dinsdag 30 september 2025

Making sauce of autumn pears myself!
HIER EN NU
Het leven draait niet om jezelf vinden. Het leven is er om jezelf te creëren.’ 
– George Bernard Shaw


Afgelopen week zag ik Emma Heesters op televisie. In het programma van Eva spreekt ze over haar bewogen interview destijds, over haar ervaringen met baarmoederhalskanker. Dit interview is genomineerd voor een Impact prijs. Eva vraagt haar nu waarom ze destijds aan dit zeer open en emotionele interview meewerkte. Emma wilde graag dat meer vrouwen meedoen aan het landelijk bevolkingsonderzoek. Voorkomen dat vrouwen mee moeten maken wat zij heeft doorstaan. En dat had impact, men spreekt nu zelfs over een ‘Emma Heesters piek’ aan onderzoeken. Baarmoederhalskanker is een sluimerende vorm van kanker waar weinig symptomen bij komen kijken. Ik hoor een stemmetje in mijn hoofd die begint over de enveloppe die half september in de brievenbus lag. In de brief werd een datalek van persoonsgegevens beschreven die begin juli van dit jaar had plaatsgevonden. Míjn persoonlijke gegevens. Gegevens van deelnemers aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Ik was oprecht verbaasd dat ík deze brief kreeg. Ik herinnerde me helemaal niet dat ik onlangs meegedaan had. Wel aan het bevolkingsonderzoek borstkanker in het voorjaar. Waren zij in de war? Door de uitzending met Emma wilde ik er toch even induiken. Hoe zag zo’n zelftest er eigenlijk uit? Ik herkende niks op de foto’s die ik opzocht op internet. ‘Dit heb ik nooit gebruikt, dat weet ik zeker.’ Ik logde vervolgens in op de site van het bevolkingsonderzoek en zag daar een overzicht van al mijn deelname’s over de afgelopen jaren, en ook de uitslagen erbij. Verhip, ik had op mijn vijftigste meegedaan aan dit onderzoek. Ik had zes jaar geleden goede uitslagen gekregen en er was ook geen humaan papillomavirus (HPV) gevonden. De volgende deelname is dan pas tien jaar later, op mijn zestigste dus. Ik had mijn uitstrijkje kennelijk bij de huisarts laten doen. Ik weet het echt niet meer. De brief die mij waarschuwde over het datalek van mijn gegevens was dus toch terecht verstuurd. De gelekte data bevat onder meer mijn naam, mijn adres, mijn geboortedatum, dat ik vrouw ben en ook mijn burgerservicenummer. Ook de naam van mijn huisarts en mijn zorgverzekeringsgegevens zijn gelekt. Mijn telefoonnummer en e-mailadres zijn godzijdank niet op straat terecht gekomen staat in de brief. Ik kan dan (geloof ik) geen phishing mail ontvangen of gebeld worden door oplichters. Nog steeds is het gelekte heel wat! Toch een eng idee als je er goed over nadenkt. Wat eenmaal op het internet rondwaart blijft voor altijd. De hack werd opgeëist door een criminele organisatie genaamd Nova. Niemand weet wie ze zijn. Er zou al een bedrag van miljoenen euro’s zijn betaald om te voorkomen dat de data openbaar zouden worden gemaakt. Tóch heeft Nova een deel van de gegevens gepubliceerd. Ze eisten onlangs een grote nabetaling onder dreiging van nog meer data publiceren. Nova claimt bovendien een leaker partner te hebben gevonden die bereid zou zijn om de gegevens te kopen. Help! Geen fijn idee. Wat kunnen ze eigenlijk met mijn persoonlijke gegevens doen? Met de gelekte informatie kunnen ze gelukkig geen nieuwe identiteitsdocumenten aanvragen, zoals een paspoort of ID-kaart. Ook leningen of telefoonabonnementen op mijn naam afsluiten is niet mogelijk. Voor dit soort zaken is altijd een extra identificatiecheck nodig, met een geldig identiteitsbewijs of DigiD. Ik heb vooralsnog geen rare bankafschrijvingen gezien. Niemand kan invloed uitoefenen op wat er met mijn gegevens gebeurt of gaat gebeuren. Dat vind ik een zorgwekkend idee. Mijn vertrouwen is geschaad. Er zijn bijna een miljoen vrouwen net als ik gehackt en meer dan vijftigduizend hebben zich inmiddels aangemeld bij twee advocaten voor een massaclaim. Waaronder ik. De advocaten houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten, en informeren mij vervolgens over hun juridische bevindingen. Toch heb ik een moedeloos en zwaar gevoel aan dit alles over gehouden… Machteloosheid. Overgeleverd zijn aan de wolven…


In de megagrote tuin van onze villa staan lange tafels op het gras, gedekt met witte, strak gestreken tafellakens. Kleurrijke bosjes bloemen op tafel en een grote tent om ons te beschermen voor de voorspelde regendruppels (die overigens niet vielen). Verderop in de tuin staat een groot buffet en daarachter drie koks met kokschort om, en een zwarte shawl om hun haar geknoopt. Achter hen staat een grote professionele barbecue. Wij borrelen en kletsen lekker buiten, staand, met elkaar. We werken niet zo vaak samen, want in de middag- en avonddienst werkt maar één vrijwilliger. Ons hospice bestaat vijfentwintig jaar en we vieren dit jubileum met vrijwilligers, verpleegkundigen en óók de bewoners. Mits ze er toe in staat zijn natuurlijk, drie bewoners zijn helaas te ziek. Eén bewoonster wordt met bed en al de tuin ingereden. Haar echtgenoot is er ook en zit naast haar. Twee bewoners lopen zelf rond en eten een beetje met ons mee aan tafel. Na het eten wordt er een show voor ons opgedragen. Voor de openstaande schuifdeuren van de huiskamer is buiten een podium opgebouwd met professionele lampen erbij. Het wordt donker. We worden getrakteerd op anekdotes, liedjes en gedichten van Annie M.G. Schmidt door een geanimeerd levendig tweetal. Sommige collega’s zingen alles mee. Ook de bewoonster in haar bed kent álle teksten. Ik loop naar haar toe en ze vertelt me hoe dol ze is op alles van Annie M.G. Schmidt. Ik beloof haar dat ik mijn volgende dienst wat boeken van haar mee zal nemen en dat ik haar zal voorlezen. Ik had de boeken thuis al uit de boekenkast gevist en klaargelegd toen ik echter woensdagmiddag afgebeld werd voor mijn avonddienst. Er komt een stagiaire werken. Ik vraag of ik misschien tóch zal langskomen om voor te lezen vanwege mijn belofte. De bewoonster is dankbaar dat ik eraan gedacht heb maar voelt zich die avond niet fit genoeg. Later in de week hoor ik dat ze de volgende ochtend in slaap is gebracht omdat ze zoveel moest spugen. Dezelfde dag is ze overleden. Ik schrik ervan hoe snel ze haar pad op het einde gelopen heeft. Soms gaat het echt heel snel. Ik mag haar bedanken voor de les die ze me gegeven heeft. Nooit beloftes aan bewoners doen welke dag je weer in het hospice werkt of wanneer je iets zult doen zoals een massage, een wandeling of bijvoorbeeld voorlezen. Aan de hospicebewoners beloftes maken is niet mogelijk. Een lesje in het hier en nú leven.

dinsdag 23 september 2025

Singers of Une belle Histoire posing Oosterhout
BEETJE VEEL
When you have exhausted all possibilities, remember this: You haven’t.'
- Thomas Edison

Er staat een echtpaar voor de glazen deur van tegen de zeventig. Goedgekleed en op het oog komen ze beiden fit over. Ze komen voor een rondleiding zeggen ze. Ze hadden eerder die dag gebeld. Ik had het niet meegekregen van de verpleegkundige. Ik laat ze in de grote hal plaatsnemen op het bankje en loop naar ons kantoor. De verpleegkundige was het vergeten door te geven, maar ik mag de rondleiding doen. Ik heb dit één keer eerder gedaan in ons hospice. Ik vond dat heel leuk om te doen. Kennismaken met de mensen, hun vragen beantwoorden en onze mooie villa laten zien met de grote tuin, ruime woonkamer en woonkeuken, twee badkamers en als er een kamer leeg is dan kan ik één van onze zes kamers laten zien. We stellen ons deze woensdagmiddag in de hal aan elkaar voor en ik vraag naar de achtergrond van hun interesse. Meneer heeft kanker en de huisarts had gezegd dat hij Kerstmis niet zou halen. Het advies van de huisarts was spoedig een bezoekje aan het hospice te brengen. Ik begrijp de noodzaak en probeer de huiselijke sfeer mondeling over te brengen terwijl we door de gangen lopen. Er zijn geen vaste tijden om op te staan, te ontbijten of te eten, je mag lekker douchen of in bad, de tuin in of op ons grote terras boven plaatsnemen, vierentwintig uur per dag verpleegkundige zorg, onbeperkt bezoek ontvangen en geen bezoeksregeling. Dat laatste vinden ze een groot pluspunt. Ze kunnen het bezoek thuis niet meer aan. Ik krijg meer van hun situatie te horen. Zij had als eerste kanker en met haar gaat het nu redelijk goed. Hij heeft de diagnose twee weekjes terug gekregen, alvleesklierkanker in een vergevorderd stadium. Uitzaaiingen. Hij heeft veel pijn, draagt fentanylpleisters en plakt extra bij van háár fentanylpleisters. Zij laat hem zijn verhaal doen, kijkt ondertussen liefdevol naar hem. Hij heeft alle zaakjes goed op orde. Zo probeert hij de situatie te bevatten, te accepteren. Alles heeft hij al in de computer geregeld, dit bezoekje was één van de laatste dingen op zijn lijstje. Na de rondleiding hebben ze nog wat vragen, willen graag hun verhaal delen. Ik laat ze in de huiskamer plaatsnemen en maak twee koppen koffie voor ze. Hij vertelt dat er iets in je hoofd gebeurt wanneer je zo moe bent dat je dan…hij kan zijn zin niet afmaken. Hij laat zijn hoofd naar beneden hangen. ’Dat je dan donkere gedachten krijgt?’ vraag ik voorzichtig. Precies dat, en dat vindt hij zo moeilijk. Door de chemokuur werd hij zo moe en ziek dat hij bang werd van zijn eigen gedachten. Ik kon het niet hardop tegen ze zeggen, maar ik voelde destijds precies hetzelfde. Dat je geen einde meer ziet aan je lijden, dat je je oneindig zo rot zult blijven voelen. Je kán niet meer. Ik heb toen na vier wekelijkse chemokuren de andere drie afgezegd. Mijn lief deed dat telefonisch voor mij, want ik had bestralingen en chemo’s tegelijk en was mijn stem kwijt geraakt. Het ziekenhuis bleef aandringen dat ik wél moest komen opdagen. Heel moeilijk. Deze meneer had ook de zware chemokuur afgezegd en in het daaropvolgende gesprek met de oncoloog bleek dat hij dan meteen uitbehandeld was en dat hij ook geen controles meer in het ziekenhuis kreeg. Zij stuurden hem terug naar z’n huisarts. Immense gevolgen zo’n beslissing. De woorden van deze meneer kwamen zó bij mij binnen. Over deze optie had ik nooit nagedacht… Dat je dan uitbehandeld zou zijn… Dat je dan direct het palliatieve pad op zou gaan. Hij vond dit heel moeilijk te verteren en was er nog verbolgen over. Ik liet niks los over mijn zelfde keuze voor het stoppen met chemokuren. Het verschil kon niet groter zijn. Hij hier aan tafel in het hospice en zou hier binnenkort een kamer bewonen, en sterven. En ik tegenover hem aan dezelfde tafel in het hospice maar als medewerker, gezond en wel. Toen ik eind van die middag naar huis fietste was ik gesloopt. Nooit had ik erbij stil gestaan dat dit een optie was, dat de artsen zouden zeggen dat de behandelingen dan meteen klaar zouden zijn. Zonder verdere controles, losgelaten. Dit besef kwam keihard binnen. Natuurlijk had ik mijn eigen unieke situatie; ik had chemokuren tegelijk met zeven weken lang dagelijkse bestralingen. Ik had vooraf een operatie ondergaan, de tumor was gelukkig verwijderd. Mijn chemokuur was in de jaren vijftig door een arts opgesteld en was nooit aangepast voor vrouwen of überhaupt daarna nooit gecheckt of er zoveel kuren nodig waren. De arts was daarom op een bepaalde manier blij met mijn weigering. Hij zou dit bespreekbaar maken in zijn team. Patiënt gericht werken. Ik ben zo dankbaar dat ik wél verder behandeld werd en vijf jaar lang gecontroleerd zal worden door mijn twee artsen. Ik ben nu op de helft. Dankbaar dat ik gezond ben. Dankbaar voor mijn sterke lijf en mind


Het theaterseizoen is weer geopend na de zomer. De eerste voorstelling waar wij van 4hetleven heen gingen deze zondag was ook de eerste voorstelling van zanger Gerard. Hij straalde op het podium met z’n armen zwaaiend, gitaar om z’n nek en een glimlach van oor tot oor. Die aantrekkelijke glimlach bleef daar. Ik had vooraf drie lieve dames opgehaald en we gingen naar Une belle Histoire. Een orkest van vijf man en twee zangeressen stonden de charmante zanger bij. Allemaal oude, bekende nummers uit de jaren ’70 die ik van melodie uit mijn jeugd kende maar de Franse teksten niet, ik was nog een kind. De senioren dames genoten des te meer. De charmante zanger flirtte met het publiek. Na de voorstelling kwam Gerard met één van zijn twee zangeressen bij onze lange tafel langs waar zo’n twintig grijze dametjes aan zaten. Hoe leuk dat ze dat deden! Hij ging met al zijn sex appeal op schoot bij één van hen voor de foto die ik maakte. Hij vroeg me hoe ik z’n show vond. ‘Ik vond het heel leuk’ zei ik en dat het m’n eerste keer was. ‘Ik maak al dertig jaar muziek en jij komt nu voor het eerst, dat werd tijd!’ kreeg ik voor m’n schoenen geworpen.  Hij pakte mijn schouder beet, keek me recht in mijn ogen en zei ‘Nu moet je vaker komen’ en ik lachte maar wat schaapachtig. Daarna kletsten we nog kort over 4hetleven. Ik liep terug naar m’n stoel waar mijn drie mannelijke collega’s zaten te lachen. ‘Sta je met hem op de foto?’ vroegen ze.  Nee dus. Ze hadden het tafereeltje op afstand gevolgd. ‘Wát een casanova!’ riepen ze in koor.

dinsdag 16 september 2025

A lovely day with my old friends | Culemborg
AANKLONTEREN
‘We klooien maar wat aan met z’n allen. Lekker vertrouwd in onze eigen bubbel. Praten met de ander is overbodig. Luisteren is vies. Daarom hebben wij het liever over de klont. Het is klont tegen klont en zoek het verder maar uit. We kleven om te overleven. Aanklonteren dus.’
- Joosen en de Jager


In een compleet uitverkochte kleine zaal van ons Chassé theater is deze avond het optreden van Joosen en De Jager te zien. Mijn lief had een cadeaukaart van het theater gekregen met een flink tegoed erop. Deze ligt al maanden ongebruikt in huis sinds hij in februari afscheid nam van zijn fabriek. Ik ga met de stichting waar ik voor werk vrijwel elke maand wel naar een theateroptreden. Tijdens het theaterseizoen. De hele zomer ben ik dus eigenlijk niet naar het theater geweest. Net zo min als naar de bioscoop. Vorig weekend hebben we de cadeaukaart voor het eerst gebruikt voor de prachtige Franse historische dramafilm ‘La venue de l’avenir. Zo’n mooi verhaal en zo goed in elkaar gezet door steeds terug in het verleden te gaan. Over een geërfd huis dat sinds 1944 niet meer geopend was geweest. We volgen de familie en de tante die er gewoond had. De erfgenamen ontrafelen het verborgen verleden, prachtig. Deze avond gaan we naar iets totaal anders. Naar een voorstelling van twee cabaretiers die knettergek zijn en geen gène kennen. In de zaal zien we meteen het decor dat al indrukwekkend is. De hal van een portiekflat: de lift en de brievenbussen. De eerste scène is meteen komisch als we het pinggeluid van een lift horen die arriveert. Wanneer de deuren opengaan, verschijnt een matras met vier handen. Na meerdere hilarische pogingen wordt het matras eindelijk uit de smalle ruimte gewurmd. Daarna volgen scènes elkaar in rap tempo op. Net wanneer je bent bijgekomen van de éne grap, dient de volgende zich alweer razendsnel aan. Gelukkig werden kinderliedjes als "Berend Botje", "Kortjakje" en "Ik zag twee beren" juist heel sloom en traag als een gedicht voorgedragen. Zo creatief bedacht om even tot rust te komen, en zo perfect grappig uitgevoerd. Die twee bouwen hun eigen absurde realiteit op het podium, maar gegrond op herkenbare ervaringen. Bijvoorbeeld een Marktplaats deal, een stalker uit een flat verderop, een te lang gelegen lijk in de flat of geluidsoverlast van buren. De fysieke samenwerking tussen Joosen en De Jager is heel nauw. Er is werkelijk totaal geen sprake van onderlinge gêne. Die hadden mijn lief en ik zittend in het publiek, plaatsvervangend wél. Het fysieke spel is vaak ronduit acrobatisch. Ze klonteren. Ze dansen té grappig en spelen twee heel lenige rioolratten. De interactie met het publiek werd in deze voorstelling subtiel opgebouwd en afgebroken. Ze maken direct oogcontact met je en één rat klimt bijvoorbeeld ook tussen de stoelen het publiek in. Ook halen ze als draaiorgelmuzikant zogenaamd geld op met een rammelend centenbakkie. Hierdoor ontstaat er telkens een gezonde spanning tussen het publiek en de twee artiesten. Er is ook een prachtig gezongen musical lied over de liefde voor een lager opgeleide man. Die tekst vond ik heel grappig. Mooi gezongen. Het is echt anderhalf uur waanzinnige humor in absurde situaties. Wij hebben gelachen. Wij hebben ons vermaakt. Maar het tipte voor mij niet aan de voorstelling van Sara Kroos  van voor de zomer. ’Prikkelarme kermis’ waar ik tot tranen toe gelachen had. Haar scherpe humor raakte mij enorm. Bij deze twee mannen was het zéker grappig, goed uitgedacht en prachtig uitgevoerd in een hoog tempo maar ik lag niet onder mijn stoel van het lachen. Wel hebben mijn lief en ik daarna in een cafeetje nog lang na zitten praten over al de absurde sketches. De staande ovatie achteraf hadden ze werkelijk dik verdiend.


Het waait de laatste dagen flink. De zomer eindigt officieel heel snel. Binnen een week. Toch is het weer overdag vaak nog lekker warm. Het zonnetje nog best sterk. Ik probeer het er nog zoveel mogelijk van te nemen. Zoals een bezoek aan het tuincentrum om de voortuin op te knappen. Om me voor te bereiden op de komende maanden. Ik dwing mezelf alleen voor schaduwplanten te kiezen gezien de voorgaande jaren gebleken is dat andere planten altijd weer het loodje leggen. Eigenlijk waardevolle ervaringen, want nu is me toch wel écht duidelijk geworden dat ik helaas niet voor frivole zomerbloempjes kan kiezen. Een gevolg van de grote beukenboom voor onze deur. Ik volg het seizoen door een zak herfstappeltjes aan te nemen van een yogamaatje en kilo’s peren in een shopper van een collega van onze dochter. Afgelopen weekends appeltaarten gebakken voor thuis of om mee te nemen op bezoek. Ik heb een perencompôte gemaakt met steranijs en kardemom. Heerlijke herfstachtige smaak. Een deel vries ik in voor later. Voorbereidingen voor de komende maanden. Ons gezin is dol op perencompôte, onze verre dochter heeft het traditiegetrouw vaak gemaakt voor ons kerstdiner.  Zij komt de laatste weken van het jaar weer thuis, en ook de eerste van het nieuwe jaar. Voorbereidingen zoals ik ook zelfgemaakte potjes bramenjam en pruimencompôte in de kelder heb opgestapeld voor de wintermaanden. Ik heb nog wat kilootjes onrijpe peren over die ik een papieren zak heb weg gelegd om verder te rijpen. Daar wil ik perensap van maken net zoals ik ook al druivensap heb gemaakt. Mijn tropische ananaskers plant in de oranjerie laat dagelijks kleine lampionnetjes vallen van haar takken en dat doet ze als de besjes in het lampionnetje rijp zijn. Ik heb er al heel veel ‘gespaard’ en zal ze gebruiken voor garnering bij desserts in de wintermaanden. Tegen die tijd zijn deze vruchten in de winkel heel kostbaar. Zo verzilver ik mijn oogst een beetje. 

dinsdag 9 september 2025

Dinner with two yoga friends a few days ago!
ODE AAN MIJN VROUWENVRIENDSCHAPPEN
‘Doe nu eens even die gedachten dicht van je.
Denk nu eens beter na over morgen.

Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren

na, bramenplukker die je bent zoals vroeger

maar nu. Maak even geen onderscheid tussen

een wie en hoezo en de kans op anders.’

- C.O. Jellema


Een paar dagen geleden was ik uit eten met twee vriendinnetjes. We vierden een verjaardag. Het diner was ons cadeau. Ik heb vrouwenvriendschappen in alle soorten en maten. In alle gradaties. Ik heb vriendinnetjes die ik wekelijks op yogales zie en waar ik vaak ook koffie mee drink na de les. Daar ging ik van de week mee uit eten. Daar deel ik veel dagelijkse beslommeringen mee. ‘Heeft je zoon dat tentamen nog gehaald?’ ‘Is dat appartementje nog gelukt?’ of gewoon ‘Hoe was je weekend?’ Die gesprekken gaan over het algemeen niet zo heel diep. Daar leent de ruimte zich ook niet voor in de yogaschool waar we traditiegetrouw een kop koffie drinken. Misschien meer collegiaal eigenlijk. We wijzen elkaar op goede films, nemen elkaar mee naar fijne restaurantjes en overladen elkaar met boekentips. Ik heb ook een vriendin, waar ik meestal mee wandel, waar we het eigenlijk vooral nóóit over het weekend hebben of over een film. Wij voeren juist heel diepe, intieme gesprekken. Wij huilen samen. Ik heb wel op haar schouder gebruld, in de kletterende regen in het Mastbos. Beiden met een drijfnatte regenjas aan, capuchon strak dichtgeknoopt. Echt diep gegaan op haar schouder in het donkere, natte bos. Zo’n vertrouwen, steun en begrip voor elkaar hebben. Zo’n inlevingsvermogen. Compassie.  Onvoorwaardelijk. Wat maakt vrouwenvriendschappen eigenlijk zo mooi en bijzonder? Goede vriendinnen zijn belangrijk voor onze levensenergie. Bruisend van energie en vol met nieuwe inzichten fietsen mijn vriendin en ik dan na onze boswandeling én de gebruikelijke kop thee ieder ons weegs uit het bos. Ik heb het geluk nog zo’n bijzondere vriendin te hebben. Liefdevolle verbindingen tussen vrouwen zijn krachtiger dan je denkt. Ik heb ook vriendschappen die uit mijn jeugd stammen die door de tijd heen, meestal door verhuizingen, overgegaan zijn naar penvriendinnen. Vroeger contact door echt geschreven brieven met (vul)pen, inmiddels via de mail. Ik heb schoenendozen vol bewaarde brieven. Bij elkaar opgeteld een verhuisdoos vol, echt waar. Nu dus ook een mailbox vol. Mijn alleroudste (pen)vriendin ken ik vanaf mijn derde jaar. Heel soms zien we elkaar live. De laatste keer was vijf jaar geleden op mijn vijftigste verjaardag. We kennen elkaar’s echtgenoot ook zo’n vier decennia, want we waren er allebei piepjong bij. Allebei drie dochters gekregen. Elkaar ouders kennen we ook. Dat maakt het voor mij bijzonder. Zij kent het huwelijk van mijn ouders en mijn ouderlijk huis als jong kind op de basisschool, we logeerden vroeger bij elkaar. Zij kent mijn zusje. Zij weet waar ik vandaan kom. Niet al mijn vriendinnen hebben mijn moeder gekend. Ik heb vier vriendinnen die in het buitenland wonen. Met de één schrijf ik brieven per mail en haar zag ik niet lang geleden tijdens de reünie van onze middelbare school en ook dit voorjaar nog. Ik ben peetmoeder van haar jongste zoon, gedoopt in Toulon. Aan de andere verre vriendin schrijf ik inmiddels alweer tien jaar wekelijks WhatsApp berichtjes in het Engels en zij stuurt Spaans ingesproken monologen terug. Zij komt uit Mexico, een heel andere cultuur en haar inzichten zijn soms zo verrijkend voor mij. Haar zag ik drie jaar geleden voor het laatst, op de Mexicaanse bruiloft van haar dochter. 


Uit onze Madrid periode, volgend jaar alweer twintig jaar terug!, heb ik nog steeds heel trouwe vriendschappen. Twee vriendinnen daarvan wonen weer in het buitenland. Eentje terug naar Spanje en één in Zuid-Afrika. Gelukkig komen ze af en toe terug naar Nederland voor werk, hun ouders en studerende kinderen. Dan pak ik mijn momentjes. Toevallig zie ik het ‘Madrid’ groepje volgende week voor een gezellig middagje en avond in Culemborg. Vriendinnen zien alles, weten alles en begrijpen alles. Ze zijn niet bang om hun gevoelens of gedachten uit te spreken. Of deze gedachten groot of klein zijn maakt niet uit. Afgelopen week vond ik toevallig een twee jaar oud berichtje in het postvakje van LinkedIn. Oeps. Van mijn oude buurmeisje waar ik vroeger op paste. Zij verhuisde op haar veertiende met haar moeder en broertje naar Maryland en wij hielden contact. Toen mijn lief en ik jaren later naar Massachusetts verhuisden werd onze vriendschap heel innig. Beiden tegelijk zwanger van onze tweede, in The States. We belden en mailden zo vaak! We bevielen ruim een week na elkaar met een keizersnee in het ziekenhuis. Haar moeder die in Connecticut woonde naaide jurkjes voor mijn dochters. De eerste verjaardag van onze baby’s vierden we begin september 2001 samen in haar huis vlakbij Baltimore. Op de terugweg reden wij langs New York naar huis. De prachtige skyline met de Twin Towers. Enkel een paar dagen later boorden zich twee vliegtuigen in die gebouwen… Voor altijd is in mijn herinnering die viering aan dat drama verbonden. Jaren later en een paar expat-avonturen verder bestond onze vriendschap alleen nog uit jaarlijks een felicitatie sturen met onze verjaardagen. Ik stuurde haar vorige week een zeer late reactie op haar berichtje op LinkedIn dat het me, door goede redenen, ontschoten was. Inmiddels hebben we foto’s van onze gezinnen - na zo’n twintig jaar - heen en weer gestuurd. Het voelt zo fijn om weer met haar contact te hebben. Vanaf dat ik een jaar of vijftig ben, of misschien na mijn ziekte, gaat het mij om andere waarden. Alles wordt zachter, kleurrijker en warmer. We krijgen meer oog voor het wonder van het leven. We zien elkaars kinderen mooie volwassenen worden. We zien de meeste ouders aftakelen of ze ontvallen ons. Onze liefdesrelaties veranderen in de tijd. We worden helaas soms ziek. En juist omdat alles er mag zijn, zijn de verbindingen zo hecht denk ik. Terwijl ons lichaam kwetsbaarder wordt, kunnen we op een nieuwe manier samen geestelijk groeien en wijzer worden. Al mijn vriendinnen zijn de perfecte filosofen en therapeuten.

dinsdag 2 september 2025

My mom in Austria | 1962
NAZOMER
De boeren oogsten hun twijfels
en na de avond kijken ze met de ogen

van hun tractors naar de open wonden 

van de velden, er komt ruimte

voor de landing van de herfst’

- Roel Richelieu van Londersele


Mijn fietsbanden knarsen over de vers gevallen eikeltjes op het fietspad. In de achtertuin valt al best wat gekruld blad van de dakplataan, en in de voortuin heb ik al met mijn slipper op een prikkelige beukennoot gestaan. Ik heb de eerste paddestoel in ons grasveld gezien. Sterker nog, ik heb de eerste paddestoel al twee weken geleden in de Alpen gezien! Er is ongemerkt aan de rem getrokken in de natuur. De snelle groei is afgenomen, de vochtigheid neemt toe en dan duiken de eerste paddestoelen weer op. De zomer loopt op zijn eind en de herfst is in aantocht. Ik heb afgelopen week vier potten overheerlijke pruimenjam gemaakt van de oogst uit de achtertuin. Ook twee flessen druivensap van de druivenoogst van de buurtjes. Augustus is een maand van rijping. Precies drie jaar geleden kwamen wij eind augustus thuis van een heerlijke maand op Sicilië om daar ons vijfentwintig jarige huwelijk te vieren met onze drie meiden. Ik had een branderig, pijnlijk plekje aan de zijkant van mijn tong. Het voelde niet goed, ik liep er al te lang mee. Ik kon diezelfde week terecht in het ziekenhuis omdat ik had gezegd dat het niet kon wachten. En het kón niet wachten bleek later. De dag na de diagnose zaten we al in het Erasmus ziekenhuis. Spoed. Afgelopen week had ik controle door één van de twee oncologische kaakchirurgen die mij geopereerd hebben. Zij hebben mij gemonitord vanaf de allereerste dag tot vorige week. En zij zullen dat ook de komende tweeënhalf jaar blijven doen. Ik ben namelijk op de helft van de vijf jaar lang durende controles. Ik heb zoveel vertrouwen in deze twee mensen! Ik had een comfortabel gesprek met hem. Ik vond het heel aangenaam om hem weer te zien, en hij meende het ook dat hij het fijn vond mij weer te zien. Hand op mijn schouder. Hij is de menselijke kant van het chirurgenduo. Hij wilde mij vaak geruststellen, mijn angst wegnemen. Hij kon mij met begrip in zijn ogen aankijken. Hij zag mij als vrouw, een mens, niet als een patiënt. Meestal zie ik echter de andere helft van het duo voor controles. De typische, nuchtere medicus die alleen met feiten en kennis komt en nooit een aanname of een schatting doet. Zij heeft hem er zo vaak in mijn bijzijn op aangesproken wanneer hij mij probeerde te kalmeren. Eén keer door bijvoorbeeld tegen me te zeggen dat een bestraling meestal maar een paar minuten duurt - toen hij de schrik in mijn ogen zag. ‘Hoe weet je dat het maar een paar minuten duurt? Heb je dat nagevraagd?’ vroeg de doelmatige helft dan. De goedhartige arts had gelijk, elke bestraling van de meer dan dertig stuks duurde iets meer dan drie minuten. Wel drie vreselijke minuten, vastgebonden met een masker aan de bestralingstafel. De brandwond die dagelijks erger werd. In de wachtkamer komt een man van net over de vijftig binnen lopen met een ingipste rechterarm. Ik ben direct met een grote sprong terug in de tijd, niet lang na de zware operatie. Het gips beschermde mijn arm waar de plastisch chirurg het lapje huid en het benodigde bloedvat uitgehaald had. Ik zie een stukje gaas geplakt onder aan zijn hals, de plek van de canule waar je anderhalve week lang doorheen ademt na de operatie. Ik besef hoe goed ik er nu bij zit. De littekens geheeld, conditie terug, stem terug, smaak terug, oedeem weg gemasseerd en gewoon ruim twee jaar van herstel verder. Het stof dat opgewaaid was door alle onwetendheid, verwarring, verdriet en pijn dwarrelde uiteindelijk neer en daardoor kwam er meer vertrouwen in de te volgen richting en ook in de veelheid aan mogelijkheden. Kon ik dat de man in de wachtkamer maar vertellen en zijn angst wegnemen, maar ik hoor de pragmatische chirurg al iets te eerlijk in mijn oor fluisteren ‘Hoe weet je dat? Heb je dat nagevraagd?’


Fietsend door het Friese landschap. Op weg naar een klif. Eerst langs alle boten aangelegd in de vele haventjes van Lemmer. Dan over de Zeedijk met het IJsselmeer aan de ene kant en de weilanden aan de andere kant. Langs de zwarte Friese paarden in de weilanden. Het oudste inheemse paardenras van Nederland. Zo’n paard wordt ook wel ‘de zwarte parel van Friesland’ genoemd. Na de weilanden volgden we de fietspaden door het grote Rijsterbos. Het landschap is glooiend. Toen mijn moeder een huisje had gekocht in Friesland en erheen zou verhuizen, twintig jaar geleden, vertelde ze me dat trots. Er zijn daar heuvels en grote oude bossen. Ik geloofde haar niet. Friesland leek mij juist heel vlak met weilanden en oude dorpjes met uitstekende kerktorens langs het IJsselmeer. Nu heb ik met eigen ogen gezien dat ze gelijk had. Ik riep dat ook hardop, zoevend op mijn gehuurde elektrische fiets. ‘Je hebt gelijk mam! Er zijn heuvels in Friesland!’ We reden met met z’n viertjes, mijn zus en ik met onze partners. Langs de eeuwenoude solitaire beukenbomen. We arriveerden bij ’t Mirnser Klif en lunchten daar op een terras uitkijkend over het IJsselmeer waar bontgekleurde kytes door de lucht scheerden. Het duurde even voordat ik de klif waarnam. Ik had beelden uit Ierland voor me. Maar heus, recht voor het terras was een afgrond van zo’n twee meter recht naar beneden eindigend op het witte strand. Een klif. Ontstaan in de IJstijd. Eigenlijk twee dorpjes verder van het koophuisje van mijn moeder. Zou zij geweten hebben dat er een klif op fietsafstand van haar huis was? Ze heeft er uiteindelijk nooit zelf mogen wonen. Ze stierf onverwacht, daags voor de verhuizing.