![]() |
| Having fun at our boattrip | Indonesia |
‘I love going to the beach and swimming in the ocean. I think it's so relaxing. It's also a great form of active recovery. It's perfect for those rest days when you still want to move a little bit.
‘Oh nee! Onze wetshirts liggen nog op de kelong!’ riep ik uit naar dochterlief toen we onze badhanddoeken over onze strandbedjes spreidden. Ineens dacht ik aan onze natte surfshirts die over de houten reling hingen te drogen op het platform in zee. Deze ochtend werden we om tien uur opgehaald met een klein bootje. We hadden alleen een plastic tasje bij ons met daarin twee flesjes water, twee zoete broodjes en twee snorkelbrillen met onze snorkelpijpjes. We werden na een kwartier varen op de kelong afgezet. Een kelong is iets typisch Indonesisch en Maleisisch, ookal komt het ook wel voor in de Filippijnen. Het is een oorspronkelijk vissershuisje gemaakt van hout, op houten palen in zee. Bij aankomst zag ik een man erop vissen met alleen een draad met aas. Hij ving regelmatig wat. We zagen snorkels en flippers aan de houten wand hangen. Er waren meerdere zithoekjes. We namen plaats. We kregen meteen vier flesjes water, beiden een bril met snorkel. Het was zover. We gingen snorkelen. We daalden een houten trapje af waar twee Indonesische jongemannen ons opwachtten in het warme zeewater. Ze hadden bolletjes voer mee. Honderden tropische vissen zwommen op ons af in het heldere water. Ze beten me in mijn benen. Een gilletje ontsnapte me. Ewan noemde het liefkozend ‘kissing’. We werden met een GoPro onder water gefilmd en gefotografeerd. We zagen zo’n twintigtal verschillende soorten vissen. Allemaal vrolijke kleuren. Koraal. Zee-egels. Ik droeg hun aangeboden bril en snorkelpijp, uit een misplaatste vorm van beleefdheid eigenlijk. Ik was met beiden niet blij. M’n bril liep snel vol met water en de pijp zat te los waardoor hij steeds onder water raakte en daardoor dichtsloeg en ik niet kon ademen. Ik dacht eraan om terug te zwemmen en mijn eigen spulletjes te pakken. Toen ik eindelijk tegen de jongen vertelde wat er mis ging kreeg ik een andere bril en snorkelpijp. Daarna kon ik heerlijk snorkelen! Na een tijd begon het te knagen dat ik onze dochter al een tijdje niet gezien had. Ik riep haar over het water. Ik wachtte geduldig totdat ze boven water zou komen. Ze kwam niet. Ik vroeg aan de jongen waar ze was. Ze was met Ewan mee, zei hij. Ik werd er heel onrustig van. Daar kwam ze aan zwemmen. Ze had telkens achterom gekeken en ze dacht dat ik achter haar aan zwom. Ewan had haar enthousiast een groot schelpdier laten zien, ze had hem met twee handen vastgepakt en de schelp ging wat open. Ze gaf hem geschrokken gauw terug. Hij maakte ondertussen foto’s. De mannen trokken zich terug op de kelong en wij bleven samen gezellig snorkelen. Heel veel feloranje clownvisjes gezien, verstopt in wuivend zeeanemoon. We droogden even op in de zon op het platform, dronken koffie en limonade, aten ons zoete bolletjes en gingen toen weer snorkelen. Ontspannen. Samen. Eenmaal weer op de kelong ontvingen we de werkelijk prachtige digitale foto’s en filmpjes op de mobiel van dochter. Na twee uur op en rond de kelong vertoefd te hebben voeren we terug naar het resort op eiland Bintan. Pas in de middag op het strand dacht ik aan onze wetshirts. Een korte paniek omdat we om vier uur opgehaald zouden worden om naar de ferry gebracht te worden. De baliemedewerker belde met collega’s op de kelong en toen hoorden we dat ze het daar al gezien hadden en dat de wetshirts mee terug kwamen. Vóór vier uur. Ontspannen konden we op onze bedjes neerploffen, lezen en in het zwembad dobberen. Genieten van onze laatste middaguren samen in Indonesië.
Mijn telefoon had nog elf procent van de batterij. Dochterlief vond dat maar niks, want ik trok er vanmiddag in m’n uppie op uit in haar stad. Zonder telefoon ben ik niks hier in de grote stad met een immens netwerk van metro- en buslijnen. Precies had ik deze ochtend besloten zonder mijn powerbank op stap te gaan. Ze raadde me aan in een café om een oplader te vragen. Dat deed ik niet. Toen ik m’n entreeticket voor The national museum of Singapore kocht vroeg ik waar ik mijn mobiel kon opladen. Bij de entree van het museum stond een machine met powerbanks voor de verhuur. Een grote uitdaging voor mij om er één te huren. Ik moest een QRcode scannen, een website bezoeken om een app te downloaden (wat ik liever niet doe), mijn singapore telefoonnummer (geen idee!) en nummers die via SMS binnenkwamen invoeren op een website, of was het nou de app?, en ondanks dat het eerste uur gratis was moest ik toch een creditcard toevoegen. Ik heb geen creditcard maar voor noodgevallen had ik die van mijn lief mee op reis, en toevallig had ik die in mijn tas mee deze dag. Nóg een QRcode en ook een code dat ik écht een mens ben moest ik invoeren. Ik had voor dit alles de hulp van, wat later bleek, een Amerikaanse gids. Hij vond mijn tijdelijke nummer, onthield de lange nummers voor me, hij keek mee op m’n mobiel voor elke volgende stap. Hij zag echter ook de tijd dringen, zijn tour begon namelijk om twee uur. Ik bedankte hem voor zijn hulp, ik hoorde hem verderop zijn grote groep toespreken. Het vakje gaf eindelijk licht en ik haalde er een powerbank uit, zonder kabel. Ik sloot me aan bij zijn tour en vroeg hem op een geschikt moment hoe ik aan een kabeltje kwam. Hij pulkte het kabeltje uit de zijkant van de powerbank. Ik bedankte hem opnieuw. Nu zou het goedkomen. Behalve dat ik het kabeltje niet in mijn iPhone kreeg. Ik stond in de groep tijdens zijn intrigerende verhaal alleen maar in het halfdonker te rommelen met dat kabeltje. Ik had al twee keer de powerbank uit mijn inmiddels natte zweethanden laten vallen. Pas toen ik het telefoonhoesje eraf gehaald had paste de oplader eindelijk. De rondleiding was echt zeer boeiend. Over hoe Nederland Singapore verloor in 1819 aan de Engelsen. Het ging ook over 1930, het jaar dat mijn oma hier was. Over de Chinezen die hier wat afzwoegden als drager van een riksja die zes cent per ritje kregen en maar drie dollar per dag verdienden. Vaak gebruikten ze opium om het zware werk vol te houden waar een flink deel van hun loon naartoe ging. De riksja was een luxe manier voor Europeanen om zich te verplaatsen. Comfortabel met rubberbanden, koel in de schaduw en snel want de Chinezen moesten net zo hard rennen als het rustige tempo van een paard. Er stond in het museum een originele riksja tentoongesteld uit 1930. Precíes dezelfde als op de foto van mijn grootmoeder. De geschiedenis van Singapore raakte zo mijn familiegeschiedenis. Ook de broer van mijn oma (hij was kapitein op een groot schip van Shell) is hier ergens op zee door de Japanners gevangen gezet op Borneo tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik zag grote zwartwit foto’s van zulke hongerkampen in het museum hangen waar ook de Singaporezen gevangen gezet werden, of aan de Birmaspoorweg moesten werken. Een indrukwekkende tour van een zeer behulpzame en geduldige Amerikaan.
Singapore | 30 september 2024








