![]() |
| Dunquin pier, Ireland |
In draf rijd ik naar de andere twee paarden omdat de afstand tussen ons te groot wordt. Heerlijk! We rijden over de heuvels van het schiereiland Dingle. Er zijn hier mooie hagelwitte surfstranden. Glooiende groene weilanden vol schapen. We rijden de hele ochtend met z’n drietjes. Met mijn lief en gids Patrick. We kwamen hier via de mooie kustroute Wild Atlantic Highway waar we al eerder hele stukken op gereden hebben. Op de boerderij werden we hartelijk ontvangen door Debby - en maar liefst zes honden - met thee en warme Ierse scones met boter en jam. De tijd genomen om een passende cap en paardrijlaarzen uit te zoeken. Gele veiligheidhesjes aan. Heather en Rose werden voor ons uit de stal gehaald. We reden meteen langs een kabbelend beekje de natuur in. De zon brak voorzichtig door. We reden door bloeiende velden. Overal waar we keken graasden schapen. Bovenop de heuvel waaide het behoorlijk hard en miezerde het. Uitzicht over de baai met eilanden in de oceaan. Ook onbewoond eiland Skellig Michael; het spannende, rotsige eiland met het oude klooster op de top. Het kustdorpje Dingle zien we ook liggen. Er heeft hier in de baai bijna veertig jaar lang een wilde dolfijn gezwommen, ook in de haven van Dingle. Mensen zwommen met de tam geworden dolfijn Fungi. Sinds een jaar is hij niet meer gezien. Het was een heerlijke rit van een paar uur. Na wederom thee en een scone reden we in ons huurautootje in een klein kwartiertje naar de unieke pier Dunquin vanwaar een opblaasbaar veerbootje vertrekt naar de onbewoonde eilanden. Het wandelpad naar beneden lijkt op een spiraal. Supersteil en fotogeniek! Er blijkt wel eens iemand met zijn auto tussen de muurtjes knel gezeten te hebben omdat de bestuurder dacht met de auto de ferry te nemen. Daarna een autorit door het binnenland naar het toeristische havenstadje Cork waar we heerlijk hebben gedineerd. Ruim een half uur later arriveren we in het schattige, piepkleine badplaatsje met de even lieflijke naam Ballycotton. We logeren boven de dorpse taverne. We worden de volgende ochtend getrakteerd op een heerlijk ontbijt. Mijn lief weer een full Irish breakfast met worst, vleeswaren, een ei en bonen. We maken vanuit de taveerne een heerlijke zonovergoten wandeling over een smal uitgesleten paadje langs de klippen aan de Atlantische Oceaan. Deze zijn lang niet zo diep en beroemd als de klippen van Moher, maar net zo indrukwekkend door hun ruigheid. Na twee uur wandelen stappen we weer in om langs de oostkust omhoog te rijden. Dwars door National Park Wicklow waar we uitstappen voor een boswandeling. Eind van de middag arriveren we in ons stadse, hippe boutiquehotel in de hoofdstad. We worden ontvangen met een glas prosecco. Het stadse leven. Op zaterdagavond lopen we door het bruisende centrum. We eten in een serre van een restaurantje waar we onze ogen uitkijken. De jongelui van Dublin zijn uitdagend gekleed. Er wordt flink gedronken buiten op straat. Wanneer we door de beroemde uitgaanswijk Temple Bar slenteren blijken er vanwege covid nog geen live bands op te treden. Veel te druk hier. Wij hadden het enorme geluk dat we in Killarney ons op tijd geregistreerd hadden in een gezellige, traditionele Ierse bar. De hele avond daar genoten van een optreden van een Ierse zanger, een glas Guinness die we deelden en glaasjes mierzoete ‘baby Guinness’ (Tia Maria met een laagje Baileys) dronken. De Ieren zongen allemaal mee, wij ook als we het liedje kenden, zo blij om het leven weer met elkaar te kunnen vieren!
Dublin - 12 september 2021
