve behangrollen, veel verfrollers en ongelofelijk veel schoonmaakflessen van HG. Misschien hebben wij wel voor alle soorten vlekken een HG middel in huis. Ik zette alles naast de kast en sleepte de lege kast naar de straatkant voor het grofvuil. Ook een ladekast werd leeg gehaald en buitengezet. Er stond aan dezelfde muur ook een aanhangwagentje op z’n kant die ik met de meiden ooit vrolijk met bloemen beschilderd had. Daar lagen inmiddels zo’n vijftien jaar lang, onze katoenen Karsten tenten mooi droog in opgeborgen. Fotootje van het wagentje gemaakt en op marktplaats gezet. Het aanhangwagentje werd verkocht aan een blije opa met kleindochters in Spanje. Het karretje reed weer terug naar Spaanse plekjes waar het eerder al geweest was. De cirkel was rond. Nu hadden we een kale muur in de garage maar er kwam niks voor terug. Maandenlang lagen al die potten verf, tuingereedschap en tentspullen in een grote chaos op de grond. Mijn lief wilde zélf een kastenwand uitzoeken en opmeten. Een paar weken geleden begon het ineens weer te kriebelen en ging ik speurneuzen op internet. Bij een grote, Zweedse meubelzaak vond ik mooie, robuusten kasten mét een werktafel erbij. Daar droomde mijn wederhelft al heel lang van. Hij was om en tijdens een lang weekend kreeg ik hem zo ver de onderdelen voor de kastwand en werktafel op te halen. We propten alle dozen in de bende van de garage erbij. Zoals we ook de tuinkussens de garage met één armbeweging naar binnen zeilden in de hoop dat het op een fietsstuur ofzo bleef hangen. 


Het Pinksterweekend gingen we ein-de-lijk aan de slag. Ondanks de regenbuien. We konden daardoor weinig spullen tijdelijk buiten de garage parkeren. Toch lukte het mijn lief de kastenwand in elkaar te zetten en enthousiast hebben we samen alle planken gevuld met gereedschapskisten, verhuisdozen, plastic dozen die ik al eerder gevuld had en alle verfpotten en emmers voorstrijk en dergelijke. Er kwamen drie ramen in zicht die altijd verstopt zaten achter opgestapelde kerstspullen, backpack’s en dozen vol jeugdboeken van op-kamer-wonende dochters. Een bezem erdoor en het voelde zo ruimtelijk! Diezelfde middag schroefde mijn lief ook de werkbank in elkaar. Mooi in het daglicht geplaatst onder de drie ramen. De opgeslagen spullen op het zoldertje raakten we nog niet aan. We gaan nóg een tweede ronde doen nu we wat meer overzicht hebben. Opruimen geeft zoveel voldoening! Nu alles een plekje heeft en op de verhuisdozen en doorzichtige plastic bakken overzichtelijk genoteerd staat wat erin zit, liep ik tegen een oude verhuisdoos vol oude brieven aan. Op een regenachtige middag pakte ik wat schoenendozen uit deze verhuisdoos vol herinneringen en begon enveloppen te openen. Brieven van mijn penvriendin die mij, voor mijn verjaardag, ook een doosje vol door-mij-geschreven bewaarde brieven gestuurd had. Ik had nu een flinke stapel door-haar-geschreven brieven in m’n handen. Er gleden zelfs oude pasfotootjes uit. Wat leuk om te lezen en te zien! Ik legde de enveloppen apart, ik heb ze inmiddels naar haar opgestuurd. Ook een stapel brieven van mijn achternichtje, wij logeerden in de schoolvakanties bij elkaar. En wat enveloppen met buitenlandse postzegels. Jongensnamen op de achterkant, vakantievriendjes… De grootste stapel brieven kwam van Jens uit Duitsland. Mijn vakantie crush op mijn zeventiende. Hij studeerde geneeskunde in Darmstadt. Hij was met een groepje vrienden en hun blauwe hippiebusje naar Cannes afgereisd. En daar kampeerde ik met mijn drie vriendinnetjes in de geleende bungalowtent van mijn moeder op dezelfde camping. We reden met dat busje naar het centrum van Cannes om uit te gaan. Het busje langs het strand geparkeerd naast een hippe club waar we de hele nacht dansten. Ik heb een foto waar we met z’n allen gezellig voor hun tent eten. Volkswagenbusje er ongedwongen naast. Nu ik zijn achternaam op de enveloppe zie staan kan ik het niet laten even te googelen. Prof. dr. Jens staat er naast zijn online fotootje. Ik open een enveloppe met zijn eerste van vele lange - met vulpen en in ’t Duits geschreven - brieven. Een jaar lang schrijven en bellen we. ‘Sorry dat ons telefoongesprek zo abrupt eindigde’ staat er een keer geschreven. Hij belde vanuit een telefooncel en zijn kleingeld was op. Een echo uit een ver verleden met heuse telefooncellen. Ondertussen ontving ik dagelijks op mijn telefoon zonnige, blije vakantiekiekjes van onze jongste dochter van zeventien. Op reis met z’n tienen op Kos. Allemaal lachende meisjes met uitdagende outfits. Op het strand, op gehuurde fietsen, op een boot op zee, zwemmend in de zee of aan een eettafel met de voetjes in het witte zand. Zorgeloze Griekse vakantieavonturen van onze jongste - met VWO-diploma op zak.