"To live is the rarest thing in the world. Most people exist, that is all."
- Oscar Wilde
De geheime dagboeken van Hendrik Groen vind ik fascinerend om te lezen. Afgelopen week zag ik de laatste uit de serie in de boekhandel liggen. Nog leuker vind ik de televisieserie die ervan gemaakt is. De hoofdrolspelers waren van de week te gast in een TVshow. Ik ben sowieso een fan van Olga Zuiderhoek. Een verrassing. De makers zijn tóch bezig met een derde seizoen. De serie ‘Het geheime dagboek van Hendrik Groen’ is dus een bewerking van de boeken van Peter de Smet. De serie is een ware kijkcijferhit. Twee seizoenen lang wisten Hendrik en zijn rebellenclub ons in zijn greep te houden. Van de slappe lach tot heel veel herkenning voor mij en zelfs een traan. Iedere aflevering was ik weer geraakt door de gebeurtenissen. Niet eens perse omdat ik situaties herken uit mijn werk. De personages in de serie hebben een bepaalde zelfstandigheid en levenslust die ik helaas niet vaak terug zie bij mijn cliënten. Deze week was een schrijnende week in het dagboek van het echtpaar waar ik een paar keer per week kook. Naast het koken houd ik ook de gang van zaken een beetje in de gaten. Ik observeer. Begin van de week nam ik mevrouw mee naar buiten voor een wandeling. Het was prachtig herfstweer. Ze ging even haar schoenen aan doen in de slaapkamer. Al wachtend kletste ik wat in de huiskamer met meneer. Het duurde zo lang dat ik even een kijkje ging nemen. Mevrouw zat op haar bed met wel vier paar schoenen om zich heen. Alle paartjes lagen door elkaar. Er lagen losse inlegzolen bij. En ook nog twee pantykousjes. Ze was compleet het overzicht kwijt. Na mijn hints vertrokken we. Ze was dankbaar voor mijn hulp. Eind van dezelfde week nam ik haar mee naar de pedicure. Ik belde beneden aan en ze kreeg vanuit haar appartement de deur niet meer open. Een black-out? Haar man was boodschappen doen. Even paniek bij mij omdat we op tijd moesten vertrekken. Gelukkig kwam er een hondenuitlaatservice naar buiten, ik glipte naar binnen. In haar slaapkamer zocht ze zich rot naar haar portemonnee en huissleutel. Ik zocht mee. Onvindbaar. Typisch voor beginnend dementerenden is dat ze alles continue verplaatsen. Ik word er soms gek van. Ik vond een portemonneetje met kleingeld. Meegenomen. Ik gokte erop dat meneer bij onze thuiskomst alweer thuis zou zijn. In de wachtkamer bij de pedicure hebben we samen het kleingeld geteld. Net genoeg voor een verse mihoen-maaltijd uit het winkelcentrum. De factuur van de pedicure hebben we op laten sturen naar hun zoon. Thuis verdwijnt namelijk alle post regelmatig… In het donker kwamen we thuis. In hun appartement brandde geen licht… Ik voelde mijn hartslag versnellen. Tóch deed meneer gelukkig open. Uit zuinigheid zat hij in het donker. Zoals we uit zijn zuinigheid ook vaak onder één lamp in de keuken zitten en de rest van de huiskamer donker is… Eenmaal binnen zei hij tegen ons dat zijn vrouw op bed lag. ‘Ze voelt zich de laatste tijd niet lekker’ voegde hij er ook nog bezorgd aan toe. ‘Is dit een grap, Jan?’ vroeg zijn vrouw. Hij had niet door dat zijn vrouw tegenover hem stond. Het lichtje ging maar niet branden. Ik heb zijn schouder gepakt en hem voorzichtig uitgelegd dat zijn vrouw met mij mee was en dat ze naast mij stond. Hij bekeek haar twee keer van top tot teen en zij toen ‘Nu zie ik het, ja’. Zijn vrouw grapte dat hij maar eens een andere bril moest kopen. Het is treurig om te zien hoe hard ze beiden achteruit gaan. Erger misschien nog is dat ze over elkaar klagen dat de ander zo achteruit gaat. Van zichzelf hebben ze niks door. Geen rebelse acties van deze twee zoals in de dagboeken van Hendrik. Zelfs geen plezier meer aan elkaar beleven. Mevrouw gaat vaak uit verveling overdag in bed liggen. Hij wandelt uit pure verveling maar wat rond buiten. De niet geromantiseerde versie van het leven van ouderen die beginnend dementerend zijn is helaas veel rauwer en pijnlijker dan de dagboeken van Hendrik. Heel verdrietig voor de directe omgeving.
Ditzelfde echtpaar ontbijt elke ochtend samen. Zestig jaar getrouwd. Ze slapen ieder op een eigen slaapkamer. Elke dag eten ze hetzelfde voor ontbijt en lunch. Rozijnenbollen en een banaan. Hij koopt liefdevol bruin brood zonder zaadjes, want daar heeft ze een hekel aan. Hij draagt maandenlang dezelfde kleding waar hij zich goed in voelt. Hij houdt niet van verandering. Dat begrijpt zij. Zij delen elke avond liefdevol een Mona-pudding. Hij koopt altijd twee smaken, framboos en chipolata. Het verveelt ze kennelijk nooit. Hij schept het uit het plastic bakje in een schaaltje voor haar. Hij eet zelf het restant met alle mierzoete saus op de bodem. Als hij morst op het tafelkleed zegt ze lief dat het niet geeft. Zijn zij gelukkig? Er zijn twee dingen nodig voor ons welbevinden: plezier en voldoening. Plezier zit in het vermogen om te genieten. Meneer geniet elke dag van een halve vlaai halen. Zij geniet van haar eigen verhalen die ze me al duizend keer verteld heeft. Voldoening is het gevoel dat je een zinvol leven leidt – omdat je goed bent in wat je doet, je verbonden weet met de mensen om je heen, en omdat je een zekere mate van vrijheid ervaart in je levenskeuzes. Ze zijn beiden erg op mij gesteld. Dat weet ik omdat ze het regelmatig zeggen. Tegen mij, tegen mensen op straat of tegen hun dochter als we Skypen met Curaçao. Zij voelt zich erg verbonden met mij. Ze willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Zij willen zélf hun levenskeuzes maken. Zolang ze het thuis redden met de dagelijkse hulp van mij en mijn collega’s zijn ze tevreden en ervaren ze een zekere mate van vrijheid. Op hun manier zijn ze dus gelukkig. Het is goed.